35 420 Noodpakket banen en economie

AJ BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT EN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 maart 2021

De coronacrisis raakt de evenementensector onevenredig hard. Door beperkingen die vanaf maart 2020 gelden, staat deze sector al een jaar zo goed als stil. Met lede ogen zien we de beelden van lege congrescentra, stadions, concertzalen en festivalterreinen aan. Ruimtes die we normaal gesproken associëren met ontmoeten, plezier, ontspanning en vermaak. Het annuleren van tal van zakenbeurzen, concerten, festivals en sportwedstrijden heeft een zware wissel getrokken op de sector en zijn toeleveranciers. De manier waarop de evenementensector omgaat met deze tegenslag is prijzenswaardig. Ondanks gevoelens van radeloosheid en frustratie heeft de sector zich niet laten ontmoedigen. De evenementensector heeft zich verenigd in een sterke alliantie en toont initiatief. Het Fieldlab Evenementen, dat de sector samen met de overheid heeft georganiseerd, is daar een fraai voorbeeld van. Met praktijktesten laat de sector zien zich serieus in te zetten om op een veilige en verantwoorde manier weer open te kunnen. Het hoge animo om een praktijktest van het Fieldlab Evenementen bij te kunnen wonen, laat eveneens zien dat veel mensen smachten om weer een concert, voorstelling of sportwedstrijd bij te kunnen wonen.

In de brieven aan uw Kamer van 21 januari jl.1, 8 februari jl.2 en vervolgens 12 maart jl.3 heeft het kabinet het generieke steunpakket verder uitgebreid. Daarnaast heeft het kabinet ook een zogenoemde evenementenmodule van de TVL, specifiek om de gevolgen van het seizoensgebonden karakter van de evenementensector te ondervangen. Aanvullend is in de Kamerbrief van 21 januari jl.4 aangekondigd minimaal € 300 miljoen steun te verlenen aan de evenementensector in de vorm van een garantieregeling. De regeling is bedoeld voor organisatoren (en hun leveranciers) van evenementen die gepland staan tussen 1 juli en 31 december 2021. Deze regeling zorgt ervoor dat gemaakte kosten worden vergoed indien het evenement door de rijksoverheid vanwege de epidemiologische situatie wordt verboden. Aanleiding is het vervallen van de pandemiedekking in de annuleringsverzekering voor evenementen.

Heel Nederland snakt naar een mooie zomer. Het vaccineren is gestart en dat zorgt voor perspectief. Door een hogere vaccinatiegraad en daarmee een dalende druk op de zorg is dit zeker niet onvoorstelbaar. Op dit moment is de verwachting dat in juli iedereen vanaf 18 jaar, die gevaccineerd wil worden, een eerste prik heeft gehad. Hoewel het niet voorstelbaar is dat evenementen vanaf 1 juli weer kunnen plaatsvinden op dezelfde manier zoals vóór corona, verwacht het kabinet dat de epidemiologische situatie de tweede helft van 2021 gunstiger is dan die waarin we ons nu bevinden. Evenementen zouden in die gunstigere situatie weer doorgang kunnen vinden. Mocht het door coronamaatregelen toch anders lopen, dan is zijn we daar op voorbereid dankzij deze subsidieregeling. Het Rijk staat dan garant voor gemaakte kosten wanneer het evenement onverhoopt toch niet door kan gaan. Zo zet het kabinet de noodzakelijke stappen voor de evenementensector om hierop te anticiperen.

Met deze brief informeren wij u over de kaders van deze regeling en doen wij tevens een aantal daarmee verbonden moties en toezeggingen af.

Perspectief voor de evenementensector

Beoogd effect van de regeling

Het beoogde effect van de regeling is meervoudig. Organisatoren worden gestimuleerd voorbereidingen te treffen voor het organiseren van evenementen na 1 juli 2021. Het organiseren van evenementen kan maanden in beslag nemen. Met deze regeling kunnen organisatoren eerder, terwijl de epidemiologische situatie nog onzeker is, starten met de organisatie. Het kabinet wil de levensvatbaarheid van de sector op peil houden. Door gemaakte kosten na annulering te vergoeden behouden organisatoren liquiditeit om op termijn opnieuw te investeren en inkomsten te genereren, zodat de sector na de coronacrisis weer zelfstandig verder kan. Dit biedt perspectief voor de sector zelf en de keten van betrokken partijen (van bijvoorbeeld horeca tot beveiliging en bouwers) en professionals (van technici tot artiesten), maar ook voor de samenleving.

