35 420 Noodpakket banen en economie

A BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT, VAN FINANCIEN, VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID, DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT EN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN – FISCALITEIT EN BELASTINGDIENST

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2020

Sinds vorige week heeft Nederland te maken met een nieuwe werkelijkheid: grote delen van onze bedrijvigheid liggen stil. De maatregelen die we als land tegen de uitbraak van het coronavirus nemen, hebben een grote impact op werknemers, zzp-ers en bedrijven. Veel ondernemers en verenigingen, zoals restaurants, cafés en sportclubs, moeten tijdelijk hun deuren sluiten of hebben veel minder vraag. Werknemers vragen zich thuis af of hun baan er straks nog is en zzp-ers zien dat opdrachten worden afgezegd en hebben tijdelijk (veel) minder werk. De zorgen over geld om de rekeningen te betalen, het in dienst kunnen houden van mensen, of het overeind houden van het bedrijf nemen we als kabinet zeer serieus. Op 12 maart jl. heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen die het kabinet al eerder nam ten aanzien van de economische gevolgen van het coronavirus. Inmiddels is de situatie een nieuwe fase ingegaan die vraagt om extra maatregelen die werknemers, zzp-ers en bedrijven in staat stellen om deze moeilijke periode te overbruggen.

Het kabinet acht het van groot belang om in deze situatie banen te behouden en ondersteuning te bieden bij acute problemen die werknemers, zzp-ers en bedrijven (gaan) ondervinden. Het kabinet kondigt daarom een noodpakket banen en economie aan. Het kabinet heeft gekozen voor een massief en breed pakket dat door de potentiele inzet van miljarden per maand het doel heeft banen te behouden en de economische gevolgen te beperken. Zodat mensen hun inkn behouden en getroffen sectoren zoals de horeca en de culturele sector worden ondersteund in deze moeilijke periode. De situatie waarin we ons bevinden is omgeven met onzekerheden. Om goed in te kunnen spelen op ontwikkelingen geldt dit noodpakket voor de komende drie maanden. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauwlettend en is daarbij voortdurend in gesprek met werkgevers- en werknemersorganisaties, bedrijven en financiers om de noodzakelijke aanpassingen te kunnen doen als de situatie daarom vraagt. Het kabinet volgt ook nauwlettend de gevolgen van het coronavirus voor de inwoners van Caribisch Nederland en beziet de mogelijkheden voor ondersteunende maatregelen in lijn met de inzet in Europees Nederland. Het kabinet volgt ook de effecten van coronavirus op de landen binnen het koninkrijk.

Het kabinet benadrukt dat financiële middelen geen beperkende factor zijn. We hebben de afgelopen jaren in goede tijden buffers opgebouwd, zodat we in minder goede tijden deze buffers kunnen inzetten. Dat gebeurt nu. En dit geldt breder: de eerste prioriteit van het kabinet is om het coronavirus maximaal te controleren en goede zorg te verlenen voor diegenen die dit nodig hebben. Op het moment dat ziekenhuizen of zorgverzekeraars extra kosten maken om de benodigde zorg te kunnen verlenen en dit tot betalingsproblemen zou leiden, zal het kabinet deze middelen per direct beschikbaar stellen.

Het noodpakket wordt hieronder toegelicht. Eerst zal worden ingegaan op maatregelen op het terrein van loonkosten en inkomen zzp-ers, waarna de maatregelen gericht op liquiditeitssteun worden toegelicht. Vervolgens zal ingegaan worden op de manier waarop de economische gevolgen doorwerken op de begroting. De komende periode zullen de maatregelen worden uitgewerkt en gepreciseerd waardoor er nog veranderingen kunnen plaatsvinden. U wordt hierover uiteraard geïnformeerd.

Economisch beeld

De economie ziet nu al een uitval van arbeidskrachten en diverse voorzorgsmaatregelen zorgen ervoor dat mensen niet kunnen werken of hun werk noodgedwongen anders moeten vormgeven. Dit beperkt op het moment de productie van sommige bedrijven. Ook de productiecapaciteit in het buitenland, onder andere in landen als China, Zuid-Korea en Italië, ondervindt last van het coronavirus en genomen preventiemaatregelen tegen verdere verspreiding ervan. Dat raakt wereldwijde productieketens, en werkt daarmee ook door in de productie van zowel kleine als grote Nederlandse bedrijven. Het is essentieel dat voedselvoorziening en aanvoer van medische hulpmiddelen beschikbaar blijven.

Vanwege het wegvallen van internationaal vliegverkeer wordt ook export naar het buitenland voor specifieke sectoren lastiger. Door het terugvallen van de Nederlandse vraag naar bijvoorbeeld de siertuinbouw en het wegvallen van vluchten naar diverse landen wordt het exporteren van hoogwaardige producten op veilingen complexer. Door een gebrek aan afzetmogelijkheden staan de prijzen van bijvoorbeeld bederfelijke producten onder druk. De voedselexport ervaart oplopende kosten van koel- en vriestransport.

Specifieke sectoren, zoals de horeca, reis-, toerisme-, transport- en de cultuur- en evenementensector en detailhandel worden bijzonder hard geraakt door terugvallende vraag en noodzakelijke sluiting of afgelastingen. De druk op deze sectoren wordt breed erkend, zo blijkt bijvoorbeeld uit de breed gesteunde motie Jetten die oproept tot een steunpakket voor de culturele sector. Deze druk kent ook weer zijn weerslag op de toeleverende sectoren. Verder stellen huishoudens en bedrijven wereldwijd, ofwel vanwege onzekerheid, ofwel noodgedwongen, uitgaven en investeringen uit. Hierdoor daalt ook in het buitenland de vraag naar Nederlandse producten.

Door een combinatie van productiebeperkingen en vraaguitval zullen bedrijven lagere winstverwachtingen en mogelijk sterke verliezen ondergaan. Door dit alles wordt ook de werkgelegenheid aangetast. Uit bovenstaande blijkt dat er sprake is van effecten die elkaar negatief versterken.

Distributie van levensmiddelen

De afgelopen dagen is gebleken dat mensen zich zorgen maken over de beschikbaarheid van voldoende voedsel en andere levensbehoeften in de winkels. Het kabinet neemt deze zorgen serieus, net als de sector zelf. De sector geeft aan dat er ruim voldoende voedsel wordt geproduceerd en meer dan genoeg voorraad aanwezig is in de distributiecentra. Op dit moment wordt er door de sector hard aan gewerkt om de schappen als gevolg van de piekdrukte van afgelopen dagen aan te vullen, zodat de supermarkten snel weer hun normale aanbod zullen hebben. Het kabinet doet hier opnieuw de oproep aan iedereen om op reguliere manier boodschappen te blijven doen.

Het kabinet heeft frequent contact met de branches. Met branchevertegenwoordigers is afgesproken dat zij gericht gaan communiceren over de beschikbaarheid van producten in de winkels. Tevens gaan zij en ervoor zorgen dat producten waarnaar een overmatige vraag is, in grotere hoeveelheden dan gebruikelijk in de winkels aanwezig zijn. Het kabinet heeft de voedselketen ook opgenomen bij de vitale beroepsgroepen om de samenleving draaiende te houden tijdens de uitbraak van het coronavirus. Ouders of verzorgenden die hieraan werken, kunnen gebruik maken van de kinderopvang.

In deze uitzonderlijke tijden roept het kabinet alle ketenpartijen op om redelijkheid te betrachten in de prijsonderhandelingen, zodat de primaire producent – die vaak prijsnemer is – niet onevenredig hard wordt getroffen door de gevolgen van het coronavirus. Het voorbeeld van Aldi Duitsland om juist in deze onzekere tijden een hogere prijs voor melk aan leveranciers te betalen, verdient in Nederland navolging. Breder geldt dat het bedrijfsleven coulance kan betrachten bij het innen van rekeningen van getroffen partijen en sectoren.

Noodpakket banen en economie

1. Loon werknemers en inkomen zzp-ers

Werktijdverkorting

De huidige werktijdverkorting-regeling (wtv-regeling), die is opgenomen in de Beleidsregel ontheffing verbod van werktijdverkorting 2004, heeft ten doel om werkgevers in staat te stellen hun personeel te behouden als ze tijdelijk te maken krijgen met een fors werkurenverlies door een calamiteit die buiten het normale bedrijfsrisico valt. De uitbraak van het coronavirus is zo’n calamiteit. Dit heeft de afgelopen weken geleid tot een ongekend groot beroep op deze regeling. Hier is de regeling niet op berekend. Daarom is deze regeling met onmiddellijke ingang ingetrokken1, en wordt tegelijkertijd gewerkt aan de invoering en openstelling van een nieuwe Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW). Deze tegemoetkomingsregeling maakt het mogelijk om meer werkgevers financieel tegemoet te komen en dit bovendien sneller te doen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling. Deze regeling geldt voor bedrijven van alle omvang. Bovendien is het aanvraagproces door loskoppeling van de WW sterk vereenvoudigd, en worden geen WW-rechten van werknemers opgesoupeerd.

Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen – gerelateerd aan het omzetverlies – bij UWV voor een periode van 3 maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen ter hoogte van maximaal 90% van de loonsom. Werkgevers betalen het loon aan betrokken werknemers 100% door. In de keuze voor het percentage van 90 komt tot uitdrukking dat het kabinet een afweging heeft gemaakt tussen de verantwoordelijkheid van de overheid om bedrijven in deze bijzondere situatie tegemoet te komen en het beroep dat de overheid doet op het bedrijfsleven, om onder deze bijzondere omstandigheden ook een eigen verantwoordelijkheid te nemen om te doen wat in het breder maatschappelijk belang is. Deze periode kan éénmalig worden verlengd met nog een keer 3 maanden. In de regeling kan (vooraf) worden bepaald dat aan de verlenging van de tegemoetkoming nadere voorwaarden zullen worden gesteld. De regeling ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020.

Deze tegemoetkomingsregeling komt tijdelijk in de plaats van de huidige werktijdverkorting. Reeds ingediende wtv-aanvragen worden beschouwd als ingediende aanvragen voor de nieuwe regeling; wel zal aanvullende informatie opgevraagd worden bij de indieners. Bij de aanvraag committeert de werkgever zich vooraf aan de verplichting géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. Werkgevers betalen het loon aan betrokken werknemers, zoals ook hiervoor is vermeld, volledig door. De tegemoetkomingsregeling voorziet in ondersteuning in de vorm van tegemoetkoming in de loonkosten van vaste werknemers en werknemers met een flexibel contract voor zover zij in dienst blijven gedurende de aanvraagperiode.2 Werkgevers kunnen dus ook werknemers met flexibele contracten met behulp van de tegemoetkoming in de loonkosten in dienst houden. Ook uitzendbureaus kunnen voor uitzendkrachten die bij hen in dienst zijn een aanvraag indienen. Het kabinet roept werkgevers dan ook op om werknemers zoveel mogelijk in dienst te houden voor de uren die zij werkten.

UWV zal op basis van de aanvraag een voorschot van de tegemoetkoming (in elk geval 80% van het bedrag) verstrekken. Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke verlies in omzet is geweest. Voor grote aanvragen is hierbij een accountantsverklaring vereist.

Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt een correctie plaats indien er sprake is geweest van een daling van de loonsom. Op basis van de te verstrekken gegevens kan derhalve achteraf worden vastgesteld of het voorschot te ruim of te beperkt is geweest, en kan de definitieve tegemoetkoming worden vastgesteld. Daarbij zal nabetaling of terugvordering aan de orde kunnen zijn.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en UWV werken op dit moment met grote inzet om op korte termijn tot een werkbare tegemoetkomingsregeling te komen. UWV staat voor de buitengewone taak om op korte termijn een uitvoerbare regeling open te stellen. Het kabinet heeft dan ook grote waardering voor de wijze waarop UWV deze taak oppakt. Zodra bekend is vanaf welke datum aanvragen bij UWV kunnen worden ingediend, wordt hier onmiddellijk breed bekendheid aan gegeven. De uitvoeringsaspecten worden in de tussentijd uitgewerkt in nauwe samenwerking met UWV. Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen snelle en adequate dienstverlening enerzijds en de belangen van tijdige en correcte naleving van de regeling anderzijds. Voorbehoud dat hierbij gemaakt moet worden is dat vooraf geen volledige uitvoeringstoets kan plaatsvinden, omdat maximaal wordt ingezet op spoedige inwerkingtreding. Wel mag duidelijk zijn dat een tegemoetkomingsregeling met bevoorschotting vooraf en verrekening achteraf uitvoeringstechnisch complex zal zijn. Parallel worden voor Caribisch Nederland maatregelen uitgewerkt die passen bij de problematiek en lokale context van deze eilanden.

De nieuwe tegemoetkomingsregeling heeft forse budgettaire consequenties. Naast uitgaven aan de regeling zelf is sprake van uitvoeringskosten voor het uitvoeren van de regeling. Hoe groot deze zijn hangt sterk af van het aantal aanvragen van werkgevers en de omvang van deze aanvragen. Als een kwart van de werkgevers een aanvraag doet voor gemiddeld 45 procent van hun loonsom, dan zijn de verwachte uitgaven circa € 10 miljard in de eerste 3 maanden. Is het aantal aanvragen of de omvang van de aanvragen hoger, dan nemen de kosten navenant toe.

Extra tijdelijke ondersteuning voor gevestigde ondernemers, zzp-ers

Door de maatregelen van het Rijk om de verspreiding van het corona-virus te beteugelen derven veel zelfstandigen, zoals in de culturele sector en de horeca, noodgedwongen inkomsten. Het kabinet wil ook deze groep ondersteunen, zodat zij daarna hun bedrijf kunnen voortzetten. Het kabinet komt daarom met een tijdelijke voorziening voor drie maanden die zo snel mogelijk ingaat. Zelfstandige ondernemers met financiële problemen kunnen een beroep doen op deze voorziening, die uitgevoerd wordt door gemeenten.

Ondersteuning kan worden aangevraagd in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of voor bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. Op een lening voor bedrijfskapitaal kan een beroep worden gedaan om liquiditeitsproblemen op te lossen.

De tijdelijke regeling is aanvullend op de overige maatregelen die worden getroffen in fiscaliteit en in de borgstellingssfeer voor ondernemers en is geënt op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Deze tijdelijke regeling bevat de volgende elementen:

  • De toets op levensvatbaarheid die het Bbz kent wordt niet toegepast, waardoor een snelle behandeling van aanvragen mogelijk is.

  • Daarmee wordt binnen 4 weken voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt. Nu kan dat 13 weken duren. Daarbij kan er met voorschotten worden gewerkt.

  • De hoogte van de inkomensondersteuning is afhankelijk van het inkomen en de huishoudsamenstelling maximaal ca. € 1.500 per maand (netto).

  • Deze versnelde procedure geldt ook voor aanvragen voor een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157,-.

  • De inkomensondersteuning voor levensonderhoud wordt «om niet» verstrekt; de ondernemer weet dus zeker dat deze niet later terugbetaald hoeft te worden. Er is in deze tijdelijke regeling geen sprake van een vermogens- of partnertoets.

  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt een mogelijkheid tot uitstel van de aflossingsverplichting opgenomen.

  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal zal een lager rentepercentage dan thans in het Bbz geldt worden gehanteerd.

Het kabinet doet een oproep aan zelfstandige ondernemers om slechts gebruik te maken van de regeling indien dat nodig is.

In samenspraak met VNG en Divosa wordt de regeling verder uitgewerkt, opdat die op korte termijn kan worden ingevoerd. Daarbij zal ook worden gekeken hoe een grotere toestroom van aanvragen op snelle en zorgvuldige wijze behandeld kan worden en wat daar verder voor nodig is.

Gemeenten zullen volledig gecompenseerd worden voor het extra beroep op aanvullende bijstand, bedrijfskapitaal en voor uitvoeringskosten. De kosten van deze regeling kunnen oplopen tot € 1,5 tot € 2 miljard voor inkomensondersteuning (inclusief uitvoeringskosten), en € 2 miljard voor bedrijfskapitaal. Dit gaat om de kosten op de korte termijn, omdat het een lening betreft welke (onder geldende voorwaarden) worden terugbetaald aan het kabinet. Het kabinet gaat met gemeenten in gesprek hoe, zowel praktisch als financieel, zo snel mogelijk uitvoering kan worden gegeven aan deze regeling en stelt hiervoor per direct € 250 miljoen ter beschikking voor de eerste kosten.

Voorts zal samen met de VNG en Divosa en via zzp- en ondernemersorganisaties, de Kamer van Koophandel en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ingezet worden op extra communicatie om de regeling bekendheid te geven. Het kabinet zal ook in gesprek met zzp-organisaties gaan over de situatie van zelfstandigen en wat er nodig is om de huidige situatie het hoofd te bieden.

Het kabinet heeft veel waardering voor de inzet die gemeenten nu al plegen en voor de bereidheid van gemeenten om deze tijdelijke regeling, samen met het Rijk, snel en adequaat tot uitvoering te brengen.

WW-premiedifferentiatie

Sinds 1 januari betalen werkgevers, als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. In die regeling is ook opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt. Deze bepaling kan nu tot onbedoelde effecten leiden in sectoren waar door het coronavirus veel extra overwerk nodig is (bijvoorbeeld de zorg). De Stichting van de Arbeid heeft verzocht deze regeling aan te passen. Het kabinet is daartoe bereid en zal een aanpassing voorbereiden om deze onbedoelde effecten weg te nemen. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zal deze aanpassing, die voor kalenderjaar 2020 zal gelden, zo spoedig mogelijk uitwerken.

Op 9 december jl. (Kamerstuk 35 074 nr. 73) heeft de Minister van SZW aan uw Kamer gemeld dat werkgevers tot 1 april 2020 de tijd kregen om een vaste arbeidsovereenkomst op schrift te stellen, om te voldoen aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. Omdat het de komende weken niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk zal zijn om aan die voorwaarde te voldoen, wordt deze periode verlengd tot 1 juli. Het coulanceregime, zoals beschreven in de brief van december en geldig voor werknemers die uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst waren, zal dus gelden tot en met 30 juni 2020.

2. Noodloket

Er komt een noodloket voor de tegemoetkoming in de vorm van een gift voor de eerste nood bij ondernemers die direct zijn getroffen door overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis en die hun omzet daardoor geheel of grotendeels zien verdwijnen. Dit als noodvoorziening op de overige maatregelen in de brief. Het gaat hier in het bijzonder om eet- en drinkgelegenheden en andere etablissementen die het grootste deel van hun activiteiten noodgedwongen moeten staken zoals schoonheidssalons en anderen die mogelijk in de problemen komen vanwege de 1,5 meter afstandseis. Zij zien hun inkomsten grotendeels teruglopen, terwijl hun vaste lasten intussen gewoon doorlopen en hun uitgaven in veel gevallen al gedaan zijn. Deze inkomsten kunnen bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer de COVID-19-uitbraak achter de rug is. Eis is wel dat het ondernemingen betreft met een fysieke inrichting buiten het eigen huis.

De tegemoetkoming moet nog verder worden uitgewerkt. Het betreft een eenmalig forfaitair bedrag van € 4.000 voor de periode van drie maanden en geldt alleen voor ondernemingen die qua type en sector in ieder geval aan bovengenoemde voorwaarden voldoen. De voorwaarden worden op dit moment uitgewerkt. Indien nodig worden deze voorwaarden steeds geactualiseerd.

3. Liquiditeitssteun

Uitstel van betaling van belastingen

In de brief van 12 maart jl. heeft het kabinet aangekondigd dat de Belastingdienst bijzonder uitstel van betaling zal verlenen aan alle ondernemers die door de coronacrisis in liquiditeitsproblemen zijn gekomen of zullen komen. Ondernemers kunnen met een brief uitstel van betaling aanvragen bij de Belastingdienst. Nadat het verzoek is ontvangen zet de Belastingdienst de invorderingsmaatregelen stil en krijgen ondernemers dus per direct uitstel van betaling. Individuele beoordeling van het verzoek vindt later plaats. Ondernemers hoeven niet meteen de vereiste «verklaring van een derde-deskundige» mee te sturen. Het kabinet wil dit proces voor de ondernemers zo eenvoudig mogelijk maken met zo min mogelijk administratie. Het kabinet onderzoekt nog hoe dit het meest eenvoudig kan worden vormgegeven. Om ondernemers tegemoet te komen zal de Belastingdienst de komende tijd een boete (een zogenaamde «verzuimboete») voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien. De behandeling van verzoeken om uitstel van betaling moet handmatig plaatsvinden, zodat behandeltijden kunnen oplopen indien veel verzoeken binnenkomen.

Het kabinet wil de heffing van de energiebelasting en/of de heffing van Opslag Duurzame Energie (ODE) voor bedrijven in de tweede, derde en vierde belastingschijf tijdelijk uitstellen. Het kabinet onderzoekt hoe dit kan worden vormgegeven. Daarbij is het met name van belang dat het uitstel van betaling voor de belastingplichtige energieleveranciers daadwerkelijk ook leidt tot meer liquiditeit voor de afnemers van elektriciteit en aardgas, zoals in de sierteelt. Het kabinet gaat hierover in gesprek met de energieleveranciers.

Invorderingsrente en belastingrente

Het kabinet heeft besloten verdere fiscale maatregelen te nemen die erop gericht zijn de liquiditeit van ondernemers te ondersteunen. Als een aanslag niet op tijd wordt betaald, moet normaal gesproken 4% invorderingsrente worden betaald vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Om te faciliteren dat ondernemers gemakkelijk uitstel van betaling aanvragen verlaagt het kabinet de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk van 4% naar 0,01%. Deze tariefsverlaging zal gelden voor alle belastingschulden. Omdat het uitvoeringstechnisch niet mogelijk is het percentage naar 0% te verlagen, wordt het percentage (tijdelijk) vastgesteld op 0,01%.

Naast invorderingsrente worden ondernemers ook geregeld geconfronteerd met belastingrente. Belastingrente wordt gerekend als een aanslag te laat kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de aangifte niet op tijd of niet voor het juiste bedrag wordt ingediend bij de Belastingdienst. Het tarief van de belastingrente is 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen.

Om ondernemers tegemoet te komen zal het kabinet het percentage van de belastingrente ook tijdelijk verlagen naar 0,01%. Deze verlaging zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Het kabinet zal de belastingrente zo snel mogelijk aanpassen. Daarbij geldt om uitvoeringstechnische redenen dat de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente ingaat vanaf 1 juni 2020. De enige uitzondering hierop vormt de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente in de inkomstenbelasting, die zal ingaan vanaf 1 juli 2020.

