35 483 Regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 20.)

E BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 november 2020

De Tweede Kamer heeft mij gevraagd inzicht te verschaffen in verschillen in de arbeidsparticipatie van hoger opgeleide statushouders in ons omringende landen.1 Hierbij stuur ik u zoals verzocht bij de schriftelijke vragen die u heeft ingediend naar aanleiding van het wetsvoorstel voor de nieuwe wet inburgering, de quickscan arbeidsparticipatie hoogopgeleide statushouders2 toe die in dit kader is uitgevoerd door onderzoeksbureau Regioplan.

Het onderzoek gaat in op wettelijke kaders, beleid en interventies in België, Duitsland, Denemarken, Oostenrijk en Zweden en voor zover mogelijk, een vergelijking met de Nederlandse situatie. Dit zijn landen met gelijksoortige uitdagingen rond de verhoogde instroom van vluchtelingen rond 2016 maar met verschillen in uitvoering en beleidsprioriteiten.

Bij een uitsplitsing naar opleidingsniveau blijkt dat dat de arbeidsmarktparticipatie van hoogopgeleide vluchtelingen in Nederland zoals door de indieners van de motie verondersteld, lager is dan die van statushouders in de andere vijf landen. Naast de lagere participatie is ook het niveau waarop zij werken in Nederland vaker onder hun niveau. Dit geldt ook voor Denemarken en Duitsland, de andere landen doen het beter op dit punt.

In het rapport worden tien good practices beschreven en doen de onderzoekers aanbevelingen die de arbeidsparticipatie van hoogopgeleide statushouders in Nederland een impuls kunnen geven. Een deel wordt ondervangen met de nieuwe Wet Inburgering en ook met het programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt wordt ingezet op een aantal van de genoemde aanbevelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld over het belang van een goede intake bij de gemeente, het bereiken van een hoger taalniveau zodat taal geen belemmering vormt om een baan «op niveau» te kunnen vinden, focus op een snellere start op de arbeidsmarkt, betere ketensamenwerking en het betrekken van werkgevers.

Een deel van de aanbevelingen richt zich primair op arbeidsmarktregio’s, gemeenten en werkgevers. Komende maanden wordt in overleg met bij de nieuwe wet inburgering betrokken partijen bekeken hoe de aanbevelingen uit het rapport de arbeidsparticipatie van hoogopgeleide statushouders in Nederland nog verder kunnen verbeteren.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Motie van de leden Peters en Paternotte (TK 2019–2019, 32 824, nr. 276)

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij de Directie Inhoud.

Naar boven