In overleg met de koepelorganisatie Alliantie van Evenementenbouwers (waarin onder meer de Taskforce Cultuur, de Vereniging van Evenementenmakers en CLC-Vecta zijn verenigd) en de veiligheidsregio’s is de uitwerking van de regeling vormgegeven.

Doelgroep van de regeling

Voor de coronacrisis dekten professionele organisatoren het pandemierisico af door een annuleringsverzekering af te sluiten. Inmiddels hebben verzekeraars deze optie uit hun polissen geschrapt. Het merendeel van de organisatoren kan het financiële risico van annulering door pandemie niet zelf dragen. Daardoor kan de organisator niet zijn financiële verplichtingen nakomen jegens zijn onderaannemers en leveranciers. Met grote gevolgen voor de keten. Middels deze regeling komt het kabinet tegemoet aan het geven van broodnodige zekerheid. Organisatoren kunnen door deze regeling voldoen aan hun verplichtingen aan de keten.

Het vervallen van de pandemiedekking binnen de annuleringsverzekering is de aanleiding voor deze regeling. Daarom zal de regeling openstaan voor evenementen die voorheen een annuleringsverzekering hadden. Er wordt geen drempel opgenomen ten aanzien van het bezoekersaantal. De motie van de leden Van Kent en Aartsen5 riep expliciet op om steun te geven aan festivals en evenementen die doorgaans minder dan 3.000 bezoekers trekken. Organisatoren die tot deze groep behoren, komen in aanmerking voor steun indien zij zich eerder voor het annuleringsrisico lieten verzekeren.

Kader van de regeling

De evenementenbranche is een heterogene sector. Evenementen die in Nederland worden georganiseerd hebben vaak een uniek en vooruitstrevend karakter. Sportwedstrijden, zakelijke beurzen, concerten en festivals worden gerekend tot evenementen, maar hebben elk een eigen aard, vorm en dynamiek. Met deze regeling is geprobeerd op een zo praktisch mogelijke manier de variëteit van evenementen te bedienen. De uitgangspunten op hoofdlijnen zijn als volgt:

  • De garantieregeling is gericht op evenementen die gepland staan tussen 1 juli 2021 en 31 december 2021.

  • Evenementen die gepland stonden/staan vóór 1 juli 2021 en die verplaatst zijn/worden naar een datum tussen 1 juli en 31 december 2021 vallen ook onder de regeling.

  • Het evenement dient in Nederland georganiseerd te worden.

  • De regeling is bedoeld voor professionele organisatoren van betaalde publieksevenementen. Het gaat dan om festivals, concerten, sportevenementen en zakelijke evenementen zoals vakbeurzen en congressen, waarbij de organisator verantwoordelijk is voor het organiseren van het evenement en het risico daarvan draagt.

  • Gratis evenementen vallen niet onder de regeling.

  • Alleen evenementen die bij de voorgaande twee edities een annuleringsverzekering hadden, vallen onder de regeling.

  • Voor deze regeling geldt een subsidieplafond van € 385 miljoen. Dit plafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • Een organisator kan aanspraak maken op de regeling als het evenement wordt verboden door de rijksoverheid vanwege het epidemiologische beeld en de organisator als gevolg daarvan het evenement annuleert.

  • In dat geval ontvangt de organisator maximaal 100% van de dan reeds gemaakte kosten. Van dit bedrag is 80% een gift, voor het meerdere geldt een terugbetalingsverplichting.

  • Fees aan de eigenaar van een sportevenement (internationale federatie of commerciële partij), gages van buitenlandse artiesten, afschrijvingskosten en investeringen in vaste activa vallen niet onder de subsidiabele kosten.

  • Het evenement dient georganiseerd te worden conform de ten tijde van het evenement geldende (corona-) veiligheidsmaatregelen.

  • Er is sprake van een steunmaatregel. Hieraan is verbonden de verplichting dat Nederland informatie over de uitgekeerde steun openbaar maakt en bepaalde informatie over de tenuitvoerlegging van deze regeling doorgeeft aan de Europese Commissie, nadat de regeling is goedgekeurd en vervolgens ten uitvoer is gelegd.

Vindt het evenement doorgang, dan vervalt het recht op financiële compensatie vanuit deze regeling.

Publicatie regeling

De formele vaststelling en inwerkingtreding van de regeling vergt nog voorafgaande goedkeuring door de Europese Commissie. Nu de uitgangspunten zijn uitgewerkt en in overleg met de belanghebbenden tot een gedragen voorstel hebben geleid, wordt deze goedkeuringsprocedure meteen ter hand genomen. De verwachting is dat er spoedig goedkeuring verkregen wordt, waarbij rekening moet worden gehouden met een tijdpad van ongeveer een maand. In de tussentijd zal de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) de uitvoering nader uitwerken. Als het akkoord van Brussel ontvangen is, kan de regeling gepubliceerd worden. De verwachting is dat de regeling half april gepubliceerd wordt.

Organiseren in coronatijd

Veiligheidsmaatregelen

Naar verwachting zal het Fieldlab Evenementen begin mei resultaten opleveren. De resultaten vormen input voor de vaststelling van alternatieve veiligheidsmaatregelen, waarvan de inzet is de 1,5m-maatregel voor evenementen te kunnen loslaten. Ook al kan de 1,5m-maatregel worden losgelaten, dan is het aannemelijk dat er wel alternatieve veiligheidsmaatregelen van kracht zullen zijn. Hiertoe zal de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 en/of onderliggende regelgeving worden aangepast.

Ondernemers in de evenementensector moeten net als alle andere ondernemers zich houden aan de geldende coronamaatregelen. Het dilemma is echter dat niemand kan voorspellen wat de maatregelen zijn op het moment van het evenement, terwijl voorbereidingen al vele maanden van te voren gestart worden.

Voor nu is het raadzaam dat organisatoren uitgaan van de maatregelen die onderzocht worden door Fieldlab Evenementen. Aspecten als gedrag, triage, bezoekersdynamiek, luchtkwaliteit, persoonlijke bescherming, reiniging en desinfectie van oppervlakken en materialen, omgang met kwetsbare groepen en sneltesten worden op dit moment onderzocht middels praktijktesten. Het is waarschijnlijk dat de hierboven bedoelde alternatieve veiligheidsmaatregelen zullen worden gebaseerd op de in het Fieldlab onderzochte maatregelen. Deze alternatieve veiligheidsmaatregelen kunnen beperkingen en kosten opleveren voor de organisatoren van evenementen. Mogelijk zullen organisatoren vanwege deze kosten of de onzekerheid omtrent de maatregelen zelfs afzien van de organisatie van hun evenement. Hiervoor kan geen beroep op de regeling worden gedaan.

In bestuurlijk overleg met de sector zullen afspraken gemaakt worden over hoe om te gaan met de situatie dat er onverhoopt strengere veiligheidsmaatregelen (met eventuele extra kosten) gelden dan nu in Fieldlab Evenementen worden onderzocht. Dit valt buiten het kader van deze regeling.

Vergunningverlening

Voor het organiseren van een evenement is vaak een vergunning van een gemeente vereist. Voor gemeenten is het echter lastig om bij de behandeling van de vergunningsaanvraag te anticiperen op maatregelen die horen bij de snel veranderende coronasituatie. Signalen uit het veld zijn dat sommige gemeenten bij de behandeling van de vergunningsaanvraag meer flexibiliteit tonen dan andere. In de praktijk kan dit leiden tot verschillende situaties rond vergunningsaanvragen. Voor mogelijke oplossingen hiervoor wordt overleg gevoerd op ambtelijk niveau tussen het Rijk, de VNG en de veiligheidsregio’s. De motie van de leden Amhaouch en Palland6 roept op om, in overleg met de evenementensector en de VNG, de mogelijkheid van zogenoemde dynamische evenementenvergunningen te verkennen. Het belang hiervan wordt door de Tweede Kamer erkend in deze snel veranderende tijd. Dynamische vergunningverlening kan zowel organisatoren als gemeenten meer zekerheid geven en biedt een manier om aan te sluiten bij deze regeling die erop gericht is organisatoren te stimuleren hun voorbereidingen in gang te zetten. De komende weken vervolgt het kabinet met genoemde partijen de gesprekken om te bezien hoe een (meer) flexibele en gefaseerde vorm van vergunningverlening mogelijk is.

