De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Artikel I, onderdeel 0Df, wordt als volgt gewijzigd:
1. voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Voor onderdeel 1 (nieuw) wordt een aanhef ingevoegd, luidende:
Artikel 62 wordt als volgt gewijzigd:
3. In onderdeel 1 (nieuw) wordt «In artikel 62 wordt onder» vervangen door «Onder» en
wordt na «zesde lid,» ingevoegd «wordt».
4. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
2. In het vierde lid (nieuw) wordt voor de punt aan het slot ingevoegd «, waaronder
kan worden begrepen de afspraak dat de vreemdeling het aan hem verstrekte zakgeld,
bedoeld in artikel 27, gebruikt voor het herstel van de door hem veroorzaakte schade».
Toelichting
Met dit amendement wordt verduidelijkt dat het zakgeld dat aan een vreemdeling in
bewaring wordt verstrekt, kan worden gebruikt voor het herstel van schade die door
die vreemdeling is veroorzaakt.
De indiener vindt het onwenselijk dat schade aan voorzieningen, eigendommen of gebouwen
in vreemdelingenbewaring automatisch voor rekening komt van de instelling. Wanneer
een vreemdeling schade veroorzaakt, moet het mogelijk zijn om die schade, waar redelijkerwijs
mogelijk, te verhalen op degene die daarvoor verantwoordelijk is.
Dit amendement ziet nadrukkelijk niet op het opleggen van een disciplinaire geldboete,
maar op het verrekenen van concreet veroorzaakte schade. Daarom ligt het volgens de
indiener niet voor de hand om hiervoor dezelfde beperking te laten gelden als bij
een disciplinaire maatregel. Het gaat immers niet om bestraffing, maar om herstel
van de schade die door het handelen van de vreemdeling is ontstaan.
Daarmee wordt een eenvoudige en rechtvaardige lijn vastgelegd: wie in bewaring schade
veroorzaakt, kan niet verwachten dat de rekening automatisch bij de samenleving wordt
neergelegd.
Van der Plas