Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-XIV nr. 75

35 300 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2020

Nr. 75 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2020

Hierbij bied ik u twee eindrapporten van evaluaties aan1. Ten eerste de evaluatie van de taken die het Voedingscentrum heeft uitgevoerd voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en het toenmalige Ministerie van Economische Zaken in de periode van 2013 t/m 2018. De evaluatie van het Voedingscentrum is uitgevoerd door extern onderzoeksbureau Regioplan in het kader van het periodiek evalueren van subsidies op doeltreffendheid en doelmatigheid. Ten tweede bied ik u het verslag aan van de evaluatie van de projecten die vanuit het artikel «Ondersteuning projecten biologische sector» zijn gefinancierd in de periode 2014–2018. Voor deze evaluatie is het nieuwe gedifferentieerde evaluatieregime voor subsidies toegepast, dat vanaf 1 januari 2019 voor departementen geldt. Omdat het om een relatief kleine subsidie gaat, volstaat volgens het gedifferentieerde regime een verslag.

Evaluatie van het Voedingscentrum

Het doel van de evaluatie van het Voedingscentrum was te achterhalen of het Voedingscentrum in de periode 2013 tot en met 2018 de middelen van het Ministerie van LNV doeltreffend en doelmatig heeft ingezet en of de het Voedingscentrum de beste uitvoerder is van alle taken die het Voedingscentrum uitvoert.

Resultaten

In het evaluatierapport van het Voedingscentrum zijn de volgende positieve punten benoemd:

  • Het Voedingscentrum gaat doelmatig om met de middelen die ze van LNV krijgt.

  • Het is zeer aannemelijk dat het Voedingscentrum doeltreffend is en een positieve impact heeft op duurzaam eetgedrag van Nederlanders. Dit blijkt uit de correlatie die de enquête aangeeft tussen bekendheid met de uitingen van het Voedingscentrum en hoe respondenten zeggen om te gaan met voedsel.

Daarnaast is er de correlatie tussen de vermindering van voedselverspilling door huishoudens in de laatste sorteeranalyse ten opzichte van drie jaar geleden. In deze periode gaf het Voedingscentrum meer aandacht aan het verminderen van voedselverspilling.

  • Met relatief beperkte budgetten bewerkstelligt het Voedingscentrum een relatief grote output en weet het de thema’s duurzaamheid en gezondheid goed aan elkaar te verbinden.

  • Samenwerkingspartners en experts zijn overwegend positief over de samenwerking en over de wijze waarop het Voedingscentrum activiteiten uitzet.

  • Het wordt als laagdrempelig en effectief ervaren dat het Voedingscentrum handelingsperspectief geeft zonder dwingend voor te schrijven wat de consument zou moeten doen.

Naast deze positieve resultaten zijn ook de volgende aandachtspunten genoemd:

  • Sommige doelgroepen, zoals laagopgeleiden, blijven lastig te bereiken. Dit komt mogelijk doordat de inzet onvoldoende op specifieke, gedefinieerde doelgroepen wordt gericht.

  • Het Voedingscentrum zou nog meer kunnen doen om te komen tot duurzame voedselkeuzes bij de consument door onder meer te kijken naar het vergroten van vaardigheden en door gedragsverandering te ondersteunen. Deze aspecten zijn lastiger te beïnvloeden, maar wel cruciaal volgens experts.

  • Voor partners en consumenten lijkt de focus van het Voedingscentrum als eerste te liggen op gezondheid, dan voedselverspilling en als laatste duurzaamheid. Onderliggend hieraan worden het hogere budget van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het gebrek aan helderheid over het begrip «duurzaam voedsel» vaak genoemd.

Aanbevelingen

Aanbevelingen gericht aan het ministerie:

  • 1. Reserveer budget voor toetsing van de effectiviteit van tools en campagnes.

  • 2. Handhaaf de rol- en taakverdeling die het Voedingscentrum in de samenwerking met andere partijen inneemt als vertaler van wetenschappelijke kennis naar communicatiemiddelen en tools.

  • 3. Betrek het Voedingscentrum in de verdere afbakening en definiëren van wat bedoeld wordt met duurzaam voedsel.

  • 4. Overweeg het opstellen van langetermijndoelstellingen voor het Voedingscentrum.

Aanbevelingen gericht aan het Voedingscentrum:

  • 5. Zet kennis van externe experts breder in. Met name:

    • a. Benut wetenschappelijke kennis die er is om advies meer toe te spitsen op specifieke doelgroepen.

    • b. Zet vaker de Adviescommissie Duurzaamheid in

    • c. Spreek specifieke doelgroepen meer aan.

  • 6. Geef meer aandacht aan voedselvaardigheden.

Evaluatie «Ondersteuning Projecten Biologische sector»

De biologische sector heeft in verhouding tot de reguliere sector te maken met stringentere regels en biologische productiemethoden vereisen een andere vakkennis. Het doel van het betreffende subsidie-instrument is dan ook om in brede zin de benodigde vakkennis binnen de biologische sector te bevorderen en (blijvende) omschakeling naar biologische landbouw te bewerkstelligen. Hiervoor is jaarlijks € 130.000,- beschikbaar. De evaluatie is gericht op de doeltreffendheid en effectiviteit, waarbij gekeken is naar de bijdrage van de projecten aan het doel van het begrotingsartikel.

Resultaten

Uit de evaluatie komt naar voren dat de alle uitgevoerde projecten ofwel gericht waren op kennisontwikkeling, kennisverspreiding of een combinatie ervan. De onderwerpen hebben een verdeling over de sector en gaan in op actuele maatschappelijke thema’s (bijvoorbeeld volksgezondheid en dierenwelzijn). Met de inzet van een relatief beperkt instrument wordt een positieve bijdrage geleverd aan de (kennis)ontwikkeling van de biologische sector en worden omschakelaars gefaciliteerd.

Aanbevelingen

Een verbeterpunt is de blijvende ontsluiting van de resultaten van de uitgevoerde projecten voor ondernemers. Voor de toekomstige projecten kan nadrukkelijker worden aangesloten bij de doelstellingen van de LNV-visie: Waardevol en Verbonden (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 5).

Afsluitend

Ik onderschrijf de conclusies en ik neem de aanbevelingen over van beide evaluaties. De rol van het Voedingscentrum zal ik handhaven en het Voedingscentrum zal betrokken worden in de verdere afbakening en definiëring van wat bedoeld wordt met «duurzaam voedsel». Binnen de huidige budgettering overweeg ik om meer ruimte te geven aan de toetsing van de effectiviteit van tools en campagnes. Ik zie het Voedingscentrum als een belangrijke, onafhankelijke partner in het voorlichten en ondersteunen van consumenten over duurzame voedselkeuzes. De evaluatie onderstreept weer dat het Voedingscentrum als betrouwbaar gezien wordt, dat het een goede positie gevonden heeft ten opzichte van andere partijen en in staat is flexibel om te gaan met een altijd veranderende omgeving. Ik zie daarom uit naar een goede samenwerking ook in de komende jaren.

Kennisontwikkeling en verspreiding is gezien de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit het «biologisch keurmerk» van belang voor de biologische sector. Ik zal mij inspannen om bij toekomstige projecten nadrukkelijker de verbinding te maken met (de omslag naar) de kringlooplandbouw.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl