Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2020-202135538 nr. B

35 538 Tijdelijke bepalingen in verband met de inzet van een notificatieapplicatie bij de bestrijding van de epidemie van covid-19 en waarborgen ter voorkoming van misbruik daarvan (Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19)

B VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT1 EN VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID2

Vastgesteld 17 september 2020

Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel geeft de commissies aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

Vragen en opmerkingen van de VVD-fractie

Nu het aantal besmettingen weer toeneemt, is het van groot belang dat alle middelen worden ingezet om de besmetting door het covid-19-virus terug te dringen. Het bron- en contactonderzoek door de GGD speelt daarbij een belangrijke rol. De leden van de VVD-fractie menen dat de app het bron- en contactonderzoek kan verbeteren en versnellen, waarmee de besmetting door het virus kan worden beperkt. Door het gebruik van de app worden mensen sneller geïnformeerd over contact met een besmet persoon. Bovendien worden met de app ook mensen gewaarschuwd die een besmet persoon zich niet herinnert of niet kent. Een spoedige behandeling van dit wetsvoorstel is dus van belang.

De leden van de VVD-fractie hebben bij het wetsvoorstel nog wel de volgende vragen:

  • 1. De GGD is overbelast door de werkdruk. Er is onvoldoende testcapaciteit beschikbaar. Hoe gaat de regering die capaciteit en organisatiekracht verbeteren op korte termijn?

  • 2. Hoe gaat de regering ervoor zorgen dat er op het juiste moment getest wordt? Zonder klachten negatief testen geeft mogelijk ten onrechte een veilig gevoel en legt onnodig beslag op de GGD.

  • 3. De app is vrijwillig en kan niet worden afgedwongen. Hiertoe is ook de antimisbruikbepaling opgenomen. Maar ondanks die bepaling kan er sociale druk uitgeoefend worden om de app te gebruiken. De regering weerspreekt dit door te benadrukken dat niet te controleren valt of iemand gebruik maakt van de CoronaMelder. Dat voorkomt echter niet dat er (sociale) druk kan ontstaan. De leden van de VVD-fractie menen dat er overigens een verschil is tussen ─ ongewenste ─ druk om de app te downloaden en ─ gewenste ─ promotie van de app. Promotie, bijvoorbeeld door werkgevers, zorgorganisaties of onderwijsinstellingen is gewenst; zij lopen immers veel risico als er besmettingen plaatsvinden. Wat gaat de regering doen om deze organisaties de zekerheid te geven dat zij op een goede manier het gebruik van de app kunnen promoten?

  • 4. De regering geeft aan dat als de CoronaMelder onvoldoende effectief is, deze zal worden beëindigd. Wanneer is daarvan sprake?

  • 5. Welke noodrem heeft de regering als straks toch blijkt dat de CoronaMelder onwenselijke (gedrags)effecten heeft?

Vragen en opmerkingen van de FVD-fractie

De leden van de FVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19. Zij hebben over diverse onderwerpen nog een aantal vragen.

Er worden nu testen uitgevoerd met de app op specifieke plekken. De leden van de FVD-fractie krijgen graag een reactie op de volgende vragen:

  • 1. Hoeveel personen wonen in het testgebied en hoeveel daarvan hebben de app gedownload?

  • 2. Doet Schiphol mee aan de test? Wat wordt onder Schiphol verstaan: reizigers en/of personeel? Om hoeveel downloads gaat het daar?

  • 3. Om hoeveel positief geteste meldingen via de app gaat het tot nu toe?

  • 4. De leden van de FVD-fractie hebben begrepen dat er bij 1 positief getest persoon 400 contactmeldingen zijn via de app. Klopt dat?

  • 5. Als dat klopt, hoeveel meldingen verwacht men in het testgebied?

  • 6. Wat betekent dat als de app straks landelijk wordt ingezet? Is er dan voldoende capaciteit om de stroom aan besmettingen en contactmeldingen op te vangen?

  • 7. Welke reacties en commentaren zijn uit de testgebieden ontvangen? Wat betekent dit voor de app?

  • 8. Hoe werd/wordt de app bekendgemaakt in de testgebieden?

  • 9. Het Oostelijk testgebied ligt aan de Duitse grens. Hoe zit het met spookmeldingen en interferenties met de Duitse corona-app?

  • 10. Zijn er ook gevallen van onterechte quarantaine door app-meldingen bekend? Hoeveel en wat is daar aan gedaan richting gebruikers?

De leden van de FVD-fractie hebben ook een aantal vragen over de bekendmaking van de definitieve app door VWS.

  • 1. Klopt het dat er een manager partnership coronavirusapp in functie is?

  • 2. Wat is de functiebeschrijving en waarom is deze functie er? Wat is de doelstelling die behaald moet worden door deze functionaris?

  • 3. Heeft deze manager te maken met de e-mail die dwingt tot downloaden van de app door maaltijdbezorgers?

  • 4. Hoe gaan het Ministerie van VWS en/of anderen de app verder bekendmaken?

  • 5. Hoeveel downloads zijn er nodig om de app effectief te laten werken? Waar is dat getal op gebaseerd en welke wetenschap zit daar achter?

Het kwam uiterst ongelukkig en knullig over dat er op de dag van de technische briefing over het wetsvoorstel aan de Eerste Kamer, waarin bezworen werd dat alles met en rond de corona-app absoluut vrijwillig is, een e-mail (e-mails) bleek te zijn uitgegaan naar maaltijdbezorgers om hen aan te zetten tot downloaden van de app.

  • 1. Wie heeft dat verzonnen bij het Ministerie van VWS? Waarom en in welk kader?

  • 2. Is de regering het met deze leden eens dat zo’n e-mail feitelijk dwang is en dat er een dergelijke sociale druk van uit kan gaan, dat het personeel zich onveilig voelt als het de app niet downloadt?

  • 3. Kan de regering ervoor zorgen dat bij elke uiting over de app (net als bij sigarettenverpakkingen) een levensgrote waarschuwing komt dat de app absoluut vrijwillig is? Zo ja, hoe gaat zij dit doen en dit verder uitdragen?

  • 4. Hoe is de e-mail rechtgezet naar betrokkenen en naar de rest van Nederland?

  • 5. Begrijpt de regering dat door deze misser, waarmee de belangrijkste voorwaarde moedwillig geschonden is, het draagvlak voor de app in de Kamer is gedaald?

  • 6. Erger is dat ook het draagvlak onder de bevolking hierdoor afneemt. Wat gaat de regering doen om dit weer op te vijzelen?

  • 7. Welke missers zijn er nog meer gemaakt? Zijn er nog meer e-mails gestuurd en zo ja, naar wie en sinds wanneer?

  • 8. Er wordt veel met deskundigen gewerkt. Is er ook een groep gedragswetenschappers (sociologen en/of psychologen) betrokken bij dit deel van de corona-aanpak? Wie zijn dat en wat is hun opdracht? Sinds wanneer zijn zij ingezet?

  • 9. Waren zij ook betrokken bij de e-mails of andere vormen van communicatie in dit kader?

  • 10. Er is sprake van een boete bij dwang tot € 8.000. Is deze boete ook van toepassing op deze grote fout van het ministerie?

  • 11. Zoals de Minister van Justitie en Veiligheid het draagvlak onder de 1,5 meter vandaan haalde, zo heeft de Minister van VWS met de «dwangmail» het draagvlak voor de app sterk verminderd. Welke juridische gevolgen heeft dit als burgers fouten maken met de vrijwilligheid van de app? Vervallen dan de eventuele boetes?

  • 12. Welke borging is er dat met name in de verhouding tussen werkgevers en werknemers geen sprake zal zijn van dwang om de corona-app te gebruiken? Hoe is dit in het voordeel van de werknemer te bewijzen?

  • 13. Sociale dwang is voor de leden van de FVD-fractie de grootste zorg. Hoe gaat de regering dit effectief voorkomen?

De app werd geïnitieerd toen de corona-epidemie op haar hoogtepunt was. Een tweede golf blijft tot nu toe uit. Griepverschijnselen lopen door coronabesmettingen heen. Meer testen levert meer besmettingen op, maar de intensive care-plekken lopen niet vol.

  • 1. Wat is dan nu nog de reden nog voor deze app? Wat is de noodzaak en voor welke gezondheidsdreiging moet de app worden ingezet? Wat probeert de app te voorkomen? Kan dit wetenschappelijk worden onderbouwd?

  • 2. Gaat de app gebruikmaken van klachten? Zo ja, hoe komt dat overeen met een covid-19-besmetting?

  • 3. Gaat de app gebruik maken van de PCR-testuitslag? Zo ja, dan dient de app niet in gebruik te worden genomen aangezien de PCR-testuitslag, zoals die op dit moment wordt gebruikt, niets te maken heeft met besmettelijkheid en dus niets te maken heeft met een dreiging voor de volksgezondheid en/of dreigende overbelasting van ziekenhuiscapaciteit. Is de regering dit met deze leden eens? Zo nee, waarom niet?

  • 4. Gaat de app gebruikt worden om maatregelen op te leggen aan niet zieke personen? Zo ja, wat is de grondwettelijke grondslag daarvoor? Niet zieke mensen vormen geen bedreiging voor de ziekenhuiscapaciteit. Er is geen enkele reden om maatregelen aan niet zieke mensen op te leggen. Is de regering het met de leden van de FVD-fractie eens? Zo nee, waarom niet?

  • 5. Weet de regering dat het labelen van personen tot potentieel gezondheidsgevaar via GPS-gegevens, zal leiden tot een zeer grote groep onterecht «gelabelde» personen. Als daar maatregelen aan verbonden worden zal dit tot zeer grote economische en educatieve schade leiden zonder meerwaarde voor de volksgezondheid. Hoe gaat de regering dit aanpakken c.q. voorkomen?

  • 6. De app is bedoeld om de bestrijding van het coronavirus optimaal te ondersteunen. Stel dat de huidige afgeknepen versie niet brengt wat noodzakelijk geacht wordt, welke garantie is er dan, dat de app nog steeds in de afgeknepen versie blijft functioneren of gestopt wordt?

De leden van de FVD-fractie krijgen graag een reactie op de volgende vragen over telecom, providers en smartphones:

  • 1. Worden op dit moment telecomgegevens van Nederlanders aan het RIVM verstrekt? Zo ja, welke gegevens worden doorgegeven? Worden deze gegevens opgeslagen? Zo ja, waar worden deze gegevens voor gebruikt? En hoe is de privacy gewaarborgd?

  • 2. Hoe houdt de regering grip op Apple en Google? Welke garanties zijn er verkregen en voor hoelang?

  • 3. IOS 13.7 heeft een eigen ingebouwde Apple corona-app. Hoe werkt deze met de CoronaMelderapp samen?

  • 4. Is dit ook het geval bij Android?

  • 5. Als er geen samenspel is, hoeveel garantie is daarvoor verkregen en in welke vorm?

  • 6. Welke gegevens haalt Apple nu uit de eigen app en uit de CoronaMelderapp? Conflicteert dit met de afspraken?

  • 7. Android schijnt nog «lek» te zijn. Toch hebben veel Nederlanders de CoronaMelder al geladen. Hoeveel privacygevaar of gegevenslek riskeren zij? Zijn zij gewaarschuwd door het Ministerie van VWS? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe?

  • 8. Er schijnt door het continue werken van de app sprake te zijn van een snel verminderende batterij-inhoud. Klopt dit en wat betekent dit voor de gebruikers?

  • 9. Steeds vaker hebben mensen twee of meer smartphones. Als op iedere smartphone de app is geladen en de telefoons in elkaars buurt zijn, hoe werkt de app dan? Is daar onderzoek naar gedaan? Zo ja, door wie en wat was de uitkomst?

  • 10. Is het de regering bekend dat het continue werken van de app door sommige smartphones niet wordt ondersteund? De app lijkt dan wel gedownload te zijn, maar werkt niet betrouwbaar. Wat gaat de regering hieraan doen en wat is er al aan gedaan?

De leden van deze fractie hebben ook nog enkele vragen over de informatietechnologie (IT) van de GGD.

  • 1. Klopt het dat de IT van de GGD nog niet klaar is voor «communicatie» met de app?

  • 2. Zo nee, waar komt deze melding, gedaan tijdens de technische briefing aan de Eerste Kamer, vandaan? Zo ja, wat ontbreekt nog? Wanneer en hoe wordt dit dan opgelost? En met welke zekerheid?

  • 3. Is dit de reden dat de app weer is uitgesteld?

Over de werking van de app hebben de leden van de FVD-fractie de volgende vragen:

  • 1. Is de regering ervan op de hoogte dat voor een succesvolle werking van een notificatieapplicatie een deelname van circa 60% van de populatie is vereist?

  • 2. Nu het wetsvoorstel is geamendeerd en er geen verplichting kan worden opgelegd aan de burger om de applicatie ook daadwerkelijk te installeren dan wel te gebruiken, hoe denkt de regering aan de benodigde 60% te komen voor een succesvolle implementatie?

  • 3. Uit een analyse van de werking van een vergelijkbare applicatie in Zuid-Korea en de kritische succesfactoren daarvan, is gebleken dat voor het behalen van de doelstelling om verspreiding van corona tegen te gaan, onder meer de combinatie van massaal gebruik van de applicatie (het eerder genoemde minimum van 60%) en zeer uitgebreide testfaciliteiten die binnen een dag uitsluitsel geven of een persoon is besmet of niet, hebben bijgedragen aan het beperken van de verspreiding van corona. Nu zowel de minimale deelname van 60% niet valt te verwachten en tevens dagelijks berichten zijn te vernemen dat de testcapaciteit ver onder de maat is (volgens de GGD is bij 86 van de 100 teststraten op korte termijn geen plek), hoe denkt de regering aan de doelstelling te kunnen voldoen?

  • 4. Uit de hierboven genoemde analyse blijkt dat naarmate de tijd vordert, de positieve waarneming van de applicatie afneemt. Gebruikers ervaren de continue stroom van berichten als irritant en negeren op een gegeven moment de berichten en ondermijnen daarmee de doelstelling van de applicatie. Hoe denkt de regering dit tegen te gaan?

  • 5. Hoe denkt de regering met deze applicatie het fenomeen van dragers c.q. verspreiders van het virus die atypische en/ of moeilijk detecteerbare symptomen van het virus hebben, binnen de werkingssfeer en doelstellingen van de applicatie te vangen?

Over de testcapaciteit als onderdeel van het geheel leggen deze leden nog graag de volgende vragen voor:

  • 1. Zou het niet beter zijn om alle tijd, energie en middelen die in de ontwikkeling van de notificatieapplicatie wordt gestoken, aan te wenden om onder meer de benodigde testcapaciteit op zeer korte termijn uit te breiden?

  • 2. Hoe komt het dat er steeds iets niet klopt in het gehele systeem waarmee corona wordt aangepakt? Is daar al een analyse van gemaakt? Zo ja, wat is daar de uitkomst van? Zo nee,

  • 3. waarom is dat niet gebeurd?

  • 4. Follow the Money (FTM) heeft haarscherp de testinzet geanalyseerd. Het lijkt erop dat er persoonlijke voorkeuren en belangen in het Outbreak Management Team (OMT) speelden, die ten koste gingen van de volksgezondheid. Herkent de regering de bevindingen van FTM? Zo ja, welke

  • 5. stappen zijn richting de betreffende personen gezet? Zo nee, waarom is de regering een andere mening toegedaan?

  • 6. Waarom is er zo lang gewacht met het inzetten van grote laboratoria? Dit lijkt chronisch gedrag te worden, denk aan ventilators, mondkapjes etc. Wie is dit mismanagement uiteindelijk aan te rekenen? Welke conclusies worden door diegenen hieruit getrokken?

  • 7. Heeft de tijdelijke Minister voor Medische Zorg en Sport, Martin van Rijn, invloed gehad op de testcapaciteit en de corona-app?

  • 8. Er komt naar buiten dat de Minister nu geen test wil als iemand wel contact heeft gehad met een besmet persoon. Klopt deze informatie? Zo ja, wat is de reden van deze aanpak? Is dit gunstig voor de rem op verspreiding? Waar blijkt dat uit? Zo nee, wat is de juiste informatie in dezen? Waar wordt dat door ondersteund?

Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid om de met de app verkregen gegevens uit te wisselen met andere lidstaten van de Europese Unie.

  • 1. Hoe garandeert de regering dat deze andere landen de gegevens met dezelfde beschermingsmaatregelen beheren om misbruik van deze gegevens te voorkomen? Welke beschermingsmaatregelen worden daarvoor gebruikt?

  • 2. Is het de regering bekend dat de privacy in andere landen anders wordt ingevuld? Is er dan toch geen risico dat er schending plaats vindt?

  • 3. Hoe vergaat het iemand uit zeg Kerkrade die boodschappen gaat doen in Aken (Duitsland), werkt zijn app uit Nederland ook in Duitsland? Of moet hij ook de Duitse app laden? Storen die Apps elkaar niet?

  • 4. Heeft Duitsland dezelfde afspraken met Google en Apple als Nederland? Of is de gegevensbescherming daar, al heeft men alleen de Nederlandse app geladen, niet verzekerd?

Door het wisselende beleid rond de corona-aanpak heeft het draagvlak een flinke knauw gekregen.

  • 1. In een ander kader is al gesproken over de e-mailblunder en het uitstel van de app. Hoe wordt het draagvlak van de bevolking voor deze app gestimuleerd? Wat gebeurt er als er een houding ontstaat van «we hebben wel de app, maar we nemen hem niet serieus». Hoe kijkt de regering hier tegenaan?

  • 2. De app is al 1 miljoen keer geladen. Is dat alleen in de testgebieden? Zo nee, wat krijgen de anderen dan te zien? Is het geen risico dat die anderen zich veilig wanen met de app, terwijl deze niet werkt? Wat wordt hier naar hen toe mee gedaan qua informatie?

  • 3. Motivaction heeft pas onderzoek gedaan naar het draagvlak bij de Nederlandse bevolking. Waarborgen van privacy en versoepeling van de maatregelen zijn enkele punten die daaruit naar voren kwamen.3 Tot zelfs een onderscheid tussen mensen die wel een app hebben en die er geen hebben. Een aantal van de gebruikers wil graag discriminatie van de niet-gebruikers. Hoe kijkt de regering hier tegen aan? En wat gaat zij specifiek doen met de bevindingen van dit onderzoek? Is er ander onderzoek waar de regering haar beleid op baseert? Welke onderzoeken zijn dat dan en wat was de vraagstelling en uitkomst?

Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) verzamelt met de COVID Radar gegevens over klachten en het gedrag van mensen.

  • 1. Kent de regering dit initiatief en is er afstemming met de corona-app?

  • 2. Werkt dit niet erg verwarrend voor de burgers en zijn er meer van dit soort lokale initiatieven bij de regering bekend?

  • 3. Welke afspraken worden met de makers van deze apps gemaakt ten opzichte van de CoronaMelderapp?

Schattenderwijs kunnen 1,5 miljoen Nederlanders niet met de app werken, omdat hun telefoon dit niet aankan.

  • 1. Klopt dit inderdaad? Wat gaat de regering doen om deze groep wel te helpen c.q. te bereiken? Het zijn vaak juist de risicogroepen: krijgen zij een aangepaste rijkssmartphone?

  • 2. Kent de regering de Singapore TraceTogether tracker? Is overwogen om een dergelijke app in te zetten om de juist vaak kwetsbare 10% van onze bevolking, die de CoronaMelder niet kunnen gebruiken, te bereiken? Zo ja, wanneer wordt dit ingezet? Zo nee, waarom wordt hiervoor niet gekozen?

  • 3. Huawei-telefoons, niet werkend op Android, kunnen de app niet downloaden. Klopt dit? Wat wordt er voor deze telefoonbezitters gedaan?

  • 4. Als er Huawei-smartphones (meer dan 1 miljoen) wel geschikt zijn voor de app, worden deze dan betrokken bij de CoronaMelderapp? Geeft dit niet meteen veiligheidsconsequenties in verband met de vrees voor Chinese staatsinvloed?

De overheid heeft geen goede reputatie ten aanzien van IT-initiatieven.

  • 1. Welke garantie is er dat deze app «waterdicht» is? Is er al een «hackaton» geweest? Zo ja, welke aanbevelingen kwamen daaruit? Zo nee, waarom niet en wanneer gebeurt dat dan wel?

