Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135483 nr. 66

35 483 Regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 20..)

Nr. 66 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Ontvangen ter Griffie op 21 december 2020.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 1 februari 2021.

De voordracht voor de vast te stellenalgemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 2 februari 2021.

Bij deze termijn is rekening gehouden met de recesperiode van de Tweede Kamer.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 december 2020

Hierbij zend u ik het ontwerp Besluit inburgering 20.. en de ontwerp Regeling inburgering 20...

De voorlegging geschiedt ter uitvoering van de voorhangprocedure die is opgenomen in de artikelen 6, 20 en 26 in de Wet inburgering 20.. en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld1. Bij wijze van uitzondering is uw Kamer tijdens de behandeling van de wet in de Tweede Kamer op 29 juni jl. toegezegd dat op het gehele ontwerpbesluit en ontwerpregeling2 kan worden gereageerd (Kamerstuk 35 483, nr. 62). Deze mogelijkheid wordt uw Kamer ter gelegenheid van de voorhangprocedure geboden.

In de ontwerpregeling dient de afnemer van de leerbaarheidstoets aangewezen te worden. Er worden momenteel met DUO en het COA gesprekken gevoerd over hun mogelijke rol bij de afname van de leerbaarheidstoets. Na een definitieve keuze voor een afnemer, zal de ontwerpregeling hierop worden aangepast.

Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overlegd. Indien meer dan een vierde deel van deze termijn binnen een recesperiode van uw Kamer valt, wordt de termijn zodanig verlengd dat drie vierde deel daarvan buiten die recesperiode van uw Kamer valt.

Een soortgelijke brief heb ik heden verzonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl