Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135570-XIV nr. 11

35 570 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2021

Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 oktober 2020

Met deze brief informeer ik uw Kamer over aanvullende maatregelen in de aanpak van stalbranden zoals toegezegd tijdens het AO Dieren in de veehouderij van 11 september 2019 (Kamerstuk 28 286, nr. 220).

Met deze brief informeer ik uw Kamer ook over de volgende toezeggingen die ik heb gedaan tijdens het AO Dieren in de veehouderij van 24 januari 2019 (Handelingen II 2018/19, nr. 45, items 5 en 9) en het AO Dieren in de veehouderij van 11 september 2019. De Tweede Kamer wordt geïnformeerd over,

  • de ontwikkelingen met betrekking tot het Actieplan brandveilige veestallen (bijlage 1)1;

  • de kosten van bliksemafleiders;

  • het betrekken van Stable Safe bij een pilotproject.

Tevens stuur ik met deze brief de rapportage van Wageningen Livestock Research over brand- en rookdetectiesystemen in technische ruimten van veestallen (bijlage 2)2 en geef ik hiermee invulling aan de motie van het lid Geurts (Kamerstuk 28 286, nr. 1031).

Vanaf 2023 dient knaagdierbeheersing buiten én binnen volgens de Integrated Pest Management (IPM) aanpak plaats te vinden. Ik heb oog voor de mogelijke zorgen die agrarische ondernemers hebben, vanwege de aanvullende eisen die dan gesteld worden aan de beheersing van knaagdieren. In de beantwoording van de Kamervragen van lid Lodders van 25 februari jl. (Aanhangsel Handelingen II 2020/21, nr. 433) komen de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en ik terug op dit onderwerp.

Naast de genoemde maatregelen in deze brief is het Actieplan brandveilige veestallen 2018–2022 volop in uitvoering. Met deze brief stuur ik uw Kamer de tweede voortgangsrapportage toe, die gaat over 2019 en tevens een doorkijk geeft naar 2020 (bijlage 1). Er wordt per actie aangegeven hoe ver het staat met de uitvoering. In de rapportage is te lezen dat in 2019 door de stuurgroep van het Actieplan is besloten dat het accent wordt verlegd naar een risicogerichte aanpak, waarbij op basis van het risicoprofiel van stallen gekozen wordt voor aanvullende maatregelen. De maatregelen richten zich met name op de grote pluimvee- en varkensstallen, omdat bij brand daar meer dierlijke slachtoffers kunnen vallen.Verder blijkt onder andere dat alle varkens-, kalver- en pluimveehouderijen die aangesloten zijn bij een kwaliteitssysteem in 2019 een elektrakeuring hebben gehad, zoals ik uw Kamer in mijn Voortgangsbrief dierenwelzijn landbouwhuisdieren van 4 september jl. (Kamerstuk 28 286, nr. 1063) heb toegezegd. Daarmee is een belangrijke stap voorwaarts gezet ter preventie van stalbranden, aangezien problemen met de elektriciteit en kortsluiting tot de voornaamste oorzaken worden gerekend.

Inleiding

Iedere stalbrand met dierlijke slachtoffers is er één te veel, zorgt voor veel verdriet en maatschappelijke onrust. Zo ook in de zomerperiode van 2019, toen in relatief korte tijd meerdere stalbranden plaatsvonden en veel dierlijke slachtoffers waren te betreuren. Op mijn verzoek is in september een bijeenkomst georganiseerd met ngo’s en brandveiligheidsdeskundigen om ideeën uit te wisselen over de aanpak van stalbranden. Sindsdien is intensief overleg gevoerd met de werk- en stuurgroep van het Actieplan om mede op basis van de opgedane ideeën na te gaan welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn en welke bestaande maatregelen versneld kunnen worden om het aantal stalbranden en dierlijke slachtoffers verder te beperken. De partners van het Actieplan, LTO Nederland, Brandweer Nederland, de Dierenbescherming, het Verbond van Verzekeraars, de Producentenorganisatie Varkenshouderij en de LTO vakgroepen pluimveehouderij, melkveehouderij en kalverhouderij, werken hard aan de uitvoering van het Actieplan.

Stalbranden en dierlijke slachtoffers in 2019

Onlangs heeft LTO Nederland een overzicht gepubliceerd van het aantal stalbranden en dierlijke slachtoffers in 2019, dat gebaseerd is op cijfers van Brandweer Nederland en het Verbond van Verzekeraars. In 2019 hebben 41 stalbranden plaatsgevonden, waarbij 175.000 dieren zijn omgekomen. Bij 24 branden zijn geen dodelijke dierlijke slachtoffers gevallen. Uit de cijfers komt ook naar voren dat sinds 2017 sprake is van een daling van het aantal dierlijke slachtoffers bij stalbranden (indien men bij de analyse de noodlottige brand in het Groningse Kiel-Windeweer – waarbij door het Openbaar Ministerie wordt uitgegaan van brandstichting – buiten beschouwing laat). Dat neemt niet weg dat vanwege meerdere andere oorzaken nog steeds met enige regelmaat stalbranden ontstaan met vele dierlijke slachtoffers tot gevolg. Daarom zet ik mij in, en met mij de partners van het Actieplan, om de aanpak van stalbranden conform het Actieplan onverminderd en daadkrachtig voort te zetten.

Niet onvermeld mag blijven dat ook vele dieren tijdens een brand door adequaat handelen van eigenaren, omstanders en hulpverleners zijn gered. Ik wil hierbij uitdrukkelijk stilstaan, in het bijzonder door mijn oprechte waardering naar hen uit te spreken, die vaak met gevaar voor eigen leven, zich hebben ingezet om dieren te redden.

Detectiesystemen

Ter uitvoering van de motie Geurts (Kamerstuk 28 286, nr. 1031) heeft Wageningen Livestock Research (WLR) in mijn opdracht een verkennend onderzoek uitgevoerd naar detectiesystemen. Het rapport is afgerond en kunt uw Kamer vinden in de bijlage. Het biedt een overzicht van potentieel toepasbare detectiesystemen voor gebruik in technische ruimten van veestallen, geeft criteria waaraan deze systemen dienen te voldoen en geeft een indicatie van de kosten. WLR concludeert dat het toepassen van detectiesystemen in de technische ruimte vooral nut heeft indien deze ruimte tevens voorzien is van brandcompartimentering (een 60 minuten brandwerende scheiding tussen de technische ruimte en stal). Op deze wijze is bij brand meer handelingstijd om overslag van brand in een technische ruimte naar dierverblijven te voorkómen.

De varkenshouderij- en de pluimveesector hebben aan verzekeraars en brandweer gevraagd of het mogelijk is om gezamenlijk te komen tot een predicaat «brandveilige stal». De kennis en expertise van de partijen kan hierbij worden ingezet om de toepassing van detectiesystemen in de technische ruimte in combinatie met compartimentering van deze ruimte te implementeren en op termijn dit te combineren met een automatisch blussysteem in de technische ruimte. Verzekeraars hebben aangegeven bereid te zijn om samen met betrokken partijen de mogelijkheid van certificering te onderzoeken. Wel zijn verzekeraars gebonden aan mededingingswetgeving en dienen zij bijvoorbeeld kartelvorming te voorkomen. Ook liggen er nog organisatorische vraagstukken die moeten worden uitgewerkt.

Ik ga na of voor de toepassing van maatregelen in bestaande stallen die een stalbrand kunnen voorkomen of de gevolgen beperken financiële ondersteuning vanuit het Rijk nodig is. In het bijzonder voor de toepassing van detectiesystemen in combinatie met compartimentering van deze ruimte. Dat moet uiteraard passen binnen de staatssteunkaders. Over de nadere invulling informeer ik uw Kamer voor het einde van dit jaar.

Brandveiligheid als voorwaarde bij bestaande regelingen en initiatieven

Bij de beoordeling van subsidieaanvragen onder de Subsidiemodule brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen is het aspect brandveiligheid betrokken en door de Maatlat Duurzame Veehouderij uit te breiden met brandveiligheidsmaatregelen wordt de brandveiligheid verder bevorderd.

Brandveiligheid als criterium bij de integrale verduurzaming van stalsystemen

In de innovatiemodule van de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) is het verbeteren van het dierenwelzijn en de brandveiligheid van stallen meegenomen als criterium bij de beoordeling van innovatieprojecten. Op deze wijze wordt de toepassing van maatregelen die bijdragen aan het verbeteren van de brandveiligheid, zoals detectiesystemen en compartimentering van de technische ruimte, gestimuleerd. De innovatiemodule is dit voorjaar gepubliceerd en voor het eerst opengesteld. Het streven is om deze module tweemaal per jaar open te stellen t/m 2024 voor de veehouderijsectoren waarvan de referentiewaardes voor broeikasgas- en stalemissies bekend zijn.

Maatlat Duurzame Veehouderij

In 2019 heeft LTO namens het Actieplan voor de jaarlijkse herziening van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) aanvullende maatregelen voorgesteld en deze zijn overgenomen. Op 1 januari van dit jaar zijn blusinstallaties gekoppeld aan brandmeldinstallaties in technische ruimten en risicoplaatsen (zoals schakelkasten) in dierverblijven, de bliksembeveiligingsinstallatie en de NTA 8220 inspectiemethode voor het beoordelen van elektrische installaties op brandrisico’s bij elektrakeuringen als maatregelen aan de MDV toegevoegd. De partners van het Actieplan denken na over aanvullende voorstellen voor herziening van de MDV.

