Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2020-202135154 nr. G

35 154 Goedkeuring van de op 30 oktober 2016 te Brussel tot stand gekomen Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (Trb. 2017, 13)

G VERSLAG VAN EEN SCHRFIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 17 november 2020

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 hebben kennisgenomen van de nadere memorie van antwoord inzake het wetsvoorstel Goedkeuring Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada en de Europese Unie (CETA) (35 154). Tijdens de commissievergadering van 13 oktober 2020 heeft de commissie gesproken over de verdere procedure inzake de behandeling van dit wetsvoorstel.

Naar aanleiding hiervan heeft zij de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op 23 oktober 2020 een brief gestuurd.

De Minister heeft op 16 november 2020 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Den Haag, 23 oktober 2020

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) hebben kennisgenomen van de nadere memorie van antwoord inzake het wetsvoorstel Goedkeuring Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada en de Europese Unie (CETA) (35 154). Tijdens de commissievergadering van 13 oktober 2020 heeft de commissie gesproken over de verdere procedure inzake de behandeling van dit wetsvoorstel.

In de nadere memorie van antwoord geeft u aan dat het kabinet bereid is om bij de Europese Commissie te pleiten voor het opzetten van een notificatiemechanisme waarmee maatschappelijke organisaties klachten kunnen indienen over de naleving van de bepalingen van handelsakkoorden, als onderdeel van de herziening van het EU-handelsbeleid.2

Tevens geeft u aan dat voormalig Europees Commissaris Hogan aan het kabinet heeft aangegeven bereid te zijn het initiatief te nemen om een dergelijk mechanisme te ontwikkelen.3

De commissie BDO heeft op 13 oktober 2020 in meerderheid besloten de uitwerking van het notificatiemechanisme door de Europese Commissie te willen betrekken bij de besluitvorming omtrent de verdere behandeling van het wetsvoorstel.

In dat kader verzoek ik u om het uitgewerkte voorstel van de Europese Commissie inzake het notificatiemechanisme (inclusief juridisch kader) aan de Kamer te zenden zodra deze uitwerking gereed is.

Tevens verzoek ik u om in reactie op deze brief op korte termijn aan te geven op welke termijn u verwacht een uitgewerkt voorstel van de Europese Commissie inzake het notificatiemechanisme aan de Kamer te kunnen zenden.

De fracties van FVD, GroenLinks, PVV, SP en Fractie Otten hebben aangegeven zich niet aan te sluiten bij deze brief.

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) zien met belangstelling uit naar uw reactie.

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, E.B. van Apeldoorn

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 november 2020

In antwoord op de brief van de voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking van uw Kamer, waarin deze het kabinet vraagt om een uitgewerkt voorstel van de Europese Commissie inzake het notificatiemechanisme (inclusief juridisch kader) aan de Kamer te zenden zodra deze uitwerking gereed is, ben ik verheugd u een afschrift door te leiden van de brief aan het kabinet van 11 november4 van de heer Dombrovskis, Executive Vice-President van de Europese Commissie en tevens Commissaris voor Handel.

De brief van Commissaris Dombrovskis is een antwoord op mijn brief van 14 oktober jl.5, waarin ik de Commissaris vraag een klachtenmechanisme voor het maatschappelijk middenveld uit te werken. Ik heb mij bij dat verzoek gesterkt gevoeld door de positieve reactie ter zake van voormalig Commissaris Hogan tijdens de expertbijeenkomst over het CETA-verdrag, gehouden in uw Kamer op 12 mei jl.

In een persoonlijk gesprek met Commissaris Dombrovskis op 5 november jl., heeft hij mij verzekerd dat de Commissie de uitwerking van een klachtenmechanisme ter hand heeft genomen. De bijdrage van genoemde expertbijeenkomst vormt onderdeel van de uitwerking van dit mechanisme. Met mijn schriftelijk verzoek en het gesprek gaf ik ook gehoor aan uw verzoek gedaan in uw brief d.d. 23 oktober jl. waarin uw Kamer in meerderheid aangaf geïnteresseerd te zijn in de uitwerking van een notificatieprocedure. De gespreksinbreng van uw Senaat in de expertbijeenkomst wordt ook in de brief van commissaris Dombrovskis expliciet vermeld.

In zijn brief schetst Commissaris Dombrovskis de structuur van het klachtenmechanisme voor het maatschappelijk middenveld en de rol die de Chief Trade Enforcement Officer hierin zal spelen. De Chief Trade Enforcement Officer geeft leiding aan een nieuwe handhavingsdirectie binnen het DG voor Handel van de Commissie, met daarin één integraal loket voor handhavingszaken. De handhavingsdirectie zal ook specifiek gericht zijn op de handhaving van de bepalingen van de duurzaamheidshoofdstukken in handelsverdragen.

Via het handhavingsloket kunnen belanghebbenden uit de EU een klacht indienen over het niet-naleven van zowel markttoegangafspraken als duurzaamheidsbepalingen in handelsverdragen. Op deze wijze hebben klachten over het niet naleven van duurzaamheidsbepalingen dezelfde toegang tot dit klachtenmechanisme binnen de Europese Commissie als klachten over handelsbelemmeringen.

