Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 35154 nr. K |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 35154 nr. K |
Ontvangen 13 juni 2022
Het kabinet dankt de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking van de Eerste Kamer der Staten-Generaal voor haar verslag van 7 juni 2022 met betrekking tot het wetsvoorstel tot goedkeuring van de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (hierna: CETA). Met belangstelling is kennis genomen van de opmerkingen en vragen van de leden van de desbetreffende fracties. In deze nota naar aanleiding van het verslag worden de vragen beantwoord waarbij de volgorde van de vragen wordt aangehouden en waar nodig wordt verwezen naar eerdere beantwoording over hetzelfde onderwerp.
In de vragen gesteld door de Eerste Kamer is het kabinet verzocht een aantal zaken (opnieuw) op te nemen met de Europese Commissie. Ook verzoekt de Eerste Kamer een aantal vragen rechtstreeks door te geleiden aan de Europese Commissie voor beantwoording door de Commissie. In een brief aan Commissaris Dombrovskis d.d. 7 juni 2022 is derhalve een aantal zaken (opnieuw) opgenomen met de Europese Commissie. Ook zijn de vragen die rechtstreeks gericht zijn aan de Europese Commissie met deze brief doorgeleid. De brief aan Commissaris Dombrovskis en de in reactie hierop ontvangen antwoordbrief van de Europese Commissie, binnengekomen op 11 juni 2022, zijn bijgevoegd als bijlagen aan deze nota. Een officiële vertaling naar het Nederlands van de antwoorden op de rechtstreeks aan de Commissie gerichte vragen zal als nazending volgen.
Commissaris Dombrovskis had reeds in zijn brief van 6 mei jl. aangegeven dat het merendeel van de Nederlandse inbreng ten aanzien van het klachtenmechanisme zal worden overgenomen in de binnenkort te publiceren herziene richtlijnen voor dit mechanisme1. Zo heeft de Commissie toegezegd om de «pre-notificatie» contacten, bedoeld om klagers te helpen bij het formuleren van een klacht, verder te structureren. Ook heeft de Commissie bevestigd dat indien informatie ter onderbouwing van een klacht ontbreekt, dit door klagers kan worden aangevuld.
In de brief van 6 mei jl. gaf Commissaris Dombrovskis eveneens aan graag eerst meer ervaring op te doen met het klachtenmechanisme, alvorens tijdspaden op te stellen voor de behandeling van klachten door de Commissie. In lijn met het herhaaldelijke verzoek van de Eerste Kamer en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, heeft het kabinet in de brief van 7 juni jl. de Commissie opnieuw met nadruk verzocht om alsnog deze tijdspaden zo spoedig mogelijk te introduceren en op te nemen in de aangekondigde herziene richtlijnen voor het klachtenmechanisme. Het kabinet is dan ook zeer verheugd dat de Commissie in de antwoordbrief van 11 juni 2022 aangeeft dat in de herziene richtlijnen reeds tijdspaden geïntroduceerd zullen worden voor de behandeling van klachten over handel en duurzame ontwikkeling. Deze tijdspaden houden in dat de Commissie binnen 10 werkdagen de ontvangst van een klacht zal bevestigen, binnen 20 dagen na ontvangst met de klager opvolging zal geven aan de klacht en binnen 120 dagen na ontvangst zal beoordelen of er sprake lijkt te zijn van een schending door de handelspartner van de EU van de betreffende afspraken. Indien aanvullende informatie opgevraagd moet worden van de klager of een internationale organisatie wordt de reactietermijn opgeschort, om deze te hervatten wanneer de opgevraagde informatie is ontvangen. Hiermee heeft de Commissie een belangrijk verzoek van het kabinet overgenomen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks
Op verzoek van de Nederlandse regering heeft de Eurocommissaris voor Handel, de heer Dombrovskis, nadere duiding verschaft over met name het proces rondom het klachtenmechanisme. Dit was een reactie op de brief van de regering van 24 juni 2021. De leden van GroenLinks zullen zich in deze inbreng hoofdzakelijk beperken tot het recentelijk ingevoerde klachtenmechanisme (Single Entry Point, hierna SEP).
De Minister schrijft in een begeleidende brief van 12 mei 2022 aan de Kamer welke stappen er gezet zijn door haar en haar voorgangers in het garanderen van meer duurzaamheid in het Europese handels- en investeringsbeleid.2 Ook de Eurocommissaris voor Handel schrijft dat hij het klachtenmechanisme als garantie ziet voor verankering van mensen- en arbeidsrechten, en duurzaamheid in het algemeen. De leden van de GroenLinks-fractie stellen vast dat het SEP de belangrijkste bezwaren van CETA niet oplost, zoals de ICS-clausule («Investment Court System») waar alleen investeerders via een parallel rechtssysteem claim kunnen indienen tegen EU-lidstaten of Canada. Is de regering het op dit punt met deze leden eens?
Het klachtenmechanisme verandert inderdaad de afspraken die de EU en Canada in CETA hebben gemaakt niet. Dat was ook niet de bedoeling van het oprichten van het klachtenmechanisme. Het klachtenmechanisme biedt een ingang voor bedrijven, vakbonden en NGOs om hun zorgen of klachten over naleving van de afspraken gemaakt in EU handelsakkoorden, waaronder CETA, bij de Europese Commissie onder de aandacht te brengen. Op deze manier draagt het klachtenmechanisme bij aan betere monitoring en handhaving van de afspraken in CETA.
De afspraken in CETA over investeringsbescherming hebben als doel investeerders over en weer een mate van rechtszekerheid te bieden. Tegen de achtergrond van de steeds belangrijkere rol die private investeerders spelen in duurzame en inclusieve groei, dragen moderne investeringsakkoorden bij aan het verbeteren van het investeringsklimaat van verdragspartijen. De stelling dat de opname van het Investment Court System (ICS) in CETA bezwaarlijk is, onderschrijft het kabinet niet. Zoals eerder aangegeven verschillen de afspraken over investeringsbescherming in CETA niet van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals die gehanteerd worden onder Nederlands recht. Net als onder Nederlands recht heeft een investeerder onder CETA het recht op een eerlijke en billijke behandeling door de overheid, alsmede bescherming en veiligheid van de onder de overeenkomst vallende investeringen, in het bijzonder bescherming tegen rechtsweigering, schending van het recht op een eerlijke procesgang, willekeur, discriminatie en druk, dwang en intimidatie. Het Investment Court System voorzien in CETA biedt een onafhankelijk en onpartijdig mechanisme voor de beslechting van eventuele geschillen hierover, inclusief de mogelijkheid van hoger beroep.
Op welke wijze heeft in de optiek van de regering het initiatief van het SEP effect op de bestaande afspraken van de huidige handelsakkoorden, waaronder CETA?
Het klachtenmechanisme verandert de afspraken in handelsakkoorden, waaronder CETA, niet. Wel kan het klachtenmechanisme bijdragen aan betere naleving van de gemaakte afspraken in deze handelsakkoorden, waaronder de afspraken in CETA, door betere monitoring en waar nodig handhaving van de gemaakte afspraken.
Kan de regering deze effecten duidelijk onderbouwen?
Het klachtenmechanisme biedt een ingang aan verschillende partijen om hun zorgen of klachten bij de Europese Commissie onder de aandacht te brengen. Op basis daarvan kan de Europese Commissie gerichter en met meer onderliggende informatie reageren op mogelijke schendingen van onder andere de duurzaamheidsafspraken in handelsakkoorden. De oprichting van het klachtenmechanisme past in de toegenomen nadruk die de EU legt op de naleving van duurzaamheidsafspraken in handelsakkoorden.
Het klachtenmechanisme bestaat inmiddels ruim een jaar. Voor wat betreft handelsbelemmeringen is in het implementatierapport van 27 oktober 2021 van de Commissie aangegeven dat er meer dan 60 meldingen via het klachtenmechanisme binnengekomen zijn, waaruit op dat moment zeventien formele klachten voortgekomen waren.3 In aanvulling daarop heeft de Europese Commissie laten weten dat het aantal formele klachten inmiddels is opgelopen tot meer dan vijftig. Ter vergelijking: in de afgelopen 20 jaar zijn gemiddeld minder dan eenmaal per jaar klachten over handelsbarrières ontvankelijk verklaard onder de Trade Barrier Regulation. Het klachtenmechanisme lijkt daarom in vergelijking gemakkelijk vindbaar en bruikbaar.
Medio mei is de eerste klacht bij het SEP ingediend over naleving van bestaande afspraken over handel en duurzame ontwikkeling. Het betreft een klacht van CNV Internationaal over naleving van de afspraken in het handelsakkoord van de EU en de lidstaten met onder andere Colombia en Peru.
Op welke wijze heeft in de optiek van de regering het initiatief van het SEP effect op de bestaande afspraken van de huidige handelsakkoorden, waaronder CETA? Kan de regering deze effecten duidelijk onderbouwen? Het nieuwe klachtenmechanisme zorgt er in de optiek van de leden van de GroenLinks-fractie niet voor dat de naleving in het verdrag zelf anders wordt geregeld. Oftewel, de handhaving van verdragen blijft hetzelfde, zo ook bij het CETA-verdrag. Tijdens het debat over de begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 20214, waar ook over CETA werd gesproken, kon de toenmalige Minister geen antwoord op deze vraag geven. Ook wordt dit niet duidelijk in de communicatie van de regering en de Europese Commissie. Deze leden verzoeken de regering hierover opnieuw met de Europese Commissie in gesprek te treden om hier maximale helderheid over te verschaffen. Kan de regering hier een reactie op geven?
Het klachtenmechanisme verandert inderdaad de afspraken die de EU met derde landen in handelsakkoorden heeft gemaakt niet. Dat was ook niet de bedoeling van de oprichting van het klachtenmechanisme. De mogelijkheden voor handhaving die zijn afgesproken in CETA blijven dus dezelfde.
De afspraken over handel en duurzame ontwikkeling in CETA zijn juridisch bindend. Middels een jaarlijkse dialoog monitoren Canada en de EU de voortgang van naleving van deze afspraken. Hierin blijkt Canada een gelijkgezinde partner voor de EU. Het akkoord voorziet in robuuste geschillenbeslechtingsmechanismen ter handhaving van zowel de afspraken over markttoegang als de afspraken over handel en duurzame ontwikkeling. De bedoeling van het klachtenmechanisme is om de monitoring van de gemaakte afspraken te verbeteren en waar nodig de handhavingsmogelijkheden die een EU handelsakkoord zoals CETA biedt beter te benutten.
De leden van de GroenLinks-fractie stellen vast dat er bij het SEP een groot verschil in mate van binding en helderheid is bij het afhandelen van klachten bij zogenoemd «market acces issues», vergeleken met klachten inzake duurzaamheidsaspecten en schending van vakbondsrechten. Heeft de regering meer informatie over de mate van binding en transparantie bij het afhandelen van klachten dan momenteel is terug te lezen in de brieven van de regering en de Europese Commissie? Zo niet, zou de regering deze informatie willen opvragen bij de Europese Commissie?
Het klachtenmechanisme (SEP) is een nieuw instrument, voor zowel behandeling van klachten over markttoegangsproblemen als klachten over duurzaamheidskwesties. Onder het SEP worden deze klachten op vergelijkbare wijze behandeld, zoals ook blijkt uit de tekst van de huidige operationele richtlijnen van het SEP en de daarin opgenomen procedures voor zowel klachten over markttoegang als klachten over duurzaamheidskwesties.5 Dat de Commissie niet voornemens is om klachten over markttoegang te prioriteren boven klachten over handel en duurzame ontwikkeling wordt opnieuw expliciet bevestigd in de antwoorden opgenomen in de recente brief van Commissaris Dombrovskis d.d. 11 juni 2022. Klachten over handelsbarrières kunnen daarnaast ook onder de Trade Barrier Regulation (TBR) worden aangekaart. Ook in deze verordening zijn procedures vastgelegd voor de behandeling van klachten over vermeende handelsbarrières.
Zowel onder het SEP als onder de Trade Barrier Regulation geldt dat er geen plicht bestaat voor de Europese Commissie om handhavingsmaatregelen te nemen naar aanleiding van een klacht. Wel dient de Commissie de klagers over bepaalde ontwikkelingen in de procedure te informeren zowel onder de TBR als volgens de richtlijnen voor het klachtenmechanisme. Voor de TBR geldt dat klagers op de hoogte worden gebracht van de belangrijkste uit de onderzoeksprocedure voortvloeiende feiten en overwegingen. De bestaande richtlijnen voor het klachtenmechanisme voorzien erin dat de klager wordt geïnformeerd of de klacht leidt tot een handhavingsmaatregel, en waar dat het geval is, over het handhavingsactieplan.
In de naar aanleiding van de vragen van de Eerste Kamer door het kabinet verzonden brief aan Commissaris Dombrovskis is de vraag naar meer informatie over de mate van transparantie en de opname van tijdspaden voor behandeling van klachten meegenomen. Zoals hierboven aangegeven heeft Commissaris Dombrovskis in zijn brief van 11 juni 2022 aangegeven dat in de binnenkort te publiceren herziene richtlijnen reeds tijdspaden geïntroduceerd zullen worden voor de behandeling van klachten over schendingen van de afspraken over handel en duurzame ontwikkeling. Ook bevestigt Commissaris Dombrovskis dat, indien een klacht niet lijkt te duiden op een schending, de klager geïnformeerd zal worden over de resultaten van de beoordeling van de klacht door de Commissie.
Hiermee heeft de Commissie een belangrijk verzoek van het kabinet overgenomen. Zodra de herziene richtlijnen (online) gepubliceerd zijn, zullen deze aan uw Kamer toegestuurd worden.
Via het SEP kunnen bedrijven klachten neerleggen bij de Europese Commissie over landen die handelsbarrières opleggen op basis van de EU-verordening inzake handelsbelemmeringen (Trade Barriers Regulation). Onder deze wettelijke verordening krijgen bedrijven wel procedurele rechten en is de Europese Commissie gebonden aan strikte richtlijnen inzake de afhandeling van klachten en de tijdspaden waarbinnen ze een antwoord dient te geven. Organisaties die een klacht inzake de eerder hierboven beschreven duurzaamheid indienen krijgen die garanties niet. Hoe apprecieert de regering dit verschil in procedurele rechten, en is zij bereid zich hard te maken voor een wijziging in dezen?
De Trade Barrier Regulation (TBR) is meer dan 25 jaar geleden tot stand gekomen en heeft betrekking op bedrijven (of bedrijvenkoepels) binnen de EU die klachten indienen over handelsbelemmeringen. De TBR kent inderdaad procedurele rechten toe aan klagende partijen. Zo volgt uit de TBR dat de Commissie na ontvangst van een klacht zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 45 dagen een besluit dient te nemen over de opening van een onderzoeksprocedure. Daarnaast worden klagers op de hoogte gebracht van de belangrijkste uit de onderzoeksprocedure voortvloeiende feiten en overwegingen en kunnen zij, indien zij de voornaamste betrokken partijen bij het resultaat van de procedure zijn, op verzoek ook gehoord worden. De mate waarin bedrijven van de TBR gebruik maken moet niet overschat worden: in de afgelopen 20 jaar is gemiddeld minder dan eenmaal per jaar een klacht onder de TBR ontvankelijk verklaard.
Het nieuw opgerichte klachtenmechanisme is toegankelijk voor zowel bedrijven als vakbonden, NGOs en individuele personen. Zoals aangegeven in het antwoord op de vorige vraag ziet het klachtenmechanisme op zowel klachten over handelsbelemmeringen (klachten over niet-naleving van afspraken over markttoegang) als klachten over duurzaamheidskwesties (klachten over niet-naleving van de afspraken over handel en duurzame ontwikkeling). De Commissie dient klagers over bepaalde ontwikkelingen in de procedure te informeren, zowel onder de TBR als volgens de richtlijnen voor het klachtenmechanisme. De Commissie is daarbij gehouden aan de algemene regels voor goed bestuur, zoals vastgelegd in de Code van Goed administratief gedrag.
De Europese Commissie heeft aangegeven dat sinds eind 2020 meer dan vijftig formele klachten zijn ingediend door bedrijven onder het klachtenmechanisme. Met andere woorden: bedrijven lijken de weg naar het klachtenmechanisme gemakkelijk te vinden.
In de ogen van het Nederlandse kabinet dient er voldoende transparantie te zijn omtrent de procedures voor behandeling van klachten. Ik heb in eerdere brieven aan de Eerste Kamer de toezegging gedaan me hiervoor in te zetten. De Commissie is op dit punt voornemens een aantal belangrijke stappen te zetten, zoals uiteengezet in de brief van Commissaris Dombrovskis van 6 mei jl. In de brief van het kabinet van 7 juni jl. aan de Commissie is vervolgens opnieuw aangedrongen op de toevoeging van tijdspaden die klagers duidelijkheid geven over de termijnen waarbinnen de Commissie een oordeel vormt over de klacht. In de antwoordbrief van 11 juni 2022 heeft Commissaris Dombrovskis zoals hierboven toegelicht aangegeven tijdspaden op te zullen nemen in het klachtenmechanisme voor de behandeling van klachten over handel en duurzame ontwikkeling. Ook bevestigt Commissaris Dombrovskis dat klagers tijdens het proces geïnformeerd zullen worden over de resultaten van de beoordeling door de Commissie, ook wanneer de Commissie concludeert dat geen sprake is van een schending door de verdragspartner van de gemaakte afspraken. In de ogen van het kabinet is de opname van tijdspaden een belangrijke en positieve stap.
Zo ja, op welke wijze en hoe relateert dat aan het Nederlandse standpunt inzake CETA? Zo nee, waarom niet?
Het kabinetsstandpunt ten aanzien van CETA is positief, zoals de Eerste Kamer bekend is. Het klachtenmechanisme wijzigt niets aan de inhoud van CETA maar kan wel bijdragen aan betere naleving van CETA en andere handelsakkoorden. Het kabinet apprecieert het klachtenmechanisme dan ook als een belangrijk nieuw instrument dat past in de toegenomen nadruk op naleving en handhaving van handelsafspraken, waaronder afspraken over handel en duurzame ontwikkeling.
De leden van de GroenLinks-fractie verzoeken de regering hierover met de Europese Commissie in gesprek te gaan zodat deze disbalans tussen bedrijven en NGO’s wordt hersteld. Kan de regering hierop reageren?
Het kabinet is niet van mening dat er sprake zou zijn van een disbalans tussen bedrijven en NGO’s, als het gaat om de toegang tot het klachtenmechanisme onder het Single Entry Point (SEP). Europese bedrijven, NGOs, vakbonden en burgers kunnen een klacht onder het nieuwe klachtenmechanisme indienen. In zijn antwoordbrief van 11 juni 2022 bevestigt Commissaris Dombrovskis dat de Commissie klachten over markttoegang niet zal prioriteren boven klachten over handel en duurzame ontwikkeling en vice versa.
Er blijft in de optiek van de leden van de GroenLinks-fractie sprake van een fundamenteel ongelijk speelveld tussen investeerders enerzijds en burgers, activisten, vakbonden en andere maatschappelijke organisaties anderzijds, als het gaat om afdwingbare en bindende rechten (inclusief de exclusieve toegang tot arbitrage voor investeerders). Is de regering het hiermee eens en is zij bereid zich hard te maken voor een wijziging in dezen? Zo ja, op welke wijze en hoe relateert dat aan het Nederlandse standpunt inzake CETA? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet is het niet eens met de stelling dat er een fundamenteel ongelijk speelveld is. Over investeringsbescherming zijn in CETA afspraken gemaakt bedoeld om investeringen over en weer te bevorderen. Investeringsbescherming functioneert als aanvullende rechtsbescherming voor bedrijven die bijvoorbeeld te maken krijgen met onbillijk overheidsoptreden of discriminerende regelgeving. Het gaat dan om bescherming in specifieke, nauw omschreven situaties.
Het grootste deel van de afspraken in CETA betreft markttoegang voor goederen, diensten en aanbestedingen, douane zaken, voedselveiligheid, intellectueel eigendom, subsidies en afspraken over handel en duurzame ontwikkeling. Deze afspraken zijn belangrijk voor bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties. Zowel voor bedrijven als voor burgers en maatschappelijke organisaties geldt dat wanneer zij menen dat sprake is van gebrekkige naleving het uiteindelijk aan de verdragspartijen is om elkaar hierop aan te spreken en eventueel geschillenbeslechting op te starten of andere handhavingsmaatregelen te nemen. De vergelijking van investeringsbescherming met de andere afspraken in handelsakkoorden, of het nu gaat om afspraken over markttoegang voor goederen, diensten en aanbestedingen of over afspraken omtrent handel en duurzame ontwikkeling, gaat in de ogen van het kabinet niet op.
De slagkracht van het SEP is beperkt omdat duurzaamheidseisen, mensen- en arbeidsrechten verankerd blijven in het niet-afdwingbare hoofdstuk inzake handel en duurzame ontwikkeling («TSD»). Is de regering bereid met de Europese Commissie in gesprek te gaan om te zorgen dat deze eisen en rechten een integrale en bindende inbedding in verdragen krijgen, zodat het SEP ook effectief is?
Bepalingen in hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling in handelsverdragen zijn juridisch bindend. Verdragspartijen bij het handelsakkoord committeren zich aan de ratificatie en effectieve implementatie van fundamentele ILO-conventies. Ook herbevestigen zij hun verplichtingen onder internationale klimaat- en milieuverdragen waarbij zij partij zijn, waaronder de Overeenkomst van Parijs.
Zoals bekend, heeft mijn voorganger schriftelijke inbreng met de Commissie gedeeld voor de momenteel lopende herziening van afspraken over handel en duurzame ontwikkeling. Deze inbreng bouwt voort op de wens om zowel de wortel als de stok functie van deze afspraken te versterken. De Commissie zal voor de zomer, waarschijnlijk in de laatste week van juni, de uitkomsten in de vorm van een mededeling presenteren. Vervolgens zal de Raad deze mededeling bespreken. De kabinetsappreciatie en inzet voor de discussie in de Raad zal u op gebruikelijke wijze toekomen.
Voor wat betreft het klachtenmechanisme geldt dat dit als doelstelling heeft om de monitoring en waar nodig de handhaving van afspraken in handelsakkoorden te bevorderen. Het klachtenmechanisme draagt bij aan een betere inzet van de mogelijkheden tot monitoring en handhaving van afspraken die zijn opgenomen in handelsakkoorden. De wijze waarop het klachtenmechanisme is georganiseerd staat dus los van de precieze handhavingsmogelijkheden die de verschillende EU handelsakkoorden bieden. Daar komt bij dat de EU beschikt over een breed instrumentarium aan mogelijkheden om partners te bewegen zich aan de gemaakte afspraken te houden, waarvan geschillenbeslechting er slechts één is.
Hoe beoordeelt de regering de slagkracht van het SEP, gelet op het hierboven genoemde TSD-voorbeeld?
Het klachtenmechanisme is in het leven geroepen om het maatschappelijk middenveld – van bedrijven tot vakbonden en NGOs – de mogelijkheid te bieden op gestructureerde wijze klachten over niet-naleving van handelsafspraken bij de Commissie in te kunnen dienen. Op die manier kan het klachtenmechanisme de naleving van handelsafspraken, waaronder duurzaamheidsafspraken, helpen verbeteren.
Medio mei heeft CNV Internationaal een eerste klacht ingediend over naleving van bestaande afspraken over handel en duurzame ontwikkeling in het handelsakkoord met onder andere Colombia en Peru. Het kabinet wil niet op de uitkomst van de bevindingen van de Commissie en het mogelijke vervolg traject in deze klacht vooruit lopen.
Er is nog veel onduidelijk over de processen rondom klachten, zoals transparantie, tijdlijn, ondersteuning bij indiening, heldere eisen en onderbouwing eisen, rol van nationale adviesgroepen en evaluatie van het mechanisme. De leden van de GroenLinks-fractie zouden graag meer helderheid over de processen van SEP krijgen om een goede beoordeling van het mechanisme te kunnen maken. Deze leden vragen de regering dan ook op bovengenoemde punten helderheid bij de Europese Commissie te verkrijgen in de komende tijd.
De herziene richtlijnen van het klachtenmechanisme worden binnenkort gepubliceerd. Het kabinet zal de herziene richtlijnen van het klachtenmechanisme aan de Eerste Kamer sturen zodra deze zijn gepubliceerd.
In zijn brief van 6 mei jl. gaf Commissaris Dombrovskis al aan op een aantal belangrijke punten de Nederlandse suggesties over te nemen. Zo komt er meer duidelijkheid over de wijze waarop pre-notificatie contacten verlopen en zal de Commissie het verloop van het pre-notificatie proces nader toelichten, wordt meer duidelijkheid verschaft over de door de Commissie in het klachtenformulier gevraagde informatie, geeft de Commissie aan dat incomplete klachten niet automatisch verworpen worden, maar leiden tot nader contact en zegt de Commissie toe om nader toe te lichten hoe klagers in het verdere proces door de Commissie op de hoogte worden gehouden. In deze brief geeft Commissaris Dombrovskis ook aan dat de richtlijnen in de toekomst regelmatig opnieuw herzien zullen worden. Tot slot geeft de Commissie in deze brief aan terug te zullen komen op de rol van de nationale adviesgroepen in het kader van de eind-juni verwachte herziening van duurzaamheidsafspraken in EU handelsakkoorden.
In lijn met het herhaaldelijke verzoek van de Eerste Kamer en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, heeft het kabinet in de brief van 7 juni jl. de Commissie opnieuw verzocht om alsnog tijdspaden te introduceren in het klachtenmechanisme. In de antwoordbrief van 11 juni 2022 van Commissaris Dombrovskis zoals hierboven toegelicht is het resultaat van deze inspanningen zichtbaar.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie
Eurocommissaris Dombrovskis geeft in zijn brief aan dat vijf suggesties die de Nederlandse regering aan de Europese Commissie had gedaan op basis van door de SER georganiseerde gesprekken met maatschappelijke organisaties worden opgenomen in de herziening van de «SEP operating guidelines», die in de zomer van 2022 worden gepubliceerd.6 Kan de regering er zorg voor dragen dat de herziene «SEP operating guidelines» bij publicatie tevens aan de Eerste Kamer worden gezonden?
Het kabinet zal de herziene richtlijnen van het klachtenmechanisme, ofwel het Single Entry Point, aan de Eerste Kamer sturen zodra deze zijn gepubliceerd.
De zesde suggestie van de Nederlandse regering om het klachtenmechanisme te versterken door het opnemen van tijdspaden («timelines») in dit mechanisme is niet overgenomen omdat de Europese Commissie eerst meer ervaring wil opdoen met het klachtenmechanisme. De leden van de PvdA-fractie vrezen echter dat zonder bindende deadlines het proces van het klachtenmechanisme wel eens heel erg lang zou kunnen duren. Dat is voor de klagers onwenselijk, maar daardoor kan ook de veronderstelde misstand waarover de klacht gaat, onnodig lang in stand blijven. Door het opnemen van tijdspaden krijgen klagers meer duidelijkheid over de termijnen waarbinnen de Europese Commissie op hun klacht zal reageren en deze zal beoordelen. De Minister stelt in haar brief dat tijdspaden de transparantie van het mechanisme nog verder kan vergroten en dat zij is bereid zich daarvoor in te zetten.7 Haar voorganger stelde echter reeds in september 2020 in de nadere memorie van antwoord8 in antwoord op vragen van de PvdA-fractie dat «tijdspaden» onderdeel moeten zijn van de procedureregels van het klachtenmechanisme die verder uitgewerkt dienden te worden. De leden van de PvdA-fractie vragen de regering dan ook om er bij de Europese Commissie sterk op aan te dringen dat de Commissie toezegt dat redelijke tijdspaden met bindende deadlines worden opgenomen in de herziening van de «SEP operating guidelines» die in de zomer van 2022 wordt gepubliceerd, en deze Kamer zo spoedig mogelijk over de reactie van de Commissie te berichten.
Commissaris Dombrovskis had al in zijn brief van 6 mei jl. aangegeven dat het merendeel van de Nederlandse inbreng ten aanzien van het klachtenmechanisme zal worden overgenomen in de binnenkort te publiceren herziene richtlijnen voor dit mechanisme9. Zo heeft de Commissie toegezegd om de «pre-notificatie» contacten, bedoeld om klagers te helpen bij het formuleren van een klacht, verder te structuren. Ook heeft de Commissie bevestigd dat indien informatie ter onderbouwing van een klacht ontbreekt, dit door klagers kan worden aangevuld. Het kabinet is van mening dat tijdspaden de transparantie van het mechanisme nog verder kunnen vergroten en heeft er in een brief van 7 juni jl. aan Commissaris Dombrovskis nogmaals op aangedrongen dat tijdspaden worden opgenomen in de herziening van de richtlijnen van het klachtenmechanisme.
In de antwoordbrief van 11 juni 2022 heeft Commissaris Dombrovskis aangegeven dat in de binnenkort te publiceren herziene richtlijnen reeds tijdspaden geïntroduceerd zullen worden voor de behandeling van klachten over handel en duurzame ontwikkeling. Deze tijdspaden houden in dat de Commissie binnen 10 werkdagen de ontvangst van een dergelijke klacht zal bevestigen, binnen 20 dagen na ontvangst met de klager opvolging zal geven aan een klacht en binnen 120 dagen na ontvangst zal beoordelen of er sprake lijkt te zijn van een schending van duurzaamheidsafspraken. Indien aanvullende informatie opgevraagd moet worden bij de klager of bij een internationale organisatie dan wordt de reactietermijn opgeschort, om deze te hervatten wanneer de gevraagde informatie is ontvangen. Ook heeft de Commissie bevestigd dat, indien een klacht niet lijkt te duiden op een schending, de klager geïnformeerd zal worden over de resultaten van de beoordeling van de klacht.
Met de aankondiging van tijdspaden voor de behandeling van duurzaamheidsklachten heeft de Commissie een belangrijk verzoek van Nederland overgenomen. Naar de mening van het kabinet bieden de aangekondigde tijdspaden de gewenste transparantie en inzicht in procedures omtrent de behandeling van klachten over duurzame ontwikkeling. Hiermee weten klagers beter waar ze aan toe zijn. Daarbij biedt het EU klachtenmechanisme veel ruimte voor interactie tussen de klager en de Commissie.
De herziene richtlijnen worden binnenkort gepubliceerd. Het kabinet zal de herziene richtlijnen aan de Eerste Kamer sturen zodra deze zijn gepubliceerd.
In de brief van de Minister staat dat dankzij het Frans-Nederlandse non-paper van mei 2020 in het (handels)akkoord met het Verenigd Koninkrijk «voor het eerst het Parijsakkoord als essentieel element is opgenomen».10 Dat wekt volgens deze leden verwarring. Immers, CETA dateert van 2015. In de beantwoording van vragen van deze Kamer (zie bijvoorbeeld de antwoorden bij vragen 28 en 176 in de nadere memorie van antwoord11) heeft de regering echter herhaaldelijk opgemerkt dat CETA geheel in lijn is met het Parijsakkoord en dat dat bindend is vastgelegd in de zogeheten Gezamenlijk Uitleggingsinstrument bij CETA. Kan de regering dit nog eens bevestigen en uitleggen waarom in de brief van 12 mei 2022 wordt gesteld dat in het post-Brexit verdrag met het Verenigd Koninkrijk het Parijsakkoord voor het eerst als essentieel element in een EU-handelsverdrag is opgenomen?