Wijzigen van de voorlopige aanslag

Ondernemers betalen nu belasting op basis van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd. Daardoor gaan ondernemers meteen minder belasting betalen. Het kan ook zo zijn dat het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die de ondernemer in de eerste maanden van dit jaar al heeft betaald. In dat geval krijgt de ondernemer het verschil uitbetaald.

BMKB

Het kabinet heeft in de kamerbrief van 12 maart 2020 aangekondigd een tijdelijke faciliteit onder de BMKB op te stellen voor mkb-bedrijven die getroffen zijn door de uitbraak van het coronavirus. Onder de tijdelijke maatregel van de BMKB worden financieringen met een verhoogd borgstellingskrediet van 50% naar 75% mogelijk aan in de kern gezonde mkb-bedrijven toegelaten, om opgekomen of te verwachten liquiditeitsproblemen vanwege de coronaproblematiek te verzachten. Financiers (met name banken) kunnen daardoor gemakkelijker en sneller krediet verruimen waardoor meer mkb-bedrijven eerder meer geld kunnen lenen. Het kabinet heeft ruim voldoende middelen om er voor te zorgen dat aan het verwachte beroep op deze maatregel in de BMKB kan worden voldaan. Uw Kamer is 15 maart jl. nader geïnformeerd over de verruiming van de BMKB.

GO-regeling

Ondernemingen die problemen ondervinden bij het verkrijgen van bankleningen en bankgaranties kunnen sinds 2009 gebruik maken van de GO-regeling. Met de GO helpt EZK zowel het mkb als (middel)grote ondernemingen door middel van een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties, vanaf € 1,5 miljoen tot (op dit moment) maximaal € 50 miljoen per onderneming.

De coronacrisis raakt vele sectoren en leveringsketens. Niet alleen kleine bedrijven worden getroffen, ook grote bedrijven. Grote bedrijven hebben doorgaans meer buffers om de eerste effecten van de coronaproblematiek op te vangen, maar ook zij lopen tegen grenzen aan. Het Kabinet committeert zich om alle garantieruimte te verstrekken die nodig is, zodat bedrijven met een gezond toekomstperspectief aan voldoende financiering kunnen blijven komen. Om te beginnen zal het garantiebudget van de GO substantieel worden verhoogd van € 400 miljoen tot € 1,5 miljard. Ook de maximale GO-faciliteit per onderneming zal substantieel worden verhoogd van € 50 miljoen naar € 150 miljoen. Deze plafonds zijn gelijk aan die van tijdens de financiële crisis, en door deze verhogingen ontstaan ruimere financieringsmogelijkheden voor bedrijven. Deze verruimingen zullen binnen een week geeffectueerd worden. Deze regeling zullen wij in afstemming met de Europese Commissie vorm gaan geven.

Qredits

Qredits heeft in de afgelopen jaren ongeveer 20.000 starters en/of ondernemers uit het kleinbedrijf gefinancierd. De coronaproblematiek heeft naar alle waarschijnlijkheid een onevenredige impact op deze groep kwetsbare ondernemers. Qredits is de op Nederlandse markt uniek als verstrekker van microkredieten en heeft als Stichting een ideëel doel en een aanpak die wezenlijk anders is dan reguliere banken, o.a. met bijzondere persoonlijke aandacht voor de ondernemers en de ontwikkeling van het business plan. Dit type ondernemingen kenmerkt zich veelal door een gebrek aan financiële reserves.

Om de risico’s voor deze doelgroep te mitigeren is het kabinet bereid Qredits financieel te ondersteunen met een bedrag van maximaal € 6 miljoen, om de door de coronaproblematiek geraakte ondernemingen te ondersteunen. Deze ondersteuning zal in principe gelden voor een termijn van negen maanden. De openstelling van deze crisismaatregel loopt tot eind mei 2020.

De in aanmerking komende ondernemingen zullen ondersteund worden door middel van uitstel van de aflossingsverplichting voor een periode van maximaal zes maanden waarbij over deze periode tevens een rentekorting wordt aangeboden. De rentekorting leidt ertoe dat Qredits een lagere rente in rekening kan brengen bij de ondernemer. De bijdrage van de Staat van maximaal € 6 miljoen zal met name worden ingezet om de inkomstenderving van Qredits als gevolg van genoemde rentekorting te dragen. De openstelling geldt uitsluitend voor coronagerelateerde aanvragen. Qredits zal hiervoor een adequate toets ontwikkelen. Met deze maatregel wordt verwacht dat Qredits 3.000 tot 6.000 ondernemingen kan faciliteren de huidige ongewisse economische malaise het hoofd te bieden. Het Kabinet zal deze maatregel met de Europese Commissie bespreken en kan daarna per direct geïmplementeerd worden door Qredits.

Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL)

De land- en tuinbouwsector wordt ten gevolge van het coronavirus zowel nationaal als internationaal geconfronteerd met een afnemende vraag naar hun producten. Dit heeft tot gevolg dat de prijzen onder druk staan of (veelal bederfelijke) producten niet afgezet kunnen worden. De aard van de sector maakt dat niet zonder meer andere afzetkanalen of -markten gevonden kunnen worden of dat productie niet snel afgestemd kan worden op de vraag. Bovendien laat een teelt zich niet uitzetten en moet doorgewerkt worden om te kunnen oogsten, ook al is er geen afzet. Hierdoor kunnen land- en tuinbouwbedrijven in liquiditeitsproblemen komen. Door een tijdelijke gunstiger borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL), wordt tijdelijk verruimd, voor financiering om de liquiditeitsproblemen van land- en tuinbouwbedrijven te verlichten zodat bedrijven met een gezond toekomstperspectief gefinancierd kunnen blijven. De aangepaste BL-regeling zal met ingang van 18 maart 2020 gelden en daarmee terugwerkende kracht krijgen bij publicatie.

Overleg met VNG

Om de liquiditeit van getroffen bedrijven niet verder te raken is het Rijk in overleg getreden met de VNG over het stopzetten van (voorlopige) aanslagen. Gemeenten heffen toeristenbelasting van ondernemers in de verblijfssector. Veel gemeenten innen de toeristenbelasting middels een voorlopige aanslag. Bij gemeenten komen momenteel ook signalen binnen vanuit de sector over de financiële gevolgen van de uitbraak van het coronavirus. Veel gemeenten nemen deze signalen ter hand en beraden zich op aanpassing van de inning van de toeristenbelasting om de sector tegemoet te komen. Voor ondernemers kan deze maatregel in samenhang met het gehele pakket van maatregelen tot een financiële verlichting leiden in deze moeilijke tijden.

Generieke financiële stimulering

Uit bovenstaande blijkt dat het van belang is om financiële en economische effecten van het coronavirus in de komende periode zoveel mogelijk te beperken. Dat doet het kabinet niet alleen door tijdelijke maatregelen te nemen, maar ten eerste door de Rijksbegroting de klap op laten vangen van een economische terugval Dit mechanisme is verankerd in de begrotingssystematiek en zorgt voor meer zekerheid bij huishoudens en bedrijven en minder heftige economische schokken.

Een economische terugval leidt namelijk tot minder belastinginkomsten. Huishoudens zullen minder consumeren en bedrijven maken minder winst of verlies. Ook zullen de overheidsuitgaven (sterker) toenemen, omdat de uitgaven voor werkloosheid (WW en bijstand) stijgen. Dat leidt tot een minder gunstige stand van de overheidsfinanciën. Het begrotingsoverschot van afgelopen jaar zal waarschijnlijk omslaan naar een tekort. De staatsschuld is de afgelopen jaren gedaald, maar kan nu ook snel weer stijgen. Automatische stabilisatie betekent dat het kabinet in dat geval niet gaat bezuinigen of de lasten gaat verhogen. De eerder afgesproken lastenverlichting voor huishoudens gaat dus door, en dat geldt ook voor afgesproken maatschappelijke investeringen.

Het kenmerk van automatische stabilisatie is dat het onmiddellijk en vanzelf gebeurt: het is niet nodig om bijvoorbeeld een wet aan te passen of een nieuwe begroting aan te nemen. Dat is het verschil met aparte afspraken over investeringen of lastenverlichting om de economie te stimuleren, wat ook wel discretionair begrotingsbeleid wordt genoemd. Het duurt vaak enige tijd voordat zulke middelen bij huishoudens of bedrijven terechtkomen: eerst moet de begroting worden aangepast, en vervolgens gaat er vaak nog tijd overheen voordat het geld daadwerkelijk op zijn bestemming is. Juist in tijden van economische onzekerheid is vertraging onwenselijk. Daar komt bij dat automatische stabilisatie vanzelf terecht komt bij huishoudens en bedrijven die het meest getroffen zijn. Een bedrijf dat verlies maakt zal automatisch minder belasting betalen, en dat geldt ook voor werknemers die getroffen worden. Het is daarmee tijdig en trefzeker, en daarnaast ook tijdelijk: als de economie weer hersteld is, hoeven maatregelen niet te worden stopgezet of teruggedraaid.

Duidelijk is dat de Nederlandse overheidsfinanciën er momenteel goed voor staan en er dus volledige ruimte is om stabiliserend begrotingsbeleid te voeren en te doen wat nodig is. Nederland kent een ruime marge tot de Europese begrotingsnormen uit het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Ook kent het SGP verschillende bepalingen om flexibiliteit te bieden, en heeft de Europese Commissie alle lidstaten opgeroepen om deze flexibiliteit te benutten om de economische gevolgen van het coronavirus op te vangen. Ook op de kapitaalmarkten kent Nederland een hoge mate van vertrouwen. Nederlandse staatsobligaties worden, voor zowel korte als lange looptijden, momenteel tegen een negatieve rente verhandeld, en kennen bij kredietbeoordelaars een AAA-rating. Er is dus, zowel vanuit de kapitaalmarkten als de Europese begrotingsregels, geen reden om de begroting niet in te zetten om economische schok op te vangen.

Nederland heeft bovendien een robuust sociaal vangnet, dat al sommige maatregelen bevat die andere landen recent hebben aangekondigd om de (economische) gevolgen van corona te beperken. Zo is er een betaald ziekteverlof: een zieke werknemer krijgt (minimaal 70 procent) doorbetaald, waardoor hij of zij niet gedwongen is om toch naar werk te gaan. Dat is van belang voor de zieke zelf, en bij een besmettelijke ziekte extra belangrijk voor de samenleving als geheel. Bij een toename van de werkloosheid beperken de WW, transitievergoeding of de bijstand de onzekerheid van huishoudens en zorgen ze voor een minimumniveau aan inkomen. Voor bedrijven die vpb betalen is er verliesverrekening: een bedrijf dat verlies maakt kan dat fiscaal verrekenen met zijn winst in het jaar daarvoor of met zijn winst tot 6 jaar in de toekomst. IB-ondernemers mogen verliezen verrekenen met winst van 3 jaar terug en tot 9 jaar in de toekomst. Dat helpt voor de financiële positie van een bedrijf in slechte tijden.