Het klachtenmechanisme, zoals in de brief is toegelicht, zal een gestructureerd en transparant proces kennen voor de behandeling van klachten. Dit proces zal voldoen aan geldende verplichtingen t.a.v. beantwoording en transparantie, zoals vastgelegd in o.a. de Code of Good Administrative Behaviour van de Commissie (https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/20131125-code-good-administrative-behaviour-en_1.pdf).

Het mechanisme staat open voor EU-lidstaten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en individuele burgers uit de lidstaten van de EU. De Commissie bevestigt de ontvangst van de klacht en houdt de indiener van de klacht op de hoogte van de voortgang van de behandeling van de klacht en of er specifieke handhavingsacties op volgen, inclusief het beoogde tijdspad daarvan.

De Commissie stelt dit klachtenmechanisme in op basis van bestaande bevoegdheden, als onderdeel van de door voorzitter Von der Leyen aangekondigde intensivering van handhaving van rechten en verplichtingen onder de handelsverdragen door de EU. Die intensivering vindt niet alleen plaats op het gebied van handelsbelemmeringen, maar zeker ook op het gebied van de duurzaamheidsbepalingen in deze verdragen. Het doel van deze intensivering is om de handelspartners van de EU te houden aan de aangegane verplichtingen.

Commissaris Dombrovskis heeft mij geïnformeerd dat het klachtenmechanisme zo snel mogelijk operationeel zal zijn. Het kabinet is verheugd dat de lancering van dit mechanisme onverwijld plaatsvindt, zodat ervaring hiermee kan worden opgedaan. Commissaris Dombrovskis geeft ook aan in zijn brief dat het klachtenmechanisme zich nog zal moeten bewijzen in de praktijk en dat hij openstaat voor verbeteringen in de uitwerking. De Commissie gaat hiermee een nieuwe belangrijke fase in.

Het kabinet is voornemens om in overleg met de Franse regering als mede-initiatiefnemer van verbeteringen aan de Europese handelspolitiek de Commissie te vragen zo spoedig mogelijk nader inzicht te geven omtrent de verdere brede uitwerking van dit nieuwe belangrijke mechanisme. Het kabinet wil ook bevestiging van de Commissie dat maatschappelijke organisaties alsmede vertegenwoordigers van vakbonden en andere vertegenwoordigers van belanghebbenden, worden betrokken bij deze verdere uitwerking. Dit is belangrijk voor wat betreft de weging van ervaringen en mogelijke beperkingen en nadelen. Dit mede met het oog op het belang van effectieve toegang ook voor lokale organisaties.

De Commissie heeft een reguliere dialoog met het maatschappelijk middenveld (de zogenaamde «Civil Society Dialogue») die een goed forum kan bieden voor nadere bespreking met vertegenwoordigers van het Europese maatschappelijk middenveld over het klachtenmechanisme. In overleg met de Sociaal-Economische Raad, zal ik tevens gespreksrondes organiseren op nationaal niveau met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers alsmede het brede maatschappelijk middenveld, teneinde additionele input te delen met de Commissie.

Ik zal u informeren over de geboekte voortgang en verdere uitwerking van de zijde van de Commissie, alsmede over overleg met EU-lidstaten. Ik ben uiteraard beschikbaar voor overleg in afwachting van verdere stappen door de Commissie en van de zijde van het kabinet, zoals in bovenstaand geschetst.

Het is duidelijk dat met deze stap de Commissie het belang van een inclusief en toegankelijk klachtenmechanisme onderstreept, bouwend op het Nederlands-Franse initiatief omtrent duurzaamheid en handel, en de brede Nederlandse inbreng betreffende handel, duurzaamheid en mensenrechten. Zoals bekend hebben Nederland en Frankrijk dit initiatief tevens ingebracht als input in de door de Europese Commissie opgestarte herziening van het EU handelsbeleid, die naar verwachting in het voorjaar van 2021 voltooid zal worden in de vorm van een communicatie van de Commissie gevolgd door raadsconclusies van de zijde van de Raad.

In de verwachting aan uw verzoek tot voortgangsrapportage te hebben voldaan.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag


X Noot
1

Samenstelling:

Faber-van de Klashorst (PVV), Ganzevoort (GL), Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Dijk (SGP), Jorritsma-Lebbink (VVD), Knapen (CDA), Oomen-Ruijten (CDA), Koole (PvdA), Teunissen (PvdD), Van Rooijen (50PLUS), arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD) (1e ondervoorzitter), Beukering (FvD), Bezaan (PVV), Dittrich (D66), Gerbrandy (OSF), Huizinga-Heringa (CU) (2e ondervoorzitter), Karimi (GL), Kluit (GL), Moonen (D66), Otten (Fractie-Otten), Van Pareren (FVD), Vos (PvdA), Van Wely (FVD).

X Noot
2

Kamerstukken I, 2020–2021, 35 154, F, blz. 24.

X Noot
3

Idem.

X Noot
4

Ter inzage gelegd bij de Directie Inhoud.

X Noot
5

Ter inzage gelegd bij de Directie Inhoud.