Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-X nr. 72

35 300 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2020

Nr. 72 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2020

Tijdens het VAO op 18 februari heb ik uw Kamer toegezegd om voor 1 juni 2020 een besluit te nemen over de toekomst van de Linkroute-10A (laagvliegroute voor jachtvliegtuigen door Noord- en Oost-Nederland die in zuidelijke richting achtereenvolgens door de provincies Friesland, Drenthe, Overijsel en Gelderland loopt) (Handelingen II 2019/20, nr. 55, item 31). Dit heb ik nader toegelicht in Kamerbrieven Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nrs. 2298 en 2068. Hoewel de Linkroute 10A sinds 2002 niet meer wordt gebruikt heeft de aanwezigheid van de route planologische beperkingen voor de provincies en gemeenten waarboven deze route loopt. Zowel uw Kamer als de betrokken provincies en gemeenten hebben verzocht om duidelijkheid te scheppen over de toekomst van deze laagvliegroute. Met deze brief informeer ik u over mijn besluit.

Als eerste wil ik opmerken dat een inzetbare krijgsmacht een goed geoefende krijgsmacht is. Maar om te kunnen oefenen heeft Defensie de beschikking nodig over adequate oefengebieden. Om de overlast te beperken in een dichtbevolkt en klein land als Nederland oefenen we veel in het buitenland. Maar ook in Nederland zijn oefengebieden nodig. Daarbij proberen we altijd in samenspraak met de omwonenden de overlast tot een minimum te beperken.

In 2002 is door toenmalig Staatssecretaris Van der Knaap besloten om het gebruik van de Linkroute-10A op te schorten. De redenen hiervoor, zoals destijds gemeld in de Kamerbrief, waren geluidshinder en een potentieel gevaarlijke situatie door de ligging van luchtvaartterrein Drachten ten opzichte van de Linkroute-10A (Kamerbrief 28 114, nr. 3, d.d. 23 oktober 2002).

In 2008 is door toenmalig Staatssecretaris De Vries aan uw Kamer toegezegd dat voor alle militaire vliegactiviteiten een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming zal worden aangevraagd (Aanhangsel Handelingen II 2007/08, nr. 1569). Hierbij is de Linkroute 10A meegenomen ondanks het feit dat deze is opgeschort. Het aanvragen van de verschillende vergunningen is in twee fases gesplitst. Tijdens de eerste fase is in 2012 het laagvliegen met militaire helikopters in de helikopter laagvlieggebieden in Nederland vergund. U bent hierover geïnformeerd op 13 februari 2012 (Kamerbrief 33 000 X, nr. 70). In de tweede fase wordt voor de resterende activiteiten een vergunning aangevraagd. Hiervoor heeft in 2018 voor een elftal activiteiten een voortoets plaatsgevonden om te bepalen of er een vergunning noodzakelijk is. Voor zeven van deze activiteiten, waaronder de laagvliegroutes, is dit het geval. Vervolgens heeft de Koninklijke Luchtmacht hiervoor haar laagvliegbehoefte in kaart gebracht.

Op dit moment wordt het grootste deel van de laagvliegbehoefte van de F-16 in de Verenigde Staten ingevuld. Met de komst van de F-35 houdt de Koninklijke Luchtmacht nog steeds een behoefte aan laagvliegtraining. Omdat de oefenlocatie in Tucson wordt afgestoten kan hier voor de F-35 in de toekomst geen gebruik worden gemaakt. Om deze reden heeft de Koninklijke Luchtmacht breed gekeken naar de behoefte aan oefengebieden. Hierin is ook de Linkroute-10A meegenomen. Echter de bezwaren tegen het gebruik van Linkroute-10A uit 2002 zijn nog steeds van kracht. Het veiligheidsrisico rond luchtvaartterrein Drachten is niet weggenomen en veroorzaken jachtvliegtuigen in de laagvliegroute meer geluidsoverlast dan op gebruikelijke hoogtes.

Vervolgens heb ik een afweging gemaakt tussen de planologische wensen van de betrokken provincies en gemeenten en het opgeschort aanhouden van de laagvliegroute. Het aanhouden van de Linkroute-10A in opgeschorte toestand heeft als voordeel dat de Koninklijke Luchtmacht, indien de noodzaak zich voordoet en na overleg met de betrokken lokale overheden, weer gebruik zou kunnen maken van het oefengebied. Dit heeft echter als nadeel dat er geen hoogbouw, zoals windmolens, kan plaatsvinden in het gebied onder de route. Ook als deze nooit meer gebruikt zou worden. Alles overwegend heb ik besloten om de Linkroute-10A op te heffen, de datum hiervoor wordt nog nader bepaald. Dit betekent dat wij voor het vullen van de laagvliegbehoefte meer en meer zijn aangewezen op alternatieven in het buitenland.

Tenslotte wil ik opmerken dat de Linkroute-10A onderdeel vormde van de beperkte oefenmogelijkheden binnen Nederland. Met het definitief opheffen van dit oefengebied levert Defensie een deel van haar schaarse oefencapaciteit in. Bij de afwegingen over oefengebieden moet ik mij terdege rekenschap geven van de blijvende, bredere behoefte van de Koninklijke Luchtmacht aan oefenruimte voor het trainen met jachtvliegtuigen, transportvliegtuigen en helikopters. Om een goed geoefende en daarmee volledig inzetbare krijgsmacht blijvend te garanderen kan het noodzakelijk zijn om in de toekomst nieuwe gebieden in Nederland aan te wijzen als oefengebied. Uiteraard gebeurt dit met alle wettelijke waarborgen die van toepassing zijn, inclusief overleg met de betrokken overheden en bewoners.

De Staatssecretaris van Defensie, B. Visser