Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035133 nr. 39

35 133 Wijziging van de Omgevingswet en enkele andere wetten vanwege opname in de Omgevingswet van regels over het vestigen van een voorkeursrecht, regels over onteigening, bijzondere regels voor het inrichten van gebieden en, met het oog op verschillende typen gebiedsontwikkelingen, een verdere aanpassing van de regels over kostenverhaal (Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet)

Nr. 39 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MILIEU EN WONEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 februari 2020

Tijdens het algemeen overleg met de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van 15 januari jongstleden, is in het kader van een zogenoemde voorhangprocedure, het ontwerp voor het Aanvullingsbesluit grondeigendom Omgevingswet (hierna: het Aanvullingsbesluit) (Kamerstuk 35 133, nr. 37) aan de orde geweest. Met deze brief schets ik u mijn voornemen om het Aanvullingsbesluit zo aan te passen, dat de mogelijkheid om – privaatrechtelijk – te kunnen contracteren over financiële bijdragen beter aansluit bij de gegroeide praktijk. Deze brief stuur ik u naar aanleiding van mijn toezegging die ik deed tijdens het algemeen overleg van 15 januari, en de wens van een aantal leden (dhr. Ronnes, mevr. Van Eijs, dhr.Smeulders en dhr. Futselaar), die tijdens dat overleg is ingebracht.

Artikel 13.22 van het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom (Kamerstuk 35 133) biedt de mogelijkheid om privaatrechtelijk te contracteren over financiële bijdragen aan nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Artikel 8.20 van het Omgevingsbesluit, zoals dat wordt gewijzigd via het ontwerp voor het Aanvullingsbesluit, wijst de activiteiten aan waarover kan worden gecontracteerd. Kort weergegeven kan op grond van deze regeling worden gecontracteerd over de bouw van nieuwe gebouwen, of verbouwingen van bestaande gebouwen (met een bepaalde omvang).

Met de VNG en het IPO is na het Algemeen Overleg van 15 januari overleg gevoerd over uitbreiding van de mogelijkheid om privaatrechtelijk te contracteren. De VNG en het IPO richten zich op voortzetting van de bestaande praktijk die is gegroeid onder de Wet ruimtelijke ordening. Als uitbreiding van de activiteiten denken zij aan het realiseren van agrarische voorzieningen zoals folie- of tunnelkassen, het realiseren van energie-infrastructuur zoals zonne-akkers en windparken, maar ook het gebruiken van gronden voor de opslag van goederen, het mogelijk maken van parkeer- of evenemententerreinen en het gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning.

Het komt voor dat voor het inpassen van deze activiteiten in de fysieke leefomgeving, elders voorzieningen worden getroffen, zoals de aanleg van groenvoorzieningen, ondersteunende infrastructuur of de aanleg van een waterberging. Bij voorkeur worden deze voorzieningen door de initiatiefnemer zelf gerealiseerd. Als de initiatiefnemer niet in staat is om de voorziening te treffen, hebben gemeenten en provincies behoefte aan de mogelijkheid om met de initiatiefnemer afspraken te kunnen maken over een bijdrage in de financiering van de voorziening. Het gaat de VNG en het IPO om activiteiten die in het geldende omgevingsplan nog niet zijn voorzien.

Ik ben bereid om tegemoet te komen aan de wens van de Tweede Kamer tot uitbreiding van de mogelijkheid om privaatrechtelijk te contracteren. Daarbij baken ik de uitbreiding af tot de activiteiten die de VNG en het IPO tijdens het overleg hebben genoemd. De VNG en het IPO kunnen daarmee hun bestaande praktijk voortzetten. De huidige grondslag om te contracteren over een financiële bijdrage is beperkt tot de Wet ruimtelijke ordening. Die wet heeft een kleiner toepassingsbereik dan de Omgevingswet. Het opnemen van een open grondslag voor het contracteren over financiële bijdragen in de Omgevingswet zou een aanzienlijke verruiming betekenen ten opzichte van de huidige regeling in de Wet ruimtelijke ordening.

Concreet gaat het om de volgende activiteiten waarmee ik de mogelijkheid voor overheden om te contracteren over financiële bijdragen wil uitbreiden:

  • het bouwen van een nieuw bouwwerk (geen gebouw zijnde) voor

    • land- of tuinbouw met een oppervlakte van ten minste 100 m2,

    • opwekking of winning, omzetting of transport van energie of gasvormige, vloeibare of vaste stoffen als energiedrager,

    • infrastructuur voor weg-, water-, rail- en telecomverbindingen met een nog nader te bepalen omvang,

    • handelsreclame, en voor

    • recreatie;

  • het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen (dat niet gepaard gaat met verbouwingen), met een omvang van tenminste 1.500 m2 brutovloeroppervlakte:

  • het wijzigen van het gebruik van gronden, met een grondoppervlakte van ten minste 1.000 m2 en

  • het gebruik van bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning.

De VNG en het IPO hebben te kennen gegeven dat zij met deze uitbreiding kunnen instemmen.

Ook op de uitbreiding is vanzelfsprekend het regime van toepassing, zoals dat in artikel 13.22 van het wetsvoorstel voor de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is opgenomen.

De mogelijkheden om op grond van artikel 13.22 van de Omgevingswet privaatrechtelijk te contracteren over financiële bijdragen aan nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, zal onderdeel zijn van de monitoring en evaluatie van de Omgevingswet.

Hiermee kom ik tegemoet aan de breed door de Tweede Kamer gedeelde wens tot uitbreiding van de mogelijkheden voor overheden om te kunnen contracteren over financiële bijdragen.

De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer