35 300 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2020

Nr. 130 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 juni 2020

Bij brief van 5 maart 2020 heeft de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken mij gevraagd om een afschrift van mijn antwoord op de brief van de VNG, waarin de VNG reageert op mijn brief aan uw Kamer over de Toekomst van het Openbaar Bestuur (d.d. 18 oktober 2019, Kamerstuk 35 300 VII, nr. 7).

Met haar brief vraagt de VNG niet zozeer om een schriftelijke reactie op hetgeen zij inbrengt, maar nodigt de VNG mij uit om in gesprek te gaan over de thema’s die ik in mijn kamerbrief heb geadresseerd. Ik ben daar graag toe bereid; ik ben van plan om in diverse gremia met de medeoverheden in gesprek te gaan over verschillende onderdelen die ik in mijn brief over de Toekomst van het Openbaar Bestuur heb aangestipt.

Zo wordt er gewerkt aan een ronde langs de provincies waarin per provincie aan de hand van concrete bestuurlijke vraagstukken het gesprek wordt gevoerd met bestuurlijke vertegenwoordigers van provincies, gemeenten en waterschappen over hun rol, positie en (toekomstige) mogelijkheden. Dit naar aanleiding van de vragen die ik in mijn genoemde brief heb opgeworpen over de mate waarin medeoverheden nog voldoende zijn toegerust op hun opgaven. Door de coronacrisis zijn de al geplande bijeenkomsten verplaatst tot na het zomerreces. Er zal dan gestart worden met (digitale) bijeenkomsten. Ik verwacht deze bijeenkomsten in december af te sluiten met een slotbijeenkomst, waarin de bevindingen uit alle provinciebezoeken bij elkaar worden gebracht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Naar boven