Vragen van het lid Zalinyan (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Infrastructuur en
Waterstaat over de maatschappelijke kosten van PFAS-vervuiling in Europa (ingezonden
19 februari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de maatschappelijke kosten van PFAS-vervuiling
in Europa kunnen oplopen tot honderden miljarden euro’s?1 Hoe beoordeelt u dit Europese rapport en deze raming voor Nederland?
Vraag 2
Klopt het dat een aanzienlijk deel van deze kosten momenteel bij waterschappen, gemeenten
en dus bij belastingbetalers terechtkomt? Acht u dit in lijn met het beginsel «de
vervuiler betaalt»?
Vraag 3
Heeft u een integrale maatschappelijke kosten-batenanalyse gemaakt van een vergaand
nationaal PFAS-verbod?
Zo ja, hoe verhouden de huidige kosten voor monitoring, zuivering en sanering zich
tot de economische baten van het gebruik van PFAS in Nederland?
Zo nee, waarom niet en bent u bereid om dit alsnog te laten doen?
Vraag 4
Hoe reflecteert u op het eigen handelen van het Rijk en de snelheid waarmee stappen
worden gezet, terwijl de maatschappelijke kosten en effecten voor de gezondheid van
natuur en mens steeds groter worden?
Vraag 5
Ziet u door het nieuwe onderzoek aanleiding om het beleid rondom een verbod en de
snelheid waarmee het wil handelen aan te passen?
Vraag 6
Bent u het ermee eens eens, dat door niet adequaat handelen van de overheid, de samenleving
opdraait voor de kosten van vervuiling van bedrijven? Hoe eerlijk acht u dit?
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat uitstel van streng beleid leidt tot hogere toekomstige kosten,
zoals sanerings- en zorgkosten? Zo ja, hoe wordt dit meegewogen in huidige beleid?
Vraag 8
Deelt u de stelling dat elke jaar uitstel van streng beleid betekent dat de rekening
verder oploopt voor toekomstige generaties?
Vraag 9
Bent u bereid voortaan sneller in te grijpen door bijvoorbeeld nationale maatregelen
te treffen, nu steeds duidelijker wordt hoe groot de schade is, ook als Europese besluitvorming
langer duurt?
Vraag 10
Deelt u de conclusie dat het, gezien de omvang van de huidige en toekomstige kosten,
ook economisch niet langer te verantwoorden is om de productie en toepassing van niet-essentiële
PFAS toe te staan? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Waarom kiezen we er nog steeds voor om niet-essentiële PFAS-toepassingen toe te staan,
terwijl de kosten voor gezondheid en milieu blijven stijgen?
Vraag 12
Wat zijn volgens u essentiële toepassingen en belangrijker nog, niet-essentiële toepassingen
en hoe verhouden die twee zich tot elkaar in volumen?
Vraag 13
Als strengere PFAS-voorschriften die leiden tot minder PFAS-vervuiling, bedrijven
geld kosten, en geen nieuwe voorschriften bedrijven geld besparen, bent u het er dan
mee eens, dat burgers met hun gezondheid betalen voor deze kostenbesparing van bedrijven?
Vindt u dit, alles afwegende, nog economisch en moreel te verdedigen?