  • 2. Er wordt gesteld dat de app minder dan 5 miljoen kost. Klopt dit? Welke kosten zijn hierin meegenomen? Welke kosten, intern en extern, gaan gepaard met de hele organisatie rond de app en de instandhouding daarvan?

De app is van toepassing als het coronavirus heeft toegeslagen, maar preventie is de basis. Er zijn de bekende halve en hele maatregelen, de 1.5 meter, handenwassen, mondkapjes, ventilatie, etc.

  • 1. Waarom wordt via de app hier niet nog eens extra op gewezen? Met bijvoorbeeld een teller hoe vaak de handen gewassen worden?

  • 2. Daarnaast is gezond leven, gezonde voeding en het gebruik van voldoende vitamines en mineralen ook van groot belang. Hoe gaat de regering de burgers hierin stimuleren?

  • 3. Wordt overwogen om vitamines en mineralen tijdelijk uit de basisverzekering te vergoeden, zonder toepassing van het eigen risico? Zo ja, wanneer gaat dit van start? Zo nee, waarom is dit niet overwogen?

Vragen en opmerkingen van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben met dank en waardering kennisgenomen van de zorgvuldigheid waarmee de notificatieapplicatie covid-19 is ontwikkeld en wordt getest. Het is indrukwekkend hoe in korte tijd met behulp van velen deze corona-app tot stand is gekomen. De informatieveiligheid, de toegankelijkheid en de privacy vinden de leden van de CDA-fractie van goede kwaliteit en zij staan achter het doel van de app: burgers attenderen dat zij in de nabijheid zijn geweest van mensen die met covid 19 besmet zijn. De gewenste impact, namelijk dat méér burgers sneller worden verwittigd, hangt echter wel af van de aantallen gebruikers. Uit een simulatie van de universiteit van Oxford blijkt dat er bij een gebruik van 10% tot 15% van de bevolking al sprake is van een merkbaar effect. Op dit moment blijken 1.2 miljoen mensen de app te hebben gedownload, hetgeen nog te laag is voor een redelijke impact. De leden van de CDA- fractie zijn benieuwd hoe de regering het gebruik onder de bevolking wil verhogen, temeer daar «drang en dwang» beslist niet is toegestaan en voorzichtigheid in de communicatie is geboden.

De ervaringen in de regio’s waar de corona-app is getest, laten zien dat meer mensen zich laten testen. In feite is dat natuurlijk ook het doel van de app: meer mensen moeten zich bewust worden van het feit dat zij in de nabijheid van mensen met een covid-19-besmetting zijn geweest en dus alert moeten zijn op klachten. Tegelijkertijd schieten de capaciteit van de GGD’s en met name ook de beschikbaarheid van testmateriaal en de juiste laboratoria tekort. Nu al blijken zich meer mensen te laten testen dan de eerdere schattingen van de GGD’s. De leden van de CDA- fractie hebben kennisgenomen van de diverse maatregelen, zoals ook beschreven in de brief van de Minister van VWS aan de Tweede Kamer van 11 september 2020.4 Echter, we staan nog maar aan het begin van het herfst- en winterseizoen, de maanden met veel verkoudheidsklachten. Als mensen, die via de app hebben vernomen dat zij in aanraking zijn geweest met corona besmette burgers en vervolgens bij klachten lang moeten wachten op de mogelijkheid om getest te worden, dan heeft dit een negatief effect op de waardering en het gebruik van de app. Graag vernemen de leden van deze fractie de mening van de regering in dezen.

Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-fractie

De leden van de GroenLinks-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij vinden het lovenswaardig dat de regering vrijwilligheid en privacy zo goed hebben willen borgen. Zij hebben nog wel enkele vragen over de implicaties van de vrijwilligheid, en mede in samenhang daarmee over de toegevoegde waarde van de app, de effectiviteit ervan en de monitoring en evaluatie.

In het gewijzigd voorstel van wet staat: het is verboden een ander te verplichten tot het gebruik van de notificatieapplicatie dan wel enig ander vergelijkbaar digitaal middel.5 In de memorie van toelichting staat dat de CoronaMelder direct noch indirect mag worden verplicht.6 Kan de regering bevestigen dat de woorden «te verplichten» in de wettekst moeten worden gelezen als «direct of indirect te verplichten? Kan de regering nog eens duidelijk maken wat er precies moet worden begrepen onder indirect verplichten? Omvat dat ook het verleiden of uitnodigen tot gebruik?

Naar deze leden aannemen impliceert het verbod ook dat het niet geoorloofd is onderscheid te maken tussen degenen die de app wel en degenen die de app niet hebben. Hoe verhoudt zich dit tot de vrijheid die bedrijven hebben om op andere gronden wel klanten te weigeren, bijvoorbeeld door het stellen van kledingvoorschriften? Zo mogen restaurants bijvoorbeeld klanten weigeren die niet voldoen aan de gestelde kledingvoorschriften. Een klant in een zwembroek weigeren mag, ondanks de vrijheid om ons te kleden hoe we willen. Op grond waarvan mag de regering bedrijven wel verbieden om onderscheid te maken tussen gebruikers en niet-gebruikers van de CoronaMelder? En hoe zit het met het verzoek van een restauranteigenaar aan zijn klanten om de CoronaMelder te gebruiken? Mag deze eigenaar zijn terras in tweeën splitsen met gebruikers enerzijds en niet-gebruikers anderzijds? En mag hij de coronamaatregelen, zoals het dragen van mondmaskers bij klanten, face shields en handschoenen bij het personeel hierop aanpassen?

De leden van de GroenLinks-fractie hebben begrepen dat het verbod (direct of indirect) te verplichten tot het gebruik van de app ook impliceert dat gebruikers geen voordeel mogen hebben van dat gebruik. Is dat juist? En is het juist dat het in de testfase gehanteerde beleid dat gebruikers van de app die een melding hebben gehad dat zij in de nabijheid zijn geweest van iemand die positief is getest ook zonder klachten kunnen worden getest, na inwerkingtreding van de wet niet voortgezet kan worden, en dat gebruikers dan net als niet-gebruikers pas getest kunnen worden bij klachten?

Indien dit het geval is, kan de regering aangeven wat dan nog de toegevoegde waarde is van de app voor de gebruiker? Is de regering het met deze leden eens dat de enige toegevoegde waarde is dat de gebruiker na een melding waarschijnlijk alerter is op mogelijke symptomen, en zich bij het optreden van die symptomen mogelijk sneller zal laten testen? En is de regering het dan ook met deze leden eens dat deze toegevoegde waarde verdwijnt op het moment dat er onvoldoende testcapaciteit is? Hoe schat de regering de kans in dat mensen die een melding krijgen zich al met zeer lichte klachten zullen laten testen, of zullen stellen symptomen te hebben, terwijl dat niet het geval is, en zo een groot beslag zullen leggen op de – nog steeds beperkte – testcapaciteit?

De leden van de GroenLinks-fractie hebben begrepen dat het gebruik van de app geen invloed heeft op het bron- en contactonderzoek door de GGD’s, omdat de melding niet aan personen gekoppeld is of kan worden. Gebruik van de app levert dus geen taakverlichting op voor de GGD’s. In hoeverre is er wel sprake van een verzwaring van het werk van de GGD’s, bijvoorbeeld omdat zij moeten navragen of mensen de app gebruiken en codes moeten verstrekken?

Hoe wordt de effectiviteit van de CoronaMelder vastgesteld, en hoe, en op basis van welke criteria, gaat de regering deze effectiviteit monitoren en evalueren? Nu schrijft de regering onder andere dat de effectiviteit van CoronaMelder wordt gedefinieerd in afname van besmettingen. Veronderstelt de regering dat hier sprake is van een één-op-één-relatie? Gewaarschuwde appgebruikers kunnen immers in zelfquarantaine gaan, terwijl niet-gebruikers geïnfecteerd raken, waardoor onterecht geconcludeerd kan worden dat het niet effectief is. Andersom kunnen gewaarschuwde appgebruikers zonder klachten anderen infecteren, terwijl besmettingen wel degelijk afnemen door bron- en contactonderzoek, waardoor de applicatie onterecht als effectief wordt bestempeld. Hoe ziet de regering dit en hoe gaat zij een adequate effectiviteitsmeting vormgeven?

Hoe betrouwbaar acht de regering de huidige vormgeving via Bluetooth? Is het bijvoorbeeld mogelijk om een melding te krijgen als je een kwartier lang naast iemand in een stilstaande file hebt gestaan? Is er sluitend onderzoek bij de regering bekend hoe goed Bluetooth als indicator van nabijheid werkt? Hoe gevoelig is Bluetooth voor atmosferische factoren?

Wat is de verwachting van de regering omtrent de valspositieve meldingen? En hoeveel acht de regering acceptabel? Stel dat na enkele maanden blijkt dat het aantal valsmeldingen hoger is dan gedacht, is de regering dan op een bepaald punt bereid om te zeggen dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen van zelfquarantaine, extra testen en het gevoel van schijnonveiligheid? Hoeveel valsmeldingen vindt de regering acceptabel? En hoeveel is onacceptabel?

Waarom is bijvoorbeeld geaccepteerd dat gebruikers een google-account moeten gebruiken, terwijl dat technisch helemaal niet nodig is? Zowel Apple als Google laten gebruikers zich identificeren voorafgaand aan het downloaden van apps uit hun appstore, maar dit is technisch helemaal niet nodig. Is de regering bereid toe te zeggen hierover met Apple en Google in gesprek te gaan zodat deze accounts niet nodig zijn?

Vragen en opmerkingen van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel Tijdelijke wet notificatieapplicatie Covid-19, dat een wettelijke grondslag voor het gebruik van de CoronaMelderapp biedt. De leden van de D66-fractie staan in beginsel positief tegenover de inzet van moderne technologie ter bestrijding van het SARS-CoV-2-virus. Echter, deze app en de samenwerking met het Google/Apple-framework gaan met gebruik van privé apparatuur (mobiele telefoons) detecteren wanneer mensen in elkaars nabijheid komen. De app trackt niet de locatie van mensen, maar legt het in de basis wel vast wie in elkaars nabijheid zijn geweest voor afzienbare tijd, waarmee deze dataverwerking dus zeer privacygevoelige informatie betreft. De (grondwettelijke) waarborgen zijn daarom van uiterst belang.