Waar verder de medische beheersing van het virus noopt tot noodzakelijke maatregelen die leiden tot een extra budgettair beslag in het Rijksbrede beeld, bijvoorbeeld ten behoeve van medewerkers, hulpmiddelen en medicijnen in de zorg, past het kabinet deze in. Bij een uitbraak van een epidemie is het soms nodig om op zeer korte termijn besluiten te nemen, besluiten die ook binnen de zorgsector financiële gevolgen zullen hebben. Gevolgen enerzijds doordat veel zorgaanbieders met hogere kosten worden geconfronteerd, anderzijds omdat ook sommige vormen van zorg juist geen doorgang kunnen vinden (vraaguitval). Vanzelfsprekend zullen we doen wat nodig is. Het kabinet is in constructief overleg met zorgverlenende partijen en ook met de NZa, de zorgverzekeraars en gemeenten om hier vervolg aan te geven. Zorgaanbieders die worden geconfronteerd met liquiditeits- en andere financiële problemen kunnen daarover in overleg gaan met de financiers van hun zorg: zorgverzekeraars, uitvoerders van de Wet langdurige zorg (zorgkantoren) en gemeenten voordat zij een beroep hoeven te doen op de tijdelijke regeling voor tegemoetkoming loonkosten. Dit laat uiteraard onverlet dat zorgaanbieders waar dat relevant is ook gebruik kunnen maken van andere in de brief opgenomen maatregelen.

Europese en internationale initiatieven

De uitbraak van het coronavirus is mondiaal, en de economische effecten van de uitbraak zijn dat ook. Het mitigeren van deze effecten vereist internationale samenwerking en coördinatie. Het kabinet hecht sterk aan samenwerking binnen de verschillende internationale gremia waarin dit wordt besproken. De afgelopen weken zijn in internationaal en Europees verband verschillende maatregelen genomen. Dit gaat onder andere om financiële middelen, het gebruik van flexibiliteit in Europese wetgeving en beleid van centrale banken.

De Europese Commissie heeft op 13 maart jl. een mededeling gepubliceerd waarin het een pakket Europese maatregelen aankondigt dat zich met name richt op de sociaaleconomische gevolgen van het coronavirus. Het macro-economische gedeelte van het pakket heeft onder meer betrekking op het Corona Response Investment Initiative (CRII) en andere initiatieven binnen de EU-begroting, de EIB-groep, toepassing van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) en de staatssteunregels. Zo hebben de Europese Commissie en de EIB-groep een gericht steunprogramma voorgesteld dat 28 tot 40 miljard EUR financiering aan het MKB zou moeten mobiliseren. Ook wordt ingegaan op sociaal beleid, leveringszekerheid van medische hulpmiddelen en geneesmiddelen, en luchtvaart. Het kabinet verwelkomt het feit dat de Commissie op korte termijn een uitgebreide mededeling over dit onderwerp heeft opgesteld met reeds enkele wetgevende voorstellen. Verder heeft de ECB besloten tot een uitgebreid pakket van monetaire beleidsbeslissingen, en heeft de toezichttak van de ECB (SSM) en de Europese bankenautoriteit (EBA) maatregelen aangekondigd om banken hun rol als financier van de economie te blijven laten spelen.

Buiten de EU hebben verschillende instellingen maatregelen getroffen om de economische impact te mitigeren. Zo heeft het IMF aangegeven klaar te staan om landen die gevolgen ondervinden van de uitbraak van het coronavirus te ondersteunen, en stelt hiervoor USD 50 miljard aan middelen beschikbaar binnen de bestaande faciliteiten. Daarnaast heeft de Wereldbank begin maart de Fast Track COVID-19 Facility gelanceerd, die USD 12 miljard financiering beschikbaar stelt. Tot slot hebben de G7 en G20 verschillende statements aangenomen waarin ze toezeggen klaar te staan om de noodzakelijke maatregelen te treffen om de economische gevolgen te mitigeren.

Naast EU-brede maatregelen vindt in Europees verband ook een uitwisseling plaats van nationale beleidsresponses. Een deel van de lidstaten zet net zoals Nederland ook een vorm van werktijdverkorting in en biedt ruimte in het uitstel van betaling van belasting om de liquiditeit van ondernemers te ondersteunen. In vergelijking tot andere lidstaten heeft Nederland «grote» automatische stabilisatoren en neemt het kabinet relatief veel additionele maatregelen om de economische impact van het coronavirus te mitigeren.

Op 16 maart jl. heeft een Eurogroep via video-verbinding plaatsgevonden, Toen is ook een verklaring aangenomen waarin de Eurogroep solidariteit uitspreekt met de mensen die getroffen zijn door het coronavirus. Ook is de Eurogroep een gecoördineerde beleidsreactie overeengekomen en hebben de Eurolanden aangekondigd alle benodigde maatregelen te zullen nemen om economische groei en werkgelegenheid te ondersteunen.3 4 Deze duidelijke boodschap van de Eurogroep is aanvullend op nationaal beleid van lidstaten en de aangekondigde maatregelen van de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank en de Europese Centrale Bank.

In bijgevoegde bijlage wordt uitgebreider ingegaan op de internationale en Europese maatregelen die zijn genomen om de economische effecten van het coronavirus te mitigeren.

Gelet op de snelheid van het Brusselse proces hecht het kabinet eraan het parlement zo spoedig mogelijk via deze brief te informeren. De bijgevoegde bijlage – waarin nader wordt ingegaan op de Commissie-mededeling – vervangt daarmee een BNC-fiche voor het gehele pakket aan maatregelen. De voorstellen van de Commissie zijn en worden besproken de komende dagen ter sprake komen in verschillende overleggen, waaronder de Eurogroep van 16 maart en de ingelaste videoconferentie van de leden van de Europese Raad op 17 maart, waar het kabinet als gebruikelijk verslag van zal doen aan het parlement.

Financiële sector

De economische gevolgen van het coronavirus raken in eerste instantie vooral de reële economie. Het is daarom van groot belang dat de financiële sector de reële economie kan blijven ondersteunen, juist in deze tijden. Langdurige financiële en economische onzekerheid kan echter ook zijn weerslag hebben op de financiële sector, bijvoorbeeld doordat ondernemingen hun rente en aflossing op leningen tijdelijk niet kunnen betalen. Na de financiële crisis zijn de eisen voor de financiële sector fors aangescherpt. Daardoor heeft de financiële sector de laatste jaren stevige buffers opgebouwd, waardoor zij tegen een tijdelijke terugval bestand is.

Los van dalende beurskoersen en volatiele financiële markten zijn er vooralsnog geen signalen van acute problemen bij financiële instellingen. Dit kan in de toekomst veranderen. Het is daarom van belang dat risico’s goed worden gevolgd. De Nederlandse (groot)banken hebben buffers opgebouwd die zich ruim boven de eisen bevinden. Ook zijn de bankbalansen opgeschoond in vergelijking met een aantal jaren geleden. Deze opgebouwde ruimte in kapitaal en liquiditeit kan door banken nu worden gebruikt om eventuele verliezen op te vangen en hun uitleencapaciteit aan de Nederlandse economie op peil te houden. De Nederlandse banken staan er goed voor en kunnen tijdelijke verliezen, bijvoorbeeld op hun MKB-leningen, absorberen.

Vanmiddag vond, op initiatief van DNB, samen met het Ministerie van Financiën en AFM, overleg plaats met de financiële sector. Het doel van het overleg was om te bespreken hoe het coronavirus de sector raakt en om de laatste ontwikkelingen te bespreken. Daarbij is onder meer de financiering van het bedrijfsleven aan bod gekomen, de gevolgen die het coronavirus daarop heeft, en de rol die de financiële sector daarin kan spelen. Banken gaven in het gesprek aan zich bewust te zijn van hun cruciale rol in de Nederlandse economie. Zij zijn met hun klanten in gesprek over de manier om hen optimaal te kunnen ondersteunen in deze moeilijke tijd. Om banken hier nog meer te ondersteunen, kondigde DNB aan dat zij de (macroprudentiële) systeemrisicobuffers tijdelijk zal verlagen, en de introductie van een minimumvloer voor risicogewichten van hypotheekleningen zal uitstellen. Dit geeft banken tijdelijk extra ruimte om eventuele verliezen op te vangen en de kredietverlening op peil te houden. Deze maatregelen gelden zolang dat nodig is. Op termijn zullen de kapitaaleisen terugkeren naar het huidige niveau, omdat DNB van mening is dat dat niveau op de lange termijn passend is. DNB sluit hierbij aan bij de maatregelen die door Europese en andere nationale toezichthouders ten aanzien van de financiële sector zijn genomen (zie bijlage). Het Ministerie van Financiën, DNB en de financiële sector spraken in de bijeenkomst van vanmiddag af om met elkaar in gesprek te blijven om de situatie te monitoren.

Incidentele suppletoire begrotingen

De budgettaire gevolgen van deze maatregelen worden in incidentele suppletoire begrotingswetten aan u voorgelegd. Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswetten heeft geautoriseerd. Aangezien uitstel van uitvoering van deze spoedeisende maatregelen die in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

Tot slot

Het onderwijs en de kinderopvang zijn cruciale sectoren, die op dit moment niet volledig stilgelegd kunnen worden. Het kabinet heeft besloten dat er tot en met 6 april geen les wordt gegeven in het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en dat de reguliere kinderopvang wordt gestaakt. De eerder aangekondigde maatregelen voor hogescholen en universiteiten blijven ook van kracht tot en met 6 april a.s. Dit zal ook economische effecten met zich meebrengen. Voor kinderen van ouders met cruciale beroepen die Nederland draaiende houden tijdens de uitbraak van het coronavirus, zoals de zorg, politie, openbaar vervoer, brandweer, onderwijs en kinderopvang, is er wel opvang in het primair onderwijs en in de kinderopvang, zodat hun ouders kunnen blijven werken. Deze opvang is zonder extra kosten voor ouders.

Van de kinderopvang wordt in deze tijden een extra inspanning gevraagd, namelijk om opvang te blijven bieden waar echt noodzakelijk, en om die opvang uit te breiden (soms zelfs 24/7) waar nodig. Aan ouders die normaliter kinderopvang gebruiken, vragen wij daarom de gehele factuur aan de kinderopvang te blijven voldoen, zoals gewoonlijk, ook als zij op dit moment niet van opvang gebruik kunnen maken. De kinderopvangsector blijft daarmee in staat goede opvang te verzorgen. Voor ouders betekent het doorbetalen dat het recht op kinderopvangtoeslag blijft bestaan en dat de plek in de kinderopvang, wanneer deze weer regulier opengaat, behouden blijft. Een deel van de factuur heeft betrekking op de eigen bijdrage die ouders betalen. De inzet van het kabinet is om deze kosten zoveel mogelijk te compenseren en we zullen hier met uw Kamer zo snel mogelijk over informeren.

Het opschorten van het onderwijs van scholen en universiteiten kan op de lange termijn gevolgen hebben voor de leerprestaties van leerlingen en studenten. Om de gevolgen van het opschorten van het onderwijs op de onderwijsinstellingen zo veel mogelijk te beperken zullen docenten onderwijs op afstand organiseren, met prioriteit voor eindexamenleerlingen in het vo. Scholen en docenten werken hier momenteel hard aan. Het zo veel mogelijk continueren van het onderwijs met speciale aandacht voor kansengelijkheid, het continueren en aanpassen van het examenproces en het opvangen van kinderen van ouders in cruciale beroepen levert verschillende uitdagingen op in logistieke zin, maar ook in financiële zin. Ondanks de inzet op afstandsonderwijs kan het nodig blijken om gemiste onderwijsinhoud in te halen op een later moment en zullen mogelijk toetsen en examens ingehaald moeten worden, waarbij er mogelijk extra examenmomenten moeten komen.

