Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 35334 nr. 451 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 35334 nr. 451 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juli 2026
Met deze Kamerbrief biedt het kabinet de studie «PFAS in moedermelk» en de studie «Minder blootstelling aan PFAS: een overzicht van behoeften en inzichten over oplossingen» aan de Kamer aan. Beide studies zijn onderdeel van het brede onderzoeksprogramma naar PFAS-stoffen in mens en milieu, dat het RIVM uitvoert in opdracht van de Ministeries van VWS, IenW en LVVN. Uit de eerste studie blijkt dat de hoeveelheid PFAS in het overgrote deel van de moedermelk onder de gezondheidskundige risicogrens blijft. De aangetroffen waarden geven het Voedingscentrum geen aanleiding om het advies over het geven van borstvoeding aan te passen. Uit de tweede studie zijn de meningen en suggesties van stakeholders gebundeld over het verminderen van blootstelling aan PFAS, zoals het Europese restrictievoorstel voor PFAS. Het kabinet neemt de genoemde ideeën mee en vindt de dialoog met belanghebbenden zeer waardevol.
Resultaten uit de RIVM-studie naar PFAS in moedermelk
De studie van het RIVM geeft meer inzicht in de mate waarin baby’s worden blootgesteld aan PFAS-stoffen via moedermelk. Tijdens eerder onderzoek uit 2014 werden er PFAS-stoffen in moedermelk aangetroffen. In deze studie heeft het RIVM de blootstelling aan PFAS in moedermelk onderzocht en gekeken naar welke soorten PFAS er in moedermelk worden aangetroffen.
Afhankelijk van de beoordelingsmethodiek blijft de hoeveelheid PFAS in 82 of 97 procent van de moedermelk onder de gezondheidskundige risicogrens. In vrijwel alle monsters van moedermelk zijn minstens twee soorten PFAS teruggevonden. In vergelijking met de resultaten van eerder onderzoek uit 2014 is er in dit onderzoek een lagere gemiddelde concentratie van PFAS in moedermelk aangetroffen.
In de studie van het RIVM worden twee beoordelingsmethoden benoemd: de beoordelingsmethode van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), waar 97% van de moedermelk onder de gezondheidskundige risicogrens valt, en de beoordelingsmethode van het RIVM die ook in Europese beoordelingen wordt gebruikt en ontwikkeld is door het RIVM, waar 82% van de moedermelk onder de gezondheidskundige risicogrens valt1. Het RIVM benoemt de gezondheidsrisico’s onder de gezondheidskundige risicogrens als verwaarloosbaar. In de andere monsters (3 of 18 procent) kunnen gezondheidsgevolgen voor de zuigelingen niet worden uitgesloten. Het eerste mogelijke gezondheidsgevolg dat wordt verwacht als de hoeveelheid PFAS boven de gezondheidskundige risicogrens uitkomt, is schade aan het immuunsysteem. Bij baby’s en kinderen kan te veel PFAS in het lichaam de aanmaak van antistoffen verminderen, waardoor het lichaam ziektes minder goed kan herkennen en aanvallen. Dat betekent niet automatisch dat kinderen ook ziek worden, want dat hangt van meerdere factoren af, zoals erfelijkheid en leefomstandigheden. Bij de duiding van deze resultaten is het van belang de risico’s van PFAS in moedermelk af te wegen tegen de aanzienlijke gezondheidsvoordelen van borstvoeding.
Advies Voedingscentrum ongewijzigd voor borstvoeding
Het Voedingscentrum (VCN) heeft beoordeeld wat de resultaten van het RIVM-onderzoek betekenen voor de adviezen rondom borstvoeding. Daarbij is gekeken naar de bredere context. Moedermelk biedt baby’s belangrijke gezondheidsvoordelen, ook al is het ongewenst dat zuigelingen via borstvoeding PFAS binnenkrijgen, Uit onderzoek blijkt dat baby’s die borstvoeding krijgen minder kans hebben op bepaalde infectieziekten, zoals oorontsteking, en een lager risico hebben op onder meer overgewicht en astma. Het Voedingscentrum adviseert om, als dat mogelijk is, gedurende de eerste 6 maanden borstvoeding te geven. Als een baby tussen de 4 en 6 maanden oud is, kunnen ouders, als het kind daaraan toe is, beginnen met de eerste hapjes. Daarnaast kunnen ouder en kind zo lang als gewenst doorgaan met borstvoeding. Op basis van de huidige kennis ziet het Voedingscentrum geen aanleiding om de adviezen rondom borstvoeding aan te passen. De keuze om al dan niet borstvoeding te geven, en voor hoe lang, is aan ouders.
Het kabinet is bewust van het feit dat PFAS wijdverbreid in mens en milieu voorkomt en snapt dat Nederlanders – en vooral jonge ouders – zich zorgen maken over het voorkomen van PFAS in moedermelk. Het kabinet hecht eraan ouders hierin zo goed mogelijk te ondersteunen en probeert daartoe de vragen die in de samenleving spelen zo goed mogelijk te beantwoorden. Hierbij baseert het kabinet zich op het advies van het Voedingscentrum en hoopt aldus de zorgen van de inwoners van Nederland zoveel mogelijk weg te nemen.
Beleid PFAS
Het kabinet begrijpt dat Nederlanders zich zorgen maken over het voorkomen van PFAS in moedermelk en in de leefomgeving. Dit sterkt het kabinet in een stevige totaalaanpak van PFAS. Daarvoor lopen er vier hoofdsporen. Allereerst wordt ingezet op een zo breed mogelijk Europees PFAS-verbod. Nederland is één van de kartrekkers van het Europese restrictie-voorstel, zoals ook benoemd in het regeerakkoord. Ten tweede wordt het gebruik van PFAS-vrije alternatieven gestimuleerd. In de derde plaats richt de aanpak zich op het beperken van de verspreiding van PFAS in de leefomgeving, onder meer door het terugdringen van emissies en een streng vergunningenregime. En tot slot wordt ingezet op het verminderen van blootstelling aan PFAS via de aanpak van de meest vervuilde locaties2. Hiermee zetten we alle zeilen bij, en tegelijkertijd moeten we ook accepteren dat deze stoffen niet snel zullen verdwijnen uit onze omgeving.
Aanbevelingen RIVM
Het RIVM beveelt aan om over een aantal jaren de PFAS-metingen in moedermelk op te volgen, zodat kan worden nagegaan of maatregelen om de blootstelling aan soorten PFAS te verminderen effectief zijn, maar ook de bescherming van kwetsbare en risicogroepen geborgd blijft. Het kabinet zal een nog te ontvangen voorstel bestuderen en de Tweede Kamer eind dit jaar informeren.
Minder blootstelling aan PFAS: een overzicht van behoeften en inzichten over oplossingen
Als onderdeel van het PFAS-onderzoeksprogramma heeft het RIVM geïnventariseerd bij burgers, beleidsmakers en onderzoekers welke oplossingen zij zien voor het realiseren van een lagere blootstelling aan PFAS. De meningen en suggesties van stakeholders zijn gebundeld in deze studie. Het RIVM benoemt daarin ook wat er al aan actielijnen loopt op de verschillende aanbevelingen.
Het RIVM signaleert dat de meeste opgehaalde suggesties aansluiten bij bestaande beleidsmaatregelen. Het Europese restrictievoorstel en de classificering als zeer zorgwekkende stof worden genoemd als de belangrijkste instrumenten. Het kabinet neemt de genoemde ideeën mee en vindt de dialoog met belanghebbenden zeer waardevol. Dit zullen wij voortzetten.
Tot slot
Er volgen dit jaar nog meer onderzoeksresultaten van het RIVM, waaronder in het najaar een landelijk onderzoek naar PFAS in bloed. Het PFAS-onderzoeksprogramma heeft een looptijd tot eind 2026. Eind dit jaar wordt een eindsynthese verwacht inclusief aanbevelingen over een eventueel vervolgprogramma, waarna een beleidsreactie zal volgen. Het kabinet zet zich in lijn met het regeerakkoord vol in om de blootstelling aan PFAS verder terug te dringen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans
De beoordelingsmethodiek van het RIVM geeft afzonderlijke PFAS een weegfactor (de RPF) die aangeeft hoe schadelijk die stof is ten opzichte van referentiestof PFOA. Door de concentratie van een PFAS met deze weegfactor te vermenigvuldigen kunnen verschillende PFAS worden omgerekend naar één maat: PFOA-equivalenten (PEQ).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35334-451.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.