Annulering wegens coronabeperkingen

De inzet van het kabinet is steeds drie tot zes weken vooruit een uitspraak te doen of evenementen in die periode doorgang kunnen vinden. Dit gebeurt onder meer op basis van het epidemiologische beeld op dat moment. Echter, ook een verbod korter van te voren blijft mogelijk.

Indienen aanvraag

Om een beroep te kunnen doen op deze regeling dient een organisator van een evenement (één aanvraag per evenement) zich minstens drie maanden voorafgaand aan het evenement (voor evenementen in juli korter) te melden bij RVO.nl. Via de website van RVO.nl kan een aanvraag worden gedaan. De organisator dient een aantal basisgegevens aan te leveren (naam evenement, KvK-nummer, bankrekeningnummer etc.) alsmede:

  • een begroting van het evenement in 2021.

  • exploitatieoverzichten van de twee meest recent in Nederland gehouden edities van het evenement, dan wel, in geval van een internationaal sportevenement, van de twee meest recent gehouden edities van het evenement;

  • een verzekeringspolis van de annuleringsverzekering (overige dekking) voor de in 2021 te houden editie van het evenement;

  • verzekeringspolissen van annuleringsverzekeringen voor de twee meest recent in Nederland gehouden edities van het evenement, dan wel, in geval van een internationaal sportevenement, voor de twee meest recent gehouden edities van het evenement;

  • enkele overige gegevens zullen in de regeling nader worden gespecificeerd.

RVO.nl streeft ernaar binnen 4 weken na het indienen van een volledige aanvraag een besluit over verlening van de subsidie te nemen.

Indien de organisator een subsidieverlening van RVO.nl heeft ontvangen en het evenement wordt vanwege corona-gerelateerde beperkingen verboden door de rijksoverheid en geannuleerd door de organisator, dan dient de organisator binnen 13 weken na aankondiging van het verbod een aanvraag tot subsidievaststelling in bij RVO.nl. De organisator levert aanvullend de volgende bescheiden aan:

  • een overzicht van de gemaakte kosten (en bewijzen daarvan) geaccordeerd door een accountant (in geval van subsidie boven € 125.000) of een derdenverklaring (in geval van subsidie tussen € 25.000 en € 125.000).

  • een kopie van de afgegeven evenementenvergunning door de betreffende gemeente.

Binnen 4 weken wordt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie met verificatie van de aangeleverde informatie beoordeeld en wordt een definitief vaststellingsbesluit gemaakt en ontvangt de organisator de compensatie.

Indien achteraf blijkt dat er sprake is van overcompensatie, dan zal de teveel betaalde compensatie worden teruggevorderd. Eventuele samenloop met andere steunmaatregelen zal worden verrekend.

Tot slot

De sector staat al een jaar nagenoeg stil. Met deze regeling wil het kabinet de evenementensector ondersteunen door meer zekerheid en perspectief te bieden voor het voortbestaan van de sector als geheel. Dat betekent niet dat deze regeling álle ondernemers in gelijke mate zal steunen. De gevoelens van organisatoren, artiesten, sporters, technici, bouwers en allerlei toeleveranciers zijn begrijpelijk en voelbaar. Het kabinet beseft dat de datum van 1 juli 2021 later is dan wellicht gehoopt. De motie van de leden Van Kent en Aartsen7 riep op om de datum van 1 juli te vervroegen. Vanuit epidemiologisch perspectief vindt het kabinet vervroegen nog te risicovol. Bij het bieden van perspectief moet dat perspectief ook realistisch zijn. Het kabinet gaat ervan uit dat de corona-situatie rond 1 juli door de inzet van (snel)testen voor toegang en een hogere vaccinatiegraad beter beheersbaar is en dat het rond die tijd verantwoord is om evenementen te organiseren.