Verdragspartijen committeren zich in CETA aan effectieve implementatie van multilaterale milieuverdragen waar zij partij bij zijn (artikel 24.4). Daar valt het Parijsakkoord onder. Daarnaast hebben de EU en Canada middels een Gemeenschappelijke Aanbeveling nogmaals het belang van het Parijsakkoord bevestigd met het oog op samenwerking op het gebied van klimaat en handel12.
Het opnemen van de verplichting tot effectieve implementatie van het Parijsakkoord is al sinds enkele jaren de EU inzet voor het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling in onderhandelingen over handelsakkoorden met derde landen. Daarnaast streeft de EU ernaar om in nieuwe brede handelsakkoorden de Overeenkomst van Parijs als essentieel element op te nemen. Dit houdt in dat bij een ernstige en langdurige schending van deze bepaling in een uiterst geval (een deel van) het akkoord kan worden opgeschort. Een dergelijke referentie naar het Parijsakkoord als essentieel element gaat dus een stap verder dan de bestaande bepalingen in het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling met daarin afspraken over de effectieve implementatie van multilaterale klimaat- en milieuverdragen.
De effecten van een handelsakkoord op de uitstoot van broeikasgassen zijn van een groot aantal factoren afhankelijk. De Sustainability Impact Assessment van CETA wijst op beperkte effecten. Of de mogelijke toename van investeringen in de energiesector waar de SIA op wijst plaatsvindt, is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder internationale olieprijzen, consumenten prijzen en klimaatbeleid zoals CO2-prijsbeleid. Indien van een toename in de uitstoot van broeikasgassen sprake is, zullen Canada, de EU en de EU lidstaten dit moeten compenseren aangezien hun klimaatdoelstellingen onverminderd blijven gelden.
In zijn brief van 6 mei 2022 schrijft Eurocommissaris Dombrovskis over de rol van «Domestic Advisory Groups» (DAGs) en hun relatie tot de Single Entry Point (SEP). Hij zegt daarbij «to take that reflection further as part of the broader TSD review process».13 Kan de regering bij de Europese Commissie navragen wanneer dat zal gaan gebeuren, en over het antwoord van de Commissie de Kamer zo spoedig mogelijk informeren?
De Commissie informeert de Raad en belanghebbenden met enige regelmaat over het proces en het voorziene tijdspad voor de herziening van de EU aanpak voor afspraken over handel en duurzame ontwikkeling in handelsakkoorden.
In mei heeft de Commissie het kabinet nog geïnformeerd dat de uitkomst in de vorm van een mededeling eind juni gepubliceerd zal worden. Het kabinet zal vinger aan de pols blijven houden omtrent het verwachte moment van publicatie van de uitkomst van de herziening. De Kamer zal geïnformeerd worden over de Commissie mededeling middels het gebruikelijke BNC-traject.
Verder schrijft Eurocommissaris Dombrovskis in zijn brief: «In her letter, former Minister Kaag also suggested that the SEP should inform complainants of the reason of decisions taken throughout the process, especially concerning follow-up actions to be taken. While we need to reflect further on this issue, we have already committed to inform the complainant about the developments in the assessment of the case carried out by the SEP and the conclusions it reaches.»14 Zou de regering deze laatste zin nader kunnen toelichten? Stelt de Europese Commissie klagers gemotiveerd op de hoogte wanneer zij een klacht niet ontvankelijk verklaart, zo vragen de leden van de PvdA-fractie?
De Commissie heeft reeds in de bestaande richtlijnen voor het klachtenmechanisme aangegeven de klager te informeren over de uitkomst van de beoordeling van de Commissie, namelijk of de klacht leidt tot een handhavingsmaatregel. In aanvulling daarop heeft de Commissie aangegeven dat klagers geïnformeerd zullen worden over voorziene vervolgacties, zoals het inzetten van diplomatieke middelen of starten van een geschillenbeslechtingsprocedure.15 Mijn voorganger had daarnaast de Commissie in haar brief d.d. 24 juni 2021 verzocht om het onderbouwen van bepaalde besluiten in het proces. In mijn meest recente brief van 7 juni jl. heb ik Commissaris Dombrovskis verzocht om op dit punt uitgebreider terug te komen. In zijn antwoordbrief van 11 juni 2022 maakt Commissaris Dombrovskis duidelijk dat klagers geïnformeerd zullen worden over de resultaten van de beoordeling door de Commissie, ook in het geval de Commissie geen schending door de verdragspartner van de afspraken over handel en duurzame ontwikkeling kan vaststellen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen of de regering kan bevestigen dat
het klachtenmechanisme (oftewel het Single Entry Point, SEP) niets verandert aan de inhoud van het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada (CETA).
Dat klopt, het klachtenmechanisme verandert de inhoud van CETA niet. Dat was ook niet de bedoeling van de oprichting van het klachtenmechanisme. Het klachtenmechanisme is in het leven geroepen om het maatschappelijk middenveld – van bedrijven tot vakbonden en NGO’s – de mogelijkheid te bieden op gestructureerde wijze klachten over vermeende niet-naleving van afspraken onder EU handelsakkoorden – waaronder CETA – bij de Commissie onder de aandacht te brengen. Op deze manier draagt het klachtenmechanisme bij aan betere monitoring en handhaving van de afspraken in CETA.
Kan de regering bevestigen dat alleen burgers en organisaties die gevestigd zijn in de EU een klacht kunnen indienen bij het klachtenmechanisme, en dus niet inwoners en milieu- en mensenrechtenorganisaties gevestigd in landen buiten de EU – terwijl zij wel te maken kunnen krijgen met de effecten van handelsverdragen, bijvoorbeeld landonteigening, of waterverontreiniging?
Het is inderdaad zo dat het klachtenmechanisme bedoeld is voor onder andere EU-burgers, in de EU gevestigde entiteiten, brancheorganisaties van EU bedrijven, verenigingen van EU werkgevers, EU vakbonden en NGO’s die overeenkomstig het recht van een EU-lidstaat zijn opgericht.16 In geval organisaties in derde landen schendingen door de eigen overheid willen aankaarten, kunnen ze samenwerken met organisaties binnen de EU die zich tot de Commissie kunnen wenden.
Het is onjuist om te stellen dat landonteigening of waterverontreiniging de effecten van handelsverdragen zijn. Handelsakkoorden die de EU aangaat met derde landen voorzien in het wegnemen van handelsbarrières en het versterken van het regelgevend kader. Deze akkoorden laten het recht van nationale of lokale overheden om te reguleren in het publiek belang – bijvoorbeeld ter bescherming van het milieu- of landrechten – onverlet.
Om te zorgen dat bedrijven die internationaal zaken doen hun verantwoordelijkheid nemen, onder andere waar het gaat om milieubescherming, bevordert het kabinet in de EU wetgeving over Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en bereidt parallel hieraan nationale wetgeving voor die rekening houdt met een gelijk speelveld met omringende landen en de implementatie van EU regelgeving.
Verder vragen deze leden of de regering kan bevestigen dat in veel landen waar de EU-handelsverdragen mee sluit, burgers en organisaties niet altijd de bescherming genieten van hun overheid. Tot wie kunnen deze mensen zich volgens haar dan richten wanneer duurzaamheidsafspraken worden geschonden en zij niet terecht kunnen bij het SEP?
Het klachtenmechanisme is bedoeld om de monitorings- en handhavingsfunctie van de Europese Commissie te versterken, bijvoorbeeld in het geval dat derde landen de afspraken vis-a-vis de EU niet of onvoldoende nakomen. Daarom ligt het voor de hand dat organisaties en personen binnen de EU zich kunnen wenden tot de Commissie, die de EU vis-a-vis derde landen vertegenwoordigt. Zoals hierboven aangegeven, kunnen organisaties in derde landen desgewenst samenwerken met EU entiteiten die een klacht kunnen indienen onder het klachtenmechanisme.
Indien in de omgekeerde situatie organisaties in derde landen vermoeden dat er sprake is van een schending door de EU, ligt het in eerste instantie voor de hand dat zij zich wenden tot de eigen overheid die immers de EU onder het betreffende verdrag kan aanspreken op vermeende niet-naleving van verplichtingen aan EU zijde.
Is de regering bekend met de grootste bezwaren tegen CETA, waaronder het tekort aan democratische zeggenschap, het risico op verlaging van standaarden om handelsbelemmeringen weg te nemen en de ongelijke rechtstoegang die wordt gecreëerd ten gunste van buitenlandse investeerders? Klopt het dat het klachtenmechanisme de genoemde bezwaren niet weg kan nemen?
De bezwaren van de Partij van de Dieren zijn het kabinet bekend. Het kabinet deelt de genoemde bezwaren niet. Het klachtenmechanisme verandert de inhoud van CETA niet. Dat was ook niet de bedoeling van de oprichting van het klachtenmechanisme. Het klachtenmechanisme is bedoeld om de monitoring en handhaving van afspraken in handelsakkoorden, waaronder CETA, te versterken.
In de Memorie van Antwoord is het kabinet eerder uitgebreid ingegaan op zijn standpunt dat er geen tekort is aan democratische controle, zowel bij de totstandkoming en voorlopige toepassing van CETA als bij (het functioneren van) de comités onder CETA. Het kabinet verwijst graag naar het meer gedetailleerde antwoord waarin onder andere ingegaan wordt op de precieze werking van de comités.17
De EU blijft volledig bevoegd om te beslissen over de eigen standaarden. Hetzelfde geldt overigens voor Canada. Over standaarden is in CETA alleen vastgelegd dat partijen deze niet zullen verlagen met als doel om handel te faciliteren en investeringen aan te trekken. Met andere woorden, CETA maakt het verlagen van standaarden juist moeilijker, met als doel een «race to the bottom» te voorkomen.
Ook van een ongelijke rechtstoegang is in de ogen van het kabinet geen sprake. Investeringsbescherming functioneert als aanvullende rechtsbescherming voor bedrijven die bijvoorbeeld te maken krijgen met discriminerende regelgeving of onbillijk overheidsoptreden zonder inachtneming van procedures voor goed bestuur. Het gaat dan om bescherming in specifieke, nauw omschreven situaties. De vergelijking met de bredere afspraken in handelsakkoorden gaat niet op. Zowel voor markttoegangsafspraken in handelsakkoorden, als de duurzaamheidsafspraken geldt dat het gaat om intergouvernementele afspraken tussen de EU en derde landen. Bedrijven én NGO’s doen daarbij een beroep op de eigen overheid (of in het geval van de EU de Europese Commissie) om te zorgen dat de andere verdragspartij zich aan de afspraken houdt.
Klopt het dat uit de «Duurzaamheidseffectbeoordelingen»18 die de Europese Commissie liet uitvoeren naar CETA, naar voren kwam dat het hogere handelsverkeer tussen Canada en de EU en de daarmee gepaard gaande intensivering van de landbouw zal leiden tot hogere emissies van broeikasgassen en methaan en tot een toename in het gebruik van chemische producten, die op zijn beurt invloed zal hebben op de kwaliteit van het land, het grondwater, lucht(vervuiling), biodiversiteit en afvalproductie?
CETA heeft volgens de Sustainability Impact Assessment uit 2011 waarschijnlijk een beperkt effect op de uitstoot van broeikasgassen; daarnaast wijst dit Assessment op een mogelijke toename van het gebruik van chemische producten in de landbouw als gevolg van mogelijke productietoename in deze sector. In de Sustainability Impact Asssessment wordt ook opgemerkt dat het gebruik van chemische producten afhankelijk is van de mate van intensivering van de landbouw en de gekozen landbouwmethodes. Daarnaast zijn deze verwachte effecten van het handelsakkoord afhankelijk van een reeks variabelen, waaronder in hoeverre bedrijven in Canada en de EU daadwerkelijk hun export vergroten als gevolg van de afspraken in CETA. De Sustainability Impact Assessment toont een gevarieerd beeld van de verwachte CO2-uitstoot en milieueffecten van CETA die samenhangen met een groot aantal andere factoren.
Is de regering bekend met het rapport «Making Sense of CETA»19 dat de duurzaamheidsafspraken in CETA «mooie gordijnen voor een verder leegstaand huis» noemt? Wat vindt de regering van de kritiek dat de duurzaamheidsafspraken gemaakt in CETA boterzacht zijn?
De waarde van de duurzaamheidsafspraken in CETA is dat deze internationale regimes voor milieu, sociale ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen versterken. Het handelsakkoord hanteert het brede welvaartsbegrip van de EU en benadrukt dat economische ontwikkeling met milieubescherming en goede arbeidsomstandigheden gepaard moet gaan. Bepalingen in deze duurzaamheidshoofdstukken zijn wel degelijk juridisch bindend. Verdragspartijen bij het handelsakkoord committeren zich aan de effectieve implementatie en ratificatie van fundamentele ILO-conventies. Ook herbevestigen zij hun verplichtingen onder internationale klimaat- en milieuverdragen waarbij zij partij zijn, waaronder de Overeenkomst van Parijs. Tegelijkertijd kan een handelsakkoord, dat in eerste instantie gericht is op het reguleren van handel, niet alle oplossingen bieden voor bescherming van het milieu, arbeidsrechten en global commons. Deze uitdagingen worden in desbetreffende fora en middels verschillende instrumenten geadresseerd. Handelsakkoorden kunnen hieraan een bijdrage leveren.
Kan de regering bevestigen dat het klachtenmechanisme de duurzaamheidsafspraken in CETA niet beter maakt, en er geen claims kunnen worden ingediend over milieu- en klimaatvervuiling en mensenrechtenschendingen, waar geen afspraken over zijn gemaakt?
Het klopt dat het klachtenmechanisme de inhoud van CETA, inclusief de afspraken over handel en duurzame ontwikkeling, niet verandert. Dat is ook niet de bedoeling van de oprichting van het klachtenmechanisme. Het klachtenmechanisme geeft het maatschappelijk middenveld de mogelijkheid om de Commissie te wijzen op vermeende gebrekkige naleving van onder andere afspraken over duurzame ontwikkeling in handelsakkoorden. Deze klachten kunnen ook de vermeende gebrekkige naleving van afspraken over arbeidsrechten, milieubescherming en klimaat betreffen.
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben tevens een aantal vragen aan de Europese Commissie met het verzoek aan de regering deze ter beantwoording aan de Europese Commissie voor te leggen.
Ten eerste vragen zij waarom de Europese Commissie de volgende suggesties voor het SEP van Nederlandse stakeholders niet heeft overgenomen:
• Duidelijke tijdlijnen creëren voor het reageren op klachten en het beslissen over vervolgacties;
• De mogelijkheid bieden om eventuele Trade and Sustainable Development (TSD)-overtredingen te signaleren zonder verplichte onderbouwing van de claim, om te voorkomen dat eventuele inbreuken onopgemerkt blijven doordat de drempel voor een volledige SEP-klacht te hoog lag;
• De mogelijkheid bieden om klachten tegen de EU en EU-lidstaten in te mogen brengen, aangezien zij ook inbreuk zouden kunnen maken op TSD-bepalingen in handelsovereenkomsten en getroffenen in derde landen niet altijd op de bescherming van hun eigen overheid kunnen rekenen;
• Duidelijke criteria creëren voor prioritering, om ervoor te zorgen dat TSD-klachten niet geprioriteerd worden boven klachten over markttoegang van bedrijven, en duidelijke feedback over welke vervolg- en handhavingsmaatregelen worden genomen en waarom;
• Rol voor de EU Domestic Advisory Group (DAG) in de prioritering van klachten en het hebben van informatie- en adviesrecht over klachten over handelsovereenkomst waar zij bij betrokken zijn.
Is de Europese Commissie het met de regering eens dat het niet nodig is om klachten in te dienen tegen de EU en haar lidstaten als zij hun TSD-verplichtingen niet nakomen, omdat de EU- en nationale wetgeving sterke waarborgen biedt om arbeidsrecht en milieu te beschermen, en omdat onderdanen van derde landen bij hun eigen overheid terecht zouden kunnen als TSD-verplichtingen worden geschonden door de EU?
Is de Europese Commissie van mening is dat de EU- en nationale wetgeving geen sterke waarborgen bieden om de rechten van investeerders te beschermen? Waarom zouden non-EU investeerders de mogelijkheid moeten hebben om claims tegen de EU en haar lidstaten in te dienen door middel van investeringsarbitrage, maar non-EU maatschappelijke organisaties niet de mogelijkheid om klachten in te dienen?
Erkent de Europese Commissie dat niet alle landen buiten de EU de rechten en belangen van hun onderdanen respecteren en dat de rechtsstaat in vele delen van de wereld te wensen overlaat? Waar moeten die mensen en organisaties volgens de Europese Commissie heen als de EU of haar lidstaten TSD-verplichtingen schendt en hun nationale overheid hun niet vertegenwoordigt?
Waarom zouden de leden van de PvdD-fractie CETA in zijn huidige vorm moeten accepteren, ondanks de grote disbalans tussen de sterke wettelijke rechten en mogelijkheden voor investeerders enerzijds, en anderzijds de zwakke duurzaamheidsnormen en het gebrek aan mogelijkheden voor maatschappelijke organisaties om ze af te dwingen?
De bovenstaande vragen die gericht zijn aan de Europese Commissie zijn beantwoord in de bijgevoegde brief d.d. 11 juni 2022 van Commissaris Dombrovskis. Het kabinet zal nog voorzien in een Nederlandse vertaling van de antwoorden van de Commissie op de vragen die op verzoek van de Senaat rechtstreeks zijn doorgeleid aan de Commissie voor beantwoording.
Report from the Commission to the European Parliament, the Council, The European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions on Implementation and Enforcement of EU Trade Agreements {SWD(2021) 297 final}, 2021 Report on Implementation and Enforcement of EU Trade Agreements (europa.eu)
Debat van 15 december 2020 inzake 35.570 XVII, verslag EK 2020/2021, nr. 16, item 3 herdruk.
Brief van Commissaris Dombrovskis over het klachtenmechanisme voor handelsafspraken. Bijlage bij Kamerstukken I, 2021–2022, 35.925 XVII / 35.154, J.
Brief van Commissaris Dombrovskis over het klachtenmechanisme voor handelsafspraken, blz. 2. Bijlage bij Kamerstukken I, 2021–2022, 35.925 XVII / 35.154, J.
Zie bijvoorbeeld p. 5 onder het kopje «follow-up of complaints»: operational_guidelines.pdf (europa.eu)
Zie ook p. 2 onder het kopje «eligibility to submit a compaint»: operational_guidelines.pdf (europa.eu)
Zie vraag 1 Memorie van Antwoord: Kamerstuk 35154, nr. B | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) (met name 1.1 en 1.5)
European Commission, Sustainable Impact Assessment https://policy.trade.ec.europa.eu/analysis-and-assessment/sustainability-impact-assessments_en.
PowerShift, CCPA et al., «Making Sense of CETA. An analysis of the final text of the Canada–European Union Comprehensive Economic and Trade Agreement», 2nd edition, Berlin/Ottawa, 2016. https://power-shift.de/wp-content/uploads/2018/11/Making-sense-of-CETA-2018.pdf https://power-shift.de/wp-content/uploads/2018/11/Making-sense-of-CETA-2018.pdf
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35154-K.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.