35 471 Regels inzake de organisatie, beschikbaarheid en kwaliteit van ambulancevoorzieningen (Wet ambulancezorgvoorzieningen)

Nr. 34 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Ontvangen ter Griffie op 15 september 2020.

Het besluit tot het doen van een aanwijzing kan niet eerder worden genomen dan op 15 oktober 2020.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 september 2020

Deze brief bevat de zakelijke inhoud van de aanwijzing die ik op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) voornemens ben te geven aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in verband met het vervallen van de Tijdelijke wet ambulancezorg (Twaz) en de inwerkingtreding van de Wet ambulancezorgvoorzieningen (Wazv).

Overeenkomstig artikel 8 van de Wmg ga ik tot het geven van de aanwijzing niet eerder over dan nadat dertig dagen zijn verstreken na verzending van deze brief.

Met de inwerkingtreding van de Wazv per 1 januari 2021 wijzigt de bekostiging van de ambulancezorg niet. Voor de ambulancezorg blijft een budgetbekostiging gelden. Dit betekent dat de hoogte van het budget per Regionale Ambulancevoorziening (RAV) wordt bepaald door het minimaal benodigde aantal diensten1 en aan de hand van de door de NZa vastgestelde landelijk gelijke budgetparameters. Voor de RAV geldt in principe gegarandeerde financiering van het vooraf afgesproken budget, omdat sprake is van opbrengstverrekening.

Sinds 2014 gelden landelijke vaste tarieven voor de ambulancezorg2, die dus gelijk zijn voor alle RAV’s. Naast de RAV’s, levert Airport Medical Services (AMS) in sommige gevallen spoedeisende ambulancezorg vanaf Schiphol naar een dichtbij gelegen ziekenhuis over de openbare weg. De werkingssfeer van de huidige aanwijzing uit 2013 is echter beperkt tot ambulancezorg geleverd door RAV’s. In de voorgenomen aanwijzing zal ik de werkingssfeer uitbreiden naar de spoedeisende ambulancezorg uitgevoerd door AMS.

Daarnaast ben ik voornemens om de NZa in diezelfde aanwijzing de opdracht te geven om een prestatiebeschrijving voor onderlinge dienstverlening vast te stellen met een vrij tarief. Op grond van de huidige aanwijzing heeft de NZa geen mogelijkheid deze prestatiebeschrijving vast te stellen voor de onderaannemer. De voorgenomen aanwijzing voorziet in deze mogelijkheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om de situatie waarin een coöperatie die op grond van de Wazv als RAV is aangewezen de ambulancezorg laat leveren door een lid van de coöperatie. In het kader van continuïteit en omdat er op dit moment een grote variatie bestaat in het soort afspraken tussen RAV en onderaannemer, is een algemeen omschreven prestatie met een vrij tarief het meest passend bij onderlinge dienstverlening. Het vaststellen van de prestatiebeschrijving voor onderlinge dienstverlening door de NZa maakt het mogelijk dat onderaannemers die in opdracht van de RAV ambulancezorg leveren dit in rekening kunnen brengen bij de RAV. De RAV brengt vervolgens het landelijk vastgestelde tarief in rekening bij de zorgverzekeraar.

De Minister voor Medische Zorg, T. van Ark


X Noot
1

Vastgesteld door het RIVM met het referentiekader spreiding en beschikbaarheid op basis van de door de RAV gereden ritten in het jaar ervoor.

Naar boven