35 300 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën

Nr. 49 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 oktober 2019

Uw Kamer heeft tijdens de Algemene politieke beschouwingen een motie van het lid Jetten c.s. aangenomen (Handelingen II 2019/20, nr. 3, stemmingen over moties ingediend bij de Algemene Politieke Beschouwingen) over verhoging van het budget voor de ondersteuning van de parlementariërs en de subsidie aan politieke partijen (Kamerstuk 35 300, nr. 19).

Het kabinet zal deze motie uitvoeren door, voorafgaand aan de begrotingsbehandeling, met een voorstel te komen voor de nadere uitwerking van de ophoging van het budget voor subsidies aan politieke partijen. Indien uw Kamer daar mee instemt, zal dit leiden tot een nota van wijziging op hoofdstuk VII (Kamerstuk 35 300 VII).

Voor de intensivering van de € 10 mln. voor de ondersteuning van de parlementariërs laat ik de besteding graag aan uw Kamer. Daarbij is wel van belang om te vernemen of u een verdeling van deze middelen tussen de Eerste Kamer en de Tweede Kamer wenst. Zodra dit bekend is, kan dit begrotingstechnisch via een nota van wijziging worden verwerkt in hoofdstuk IIA (Kamerstuk 35 300 IIA).

Het kabinet heeft inmiddels vastgesteld dat de door u aangedragen bronnen voorzien in financiële dekking van de motie. Op het moment dat ik u de nota’s van wijziging aanbied, zal ik u, mede namens de Minister van Financiën, nader informeren over de precieze budgettaire dekking.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Naar boven