Vervolg

Met dit noodpakket aan maatregelen doen we het maximale om banen te behouden en gevolgen voor de economie te beperken. De maatregelen die we nu nemen zijn fors en nadrukkelijk voor de komende weken en maanden. Het kabinet is volledig doordrongen van de moeilijke periode waar we nu in zitten. Afhankelijk van de ontwikkelingen, zal het kabinet noodzakelijke en passende vervolgmaatregelen treffen indien de situatie daartoe noopt.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, J.A. Vijlbrief

Bijlage 1: Internationale en Europese maatregelen om economische gevolgen COVID-19 te mitigeren

Op internationaal vlak wordt in verschillende gremia overlegd over de te nemen maatregelen om de economische gevolgen van het coronavirus te mitigeren. Tijdens deze besprekingen vindt zowel een uitwisseling plaats van nationale beleidsresponses als coördinatie, met name op Europees niveau. Gezien het mondiale karakter van de uitbraak is het kabinet van mening dat dergelijke gremia van groot belang zijn in het mitigeren van de economische gevolgen van COVID-19. In het vervolg van deze bijlage wordt nader ingegaan op de nationale beleidsmaatregelen in andere lidstaten, de mededeling van de Europese Commissie en mondiale initiatieven.

Nationale beleidsmaatregelen in andere lidstaten

Onder andere Duitsland, Frankrijk, Italië, België, Spanje, Denemarken en Zweden zetten een vorm van werktijdverkorting in of breiden bestaande regelingen uit en versoepelen deze. Daarbij geldt dat Nederland veel arbeid-gerelateerde vangnetten reeds standaard heeft ingeregeld terwijl dat in verschillende andere Europese landen niet geldt. In België, Spanje en Italië wordt daarnaast (selectief) een beperkt vervangend inkomen geboden aan ZZP’ers van enkele honderden euro’s per maand. In Ierland en Spanje wordt een directe vergoeding geboden aan werknemers bij ziekte (in Nederland kennen we zoals bekend verplichte loondoorbetaling bij ziekte van werknemers voor een periode van 24 maanden). Denemarken heeft een klein fonds opgericht ter compensatie van geannuleerde evenementen en Frankrijk en België bieden flexibiliteit in overheidscontracten, met name middels het vervallen van boetes bij verstoringen in de oplevering. In Nederland is het standaard gebruikelijk om flexibiliteit in overheidscontracten op te nemen.

Ook bieden verschillende landen (o.a. Duitsland, België, Frankrijk, Denemarken, Italië en Spanje) net als Nederland meer ruimte in het uitstel van betaling van belasting om de liquiditeit van ondernemers te ondersteunen. Duitsland ziet af van handhavingsmaatregelen en verzuimboetes voor bedrijven die direct door COVID-19 worden getroffen en vergemakkelijkt het aanpassen van voorlopige aanslagen.

Tot slot zijn garanties voor bedrijfsleningen een veelgebruikt instrument om de druk op het bedrijfsleven als gevolg van de COVID-19 uitbraak te verlichten. Frankrijk, Italië en Denemarken geven garanties op leningen aan het MKB. Duitsland heeft op 13 maart een omvangrijk pakket gepresenteerd aan garanties en leenmogelijkheden voor het MKB via staatsbank KfW waarbij garantiepercentages worden verhoogd en ook voor grote bedrijven mogelijkheden worden uitgebreid; over een deel van het pakket vinden nog gesprekken met de Europese Commissie plaats vanuit staatssteunperspectief. Italië heeft verder 350 miljoen euro beschikbaar gesteld ter ondersteuning van exportbedrijven en Spanje heeft een leenfaciliteit voor de toerismesector ingericht.

Mededeling van de Europese Commissie

De Europese Commissie heeft op 13 maart jl. een mededeling gepubliceerd waarin het een pakket Europese maatregelen aankondigt dat zich met name richt op de sociaaleconomische gevolgen van COVID-19. Het macro-economische gedeelte van het pakket heeft onder meer betrekking op het Corona Response Investment Initiative en andere fondsen, de EIB-groep, toepassing van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) en de staatssteunregels. Ook wordt ingegaan op sociaal beleid, leveringszekerheid van medische hulpmiddelen en luchtvaart. Gelet op de snelheid van het Brusselse proces hecht het kabinet eraan het parlement zo spoedig mogelijk via deze brief te informeren. Deze brief vervangt daarmee een BNC-fiche voor het gehele pakket aan maatregelen. Het kabinet heeft een positieve grondhouding t.a.v. de subsidiariteit van de mededeling. Immers, het grensoverschrijdende karakter van de sociaaleconomische gevolgen van COVID-19, vereist maatregelen op EU niveau. Daarnaast heeft het kabinet een positieve grondhouding t.a.v. de proportionaliteit. Het pakket aan voorgestelde maatregelen is geschikt en passend om de gevolgen van COVID-19 zoveel mogelijk te mitigeren, gegeven de ernst en omvang van de situatie, en gaat niet verder dan noodzakelijk is om de doelstellingen ervan te bereiken. Voor toekomstige voorstellen wordt dit oordeel na publicatie bezien.

Corona Response Investment Initiative

De Europese Commissie heeft een Corona Response Investment Initiative (CRII) van 37 miljard euro voor alle EU-lidstaten aangekondigd voor de ondersteuning van de zorg, het MKB, andere kwetsbare sectoren en de arbeidsmarkt. Dit bedrag wordt gevonden binnen de Europese structuur-en investerings (ESI-) fondsen en is als volgt opgebouwd: circa acht miljard euro al aan lidstaten verstrekte maar nog niet-bestede voorfinanciering zal eenmalig niet worden teruggevraagd door de Europese Commissie. Met dit bedrag kan 29 miljard euro aan gebruikelijke ESI-gelden worden gemobiliseerd. Hierdoor kunnen lidstaten in totaal 37 miljard euro aan projecten financieren gerelateerd aan de gevolgen van COVID-19. De Commissie wil dit op korte termijn mogelijk maken door gebruikmaking van de bestaande structuren onder de ESI-fondsen. Alle lidstaten kunnen hun regionale fondsen inzetten voor dit initiatief. Het gaat bij het CRII niet om aanvullende middelen, maar om bestaand geld binnen het EU budget waarvan de implementatie wordt versneld en dat op een andere manier wordt aangewend. Daarnaast wijst de Commissie erop dat na de inzet van bovengenoemde middelen binnen de bestaande nationale enveloppen voor structuurfondsen nog circa EUR 28 miljard niet aan projecten is toegekend en daarom voor lidstaten beschikbaar zou zijn voor het bestrijden van de crisis. Het bedrag van resterende middelen verschilt echter sterk per lidstaat, afhankelijk van de implementatiegraad. De Nederlandse envelop is al bijna geheel vastgelegd conform lopende programmering.

Het kabinet steunt de benadering van de Commissie om binnen het bestaande Meerjarig Financieel Kader (MFK) mogelijkheden te vinden om nog niet-bestede middelen in te zetten om de economische gevolgen van COVID-19 op te vangen. Het is nog onduidelijk hoe het versnellen van de betalingen (doordat de Commissie afziet van het terugvragen van niet-bestede voorfinanciering) wordt gefinancierd en wat voor effecten dit heeft op de Nederlandse afdrachten aan de EU-begroting.

Om de effectiviteit van de voorgestelde regeling te waarborgen is het van belang dat de middelen worden gericht op die activiteiten en sectoren waar de behoefte aan ondersteuning het grootste is en dat dit tijdig gebeurt. De Commissie zegt toe hierin nauw te willen samenwerken met de autoriteiten in de lidstaten. De verdeling van de middelen tussen lidstaten hangt af van o.a. de grootte van de al afgesproken landenenvelop, de hoogte van de ontvangen voorfinanciering en de mate waarin deze middelen nog niet aan projecten gecommitteerd zijn, of al zijn besteed. Vanwege de relatief kleine landenenvelop en de hoge implementatiegraad zal dit bedrag voor Nederland relatief beperkt zijn. Volgens een eerste indicatie van de Europese Commissie kan Nederland aanspraak maken op EUR 14 miljoen euro aan hergebruik van voorfinanciering. Met een bedrag van EUR 11 miljoen aan reguliere ESI-fondsen kan dan voor EUR 25 miljoen aan projecten worden gefinancierd. Het moet nog worden uitgezocht hoe dit past binnen de programmering van deze fondsen, dan zal ook zo snel mogelijk duidelijk worden gemaakt hoe Nederland de fondsen kan inzetten. Op basis van de informatie van de Commissie gaan de hoogste absolute bedragen naar Polen, Spanje, Hongarije en Italië.

EU Solidariteitsfonds /EU Globaliseringsfonds

De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan om het bereik van het Solidariteitsfonds voor natuurrampen uit te breiden naar noodsituaties als gevolg van publieke gezondheidsdreigingen en om de limiet voor voorschotten te verhogen naar 25% van de verwachte bijdrage uit het Solidariteitsfonds met een maximum van EUR 100 miljoen. In totaal is EUR 800 miljoen beschikbaar in 2020. Daarnaast brengt de Europese Commissie onder de aandacht dat lidstaten mogelijk aanvragen kunnen indienen voor ondersteuning uit het EU Globaliseringfonds (EGF) indien sprake is van twee kwartalen krimp. De Commissie doet geen voorstel voor aanpassing van het EGF, de huidige verordening biedt al ruimte om het EGF in te zetten bij economische neergang. In totaal is in 2020 nog EUR 179 miljoen uit het EGF beschikbaar. Het kabinet onderschrijft dat het EGF kan worden ingezet bij economische neergang en steunt het voornemen om het EGF toegankelijk te maken, voor het thans nog beschikbare bedrag, mocht er sprake zijn van twee kwartalen van economische krimp. Ook kan het kabinet de verbreding van de doelstellingen van het Solidariteitsfonds steunen. De impact voor de Nederlandse afdrachten is nog onduidelijk.

EIB-groep

De Europese Commissie en de EIB-groep hebben een gericht steunprogramma voorgesteld dat 28 tot 40 mrd. EUR MKB-financiering zou moeten mobiliseren, een deel per direct en een deel op zeer korte termijn. Het programma bestaat uit drie onderdelen:

  • 1. Versnelling/herbestemming van de bestaande EIB projectenpijplijn (20 mrd EUR): de EIB-groep zal haar MKB- en asset-backed securities (ABS) activiteiten prioriteren en richten op het ondersteunen van bedrijven geraakt door het coronavirus. Hiermee zou 20 mrd EUR aan financiering beschikbaar komen.

  • 2. Herbestemming bestaande middelen EU-begroting (8 mrd. EUR): de huidige ruimte binnen de begroting van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) die kan worden besteed aan het steunprogramma in de vorm van een EU-garantie is ongeveer 1 mrd EUR. Dit geld kan middels bestaande EIB-groep programma’s op zeer korte termijn gebruikt worden voor het mobiliseren van 8 mrd. EUR aan financiering.

  • 3. Optimaliseren risicoverdeling EU-begroting en EIB balans: door de risicoverdeling tussen EU-begroting en de EIB aan te passen onder EFSI, zou 1,5 mrd. EUR aan extra EU-garantie kunnen worden vrijgemaakt. Deze garantie zou nog eens 12 mrd. EUR aan financiering vrijmaken.

Nederland steunt het voorstel van de Europese Commissie en de EIB-groep als een goede aanvulling op de maatregelen die op nationaal niveau worden getroffen. De voorgestelde maatregelen in het steunprogramma betreffen bestaande middelen en programma’s, waardoor ze snel en zonder een kapitaalverhoging van lidstaten geïmplementeerd kunnen worden. Er kan goed gebruik worden gemaakt van de expertise en het netwerk van de EIB (leningen aan financiële intermediairs, ABS) en het Europese Investeringsfonds (garanties aan financiële intermediairs voor MKB-leningen). Daarnaast vindt het kabinet het positief dat de instrumenten vraag gestuurd zijn, zich richten op de groep die de steun het hardst nodig heeft, een tijdelijk karakter hebben en zo efficiënt mogelijk gebruik maken van beschikbare middelen (garanties in plaats van leningen waar mogelijk).

