35 420 Noodpakket banen en economie

CG VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 14 maart 2023

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 hebben kennisgenomen van de brief d.d. 17 januari jl. waarin de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de vragen beantwoordt van de leden van de CDA-fractie en van de Fractie-Nanninga over de «Stand van zaken NOW oktober 2022».2 De leden van de CDA-fractie hebben nog een nadere vraag.

Naar aanleiding hiervan is op 20 februari 2023 een brief gestuurd aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De Minister heeft op 13 maart 2023 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl

BRIEF VAN DE SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Den Haag, 20 februari 2023

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief d.d. 17 januari jl. waarin u de vragen beantwoordt van de leden van de CDA-fractie en van de Fractie-Nanninga over de «Stand van zaken NOW oktober 2022».3 De leden van de CDA-fractie hebben naar aanleiding hiervan nog de volgende vraag:

De leden van de CDA-fractie vragen u een appreciatie te geven van de beslissing van de Rechtbank Noord-Nederland van 10 februari 20214 met name over de relevantie van deze verplichting voor gevallen waarin sprake is van overnames van bedrijfsactiviteiten van een rechtsvoorganger.

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien de beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.

Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L. Vos

BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 maart 2023

Hierbij zend ik u het antwoord op de (nadere) Kamervraag van de leden van de CDA-fractie over de brief «Stand van zaken NOW oktober 2022».

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

Vraag

De leden van de CDA-fractie vragen een appreciatie te geven van de beslissing van de Rechtbank Noord-Nederland van 10 februari 20215 met name over de relevantie van deze verplichting voor gevallen waarin sprake is van overnames van bedrijfsactiviteiten van een rechtsvoorganger.

Antwoord

Aansluitend op het antwoord op de door u eerder gestelde vraag kan ik geen specifieke reactie geven op de aangedragen casus en derhalve dus ook geen specifieke appreciatie geven op de beslissing van de Rechtbank Noord-Nederland. Dit kan ik niet doen omdat ik vanuit mijn positie niet beschik over kennis van alle relevante feiten en omstandigheden. Een uitspraak mijnerzijds zou geen recht doen aan de specifieke situatie en omstandigheden. Wel kan ik nadere uitleg geven over het beleid dat UWV hanteert bij overnames in samenhang met de NOW.

Vanwege de noodzaak tot snelle totstandkoming van de NOW is onderkend dat de regelgeving van de NOW rondom omzet- en loonsombepaling niet altijd aansluit op de concrete situatie waarin een bedrijf zich bevindt. In de uitvoering van de NOW is gebleken dat met name rondom een onderneming, die een andere onderneming heeft overgenomen, sprake kan zijn van een niet-representatieve omzet- of loonsombepaling. Deze bedrijven kunnen mogelijk gebruik maken van de wijze van referentieomzet-bepaling die vanaf de NOW1 ook voor startende bedrijven wordt gehanteerd.

Bij een 100% overname (i.c. een overname waarbij sprake is van wisseling van eigenaar zonder mutaties in bedrijfsactiviteiten en personeelsbestand) kan zowel de standaardberekening als de startersmethode echter alsnog nadelig uitpakken. UWV heeft daarom voor deze gevallen gedurende de looptijd van de NOW een buitenwettelijk begunstigend beleid opgesteld. Dit buitenwettelijk begunstigend beleid houdt in dat wanneer een bedrijf voor 100% wordt overgenomen en daarbij enkel de eigenaar wijzigt én er geen mutaties in de bedrijfsactiviteiten en het personeelsbestand plaatsvinden, UWV het voorgaande en opvolgende bedrijf kan zien als ware één bedrijf. Hierbij kan dan ook gebruik gemaakt worden van gegevens van de voorganger: er kan waar nodig dus worden uitgegaan van de loonsom van de voorganger en ook voor de referentieperiode voor de omzetdaling worden gekeken naar de omzet van de voorganger.

Door de digitale werkwijze die UWV hanteert bij de uitvoering van de NOW-regelingen (opgesteld om zo snel mogelijk grote aantallen aanvragen te verwerken) kan UWV hier in het reguliere proces niet altijd rekening mee houden. Dit buitenwettelijke begunstigend beleid kan daarom enkel via een bezwaarprocedure worden toegepast. Het is aan de werkgever zelf om in de bezwaarprocedure (of later in (hoger) beroep) aan te tonen dat sprake is van een «100% overname». Als de werkgever dit niet voldoende kan aantonen of de aangedragen feiten geen 100% overname ondersteunen, kan UWV het buitenwettelijk begunstigend beleid niet toepassen.


X Noot
1

Samenstelling:

Kox (SP), Essers (CDA), Kennedy-Doornbos (CU), Vos (PvdA) (voorzitter), Van Strien (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Schalk (SGP), Stienen (D66), De Bruijn-Wezeman (VVD) (ondervoorzitter), A.J.M. van Kesteren (PVV), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), Crone (PvdA), Frentrop (Fractie-Frentrop), Geerdink (VVD), Van Gurp (GL), Moonen (D66), Rosenmöller (GL), vacant (GL), De Vries (Fractie-Otten), De Blécourt-Wouterse (VVD), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Berkhout (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Prast (PvdD) en N.J.J. van Kesteren (CDA).

X Noot
2

Kamerstukken 2022/2023 35 420, CF.

X Noot
3

Kamerstukken 2022/2023 35 420, CF.

X Noot
4

Rechtbank Noord-Nederland, 10 februari 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:484

X Noot
5

Rechtbank Noord-Nederland, 10 februari 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:484.

Naar boven