Hoewel niemand kan voorspellen hoe de situatie in de tweede helft van 2021 zich zal ontwikkelen is de evenementensector met deze regeling toegerust om weer voorzichtig te beginnen met het opstarten van evenementen waar velen zo reikhalzend naar uitkijken.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van deze maatregel, gelet op de coronaproblematiek, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregel starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Het kabinet zal de Staten-Generaal om autorisatie vragen middels een incidentele suppletoire begroting.

Als bijlage bij deze brief vindt u het voor deze regeling ingevulde toetsingskader risicoregelingen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

BIJLAGE TOETSINGSKADER RISICOREGELINGEN RIJKSOVERHEID

Inleiding

Beschrijving regeling en voorgestelde wijzigingen

Het kabinet heeft in de Kamerbrief van 21 januari jl.8 aangekondigd minimaal € 300 mln steun te verlenen aan de evenementensector in de vorm van een garantieregeling. De regeling is bedoeld voor organisatoren (en hun leveranciers) van evenementen die gepland staan tussen 1 juli en 31 december 2021. Deze regeling zorgt ervoor dat gemaakte kosten worden vergoed indien het evenement door de rijksoverheid vanwege de epidemiologische situatie wordt verboden. Het Kabinet hoopt uiteraard dat evenementen in de tweede helft van dit jaar wel doorgang kunnen vinden.

Met de regeling worden organisatoren gestimuleerd voorbereidingen te treffen voor het organiseren van evenementen na 1 juli 2021. Het organiseren van evenementen kan maanden in beslag nemen. Met deze regeling kunnen organisatoren eerder, terwijl de epidemiologische situatie nog onzeker is, starten met de organisatie. Door gemaakte kosten na annulering te vergoeden behouden organisatoren liquiditeit om op termijn opnieuw te investeren en inkomsten te genereren, zodat de sector na de coronacrisis weer zelfstandig verder kan.

Het vervallen van de pandemiedekking binnen de annuleringsverzekering is de aanleiding voor deze regeling. Daarom zal de regeling enkel openstaan voor evenementen die voorheen een annuleringsverzekering hadden. De regeling is bedoeld voor professionele organisatoren van betaalde publieksevenementen.

De regeling zal ter notificatie aan de Europese Commissie worden aangeboden, op basis van artikel 107, tweede lid, onderdeel b, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Probleemstelling en rol van de overheid

1. Wat is het probleem dat aanleiding is voor het beleidsvoorstel?

Aanleiding is het schrappen van de pandemiedekking door de verzekeraars. Voorheen konden organisatoren het pandemierisico afdekken door een annuleringsverzekering inclusief pandemiedekking, maar sinds verzekeraars deze dekking uit de annuleringspolissen hebben geschrapt kunnen organisatoren het financiële risico van annulering door een pandemie niet meer verzekeren. Om te stimuleren dat evenementen toch georganiseerd worden, is een andere vorm van zekerheid nodig.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

De regeling stimuleert organisatoren voorbereidingen te treffen voor het organiseren van evenementen na van 1 juli tot en met 31 december 2021. Het organiseren van evenementen kan maanden in beslag nemen. Met deze regeling kunnen organisatoren eerder, terwijl de epidemiologische situatie nog onzeker is, starten met de organisatie. Het kabinet wil de levensvatbaarheid van de sector, inclusief de achterliggende keten van betrokken bedrijven, voor de nabije toekomst bevorderen. Door gemaakte kosten na annulering te vergoeden behouden organisatoren liquiditeit om op termijn opnieuw te investeren en inkomsten te genereren, zodat de sector na de coronacrisis weer zelfstandig verder kan. Dit biedt perspectief voor de sector zelf en de keten van betrokken partijen (van bijvoorbeeld horeca tot beveiliging en bouwers) en professionals (van technici tot artiesten). Daarnaast acht het kabinet van belang dat ook de samenleving perspectief wordt geboden. De evenementensector is daarbij cruciaal, denk daarbij aan bijvoorbeeld festivals.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risico’s die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of

b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Er is sprake van een risico dat in de markt niet kan worden gedekt. Het gaat hierbij om het risico op een verbod van de rijksoverheid op evenementen als gevolg van het besmettingenbeeld. Er is gekozen voor een subsidie die in geval van dit verbod kan worden verleend, en dus de aard van een garantie heeft. Een alternatief beleidsinstrument zou zijn om voor het geheel leningen te verstrekken, maar dit zou deze financieel zwaar getroffen sector onvoldoende perspectief voor overleving bieden in de komende jaren. Daarnaast kan de sector slechts (zeer) bepekt gebruik maken van de BMKB-C en GO-C, omdat ze door het gebrek aan perspectief weinig of geen leningen krijgen van banken. Een ander alternatief is de subsidie niet te laten afhangen van een mogelijk verbod, maar in dat geval zou de organisator de kosten dubbel gedekt krijgen (uit zowel subsidie als commerciële activiteiten).

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risico’s vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Door de levensvatbaarheid van bedrijven in de evenementensector te vergroten is aannemelijk dat de kans op uitkering bij garantieregelingen als de BMKB en de GO wordt verlaagd. Echter, zoals bij vraag 3 vermeld maakt deze sector slechts beperkt gebruik van deze regelingen. Aangezien de omvang van dit effect niet kan worden gekwantificeerd, is niet besloten het begrote schadebedrag voor deze regelingen te verlagen.

Risico’s en risicobeheersing

5. Wat zijn de risico’s van de regeling voor het Rijk:

a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 385 mln voor de periode 1 juli tot en met 31 december 2021. Zodra dit bedrag is bereikt, wordt de regeling gesloten.

b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

De sector zou in 2020 naar verwachting circa € 7,5 mld omzet hebben gedraaid. Daarvan was volgens opgave van de sector tussen de € 750 en 900 mln verzekerd. Het rendement is in die zin te meten in welke mate organisatoren bij dekking vanuit deze regeling durven te gaan organiseren, omzet zullen draaien en zo overeind blijven om in 2022 opnieuw op eigen kracht verder te gaan. Door belastingen zal ook de schatkist profiteren. Bij doorgang van evenementen in 2021 zal ook sprake zijn van (niet direct te becijferen) maatschappelijk rendement.

c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Waarschijnlijkheid van risicoblootstelling is afhankelijk van de ontwikkelingen van de coronasituatie. Uitgaande van een toenemende vaccinatiedekking en van het toegroeien naar een «testmaatschappij» zullen risico’s zich m.n. voordoen in de eerste maanden van de regeling (juli, augustus). Als impact wordt beschouwd de raming van de te verlenen subsidie. Deze bedraagt € 325 mln, met als in de regeling opgenomen subsidieplafond € 385 mln. De blootstellingsduur is in tijd beperkt tot de tweede helft van 2021 en in afnemende mate naarmate het jaar vordert (zie hierboven). De beheersingsmate is primair afhankelijk van de corona-situatie. Indien als gevolg van het besmettingsbeeld besloten wordt evenementen te verbieden, dan treedt de regeling in werking en zullen de redelijkerwijs door de organisator gemaakte kosten worden vergoed.

6. Welke risicobeheersende en risicomitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risico’s, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

De belangrijkste risicobeheersende maatregelen zijn de voorwaarden die de regeling stelt voor toetreding tot de regeling. Dit zijn in ieder geval de volgende:

  • De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarden dat het evenement moet worden geannuleerd als gevolg van overheidsmaatregelen ter bestrijding van COVID-19 en dat, indien een evenementenvergunning is vereist, die vergunning voorafgaand aan de vaststelling van de overheidsmaatregelen ter bestrijding van COVID-19 als gevolg waarvan het evenement moet worden geannuleerd, is verleend.

  • Het moet gaan om een evenement dat tussen 1 juli 2021 en 31 december 2021 geheel of ten dele in Nederland zou plaatsvinden;

  • Ten minste twee eerdere edities van het evenement hebben in Nederland plaatsgevonden en voor de twee meest recent in Nederland gehouden edities van dat evenement was een annuleringsverzekering afgesloten;

  • Indien meerdere organisatoren tezamen verantwoordelijk zijn voor het organiseren van een evenement en het financiële risico daarvan dragen, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt indien zij samenwerken in een samenwerkingsverband.