Stabiliteits- en Groeipact

De Europese Commissie stelt in haar mededeling voor om de bestaande flexibiliteit binnen het SGP volledig toe te passen. Dit zou gaan via de regels voor: eenmalige uitgaven, de «unusual event» clausule, aanpassing van de verplichte structurele begrotingsinspanning en een mogelijke algemene uitzondering. De Commissie stelt in de eerste plaats voor om, in lijn met de SGP-regels, de budgettaire gevolgen van eenmalige uitgaven niet mee te laten tellen bij de beoordeling van de naleving van het SGP. De Commissie stelt daarnaast dat de «unusual event» clausule van toepassing is op de huidige situatie. Deze clausule staat lidstaten toe om tijdelijk af te wijken van de vereiste verbetering van het structureel begrotingssaldo. De flexibiliteit die deze clausule biedt, kan worden aangewend voor zorgkosten en tijdelijke en doelgerichte steun aan bedrijven. De Europese Commissie stelt hiernaast voor dat de vereiste begrotingsinspanningen van lidstaten worden aangepast in lijn met de begrotingsregels. De Commissie doelt daarbij op het afhankelijk maken van de vereiste structurele begrotingsinspanning van de economische situatie van de lidstaat. Zo is geen inspanning vereist bij negatieve groei (krimp). Tot slot heeft de Europese Commissie kenbaar gemaakt klaar te staan om de algemene flexibiliteitsclausule te activeren om zo een brede begrotingsstimulus te accommoderen. Deze clausule kan in de preventieve arm in toegepast worden wanneer er sprake is van een ernstige economische neergang van de gehele eurozone of de EU, wat ruimte biedt aan een begrotingsstimulus zolang de houdbaarheid van publieke financiën op de middellange termijn niet in het geding komt.

Het kabinet is net als de Commissie van mening dat de bestaande flexibiliteit van het SGP volledig aangewend moet worden om lidstaten te voorzien van begrotingsruimte om noodzakelijke maatregelen te kunnen treffen. Het kabinet deelt de opvatting dat de «unusual events» clausule van toepassing is op de huidige situatie en dat eenmalige maatregelen niet hoeven te worden meegenomen in de beoordeling van de naleving van het SGP. Ook zullen vereiste structurele begrotingsinspanningen moeten worden aangepast aan de economische omstandigheden. Het kabinet steunt de Commissie in haar voornemen om zo nodig gebruik te maken van de algemene flexibiliteitsclausule, wanneer er sprake is van een ernstige economische neergang in de gehele eurozone of EU. Dit kan op een later moment door de Ecofin worden vastgesteld.

Staatssteunregels

In de mededeling geeft de Europese Commissie aan hoe lidstaten sectoren en bedrijven met overheidsmaatregelen kunnen ondersteunen. De Europese Commissie wijst hierbij op de mogelijkheden binnen de EU-steunkaders en hoe die ten volle benut kunnen worden. Sommige generieke maatregelen gerelateerd aan COVID-19 vormen volgens de Commissie geen staatssteun en kunnen zonder tussenkomst van de Europese Commissie direct door de lidstaten ingevoerd worden, bijvoorbeeld die gericht op consumenten of het uitstel geven aan (alle) ondernemingen voor het betalen van sociale premies of (omzet)belastingen. Andere maatregelen van lidstaten, zoals reddings- en herstructureringssteun geven aan ondernemingen in moeilijkheden, moeten zoals gebruikelijk eerst aan de Europese Commissie worden gemeld ter goedkeuring; de Commissie geeft aan die op zeer korte termijn te kunnen beoordelen.

De Italiaanse economie is in het bijzonder getroffen en door het inroepen van een speciale voorziening in het VWEU (artikel 107 lid 3 (b)) kan de Europese Commissie extra nationale steunmaatregelen voor Italië goedkeuren. De Europese Commissie heeft aangegeven dat ook voor andere lidstaten deze uitzondering – als de economie in het bijzonder getroffen wordt – ingeroepen kan worden. De Europese Commissie is inmiddels op basis van hetzelfde artikel nog met een voorstel voor een speciaal tijdelijk steunkader voor de hele EU gekomen, net als bij de financiële crisis in 2008. De Europese Commissie is van oordeel dat door de Corona uitbraak de economieën van de lidstaten ernstig zijn verstoord waardoor het mogelijk is – onder bepaalde voorwaarden – tijdelijke liquiditeitssteun aan ondernemingen te geven. De verwachting is dat de Commissie dit tijdelijk steunkader snel zal vaststellen.

In haar mededeling bevestigt de Europese Commissie dat het staatssteunkader voor banken reeds ruimte biedt om banken te ondersteunen, bijvoorbeeld door de tijdelijke toegang tot liquiditeit op de markt te garanderen zodat banken hun rol als financier van de economie kunnen blijven spelen.

Tevens is het van belang dat de Europese Commissie de coronacrisis heeft uitgeroepen tot een buitengewone gebeurtenis. Dit betekent dat EU-lidstaten meer mogelijkheden hebben om steunmaatregelen vorm te geven die de schade van bedrijven – als (direct) gevolg van nationaal beleid om het coronavirus te beteugelen – compenseren, mits de compensatie beperkt blijft tot het noodzakelijke. Het kabinet waardeert de inzet van de Commissie om urgente steunmaatregelen van de lidstaten met voorrang op te pakken. Het kabinet is het met de Europese Commissie eens dat de bestaande EU steunkaders voldoende ruimte bieden om (urgente) staatssteun te kunnen geven, ook aan Nederlandse bedrijven. Het is terecht dat de Europese Commissie de coronacrisis heeft uitgeroepen als buitengewone gebeurtenis zodat passende maatregelen kunnen worden getroffen. Van belang daarbij is dat de Commissie met de goedkeuring die zij voor de grotere maatregelen moet geven de balans van eerlijke concurrentie op de interne markt zal bewaken.

Arbeidsmarkt/sociale zekerheid

De Europese Commissie stelt voor om het voorstel voor een Europees werkloosheidsuitkering herverzekeringsinstrument, wat voor het vierde kwartaal van 2020 op de rol stond, te accelereren. De focus zal liggen op het ondersteunen van nationaal beleid gericht op het beschermen van werkgelegenheid bij grote economische schokken, bijvoorbeeld via vormen van werktijdverkorting, en op de transitie naar andere banen. De specifieke contouren en de eventuele financiering van dit voorstel zijn tot nu toe onduidelijk. Uw Kamer zal een appreciatie van het voorstel ontvangen via de gebruikelijke kanalen op het moment dat door de Europese Commissie een voorstel wordt gepubliceerd. Het kabinet is geen voorstander van een stabilisatiemechanisme (fiscal capacity) op EMU-niveau om de gevolgen van de economische schokken op te vangen. Voor schokken die gelijktijdig alle landen raken, zoals COVID-19, heeft een dergelijke centrale capaciteit bovendien geen meerwaarde boven het gebruiken van nationale stabilisatoren via nationale begrotingen.

Leveringszekerheid van medische hulpmiddelen en geneesmiddelen

De mededeling van de Europese Commissie meldt dat nationale maatregelen ten aanzien van exportbeperkingen die de solidariteit in gevaar brengen worden ontmoedigd en genotificeerd moeten worden bij de Europese Commissie. In de mededeling wordt verder aangegeven dat op dit moment diverse initiatieven van de Europese Commissie lopen op het terrein van medische hulpmiddelen. Zo monitort de Commissie de marktsituatie en beschikbaarheid binnen de Unie, voert gesprekken met de sector om de productie op te voeren, is er een algemene gezamenlijke aanbestedingsprocedure voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) gestart en worden voorbereidingen getroffen om materiaal aan te schaffen door de Europese Commissie via RESC-EU. Ook is er een gezamenlijke aanbestedingsprocedure aangekondigd voor ventilatoren en diagnostische apparatuur en benodigdheden. Indien wenselijk kunnen ook voor andere medische producten gezamenlijke Europese aanbestedingen worden opgezet. De Europese Commissie kondigt tevens aan te werken aan aanbevelingen op het terrein van conformiteitsbeoordelingen en post-market surveillance met als oogmerk het aanbod van bepaalde hulpmiddelen te vergroten.

Op zondag 15 maart werd een uitvoeringsverordening van de Commissie van kracht die de export naar derde landen van bepaalde medische producten, zoals gezicht beschermend materiaal en beschermende kleding, onderhevig maakt aan een export autorisatie. Deze maatregel werd door de Europese Commissie genomen onder de spoedprocedure voorzien in verordening 2015/479 en zal in principe gelden voor een periode van zes weken. Onder de spoedprocedure vindt de gebruikelijke voorafgaande toetsing door de lidstaten (comité vrijwaringsmaatregelen) pas plaats na de vaststelling van de verordening. Verlenging en aanpassing van de maatregelen is mogelijk; de Commissie kan binnen een periode van 12 werkdagen na de inwerkingtreding van de uitvoeringsverordening nieuwe maatregelen aan het comité vrijwaringsmaatregelen (bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten) voorleggen.

In de bijlage van de mededeling wordt er gemeld dat maatregelen die bijdragen aan het kanaliseren van medische hulpmiddelen en PBM naar die lidstaten die daar het meest behoefte aan hebben noodzakelijk zouden kunnen zijn. De Europese Commissie is voornemens een Taskforce op te richten hiertoe. Het is onduidelijk hoe de Europese Commissie deze mogelijke maatregelen voorstelt en welk tijdspad daarbij past, en het is dan ook zeer wenselijk dat de Europese Commissie daar meer helderheid over verschaft.

Op het terrein van beschikbaarheid van geneesmiddelen heeft het Europees Medicijnagentschap (EMA) samen met de Europese Commissie en lidstaten een Covid-19-stuurgroep opgezet5. Deze stuurgroep heeft een coördinerende rol in Europa bij het inventariseren en aanpakken van eventuele medicijntekorten door toedoen van het Covid-19 virus.

Een virus stopt niet bij de grens. Nederland is van opvatting dat solidariteit, internationale samenwerking en heldere communicatie cruciaal zijn om deze pandemie het hoofd te bieden. Het kabinet hecht bovenal aan solidariteit en samenwerking tussen de lidstaten ten aanzien van leveringszekerheid van medische hulpmiddelen en geneesmiddelen, waaronder PBM. Dit sluit aan bij de boodschap van de Commissiemededeling. Exportbeperkingen tussen lidstaten belemmeren de solidariteit en zijn derhalve onwenselijk. Het is nog onduidelijk in welke fase de in de mededeling benoemde initiatieven zich bevinden en hoe deze zich tot elkaar verhouden. Het kabinet wil graag dat de Europese Commissie meer helderheid geeft over de samenhang tussen de verschillende aangekondigde en lopende activiteiten op het terrein van leveringszekerheid van met name medische hulpmiddelen en PBM. Ook binnen de Europese Commissie is regie immers onontbeerlijk. Daarnaast pleit Nederland voor het zoveel mogelijk en transparant betrekken van lidstaten.

Er is op dit moment geen sprake van geneesmiddelentekorten door het Covid-19 virus. Echter, gezien de grote afhankelijkheid van China en India als belangrijke producerende landen kan stagnatie in productie of export vanuit die landen op termijn een risico voor leveringszekerheid opleveren. Het kabinet verwelkomt de al lopende initiatieven van de Europese Commissie en EMA om hier samen met lidstaten vinger aan de pols te houden. Zo wisselen landen informatie uit en onderhoudt het EMA contact met de farmaceutische koepels hierover. Het is belangrijk dat Europa hierin gezamenlijk optrekt, om zo te voorkomen dat Europese landen elkaar beconcurreren. Dit zal ook door Nederland in de gaten worden gehouden.

Aanpassing Slotverordening No. 95/93 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van «slots» op communautaire luchthavens

Mede op aandringen van het kabinet heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor aanpassing van de «slotverordening». Slots geven luchtvaartmaatschappijen het recht om op een bepaalde data en tijdstippen gebruik te maken van luchthaveninfrastructuur op gecoördineerde luchthavens om te landen en of op te stijgen. De slotverordening regelt dat als een luchtvaartmaatschappij een slotreeks voor minimaal 80% gebruikt, de luchtvaartmaatschappij aanspraak kan maken op dezelfde slotreeks voor het volgende seizoen. Wanneer dit niet gebeurt, verliezen zij hun rechten hierop. Vanwege de uitbraak van het Covid-19 bestaat nu de angst dat luchtvaartmaatschappijen door blijven vliegen met weinig passagiers uit angst dat ze hun historische slots verliezen. Dit zou nadelige effecten voor zowel vliegtuigmaatschappijen als het milieu hebben.

De voorgestelde aanpassing van de verordening zorgt ervoor dat gealloceerde slots in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 als gevlogen worden beschouwd door slotcoördinatoren in Europa. Hierdoor kunnen luchtvaartmaatschappijen hun historische rechten behouden, zonder onnodig te vliegen. Het voorstel bevat dezelfde voorziening voor de vluchten die in de periode van 23 januari tot en met 29 februari hebben plaatsgevonden tussen EU-luchthavens en de Volksrepubliek China en Hongkong. Het voorstel geeft de Commissie de mogelijkheid middels een gedelegeerde handeling deze uitzondering te verlengen na 30 juni, wanneer uit objectieve data is gebleken dat de vermindering van het luchtverkeer voortduurt als gevolg van Covid-19. Om redenen van urgentie is het hierbij mogelijk om gebruik te maken van de spoedprocedure voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen. Het gebruik van een gedelegeerde handeling ligt bij een dergelijke bevoegdheid juridisch gezien voor de hand omdat het verlengen van de periode tot na 30 juni een wijziging van de verordening vereist.

Het kabinet steunt het voorstel en zal dat kenbaar maken aan de Commissie tijdens de ingelaste videoconferentie van transportministers op woensdag 18 maart. Het kabinet zal daarbij wel om verduidelijking vragen over de afbakening van de voorgestelde gedelegeerde bevoegdheid voor verlenging van de duur van de tijdelijke voorziening. Zowel binnen de Raad als het Europees Parlement is er steun voor de doelen van het Commissievoorstel en wordt ingezet op spoedige afronding. Dit voorstel zal via de gewone wetgevingsprocedure worden behandeld. Hoe snel dit proces precies verloopt is in handen van het de Raad en het Europees Parlement. Gezien beperkte aanpassing en de brede steun is de inschatting dat de verordening snel kan worden vastgesteld en in werking kan treden.

Vrij verkeer van personen en goederen

In de mededeling wordt slechts kort gerefereerd aan het belang van behoud van open grenzen en waardeketens met het oog op het functioneren van de interne markt, dit geldt ook voor de landbouwsector. Beperken van reisbewegingen en invoeren van de binnengrenscontroles zijn nationale bevoegdheden. Conform de voorwaarden die het Schengen acquis stelt zoals in artikel 28 lid 1 van de Schengengrenscode, kunnen lidstaten de afweging maken om maatregelen toe te passen ten aanzien van de grenzen. Het kabinet is van mening dat nationale maatregelen die het vrij verkeer van personen en goederen binnen de Unie kunnen beperken proportioneel moeten zijn en ingeroepen worden op de juiste gronden. Zoveel mogelijk behoud van de continuïteit van de goederenstroom is voor de Europese Commissie van belang voor de voorzieningszekerheid van bijvoorbeeld voedingsmiddelen en medische hulpmiddelen en het kabinet ondersteunt deze inzet.

Bovendien vindt het kabinet het van belang dat maatregelen tussen lidstaten worden gecoördineerd en ziet hiervoor een rol voor de Europese Commissie. Het kabinet verwelkomt daarom ook de richtlijnen die de Europese Commissie op 16 maart jl. heeft gepubliceerd waarin de (juridische) kaders worden aangegeven voor de uitvoering van de grenscontroles aan de buiten- en binnengrenzen en medische checks alsmede de informatievoorziening aan de reizigers en de transport van goederen. In de richtlijnen worden de proportionaliteit en het non-discriminatoire karakter van door lidstaten genomen maatregelen benadrukt en het belang van waarborgen van de continuïteit van de goederenstroom en zorg voor patiënten met ziekteverschijnselen aan de grens onderstreept. Tot nu toe hebben onder andere Polen, Oostenrijk, Hongarije, Spanje, Denemarken, Tsjechië, Zwitserland, Litouwen, Noorwegen, Estland en Duitsland interne grenscontroles heringevoerd. De stand van zaken omtrent deze maatregelen verandert snel en voortdurend. Nederland heeft vooralsnog geen beperkende maatregelen aan de Nederlandse landsgrenzen met Duitsland en België ingesteld in verband met het virus. Wel heeft Nederland beperkende maatregelen ingesteld voor passagiersvluchten vanuit China, Iran, Italië en Zuid-Korea. WHO en ECDC wijzen er op dat grenscontroles (nog) niet noodzakelijk zijn en burgers worden via tussen EU lidstaten afgestemde heldere reisadviezen gewezen op hoge risico’s van besmetting. Nederlandse grenswachtautoriteiten zijn voorbereid en staan in contact met gezondheidsautoriteiten over eventuele gevallen waar sprake kan zijn van passagiers met ziekteverschijnselen.

ECB

Monetair beleid

Op donderdag 12 maart heeft de Raad van Bestuur van de ECB besloten tot een uitgebreid pakket van monetaire beleidsbeslissingen. Allereerst zullen tijdelijk aanvullende langer lopende herfinancieringstransacties (longer-term refinancing operations – LTRO’s) worden uitgevoerd om het financieel stelsel in het eurogebied onmiddellijk liquiditeitssteun te bieden. Ten tweede, zullen gedurende de periode van juni 2020 tot juni 2021 aanzienlijk gunstiger voorwaarden worden toegepast op alle TLTRO-III-transacties die in die periode uitstaan. Ten derde komt er tot het einde van het jaar een tijdelijk pakket van additionele netto-aankopen van activa ten bedrage van 120 miljard euro, om een sterke bijdrage van de aankoopprogramma's voor door de private sector uitgegeven schuldbewijzen te verzekeren. Tot slot blijven de rentetarieven voor de basisherfinancieringstransacties, de marginale beleningsfaciliteit en de depositofaciliteit onveranderd.

Bankentoezicht

Om ervoor te zorgen dat banken hun rol als financier kunnen blijven spelen hebben de toezichttak van de ECB (SSM) en de Europese bankenautoriteit (EBA) donderdag bovendien een aantal maatregelen aangekondigd. Ten eerste adviseert EBA aan de nationale toezichthouders om, waar opportuun, maximaal de bestaande flexibiliteit in de regelgeving te gebruiken. In dat kader heeft de ECB gecommuniceerd dat banken mogen interen op hun kapitaal- en liquiditeitsbuffers. Het kabinet vindt dit een goede benadering. De buffers – die banken de afgelopen jaren hebben opgebouwd – zijn immers ook bedoeld voor dit soort situaties. Ook wordt een voorziene wijziging in de Pijler 2 kapitaalvereiste een jaar naar voren gehaald, waardoor kernkapitaal wordt vrijgespeeld. Dat geeft banken ruimte in hun kapitaalplanning. Tot slot wijzen de ECB en EBA op de bestaande flexibiliteit in de richtlijnen aangaande niet-presterende leningen en de voorzieningen die banken daarop moeten nemen. Het kabinet begrijpt dat de ECB en EBA in de huidige situatie de ruimte binnen de bestaande kaders gebruiken om de effecten van COVID-19 op de bankensector zoveel mogelijk te mitigeren.

Operationele uitdagingen als gevolg van COVID-19 hebben voor banken nu uiteraard prioriteit. Banken hebben maatregelen genomen om hun bedrijfsvoering en kritieke processen draaiende te houden, waarbij valt te denken aan gescheiden teams en het uitvoeren van kritieke processen vanuit verschillende locaties. Om banken te helpen in het vrijspelen van operationele ruimte, adviseert de EBA aan nationale toezichthouders om niet-kritieke toezichts-maatregelen waar mogelijk uit te stellen. De EBA heeft zelf reeds besloten om de Europese stresstest voor 2020 uit te stellen. Een stresstest vraagt immers veel operationele capaciteit van bank en toezichthouders. Het kabinet vindt dit dan ook voor de hand liggende beslissingen.

Mondiale initiatieven

Groep van Zeven en Group van Twintig

De Groep van Zeven of G7 (VS, Canada, Duitsland, VK, Frankrijk, Italië, Japan en de Europese Unie) bracht begin maart al een statement uit over de impact van Covid-19 op de mondiale groei. Daarin gaven de landen aan in te zetten op uitbreiding van gezondheidszorg maar signaleerden ook actiebereidheid voor het nemen van begrotingsmaatregelen en het steunen van de economie. Op 13 maart jl. kwamen President Trump en President Macron overeen om op 16 maart een buitengewone G7-top (middels conference call) te organiseren om onder meer te spreken over het coördineren van het onderzoek naar een vaccin en behandelingen en te komen tot een gezamenlijke financiële en economische reactie. In het statement van die call heeft de G7 herhaalt dat het klaar staat alles in werking te stellen om de gezondheidszorg omtrent COVID-19 en de economische schade te beperken. Eind februari hadden Financiënministers van de Groep van 20 al in gezamenlijkheid gesteld klaar te staan voor het nemen van maatregelen als de negatieve impact van Covid-19 op de mondiale economie toeneemt. Saudi-Arabië – als G20-voorzitter – heeft in ieder geval tot eind maart alle fysieke G20-bijeenkomsten afgelast.