Een van de belangrijkste waarborgen betreft de vrijwilligheid van de app. De antimisbruikbepaling in de wet sluit gebruik door derden uit, en de Minister heeft ook uitgesproken dat mensen niet verplicht mogen worden tot gebruik. De leden van de D66-fractie waren dan ook ontstemd om te lezen dat het Ministerie van VWS druk heeft uitgeoefend op de Nederlandse Vereniging van Maaltijdbezorgers om bezorgers te vragen de CoronaMelderapp te installeren.7 Graag vernemen zij van de regering hoe deze handeling te rijmen is met de eerdere uitspraken over vrijwilligheid. Een extern ethisch panel heeft als onderdeel van de testfase van de notificatieapp een ethische analyse uitgevoerd (14 juli 2020).8 Daarin staat onder andere dat de overheid een moreel appel op burgers mag doen. Hoe ziet de regering een dergelijke moreel appel zich verhouden tot de vrijwilligheid van installatie en gebruik van de app? De lijn tussen informatie verstrekken, de app promoten en drang is dun. Graag krijgen deze leden een reflectie van de regering op het gewenste gebruik van de app en de gepaste communicatie over de app door de overheid.

De leden van de D66-fractie constateren dat er veel is gedaan om de privacy van gebruikers te waarborgen. Er is gestreefd naar maximale dataminimalisatie (zichtbare toepassing van privacy by design). Ook de overige beginselen van gegevensbescherming, zoals die in artikel 5 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn vastgelegd (beveiliging, doelbinding, transparantie en accountability), worden voldoende nageleefd. Uit een NOS bericht van 7 sept 2020 blijkt echter dat slechts 37% van de ondervraagden gelooft dat de informatie uit de app strikt vertrouwelijk blijkt. Welke maatregelen neemt de regering om het vertrouwen van mensen terug te winnen en het vertrouwen niet verder te schaden? Wie is er verantwoordelijk voor het vernietigen van de data als ze niet meer nodig zijn voor het doel, en hoe wordt gecontroleerd dat dit ook daadwerkelijk gebeurt?

De techniek die gebruikt wordt voor de detectie, Bluetooth, is niet voor een dergelijk gebruik ontwikkeld, en deskundigen hebben hun twijfel geuit over de effectiviteit. Waarom meent de regering dat Bluetooth toch geschikt is? En betekent het gebruik van deze app dat gebruikers 24/7 hun Bluetooth ingeschakeld moeten hebben? Wat gebeurt er als een gebruiker Bluetooth uitzet?

Om een dergelijke app te verantwoorden zou deze ook echt nut moeten hebben. De verschillende onderzoeken geven de indruk dat er goede reden is om te denken dat het gebruik van een app ook bij relatief kleine deelname effect zal hebben als ondersteuning van het bron- en contactonderzoek, maar dit moet wel gemonitord en geëvalueerd worden. Wat we nu weten komt uit simulatiestudies, niet uit real world data. Hoeveel fout positieve en fout negatieve testresultaten verwacht de regering? Ook moet de impact van de app op het denken en handelen van mensen geëvalueerd worden. Graag vernemen de leden van de D66-fractie welke onderzoeken de regering geïnitieerd heeft, en hoe zowel de effectiviteit als het effect van de CoronaMelderapp geëvalueerd wordt.

Notificaties kunnen alleen volgen na een door de GGD uitgevoerde en bevestigde positieve corona-test. Graag vernemen de leden van de D66-fractie hoe de GGD’s op korte termijn de capaciteit hebben om het capaciteitstekort in zowel het testen als het bron- en contactonderzoek op te lossen. Uit de brief aan de Tweede Kamer van 11 september 20209 blijkt dat een positieve notificatie van de CoronaMelderapp geen indicatie is voor een test. Ondermijnt dit niet de effectiviteit en proportionaliteit van de app?

Vragen en opmerkingen van de PvdA-fractie

De leden van de fractie van de PvdA hebben kennisgenomen van het voorstel voor de Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19. Ze danken de regering voor de verhelderende technische briefing over dit wetsvoorstel en de werking van de CoronaMelderapp die ontwikkeld is. Na bestudering van de meegezonden adviezen en de wetsbehandeling tot nu toe rest nog een aantal vragen.

In de memorie van toelichting staat dat de Minister van VWS de CoronaMelderapp heeft ontwikkeld vanwege zijn taken op grond van de artikelen 3 en 7 van de Wet publieke gezondheid (Wpg)10: het geven van leiding aan infectieziektebestrijding, de bevordering van de kwaliteit van de publieke gezondheidszorg en de instandhouding van en verbeteren van de landelijke ondersteuningsstructuur. Allereerst vragen de leden van de PvdA-fractie de regering de meerwaarde van de CoronaMelderapp bij het bestrijden van het covid-19-virus op deze punten te duiden. Wat draagt deze app hieraan bij? Wat zijn voor de regering de belangrijkste criteria om te beoordelen of de app voldoende toegevoegde waarde in de praktijk heeft bij de bestrijding van het coronavirus? Worden de effecten van de CoronaMelder maandelijks gemonitord? Wat gaat de regering doen met de resultaten van deze monitoring en welke ─ eventuele ─ aanvullende acties kunnen de leden van de PvdA-fractie in dezen verwachten?

De app is van meer betekenis als meer mensen hem gedownload hebben en adequaat gebruiken. Het aantal downloads lijkt op dit moment te blijven steken bij zo’n 1,2 miljoen. Wat gaat de regering doen om mensen te motiveren om de CoronaMelder te gebruiken zonder de indruk te wekken dat de overheid het gebruik van deze app oplegt, c.q. mensen het gevoel hebben dat zij onder druk zijn gezet? Wat is het aantal gebruikers dat de regering nastreeft en welk effect heeft het aantal gebruikers op de toegevoegde waarde van de app bij het opsporen van mensen die besmet zijn met het covid-19-virus?

De CoronaMelder is niet te downloaden op een relatief groot aantal telefoons. Wat is het te verwachten effect hiervan op de meerwaarde van de app? Op welke wijze houdt de regering bij de inrichting en lancering van de app rekening met de adviezen uit het rapport «Weten is nog geen doen: een realistisch perspectief op redzaamheid» van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)?11 Op welke wijze heeft de regering daarbij specifiek aandacht geschonken aan het inrichten van de juiste defaults en nudges? Zoals bekend vergroot de coronapandemie helaas ongelijkheden in de samenleving. Wat is het effect van de CoronaMelderapp hierop? En welke inzet mogen de leden van de PvdA-fractie van de regering verwachten om ongewenste neveneffecten tegen te gaan?

De CoronaMelder waarschuwt mensen als zij in aanraking zijn geweest met iemand die positief is getest op het covid-19-virus. Dan wordt van degene die gewaarschuwd wordt, verwacht dat hij/zij daadwerkelijk actie onderneemt. Wat gaat de regering ondernemen om mensen te motiveren dan contact met de GGD op te nemen en in preventieve isolatie te gaan? Is er onderzoek gedaan naar welke interventies in dezen effectief zijn om adequaat handelen van degene die gewaarschuwd is, tot stand te brengen? Zo ja, wat waren de uitkomsten van dat onderzoek en hoe is de regering daarmee omgegaan? Zo nee, is de regering bereid en van plan hier aandacht aan te besteden en zo ja, op welke wijze?

Er zijn signalen dat de GGD’s nu al overbelast zijn. Uit de technische briefing, maar ook uit de media, komt bovendien het beeld naar voren dat de GGD’s weinig meerwaarde zien in de CoronaMelderapp. Herkent de regering dit beeld? Wat ligt hieraan ten grondslag en hoe denkt de regering hiermee om te gaan? En als zij het beeld niet herkent, hoe kan het dan dat dit in de technische briefing werd aangegeven? Onmiskenbaar zal het gebruik van de CoronaMelder tot meerwerk leiden van medewerkers van de GGD. Op welke wijze worden zij geëquipeerd om dit werk aan te kunnen? Kunnen de GGD’s deze extra vraag aan? Zo ja, waaruit blijkt dit? Zo nee, wat voor gevolgen heeft dit dan? Eenzelfde vraag kan gesteld worden over de beschikbaarheid van testcapaciteit. Nu besloten is docenten en zorgpersoneel voorrang te geven bij het testen, de herfst op komst is en het aantal besmettingen toeneemt, zal de druk op de testcapaciteit nog meer gaan toenemen. Herkent de regering dit probleem? Zo ja, wat gaat zij doen om dit op te lossen en wanneer gaat dit lukken? Zo nee, waarom niet?

Vreest de regering implicaties voor het vertrouwen in de overheid als de opvolging (contact met GGD en eventueel testen), na een signaal van de CoronaMelder dat iemand dicht in de buurt is geweest van iemand met covid-19, niet adequaat is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat de regering doen om hierin verandering te brengen?

De regering is geadviseerd om als positieve stimulans voor het gebruik van de CoronaMelder de mogelijkheid van testen zonder klachten te introduceren voor de appgebruiker. Naar de leden van de PvdA-fractie hebben begrepen, is hiervan afgezien omdat de testcapaciteit onvoldoende is en niet vanuit principiële bezwaren. Hebben zij dit goed begrepen? Is de regering het met deze leden eens dat voorrang bij het testen zonder coronagerelateerde klachten niet aan de orde mag zijn, vanwege de impliciete druk c.q. als verleidingsstrategie om de CoronaMelder te gebruiken? Zo ja, hoe gaat de regering dit vormgeven? Zo nee, waarom is de regering een andere mening toegedaan?

Wanneer mensen een waarschuwing krijgen via de CoronaMelder worden zij geadviseerd om thuis te blijven. Het is nu al bekend dat veel mensen na contact met een positief getest persoon, niet in preventieve isolatie gaan. Wat gaat de regering ─ aanvullend op alle informatie en communicatie die hierover nu al verspreid wordt ─ (laten) doen om mensen ervan te overtuigen dat op dat moment thuis blijven het beste is? Wat is het verwachte effect van het advies dat iemand kan krijgen om in preventieve isolatie te gaan, op de geneigdheid van mensen om de app te gebruiken?

De CoronaMelder moet bijdragen aan het opsporen van mensen in Nederland die zodanig in aanraking zijn geweest met iemand die positief getest is op covid-19 dat de kans bestaat dat hij/zij ook besmet is met dit virus. Of het contact wordt geregistreerd, hangt af van de plaats waar de mobiele telefoon zich bevindt als iemand in aanraking komt met iemand die naderhand positief getest wordt op het covid-19-virus. Tijdens de technische briefing kwam naar voren dat uit simulaties zou blijken dat zo’n 75% van de contacten binnen de gestelde criteria (binnen 1,5 meter en langer dan 15 minuten) adequaat geregistreerd worden. Dat betekent dat 25% van de contacten onterecht niet als kritisch worden aangeduid. Is uit de praktijktesten op dit punt al meer bekend? Zo ja, welk beeld levert dit op? En zo niet, verwacht de regering op dit punt nog nadere informatie en zo ja, welke en wanneer? Het valt de leden van de PvdA-fractie op dat bij het opstarten van de CoronaMelderapp aan adequaat gebruik niet of nauwelijks aandacht wordt besteed. Waarom niet, zo vragen deze leden. Welke voornemens heeft de regering om bij de bredere introductie van de CoronaMelder, mocht onderhavig wetsvoorstel aanvaard worden, aandacht te besteden aan effectief gebruik?

De CoronaMelder is ontwikkeld samen met Google en Apple. De regering geeft aan dat de CoronaMelder «uitgezet wordt» als deze partijen zaken veranderen die in strijd zijn met de uitgangspunten van de regering. Hoe houdt de regering zicht op veranderingen die Google en Apple doorvoeren? Welke veranderingen kunnen voor de regering aanleiding zijn om de app uit te zetten?

Vooralsnog wordt niet gekozen voor het koppelen van de Nederlandse app aan de apps van andere landen. Onder welke voorwaarden vindt de regering koppeling wel aanvaardbaar? Zijn er in de afgelopen maand nog nieuwe lessen te trekken uit het werken met corona-apps in andere landen waar Nederland zijn voordeel mee kan doen? En zo ja, welke lessen zijn dat?

De regering geeft in haar reactie op het advies van de Raad van State aan dat de app wordt gedeactiveerd als deze onvoldoende effectief blijkt. Daar is onder andere sprake als de app geen bijdrage (meer) levert aan het breder, sneller en efficiënter opsporen van met het covid-19-virus geïnfecteerde personen.12 Kan de regering deze meer kwalitatieve beoordeling van de effectiviteit van de app duiden met maat en getal? Om hoeveel geïnfecteerde personen moet het dan gaan en in welke tijdsperiode? Ook vernemen de leden van de PvdA-fractie graag hoe dit wordt gemeten.

Vragen en opmerkingen van de PVV-fractie

De leden van de fractie van de PVV hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben naar aanleiding daarvan nog een vijftal vragen.

  • 1. Hoe stelt de GGD vast of een persoon mogelijk is geïnfecteerd met het Sars-CoV-2-virus? Is dat enkel door middel van de zogenaamde PCR-test? Zo nee, welke test(en)worden er nog meer door de GGD gebruikt om infectie met het Sars-CoV-2 vast te stellen?

  • 2. In de memorie van toelichting is op p. 2 en 3 te lezen dat «Alleen in geval van bronopsporing waarbij gebouwen, vervoermiddelen, goederen of waarden verdacht zijn van besmetting, kunnen op grond van de Wpg betrokkenen door de burgemeester of voorzitter van de veiligheidsregio worden gedwongen om medewerking te verlenen.» Kan de regering dergelijke gebouwen, vervoermiddelen of goederen nader specificeren?

  • 3. Kan de regering tevens aangeven waaruit die medewerking zou moeten bestaan, en of er in een dergelijke situatie gedwongen persoonsgegevens moeten worden afgegeven die in relatie staan met de gezondheid?

  • 4. Om alle misverstanden uit te sluiten zijn er schriftelijke afspraken met Apple en Google gemaakt waarin is vastgelegd dat Apple en Google de gegevens uit de CoronaMelder niet voor andere doelen zullen gebruiken of verwerken. Wie controleert dat?

  • 5. De CoronaMelder kan door de gebruiker worden verwijderd. De gegenereerde gegevens zijn vervolgens pas na 14 dagen definitief verwijderd. Waarom verdwijnen die gegevens niet per direct? En is er een situatie denkbaar dat het aantal dagen meer of minder zal zijn dan 14?

Vragen en opmerkingen van de SP-fractie

De leden van de fractie van de SP hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Rondom de corona-app hebben zij drie thema’s geïdentificeerd: de app zelf, de randvoorwaarden en het doel.

Daar waar het gaat om de app zelf heeft de regering weliswaar eerst een valse start gemaakt, maar daarna een voor de overheid verfrissende aanpak gekozen. Resultaat is een app waar technisch weinig op af te dingen lijkt te zijn. In de Tweede Kamer vroeg collega Hijink of de Minister bereid was om aan Staatssecretaris Knops te vragen lessen mee te nemen die er uit de aanpak van dit project te trekken zijn.13 De leden van de SP-fractie vragen naar de uitkomst van dat overleg en horen graag wat de conclusie was van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met name het gebruik van open source is iets wat door de overheid altijd sceptisch wordt bekeken, maar hier voor een groot draagvlak heeft gezorgd. Is de regering dit met de leden van deze fractie eens? Zij krijgen hierop graag een reactie.

Wat betreft de randvoorwaarden rondom het gebruik van de app ligt er nu het wetsvoorstel. De leden van de SP-fractie vinden dit een goed wetsvoorstel, zeker na de amendering door de Tweede Kamer. De vraag is wel waarom de regering niet heeft gewacht met het uitrollen van de app, voordat het wetsvoorstel door beide Kamers is geaccepteerd. Dan had het juridische kader er ook gelegen. Ronduit ongelukkig is het dat het Ministerie van VWS druk heeft uitgeoefend om de app te laten installeren door maaltijdbezorgers. Tegelijkertijd geeft dit aan hoe kwetsbaar het al dan niet adviseren van de app kan zijn; het is ook hoe de ontvanger zoiets ervaart. Hoe kijkt de regering hier tegen aan?

Als laatste het doel van de app. Het doel is dat mensen die in de buurt zijn geweest van iemand die besmet is met het corona-virus en klachten hebben, thuis blijven. Maar daarvoor hoeven we de app niet te hebben, dat is namelijk sowieso het devies: bij klachten blijf thuis. De app zou juist aanleiding moeten geven tot testen, zelfs zonder klachten. De leden van de SP-fractie vragen waarom die lijn niet gevolgd is? Heeft dat te maken met de testcapaciteit? Wat is de toegevoegde waarde van de app, wanneer de adviezen voor gebruikers gelijk zijn aan die voor mensen die de app niet gebruiken? En zouden mensen zich toch niet laten testen bij een melding, ook al zijn er geen klachten? Graag krijgen zij een uitleg van de regering op dit punt.

Vragen en opmerkingen van de ChristenUnie-fractie

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19. Zij hebben nog enige vragen.

In een interview in het NRC van 9 september 2020 zegt de «privacy- en securitynerd» Brenno de Winter dat de belangrijkste waarden in de ontwikkeling van de coronamelder waren: 1. Privacy. 2. Beveiliging en 3. Toegankelijkheid.14 De eerste vraag van de leden van deze fractie is of de regering kan bevestigen dat dit de belangrijkste waarden waren en dat dit ook de volgorde was. De tweede vraag luidt of het tijdens het ontwerpproces ook gelukt is om deze waarden te realiseren. Of anders gezegd: zijn er tijdens het ontwerpproces dilemma’s opgetreden die alleen opgelost konden worden door een van de waarden minder tot haar recht te laten komen?

De commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) heeft in verband met het wetsvoorstel Wet digitale overheid 15 aan de Staatssecretaris van BZK een brief gestuurd met betrekking tot de waarden «privacy by design» en «open source».16 De achtergrond van deze waarden is dat die van fundamenteel belang zijn voor het beschermen van de burger. Voldoet de CoronaMelder volledig aan de eisen «privacy by design» en «open source»?

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben veel waardering voor het feit dat er een ethische analyse is gedaan van de notificatie-app en voor de inhoud van die analyse.17 Het expert panel heeft een tiental waarden geïdentificeerd die leidend moeten zijn in de ontwikkeling van de app. Zou de regering per waarde kunnen aangeven in hoeverre de betreffende waarde gerealiseerd is? Zou de regering dit ook voor elke waarde stevig kunnen onderbouwen met voorbeelden, kwalitatieve en kwantitatieve gegevens? Daarnaast komt het panel met een aantal aanbevelingen. Zou de regering per aanbeveling kunnen aangeven in hoeverre deze aanbeveling opgevolgd is c.q. zal worden? Ook hier weer: kan dit stevig onderbouwd worden?

De ethische commissie benadrukt dat het gebruik van de melder geheel vrijwillig is, maar dat de overheid wel een moreel appel mag doen in het kader van de collectieve verantwoordelijkheid. Ook spreekt de commissie over de melder als een middel voor «digitale solidariteit». De leden van de fractie van de ChristenUnie wil aan de regering vragen hoe zij die dubbele boodschap in haar communicatie wil vormgeven zonder afbreuk te doen aan een van beiden.

De waarden «geheel vrijwillig» en «moreel appel» kunnen tot dilemma’s leiden in de zorg voor kwetsbare Nederlanders. Immers, het gebruik van de melder kan gezien worden als een middel om de zorg voor die groep Nederlanders veiliger te maken. De leden van deze fractie vragen of er inderdaad sprake is van dilemma’s, wat de belangrijkste zijn en hoe daarmee zou moeten worden omgegaan. Ook vragen zij of de regering daarover overleg heeft gevoerd met de verschillende organisaties in de zorg, bijvoorbeeld de KNMG. Wat is er uit dat overleg gekomen?

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat het wetsvoorstel Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19 tot veel onrust op de sociale media leidt. Burgers zijn bang dat Nederland een dictatuur wordt die geregeerd gaat worden door bepaalde politieke, financiële en/of industriële krachten. In de visie van deze leden is deze angst in hoge mate gebaseerd op desinformatie. Zij vragen de regering waar deze desinformatie vandaan komt (binnenland, buitenland, typen organisaties) en wie deze «campagnes» financiert. Ook vragen zij hoe de regering met deze desinformatie wil omgaan c.q. wil bestrijden.