  • Als subsidiabele kosten komen in aanmerking de projectkosten die toe te rekenen zijn aan het organiseren van het evenement dat zou moeten plaatsvinden in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021. De subsidiabele kosten worden berekend op basis van werkelijke kosten en opbrengsten.

  • De subsidie is niet hoger dan het totaal van de subsidiabele kosten. Indien subsidie wordt verleend voor meer dan 80% van de subsidiabele kosten per aanvrager, geldt voor het meerdere een terugbetalingsverplichting.

  • De subsidieontvanger is verplicht over het uitstaande saldo van het deel van de subsidie waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt aan de Minister jaarlijks 2% rente te betalen.

  • Vóór indiening van de aanvraag gemaakte projectkosten komen voor subsidie in aanmerking indien deze kosten na 20 januari 2021 zijn gemaakt.

  • De kosten van aanschaf of afschrijving van vaste activa komen niet in aanmerking als subsidiabele kosten.

  • Winstopslagen bij transacties binnen een groep komen niet in aanmerking als subsidiabele kosten.

  • Indien een organisator voor dezelfde subsidiabele kosten vergoeding heeft gekregen via verstrekte verzekeringsuitkeringen, wordt deze in mindering gebracht op de subsidiabele kosten. Dit geldt ook voor door de organisator bij de organisatie van het evenement gerealiseerde opbrengsten die onafhankelijk zijn van het daadwerkelijk plaatsvinden van het evenement.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risicobeheersende en risicomitigerende maatregelen van Rijk?

Vanwege de urgentie van de regeling is er geen gelegenheid geweest om een onafhankelijke expert een oordeel te laten geven op de risicobeheersende en risicomitigerende maatregelen.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premie kostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er wordt een premie van nul gehanteerd, aangezien het gaat om in de markt een onverzekerbaar risico. Daarbij geldt dat de evenementsector bijzonder zwaar getroffen is door de coronacrisis en dat de regeling tijdelijk is, alleen voor de 2e helft van 2021. Doordat een deel van de uitkering bij schade bestaat uit een lening, delen de organisatoren mee in het risico. Een globale raming is dat EZK € 325 mln aan budgettaire ruimte zal inzetten, te dekken vanuit de algemene middelen.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

Er is sprake van een subsidieregeling. Een organisator kan aanspraak maken op de regeling als het evenement in voorgaande jaren een annuleringsverzekering had, wordt verboden door de rijksoverheid vanwege het epidemiologische beeld en de organisator als gevolg daarvan het evenement annuleert. In dat geval ontvangt de organisator maximaal 100% van de dan reeds gemaakte kosten. Dit bestaat uit 80% gift, aangevuld met ten hoogste 20% lening, met een jaarlijkse rente van 2%. De lening moet binnen 5 jaar worden terugbetaald. De ontvangen rente zal worden gebruikt voor aflossing van de staatsschuld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

De regeling geldt van 1 juli tot en met 31 december 2021.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

RVO voert de regeling uit. De uitvoeringskosten worden momenteel globaal geraamd op € 1 mln.

12. Hoe wordt de regeling geëvalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Gedurende de looptijd zal de regeling worden gemonitord door RVO. De regeling zal na afloop worden geëvalueerd als onderdeel van een bredere evaluatie van het steun- en herstelpakket. De coördinatie van deze bredere evaluatie ligt bij het Ministerie van Financiën.


X Noot
1

Kamerstuk 35 420, nr. 217

X Noot
2

Kamerstuk 35 420, nr. 235

X Noot
3

Kenmerk 2021Z04533

X Noot
4

Kamerstuk 35 420, nr. 217

X Noot
5

Kamerstuk 35 669, nr. 14

X Noot
6

Kamerstuk 35 669, nr. 20

X Noot
7

Kamerstuk 35 669, nr. 14

X Noot
8

Kamerstuk 35 420, nr. 217

Naar boven