Aanvullend onderzoek naar werking in de praktijk

Het jaaroverzicht van stalbranden en dierlijke slachtoffers 2019 toont dat bij ruim 50% van de stalbranden de oorzaak onbekend is. Conform het Actieplan blijven de partners zich dan ook inzetten om de oorzaken van stalbranden beter in kaart te brengen en deze aan te pakken. Daarnaast is onderzoek naar de praktische toepasbaarheid van een aantal preventieve en schadebeperkende maatregelen gewenst. Ik heb Wageningen Livestock Research daarom opdracht gegeven onderzoek te doen naar preventieve detectiesystemen en naar automatische blussystemen. Preventieve detectiesystemen kunnen brandgevaarlijke afwijkingen in elektra detecteren voordat er daadwerkelijk brand ontstaat. WLR is gevraagd te onderzoeken welke preventieve detectiesystemen praktisch toepasbaar en haalbaar zijn in veehouderijbedrijven en wat de verwachte effectiviteit ervan is uit oogpunt van het voorkómen van het ontstaan van brand in veestallen en het voorkómen van dierlijke slachtoffers. Voorbeelden van dergelijke systemen zijn: vlamboogdetectie, elektronische beveiliging en continue isolatieweerstandsmeting. De resultaten van het onderzoek naar de praktische toepasbaarheid van automatische blussystemen kunnen gebruikt worden om de toepassing van deze systemen in combinatie met detectie in de technische ruimte te versnellen.

De bijgevoegde voortgangsrapportage 2019 gaat nader in op de actuele onderzoeksagenda van het Actieplan.

Omvang brandcompartimenten veestallen

Volgens het Bouwbesluit mogen brandcompartimenten van nieuw te bouwen veestallen maximaal 2.500 m2 groot zijn. Veestallen die bestaan uit een brandcompartiment groter dan 2.500 m2 zijn alleen toegestaan als de brandveiligheid ten minste gelijkwaardig is aan de brandveiligheid van een brandcompartiment van 2.500 m2 of kleiner. In de praktijk betekent dit dat in het geval van een groter brandcompartiment dan 2.500 m2 aanvullende brandveiligheidsmaatregelen genomen dienen te worden om een gelijkwaardige brandveiligheidsniveau te bereiken.

Recent is op basis van onderzoek in een nieuwsitem geconcludeerd dat grote stallen een verhoogd risico op brand lopen. In de beantwoording van Kamervragen die hierover op 19 en 20 maart jl. zijn gesteld (Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nrs. 3253 en 3254) heb ik aangegeven dat uit de gegevens van Brandweer Nederland en het Verbond van Verzekeraars over het aantal stalbranden, dierlijke slachtoffers en de oorzaak (voor zover deze te achterhalen is) geen statistisch significante relatie kan worden afgeleid tussen de grootte van veestallen en de kans op een stalbrand. We kunnen niet concluderen dat er wél een relatie is, maar ook niet dat er géén relatie is. Het Verbond van Verzekeraars heeft aangegeven dat het nieuwsitem voldoende aanleiding biedt om daar verder onderzoek naar te doen.

Indien uit dit onderzoek blijkt dat grote stallen daadwerkelijk een verhoogd risico op brand lopen ga ik met het Ministerie van BZK en de overige partijen binnen het Actieplan in gesprek om te bezien of het vaststellen van een bindende bovengrens voor de omvang van brandcompartimenten van veestallen wenselijk en mogelijk is.

Toezeggingen

Kosten van bliksemafleiders

Tijdens het debat over de veehouderij van 24 januari 2019 (Handelingen II 2018/19, nr. 45, items 5 en 9) heb ik toegezegd na te gaan wat de kosten zijn van het plaatsen van bliksemafleiders op het dak van een stal.

Het plaatsen van een bliksemafleider kost gemiddeld € 5,63 (exclusief BTW) per vierkante meter dakoppervlak. Voor een gemiddeld pluimveebedrijf met een dakoppervlak van 6.500 vierkante meter zou dit een investering vergen van € 36.595,– (exclusief BTW). Voor een gemiddelde varkenshouderij (in de varkenshouderij zijn de dakoppervlakken gemiddeld twee keer zo groot) zou het een investering vergen van minimaal het tweevoudige van dit bedrag.

Stable Safe

De partners van het Actieplan hebben naar aanleiding van het verzoek van lid dhr. Graus gesprekken gevoerd met bedrijven met innovatieve ideeën op het gebied van brandpreventie en -veiligheid, waaronder met de ontwerpers van Stable Safe. Op mijn verzoek is Stable Safe nogmaals onder de aandacht gebracht van de werk- en stuurgroep van het Actieplan. Daaruit blijkt dat er binnen de sectoren geen draagvlak is en het derhalve niet opportuun is om een pilot te financieren.

Onderzoek van Onderzoeksraad voor Veiligheid

Op 10 oktober jl. heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) aangekondigd onderzoek te gaan doen naar stalbranden in de veehouderij. De OvV heeft sindsdien verschillende gesprekken gevoerd met de partners van het Actieplan. Ook de komende tijd dragen we desgewenst bij aan dit onderzoek in de hoop dat het leidt tot nieuwe inzichten in de oorzaken van stalbranden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl