Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035483 nr. 16

35 483 Regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 20..)

Nr. 16 AMENDEMENT VAN HET LID KUZU

Ontvangen 29 juni 2020

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2a. Onze Minister kan de inburgeringsplichtige die geestelijk bedienaar is voorts geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de inburgeringsplicht, indien dit naar zijn oordeel gerechtvaardigd is in verband met een tekort aan geestelijk bedienaren binnen een kerkgenootschap of ander genootschap op geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag.

2. In het vijfde lid wordt na «het tweede lid» ingevoegd «of lid 2a».

Toelichting

De ontheffing van de inburgeringsplicht, bedoeld in het voorgestelde artikel 5, omvat psychische en lichamelijke belemmering, een verstandelijke beperking en bijzondere individuele omstandigheden die de inburgeringsplichtige niet kunnen worden verweten. Dit amendement regelt dat geestelijk bedienaren ook onder de reikwijdte van het artikel vallen en de Minister middels een algemene maatregel van bestuur nadere regels vaststelt over de toepassing van de ontheffing. Deze toevoeging is van belang, omdat bepaalde religieuze instellingen in acute (personele) problemen terechtkomen na de invoering van de wet. Totdat er voldoende opleidingsfaciliteiten zijn voor geestelijk bedienaren kan de Minister per algemene maatregel van bestuur ontheffing van de inburgeringsplicht voor geestelijk bedienaren behandelen.

Kuzu