Gaat de invoering van de wet gepaard gaat met een brede campagne? Zo ja, is er voldoende budget beschikbaar om een krachtige campagne te voeren? Wat zijn de belangrijkste doelgroepen voor deze campagne? Welk doel streeft de regering na met betrekking tot het aantal gebruikers?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen tot slot hoe de regering de effecten van deze wet gaat evalueren. Zij vragen zich met name af hoe het spanningsveld «vrijwilligheid» en «moreel appel / solidariteit» geëvalueerd gaat worden. Daarnaast vernemen zij graag op welke manier «onverwachte» of «onvoorziene» sociale effecten onderzocht gaan worden.

Vragen en opmerkingen van de PvdD-fractie

De leden van de fractie van de PvdD hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben op een dertiental punten nog een of meerdere (genummerde) vragen. Zij krijgen deze punten graag verduidelijkt en verzoeken tevens om bij de beantwoording van de genummerde vragen telkens in te gaan op de genummerde vraag en niet een algemeen antwoord te geven op alle vragen in hun totaliteit.

  • 1. Bij de beantwoording van de eerste vraag uit de nota naar aanleiding van het verslag18 wordt opgemerkt: «CoronaMelder kan ook al nuttig zijn als er geen sprake is van uitbreiding van testcapaciteit. Mensen kunnen immers dan kiezen om, bijvoorbeeld, contacten met kwetsbare personen tijdelijk te mijden. Ook dat zorgt voor het doorbreken van ketens van besmetting». Vraag 1. Acht de regering het wenselijk dat personen die een notificatie krijgen, vanaf dat moment contacten met kwetsbare personen mijden? Vraag 2. Wat bedoelt de regering met kwetsbare personen? Vraag 3. Als met kwetsbare personen bedoeld wordt ouderen of andere personen die mogelijk meer moeite hebben om eventuele besmetting goed te doorstaan, waarom zou het mijden van die personen terwijl andere personen niet worden gemeden, leiden tot «het doorbreken van ketens van besmetting»? Vraag 4. Acht de regering het wenselijk dat personen die de notificatie krijgen vanaf dat moment contacten met andere personen zoveel mogelijk mijden? Zo ja, op welke grond? Zo nee, welk gedrag wordt dan van de persoon verwacht?

  • 2. Is uit onderzoek gebleken welke gedragsverandering is te verwachten van personen die de notificatie krijgen als deze niet een oproep omvat om zich te laten testen? Zo ja, welke gedragsverandering is volgens dat onderzoek te verwachten en op welke redenering en gegevens is die verwachting gebouwd?

  • 3. Een notificatie kan worden ontvangen door een persoon die géén van de symptomen heeft die met covid-19 in verband kunnen worden gebracht en die geen test heeft ondergaan waaruit blijkt dat hij besmet is. Vraag 1. Is uit onderzoek gebleken onder welke omstandigheden zo’n persoon een gedragsverandering zal ondergaan die van belang is om «ketens van besmetting te doorbreken» en zo ja, welke? Vraag 2. Indien zo’n persoon contact opneemt met de GGD en in dat contact blijkt dat hij geen symptomen heeft, in welke gevallen wordt hem dan aangeraden zich te laten testen? Vraag 3. In welke gevallen wordt aan zo’n persoon, indien hij zich nog niet heeft laten testen in de periode waarin hij blijkens de notificatie in aanraking is geweest met een besmet persoon en hij geen symptomen heeft, niet gevraagd zich te laten testen? Vraag 4. Acht de regering het aanvaardbaar dat aan zo’n persoon, indien hij zich nog niet heeft laten testen in de periode waarin hij blijkens de notificatie in aanraking is geweest met een besmet persoon en hij geen symptomen heeft, niet gevraagd wordt zich te laten testen?

  • 4. De Wet publieke gezondheid (Wpg) gaat er in artikel 22 van uit dat bij een vermoeden dat een persoon lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A, een melding dient plaats te vinden aan de GGD. Vraag 1. Indien een persoon die via de CoronaMelder een notificatie heeft gehad, contact opneemt met de GGD, op welk moment is er dan sprake van een vermoeden als bedoeld in artikel 22 dat de betrokkene zou kunnen lijden aan covid-19? Vraag 2. Indien de betreffende persoon meldt dat hij één van de bij covid-19 behorende symptomen heeft, is dat dan voldoende voor een vermoeden als bedoeld in artikel 22 dat de betrokkene mogelijk lijdt aan covid-19? Zo nee, waarom niet? Vraag 3. Indien de betreffende persoon meldt dat hij één van de bij covid-19 behorende symptomen heeft, acht de regering het dan verantwoord dat die persoon weigert zich te laten testen? Vraag 4. Indien de regering dat niet verantwoord acht, kan dan op grond van de Wet publieke gezondheid een bevoegdheid worden aangewend om de betrokkene te verplichten zich te laten testen? Zo ja, aan welke wetsbepaling wordt die bevoegdheid ontleend? Vraag 5. Voorziet de Tijdelijke Wet maatregelen covid-19 in een in de vorige vraag bedoelde bevoegdheid? Zo ja, aan welke wetsbepaling wordt die bevoegdheid ontleend? Vraag 6. Indien de Wet publieke gezondheid, ook na wijziging daarvan door de Tijdelijke Wet maatregelen Covid-19, niet in de vorige vragen bedoelde bevoegdheid voorziet, acht de regering het dan wenselijk dat de wet op dat punt wordt aangevuld? Vraag 7. Indien een persoon die naar aanleiding van de notificatie de GGD meldt dat hij één van de bij covid-19 behorende symptomen heeft maar dat hij niet bereid is zich te laten testen, wettelijk kan worden verplicht zich te laten testen, wordt die informatie dan verstrekt aan degenen die de CoronaMelder hebben gedownload of overwegen dat te doen?

  • 5. Naar aanleiding van een notificatie zullen personen contact opnemen met de GGD. Verondersteld wordt dat zij – al dan niet daartoe bevraagd door de GGD ─ in dat contact informatie verschaffen over symptomen die bij covid-19 behoren, indien zij die hebben. Vraag 1. Indien de betrokkene meldt dat hij één van de symptomen heeft die bij Covid-19 horen, wordt zo’n melding dan voor de toepassing van artikel 27, Wet publieke gezondheid op één lijn gesteld met de melding als bedoeld in artikel 22, eerste lid van die wet? Vraag 2. Indien de betrokkene bereid is een test te ondergaan en deze test wordt door de GGD uitgevoerd en leidt tot de vaststelling dat de betrokkene lijdt aan Covid-19, wordt dan die vaststelling op één lijn gesteld met de melding als bedoeld in artikel 22, eerste lid van die wet? Vraag 3. Indien de voorgaande vragen ontkennend worden beantwoord, waar is dan wettelijk geregeld dat de GGD verplicht is tot de in artikel 27 en 28 van de Wet publieke gezondheid bedoelde meldingen wanneer op basis van informatie van de betrokkene of van een test het vermoeden bestaat of is vastgesteld dat hij lijdt aan covid-19?

  • 6. In artikel 31, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid zijn de voorwaarden opgenomen die grond opleveren voor «isolatie» van een persoon van wie is vastgesteld dat hij lijdt aan covid-19 of ten aanzien van wie het gegronde vermoeden daarvan bestaat. Vraag 1. Indien een persoon naar aanleiding van de notificatie contact heeft opgenomen met de GGD, zich heeft laten testen en gebleken is dat de betrokkene lijdt aan covid-19, is volgens de regering dan met betrekking tot die persoon voldaan aan de in artikel 31, eerste lid, Wet publieke gezondheid genoemde voorwaarden? Vraag 2. Indien een persoon naar aanleiding van de notificatie contact heeft opgenomen met de GGD en heeft aangegeven één of meer symptomen te hebben van covid-19 maar zich niet heeft laten testen, is volgens de regering dan met betrekking tot die persoon voldaan aan de in artikel 31, eerste lid, Wet publieke gezondheidszorg genoemde voorwaarden? Vraag 3. Is de betrouwbaarheid van de testen die op dit moment worden uitgevoerd, volgens de regering voldoende om te concluderen dat bij een positief testresultaat is voldaan aan voorwaarde a in het eerste lid van artikel 31, Wet publieke gezondheid? Vraag 4. Is de regering voornemens om een aanwijzing te geven aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s tot toepassing van de in artikel 31, eerste lid, Wet publieke gezondheid toegekende bevoegdheid met betrekking tot een persoon die naar aanleiding van de notificatie contact heeft opgenomen met de GGD en heeft aangegeven één of meer symptomen te hebben van covid-19? Zo nee, waarom niet? Vraag 5. Is de regering voornemens om een aanwijzing te geven aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s tot toepassing van de in artikel 31, eerste lid, Wet publieke gezondheid toegekende bevoegdheid met betrekking tot een persoon die naar aanleiding van de notificatie contact heeft opgenomen met de GGD, zich heeft laten testen en ten aanzien van wie gebleken is dat de betrokkene lijdt aan covid-19? Zo nee, waarom niet?

  • 7. In de antwoorden op de vragen 22 en 24 in de nota naar aanleiding van het verslag19 erkent de Minister wat betreft de toename van de behoefte aan covid-19 PCR-tests dat «hogere aantallen mogelijk (zijn)» dan die van het minimale scenario (toename 0,2%). Vraag 1. Is het juist dat het aantal besmettingen op dit moment toeneemt zodat er sprake is van «hogere incidentie» zoals in het antwoord verwoord? Vraag 2. Is het juist dat de 0,2% toename die door de RIVM berekend was, niet uitging van de «hogere incidentie» die zich nu voordoet? Vraag 3. Wat is op dit moment, gegeven de toename van het aantal besmettingen en uitgevoerde testen, de verwachting van de toename van de behoefte aan testen en op welke objectieve gegevens is die gebaseerd? Vraag 4. Hoe wordt gecontroleerd of iemand die een test aanvraagt en die stelt één of meer symptomen van covid-19 te hebben, werkelijk die symptomen heeft en levert die controle een betrouwbaar resultaat op? Vraag 5. Is op dit moment de testcapaciteit voldoende om te kunnen voldoen aan de vraag naar testen indien de CoronaMelder door een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking wordt gebruikt? De leden van de PvdD-fractie vernemen graag op welke objectieve gegevens de regering zich baseert bij de beantwoording van deze vraag. Vraag 5. Acht de regering het verantwoord om – gegeven de beperkte test-capaciteit – het advies te geven aan een ieder die een notificatie ontvangt, om zich te laten testen?

  • 8. In het antwoord op vraag 34 in de nota naar aanleiding van het verslag20 stelt de Minister dat de toegevoegde waarde van de CoronaMelder is dat degenen die de notificatie krijgen «zichzelf en ook anderen (kunnen) beschermen tegen verspreiding van het virus». Kan de regering een voorbeeld geven dat de betrokkene zichzelf kan beschermen tegen verspreiding van het virus en een voorbeeld dat hij anderen daartegen kan beschermen door handelingen die de betrokkene niet zou hebben verricht indien geen notificatie zou zijn ontvangen?

  • 9. In het antwoord op vraag 117 in de nota naar aanleiding van het verslag21 stelt de Minister: «Het advies van de AP heb ik goed bestudeerd en ik heb aanvullende maatregelen genomen. Of de AP nog steeds zorgen heeft op dit punt kan ik nog niet beantwoorden. Ik heb de afspraken en nadere uitleg aan de AP voorgelegd». Kan de regering de Eerste Kamer inmiddels informeren over het nadere oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens?

  • 10. Het is onbestreden dat de effectiviteit van de CoronaMelder mede afhangt van hoeveel mensen de app gebruiken. De regering beroept zich op een onderzoek van de Universiteit van Oxford waaruit blijkt dat ook bij lagere adoptiegraden het gebruik van de app «kan bijdragen aan het vertragen van de verspreiding van het virus». Bij de technische briefing aan de Eerste Kamer werd gezegd dat er ook bij een adoptiegraad tussen de 10% en 20% al een «merkbaar resultaat» zou zijn. Vraag 1. Is de regering het met de leden van de fractie van de PvdD eens dat met het oog op de eis van proportionaliteit, waaraan een invoering van de CoronaMelder rechtens moet voldoen, het van belang is om te bepalen welke adoptiegraad minimaal moet worden behaald om de inbreuken op de vrijheidsrechten en belangen van burgers die verbonden zijn aan het gebruik van de CoronaMelder te kunnen rechtvaardigen? Vraag 2. Hoe «merkbaar» moet volgens de regering het resultaat zijn, wil er sprake zijn van een effectief middel? Vraag 3. Bij welke adoptiegraad is volgens de regering bereikt dat er sprake is van een «effectief» middel? Vraag 4. Bij welke adoptiegraad is objectief aantoonbaar dat aan het «bijdragen aan het vertragen van de verspreiding van het virus» zodanig gewicht toekomt, dat – aangenomen dat de betrouwbaarheid van de CoronaMelder voldoende zou zijn – de invoering van de CoronaMelder voldoet aan de eis van proportionaliteit?

  • 11. Op pagina 11 van de Ethische analyse van de COVID-19 notificatie-app van 14 juli 202022 wordt het volgende opgemerkt: «De app vraagt wel specifiek toestemming aan een geïnfecteerd persoon voor het delen van zijn/haar contactcodes met andere app gebruikers, zodat ze op hun app een notificatie kunnen krijgen indien ze met de geïnfecteerde persoon relevant contact hebben gehad. Ook hier is het vragen van consent niet vereist onder de AVG omdat er voor de dataverwerking via de app een wettelijke grondslag bestaat». Is die conclusie juist?

  • 12. Tijdens de technische briefing aan de Eerste Kamer is medegedeeld dat een zogeheten «pauzeknop» op dit moment niet is ingebouwd in de app en dat er geen garantie bestaat dat dit alsnog zal gebeuren. Vraag 1. Betekent dit dat bijvoorbeeld ambtenaren van de sociale dienst, van de dienst burgerzaken of van een afdeling vergunningen die achter een scherm met personen gesprekken voeren die langer duren dan 15 minuten, of werknemers van particuliere bedrijven die vergelijkbare contacten hebben, hun app niet kunnen «uitzetten» tijdens hun werk? Vraag 2. Als de app niet uitgezet is, worden dan de contacten die hebben plaatsgevonden tussen personen die door een scherm gescheiden zijn, maar die wel binnen de 1,5 meter hebben plaatsgevonden, «meegenomen» in het notificatie-proces? Vraag 3. Als de vorige vraag bevestigend is beantwoord, hoe betrouwbaar is dan de notificatie met betrekking tot de vraag of de betrokkene in contact is geweest met een besmet persoon? Vraag 4. Volgens het rapport van de ethische commissie geldt als «eis» in het kader van de «vrijwilligheid» dat de app de mogelijkheid heeft om deze te kunnen uitschakelen zonder dat deze gedeïnstalleerd behoeft te worden. Is het juist dat niet aan die eis wordt voldaan? Vraag 5. Is de regering bereid de invoering uit te stellen tot het moment waarop alsnog aan die eis is voldaan?

  • 13. De leden van de fractie van de PvdD maken zich zorgen over de sociale impact van de invoering van de CoronaMelder met het oog op het sluipenderwijs gewend laten worden van burgers aan een surveillancemaatschappij. Vraag 1. Op welke wijze is die sociale impact voorafgaande aan de invoering onderzocht en wat waren de resultaten van dat onderzoek? Vraag 2. Hoe wordt voldaan aan de eis die de Ethische commissie heeft geformuleerd inhoudende: «De overheid dient de sociale impact van de app zorgvuldig te monitoren». Vraag 3. Welke gegevens in het kader van de motinoring over de sociale impact zullen aanleiding kunnen vormen om de CoronaMelder niet langer te gebruiken?

Vragen en opmerkingen van de 50PLUS-fractie

De leden van de 50PLUS-fractie vonden de technische briefing over de CoronaMelder op dinsdag 8 september jl. verhelderend en spreken hun waardering hiervoor uit. Wel hebben zij nog enige aanvullende vragen.

In de memorie van toelichting onder 3.1 Werking Coronamelder onder (3) Meldingen van mogelijke besmettingen op de smartphone staat beschreven: «Direct nadat de opgehaalde TEK’s verwerkt zijn voor het maken van de match en de weging worden deze verwijderd van de telefoon». Vervolgzin: «Ook de notificatie wordt direct weer verwijderd».23 Tijdens de technische briefing benadrukte de heer Roozendaal dat gegevens pas na veertien dagen worden verwijderd. «Dat betekent dat alle ontvangen dobbelsteencodes veertien dagen worden bewaard, en daarna worden verwijderd omdat er dan geen sprake meer is van een risico».24 Hoe verhoudt zich het woord «direct» ten aanzien van de opgehaalde TEK’s en het direct verwijderden van de notificatie zoals gesteld in de memorie van toelichting met de bewaartermijn van veertien dagen voor alle ontvangen dobbelsteencodes genoemd tijdens de technische briefing? Is de regering het met de leden van 50PLUS-fractie eens dat de betekenis van direct verwijderen niet overeenkomt met een termijn van veertien dagen? En dat daardoor voor de burger onduidelijkheid ontstaat over de lengte van het bewaren van gegevens en dat deze onduidelijkheid vragen oproept?

Op p. 21 van het conceptverslag van de technische briefing meldt de heer Roozendaal «de GGD server weet dat er een gevalideerde code is, maar niet van wie die was». In de memorie van toelichting staat op p. 6 onder (2) Uitwisseling met backend server echter «Wanneer er door een arts of de GGD is geconstateerd dat een gebruiker is geïnfecteerd kan de gebruiker ervoor kiezen [toestemming te geven] om door middel van een validatieproces waarbij de gebruiker een unieke code uitwisselt met de GGD, zijn eigen TEK’s naar een backend server te sturen. Daarbij worden de met de GGD uitgewisselde validatiecode en – uitsluitend voor beheers- en beveiligingsdoeleinden – het IP-adres van de betreffende gebruiker meegestuurd.» De bewering van de heer Roozendaal staat haaks op de passage uit de memorie van toelichting. Welke van de twee is de juiste?

Is het juist dat het Unierecht zoals genoemd bij artikel 23 van de AVG artikel 6d, lid 3a, b, c van de wet Tijdelijke notificatieapplicatie Covid-19 buiten werking kan stellen?25 Dit zou betekenen dat artikel 6d, lid 3, een wassen neus is, aangezien er op het gebied van het beschermen van de volksgezondheid te allen tijde een beroep kan worden gedaan op artikel 23, AVG. Hoe valt dit te rijmen met bescherming van de privacy van de gebruikers?

In het voorliggende wetsvoorstel en in de technische briefing wordt nadrukkelijk gesproken over het uitgangspunt van volstrekte vrijwilligheid voor het gebruik van de CoronaMelder. Niemand mag een ander verplichten tot het gebruik van deze melder. Overtreding van deze verbodsbepaling kan zelfs leiden tot hechtenis of een geldboete. De leden van de 50PLUS-fractie vragen zich bezorgd af welke impact het artikel uit het NRC d.d. 8 september 202026 heeft, waarin gemeld wordt dat het Ministerie van VWS aan de Nederlandse Vereniging van Maaltijdbezorgers het verzoek heeft gedaan om de corona-app te downloaden. Kan de regering aangeven hoe een dergelijk verzoek zich verhoudt met het uitgangspunt van volstrekte vrijwilligheid zonder enige sturing en psychische dwang? Is het wel realistisch te veronderstellen dat organisaties, bedrijven of andere werkgevers die het belang van zo’n corona-app onderkennen, toch niet op subtiele wijze medewerkers aansporen de app te downloaden? De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwde ook voor het effect van verzoeken aan ondergeschikten omtrent het gebruik van de app. Hoe denkt de regering elke vorm van dwang te voorkomen in de berichtgeving rond de CoronaMelder, terwijl het doel is om zoveel mogelijk mensen te bereiken en te verzoeken om de app te installeren? Op welke wijze denkt de regering voldoende draagvlak te creëren binnen de samenleving voor het gebruik van de app?

