35 501 Wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring en enige andere wetten met het oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen, het verruimen van de mogelijkheden tot ongewenstverklaring en het verhogen van het strafmaximum van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht (novelle Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring)

Nr. 49 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER PLAS TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 35

Ontvangen 26 mei 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel I, onderdeel 0Df, wordt als volgt gewijzigd:

1. voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Voor onderdeel 1 (nieuw) wordt een aanhef ingevoegd, luidende:

Artikel 62 wordt als volgt gewijzigd:

3. In onderdeel 1 (nieuw) wordt «In artikel 62 wordt onder» vervangen door «Onder» en wordt na «zesde lid,» ingevoegd «wordt».

4. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

2. In het vierde lid (nieuw) wordt voor de punt aan het slot ingevoegd «, waaronder kan worden begrepen de afspraak dat de vreemdeling het aan hem verstrekte zakgeld, bedoeld in artikel 27, gebruikt voor het herstel van de door hem veroorzaakte schade».

Toelichting

Met dit amendement wordt verduidelijkt dat het zakgeld dat aan een vreemdeling in bewaring wordt verstrekt, kan worden gebruikt voor het herstel van schade die door die vreemdeling is veroorzaakt.

De indiener vindt het onwenselijk dat schade aan voorzieningen, eigendommen of gebouwen in vreemdelingenbewaring automatisch voor rekening komt van de instelling. Wanneer een vreemdeling schade veroorzaakt, moet het mogelijk zijn om die schade, waar redelijkerwijs mogelijk, te verhalen op degene die daarvoor verantwoordelijk is.

Dit amendement ziet nadrukkelijk niet op het opleggen van een disciplinaire geldboete, maar op het verrekenen van concreet veroorzaakte schade. Daarom ligt het volgens de indiener niet voor de hand om hiervoor dezelfde beperking te laten gelden als bij een disciplinaire maatregel. Het gaat immers niet om bestraffing, maar om herstel van de schade die door het handelen van de vreemdeling is ontstaan.

Daarmee wordt een eenvoudige en rechtvaardige lijn vastgelegd: wie in bewaring schade veroorzaakt, kan niet verwachten dat de rekening automatisch bij de samenleving wordt neergelegd.

Van der Plas

Naar boven