IMF

Het IMF staat klaar om landen die gevolgen ondervinden van de uitbraak van COVID-19 te ondersteunen. Het IMF heeft USD 50 miljard aan middelen beschikbaar binnen de bestaande faciliteiten. Voor lage-inkomenslanden heeft het IMF USD 10 miljard beschikbaar gesteld waar landen zonder een IMF-programma beroep op kunnen doen. Voor de overige landen stelt het IMF USD 40 miljard beschikbaar door middel van het Rapid Financing Instrument. Dit is een bestaand instrument dat leningen verzorgt aan landen die geraakt worden door een externe financiële of economische schok. Deze leningen worden verstrekt zonder of met beperkte conditionaliteit, zodat de middelen snel kunnen worden ingezet. Daarnaast doet het IMF een beroep op donoren ter aanvulling van het Catastrophe Containment and Relief Trust (CCRT). Via het CCRT kan het IMF giften uitkeren ter compensatie van IMF-schuldverplichtingen met als doel ruimte op de begroting van deze landen vrij te maken om de gevolgen van een uitbraak te bestrijden. De CCRT heeft een window voor catastrophe containment, welke specifiek gericht is op de ondersteuning van landen waar de volksgezondheid onder druk staat als gevolg van een zich breed verspreidende epidemie. Momenteel is het CCRT ondergefinancieerd: het IMF zet er op in de bestaande pot van USD 150–200 miljoen te verhogen naar een nog nader te bepalen bedrag. Het ligt in de lijn der verwachting dat het IMF Nederland en andere donoren binnenkort zal vragen om een bijdrage. Het Verenigd Koninkrijk heeft het verdere proces niet afgewacht en alvast een gift van USD 75 miljoen aan het CCRT toegezegd en nog eens USD 75 miljoen apart gezet dat op aanvraag beschikbaar is.

Wereldbank

De Wereldbank heeft begin maart de Fast Track COVID-19 Facility gelanceerd, die USD 12 miljard financiering beschikbaar stelt. Via de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD, het loket voor midden- en hoge inkomenslanden) en de International Development Association (IDA, het loket voor lage inkomenslanden) kunnen landen aanspraak maken op ondersteuning in de crisis in de gezondheidszorg ten gevolge van de uitbraak. Het gaat hierbij in eerste instantie om financiering (totaal USD 6 miljard) van eerstelijns hulp, capaciteit van brede gezondheidssystemen en het versterken van nationale en lokale infrastructuur, zoals klinieken en laboratoria. De Wereldbank werkt in deze landenondersteuning nauw samen met de World Health Organisation. Daarnaast is de financiering om bedrijven te ondersteunen met de financiële impact van COVID-19 via de International Finance Corporation (IFC) reeds opgehoogd van USD 6 miljard naar USD 8 miljard. USD 2 miljard daarvan staat ter beschikking voor bestaande IFC-klantlanden die kwetsbaar zijn voor de crisis. Via financiële instellingen worden er tevens nieuwe kredietlijnen opgezet voor handelsfinanciering en werkkapitaal voor met name MKB-bedrijven. Tenslotte wordt er door de Wereldbank samen met het IMF gewerkt aan het in kaart brengen van de economische impact en het uitwerken van verschillende scenario’s. Vanuit IBRD en IDA zal in de vervolgfase ook aanvullende inzet worden voorbereid voor de economische impact op macro- en microniveau, onder meer door bestaande operaties in landenprogramma’s aan te passen aan de gevolgen van de crisis. Als gevolg van de IBRD kapitaalsverhoging in 2018 en de recente IDA19 aanvulling6, heeft de Bank een sterke financiële positie van waaruit ook nadere ondersteuning kan worden geboden indien landen door de uitbraak van het virus in economische crisis geraken. Nederland verwelkomt deze proactieve, tijdige en omvangrijke respons van de Bank en ziet uit naar concrete onderliggende voorstellen die de komende weken aan de Raad van Bewindvoerders van de Bank worden voorgelegd.

EBRD en AsDB

De EBRD heeft een pakket van EUR 1 miljard beschikbaar gesteld voor korte termijn-financiering aan bestaande klanten die liquiditeitsproblemen ervaren. Daarnaast zet de Bank bestaande instrumenten in om nieuwe klanten die worden geraakt door COVID-19 te ondersteunen. Deze maatregelen worden gefinancierd uit het eigen kapitaal van de Bank. Ook andere regionale ontwikkelingsbanken werken aan responsprogramma’s; zo heeft de Aziatische Ontwikkelingsbank al USD 200 miljoen vrijgemaakt om producenten en distributeurs van medicijnen en medische producten met korte termijn financiering te ondersteunen.

Bijlage 2

Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van ..., 2020–0000039117, houdende de beëindiging van de mogelijkheid tot ontheffing van het verbod op werktijdverkorting

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945;

Besluit:

Artikel 1

In plaats van beleidsregel 1 en 2 van de Beleidsregels ontheffing verbod van werktijdverkorting 2004 geldt met ingang van 17 maart 2020, 18.45 uur dat een ontheffing als bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 niet wordt verleend en een reeds verleende ontheffing niet wordt verlengd.

Artikel 2

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 17 maart 2020, 18.45 uur.

Deze beleidsregel zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 17 maart 2020

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

Toelichting

Algemeen deel

Nederland wordt door de uitbraak van het COVID-19-coronavirus en de daarmee verband houdende overheidsmaatregelen geconfronteerd met buitengewone omstandigheden die een enorme impact hebben op het maatschappelijk leven in het algemeen en ook ingrijpende gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt. Op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 kan ontheffing van het verbod op werktijdverkorting worden verleend. In de Beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting 2004 (Stcrt. 2004, 199) (hierna: de beleidsregel) is deze bevoegdheid uitgewerkt. Kort gezegd komt de beleidsregel erop neer dat ontheffing zal worden verleend op het verbod aan de werkgever om de arbeidstijd eenzijdig te verkorten indien aan een aantal voorwaarden is voldaan. Dit geldt voor werkvermindering als gevolg van calamiteiten die in redelijkheid niet tot het normale ondernemersrisico kunnen worden gerekend.

De omvang van de gevolgen van de uitbraak van het COVID-19-coronavirus is dusdanig groot en wijdverspreid, dat de beleidsregel in de huidige vorm niet geschikt is om te voorzien in de met de beleidsregel beoogde demping van de arbeidsrechtsrechtelijke gevolgen van tijdelijk minder werk door buitengewone omstandigheden. Een belangrijk aspect daarbij is dat werkgevers en werknemers zo snel mogelijk duidelijkheid moeten hebben over de gevolgen van de uitbraak van het COVID-19-coronavirus en de daarmee verband houdende overheidsmaatregelen voor hun specifieke arbeidsverhoudingen. Gebleken is dat de impact van de uitbraak van het coronavirus zo groot is, dat die duidelijkheid niet meer gewaarborgd kan worden. Het aantal aanvragen voor werktijdverkorting stijgt explosief waardoor er inmiddels een voorraad van meer dan 50.000 nog af te handelen aanvragen is ontstaan.7 Dit betreft dan nog slechts het eerste deel van het traject, aangezien UWV vervolgens op individueel niveau de WW-uitkeringen voor een veelvoud aan werknemers moet afwikkelen. Inmiddels betreft dit meer dan 750.000 werknemers. Snelle afhandeling kan daarom niet langer worden gegarandeerd. Gelet op de aard van de buitengewone omstandigheden en de impact op de arbeidsmarkt is juist op korte termijn duidelijkheid gewenst.

Op grond van de beleidsregel en de daarin opgenomen criteria wordt werktijdverkorting nu slechts verleend indien sprake is van tijdelijke vermindering van de bedrijvigheid. Op dit moment is niet duidelijk hoe de verspreiding van het virus zich verder gaat ontwikkelen en welke gevolgen dit gaat hebben voor de bedrijvigheid bij werkgevers. Ook is inmiddels lastig controleerbaar in hoeverre de werkvermindering nog een direct gevolg is van de virusuitbraak, wat een vereiste is dat in de beleidsregel is opgenomen. Dit maakt dat de criteria van de beleidsregel niet langer passend en geschikt zijn in de ontstane uitzonderlijke situatie. Het is van groot belang dat werkgevers en werknemers worden ondersteund op een manier die wel geschikt is en zijn doel wel bereikt.

Ik zie mij dan ook genoodzaakt beheersmaatregelen te nemen. Die bestaan uit het volgende.

Ik heb besloten per 17 maart 2020 om 18.45 uur met onmiddellijke ingang geen ontheffing of verlenging van de ontheffing van het verbod op werktijdverkorting meer te verlenen. De onderhavige beleidsregel strekt hiertoe.

Ik heb besloten om tot een nieuwe tegemoetkomingsregeling te komen. 8 De inhoud van die regeling zal zo spoedig mogelijk na publicatie van de onderhavige beleidsregel bekend worden gemaakt. Het streven is dit binnen twee weken te doen. Beoogd wordt dat werkgevers en werknemers met de tegemoetkomingsregeling sneller kunnen worden bediend terwijl toch wordt voldaan aan de doelstelling van de beleidsregel, namelijk het dempen van de gevolgen van buitengewone omstandigheden die het de werkgever belemmeren of onmogelijk maken om ten volle de loonkosten van zijn werknemers te blijven voldoen.

Aanvragen om werktijdverkorting die voor 17 maart 2020, 18.45 uur zijn ingediend, maar nog niet zijn afgehandeld zullen worden beschouwd als aanvragen voor de nieuwe regeling, zodat werkgevers niet opnieuw een aanvraag hoeven in te dienen; wel zal aanvullende informatie opgevraagd worden bij de indieners.

Bij de afhandeling van de aanvragen die onder de tegemoetkomingsregeling worden afgedaan zal de datum van aanvraag niet van invloed zijn op de hoogte van de te ontvangen tegemoetkoming.

De afsluiting van de beleidsregel en openstelling van de tegemoetkomingsregeling heeft ook betrekking op vraaguitval vanwege andere buitengewone omstandigheden dan de uitbraak van het COVID-19-coronavirus en de daarmee verband houdende overheidsmaatregelen.

Aldus wordt ruimte voor de uitvoering gecreëerd om zich zo goed en snel mogelijk voor te bereiden op de uitvoering van de nieuwe regeling.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In dit artikel wordt geregeld dat, in afwijking van beleidsregel 1 en 2 van de Beleidsregels ontheffing verbod van werktijdverkorting 2004, geen ontheffing van het verbod om de werktijd te verkorten meer wordt verleend met ingang van 17 maart 2020, 18.45 uur. Het gevolg van deze wijziging van de beleidsregels is dat op aanvragen waarop op dat tijdstip nog niet is beslist, geen ontheffing van het verbod om werktijdverkorting meer wordt verleend.

Voor reeds verleende ontheffingen heeft deze wijziging geen gevolgen, deze blijven in stand. Deze ontheffingen zijn verleend voor een periode van ten hoogste zes weken. Verlenging van deze ontheffing is na 17 maart 2020, 18.45 uur niet meer mogelijk. Deze bedrijven kunnen een aanvraag indienen onder de nieuwe regeling.

Artikel 2

Aan deze beleidsregel wordt terugwerkende kracht verleend tot het moment waarop bekend gemaakt is dat de mogelijkheid om ontheffing van het verbod op werktijdverkorting zou worden stopgezet.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Zie de Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 maart 2020, 2020–0000039117, houdende de beëindiging van de mogelijkheid tot ontheffing van het verbod op werktijdverkorting; zie bijlage.

X Noot
2

Indien een oproepkracht voldoet aan de reguliere voorwaarden voor een WW-uitkering kan op basis daarvan een uitkering worden verstrekt.

X Noot
3

De Minister van Financiën zal, zoals gebruikelijk, een separaat verslag van de Eurogroep aan uw Kamer sturen met verdere toelichting.

X Noot
6

Zie Kamerstuk 26 234-234 d.d. 21 februari jl.

X Noot
7

Ter vergelijking: sinds 2010 zijn op jaarlijkse basis ongeveer 150 aanvragen voor werktijdverkorting ingediend.

X Noot
8

Ik verwijs in dit verband ook naar de tweede brief over de economische gevolgen van COVID-19 d.d. 17 maart 2020 aan de Voorzitter van de Eerste en Tweede Kamer de Staten-Generaal

Naar boven