Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035420 nr. 100

35 420 Noodpakket banen en economie

29 675 Zee- en kustvisserij

29 664 Binnenvisserij

Nr. 100 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 augustus 2020

Als gevolg van maatregelen samenhangend met de aanpak van de corona (COVID-19)-crisis heeft in veel economische sectoren een substantiële terugval van de vraag en de omzet plaatsgevonden. Dit geldt ook voor de visserijsector. In verband hiermee heb ik in overleg met de sector reeds eerder voorzien in een stilligregeling en een tegemoetkomingsregeling voor de aquacultuursector op grond van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) en een uitbreiding van de borgstellingsregeling landbouwkredieten in verband met corona naar visserij en aquacultuur.

Voor deze regelingen komen echter niet alle visserijsectoren in aanmerking. Voor de sectoren kleinschalige kust- en binnenvisserij heb ik daarom een specifieke tegemoetkomingsbeleidsregel opgesteld1, die ik op 14 september zal gaan openstellen. Hiermee wordt voor deze vissers invulling gegeven aan het kabinetsbeleid om de gevolgen van de coronamaatregelen voor hierdoor gedupeerde ondernemers te beperken.

Beleidsregel tegemoetkoming kleinschalige kust- en binnenvisserij

De beleidsregel voorziet in een tegemoetkoming voor gedupeerde ondernemingen die vallen onder de volgende twee categorieën: visserijbedrijven op de binnenwateren en visserijbedrijven die actief zijn in de kleinschalige kustvisserij. Dit betreft alle bedrijven die gebruik maken van schepen kleiner dan 12 meter of binnenvisserijbedrijven, en die niet in aanmerking komen voor subsidie op grond van de reeds opengestelde subsidiemodule voor het tijdelijk stopzetten van visserijactiviteiten in verband met COVID-19 (stilligregeling)2. De IJsselmeervissers komen niet in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van deze beleidsregel, omdat in die categorie vissers gemiddeld genomen weinig tot geen omzetverlies geleden is. Dit omdat de IJsselmeervisserij een groot deel van de betreffende periode gesloten was en niet of niet afdoende aangetoond kan worden dat een IJsselmeervisser schade heeft geleden door de coronamaatregelen.

De categorieën bedrijven waar deze beleidsregel voor bedoeld is betreffen kleinschalige visserijvormen met relatief bescheiden jaaromzetten. In de opzet van de beleidsregel is gekozen voor een benadering waarbij met zo min mogelijk administratieve en uitvoeringslasten aan alle getroffen bedrijven een eenmalige vaste tegemoetkoming wordt verstrekt. Hierbij is waar mogelijk aangesloten bij de systematiek zoals die ook voor de per 26 juni jl. gesloten TOGS-beleidsregel voor MKB-bedrijven is toegepast.

De vaste tegemoetkoming bedraagt € 1.000,– per bedrijf voor de binnenvisserij en € 1.500,– per bedrijf in de kleinschalige kustvisserij. Dit bedrag is gebaseerd op omzetverlies wat is geleden in de periode vanaf het ingaan van de coronamaatregelen op 16 maart tot en met 15 juni van dit jaar, het moment waarop na een aanloopperiode van twee weken de afzet naar de horeca weer op gang is gekomen. Bedrijven uit de genoemde categorieën komen voor tegemoetkoming in aanmerking indien zij in de genoemde periode minimaal € 1.000,– dan wel € 1.500,– omzetverlies hebben geleden. Bij onjuiste verklaringen hierover kan intrekking van de beschikking plaatsvinden en kunnen ten onrechte uitgekeerde bedragen worden teruggevorderd.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Titel 3.11 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies