35 501 Wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring en enige andere wetten met het oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen, het verruimen van de mogelijkheden tot ongewenstverklaring en het verhogen van het strafmaximum van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht (novelle Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring)

Nr. 52 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juni 2026

Hierbij informeer ik u over mijn advies ten aanzien van twee amendementen die na de plenaire behandeling van 21 mei jl. zijn ingediend op het wetsvoorstel inzake de wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring en enige andere wetten met het oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen, het verruimen van de mogelijkheden tot ongewenstverklaring en het verhogen van het strafmaximum van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht (novelle Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring) (Kamerstuk 35 501).

Dit betreft het gewijzigde amendement van het lid Van der Plas gedrukt onder Kamerstuk 35 501, nr. 49 ter vervanging van dat gedrukt onder Kamerstuk 35 501, nr. 35 en het gewijzigde amendement van de leden Van Baarle en Westerveld gedrukt onder Kamerstuk 35 501, nr. 50 ter vervanging dat gedrukt onder Kamerstuk 35 501, nr. 25.

Beide gewijzigde amendementen laat ik aan het oordeel van uw Kamer.

De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink

Naar boven