Met betrekking tot de effectiviteit van de beoogde CoronaMelder zijn de leden van de 50PLUS-fractie het op zich eens met het uitgangspunt van de regering dat een melder enkel zin heeft als grote groepen personen deze ook daadwerkelijk op hun smartphone installeren.

Professor Christophe Fraser van Oxford University’s Big Data Institute, Nuffield Department of Medicine 27 zegt: «The maths is clear: the more people that use a contract tracing app the better chance we have of getting ahead of this epidemic and eventually stopping it in its tracks».

In de studie zelf wordt gesteld: «such an app could only be useful if in use by more than 60% of the population».

De heer Roozendaal merkte tijdens de technische briefing op dat al bij 10% tot 15% een merkbaar effect optreedt in de simulatie. In juni is een corona-app in Duitsland geïntroduceerd. Sinds 23 augustus van dit jaar zijn daar 17 miljoen corona-app gebruikers, dat is 20,3% van de totale bevolking. Desalniettemin neemt sinds half juli het aantal besmettingen toe in Duitsland. Welk percentage appgebruikers is voor de Nederlandse regering nodig om de effectiviteit ervan vast te kunnen stellen? Bestaan er al evaluaties van het gebruik dusver van de app in andere Europese landen of in de testgebieden in Nederland? Zijn cijfers bekend hoeveel burgers terecht een melding hebben gekregen omdat ze geïnfecteerd waren en hoeveel wel een melding kregen, maar niet geïnfecteerd waren? Zal het effect van een melding niet verdwijnen wanneer iemand meerdere keren wel een melding ontvangt, maar niet geïnfecteerd blijkt te zijn? Kan een zogenaamde schijnveiligheid ontstaan bij degene die geen melding krijgt, maar wel geïnfecteerd blijkt te zijn?

Mocht het voorliggend wetsvoorstel worden aangenomen dan is de essentie van de corona-app dat iemand die een melding krijgt omdat die mogelijk in contact is gekomen met een besmet persoon, zich – voordat er klachten optreden – laat testen om zo verdere verspreiding van besmetting in een vroegtijdig stadium te voorkomen. Echter, het beleid van de Minister van VWS is thans dat iemand zich alleen moet laten testen als die daadwerkelijk klachten heeft, om zo overbelasting van de testcapaciteit te voorkomen. Kan de regering nader uiteenzetten hoe deze tegenstrijdigheid te verklaren valt? Het advies om bij een melding, maar geen klachten, vrijwillig in thuisquarantaine te gaan gedurende een periode van 10 dagen, sluit geenszins aan bij de oorspronkelijke doelstelling van dit wetsvoorstel.

Is de regering het eens met de stelling dat de overheid verantwoordelijk is voor het regelen van voldoende testcapaciteit? Van de 100 GGD’s zijn op dit moment 86 GGD’s al overbelast en kunnen de aanvragen om te testen op covid-19 niet aan.28 Wat betekent dat na de introductie van de app, wanneer het aantal aanvragen enkel zal toenemen? Klopt het dat niet vooraf in te schatten is in welke regio de testcapaciteit omhoog moet omdat daartoe geen data uit de app kan worden gehaald? Is het juist dat niet kan worden overgegaan tot snelle regionale maatregelen bij brandhaarden omdat de GGD’s daarvoor nog de reguliere bron- en contactopsporing moeten toepassen?

Tot slot hebben de leden van deze fractie nog een vraag over de groepen die de app niet kunnen installeren. Van de groep ouderen die mogelijk verhoogd risico loopt qua gezondheid, maakt 66,1% van de 65- tot 75-jarigen regelmatig gebruik van een mobiele telefoon of smartphone; van de groep 75-plussers gebruikt slechts 28,1% deze communicatiemiddelen.29 Voor een aanzienlijk deel van de ouderen is het gebruik van de corona-app geen optie vanwege het (verouderde) type toestel dat zij gebruiken. Is de regering het met de leden van de 50PLUS-fractie eens dat juist de ouderen ─ een kwetsbare groep voor de gevolgen van het virus ─ niet mogen worden uitgesloten van maatregelen die mogelijk verdere verspreiding van de besmetting kan voorkomen?

Vragen en opmerkingen van de SGP-fractie

De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel ten behoeve van de invoering van een applicatie ter bestrijding van het coronavirus. Zij willen de regering graag nog enkele vragen stellen over het doel van het wetsvoorstel en de effectiviteit van de notificatieapp.

De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer – ondanks vragen van diverse fracties hierover – nauwelijks is ingegaan op de bredere sociaal-maatschappelijke impact die de CoronaMelder mogelijkerwijs heeft. Kan de regering duidelijk aangeven hoe de maatschappelijke impact van de app wordt gevolgd? Deelt de regering de mening van de leden van de SGP-fractie dat het zeer onwenselijk zou zijn als de app een cultuurverandering inluidt waarbij mensen minder huiverig worden voor surveillance door de overheid en hier sluipenderwijs aan gewend raken? Wat doet de regering om dit te voorkomen? Op welke wijze wordt de maatschappelijke impact meegenomen in de evaluatie van de app, zoals die in de nota naar aanleiding van het verslag aan de Tweede Kamerfractie van de SGP werd toegezegd?30

De leden van de SGP-fractie hechten eraan de tijdelijkheid en de vrijwilligheid van de notificatieapp stevig te onderstrepen. Voor deze leden zijn deze aspecten cruciaal bij de beoordeling van dit wetsvoorstel. De leden van de SGP-fractie herinneren zich dat de regering in eerste instantie niet uitsloot de app verplicht te stellen. Zij vinden het dan ook een goede zaak dat in het wetsvoorstel uiteindelijk een expliciete antimisbruikbepaling is opgenomen, waarmee drang en dwang voorkomen moet worden. De leden van de SGP-fractie lazen dat er inmiddels door het Ministerie van VWS aan verschillende organisaties is gevraagd om hun medewerkers of leden aan te sporen de app te downloaden.31 Zij vragen hoe dit kon gebeuren en horen graag hoe de regering in de toekomst gaat voorkomen dat het gevoel ontstaat dat mensen verplicht zijn om de app te gebruiken.

De leden van de SGP-fractie menen dat de effectiviteit van de app staat of valt met de beschikbare testcapaciteit. Immers, de app heeft alleen toegevoegde waarde indien mensen zich laten testen als zij een notificatie krijgen, ongeacht of zij klachten hebben. Als iemand klachten heeft, is het immers al de boodschap dat diegene zich moet laten testen. De leden van de SGP-fractie constateren dat op dit moment de vraag naar testen het beschikbare aanbod overtreft. Kan de regering aangeven wat in deze situatie nog de toegevoegde waarde van de app is? Hoe voegt de app op dit moment nog iets toe aan het werk van de GGD’s? Is de invoering van de app nog proportioneel bij een dergelijk groot gebrek aan testcapaciteit?

Wat adviseert de regering iemand die een notificatie krijgt dat hij in de buurt van een besmette persoon is geweest, maar zich vanwege de tekorten niet kan laten testen, te doen? Is de regering van plan om mensen die de CoronaMelder hebben geïnstalleerd voorrang te geven voor een coronatest?

De leden van de SGP-fractie vragen verder of en in hoeverre de regering overweegt om de invoering van de app uit te stellen totdat de testcapaciteit weer dusdanig is dat iedereen die dat wil zich binnen korte tijd kan laten testen.

De leden van de vaste commissies voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voor Justitie en Veiligheid zien de antwoorden van de regering met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk vrijdag 18 september 2020.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Adriaansens

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, De Boer

De griffier voor dit verslag, De Boer


X Noot
1

Samenstelling Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

Ganzevoort (GL), Gerkens (SP), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Nooren (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Bredenoord (D66), Koole (PvdA), De Bruijn-Wezeman (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), Wever (VVD), Adriaansens (VVD) (voorzitter), Van der Burg (VVD), Gerbrandy (OSF), Van Gurp (GL), Nicolaï (PvdD), Van Pareren (FVD) (ondervoorzitter), Prins-Modderaar (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Pouw-Verweij (FVD), Hermans (FVD) Van der Voort (D66).

X Noot
2

Samenstelling Justitie en Veiligheid:

Backer (D66), De Boer (GL) (voorzitter), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Nooren (PvdA), Rombouts (CDA), Bikker (CU), Baay-Timmerman (50PLUS), Adriaansens (VVD), arbouw (VVD), Bezaan (PVV), De Blécourt-Wouterse (VVD), Cliteur (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (D66), Gerbrandy (OSF), Janssen (SP), Karimi (GL), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Otten (Fractie-Otten) (ondervoorzitter), Van Pareren (FVD), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Veldhoen (GL), Van Wely (FVD).

X Noot
4

Brief van 11 september 2020 over tijdelijke aanpassing testbeleid covid-19 (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/09/11/kamerbrief-over-tijdelijke-aanpassing-testbeleid-covid-19).

X Noot
5

Artikel 6d, achtste lid, Wet publieke gezondheid (Kamerstukken I 2019/20, 35 538, A).

X Noot
6

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 3, p. 2 en 11.

X Noot
7

NRC, 8 september 2020.

X Noot
8

Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 25 295, nr. 511.

X Noot
9

Brief van 11 september 2020 over tijdelijke aanpassing testbeleid covid-19 (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/09/11/kamerbrief-over-tijdelijke-aanpassing-testbeleid-covid-19).

X Noot
10

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 3., p. 8.

X Noot
12

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 4, p. 14.

X Noot
13

Handelingen II 2019/20, nr. 96, item 6, p. 2.

X Noot
15

Kamerstukdossier 34972.

X Noot
16

Kamerstukken I 2019/20, 34 972, I.

X Noot
17

Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 25 295, nr. 511.

X Noot
18

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 10, p.2.

X Noot
19

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 10, p. 9.

X Noot
20

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 10, p. 11.

X Noot
21

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 10, p. 33/34.

X Noot
22

Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 25 295, nr. 511.

X Noot
23

Kamerstukken II 35 538, nr. 3, p. 6.

X Noot
27

Full paper in Science University of Oxford, dated April 2, 2020 Controlling corona virus using a mobile app to trace close proximity contacts

X Noot
29

ANBO artikel d.d. 28 april 2020, Corona app: wat zijn de gevolgen voor ouderen

X Noot
30

Kamerstukken II 2019/20, 35 538, nr. 10, p. 17.