35 092 Wijziging van de Wet windenergie op zee (ondersteunen opgave windenergie op zee)

Nr. 10 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 oktober 2020

In uw commissiebrieven van 10 september en 23 september heeft u gevraagd om toelichting op het beoogde tijdpad en de reden voor de vertraging van de toegezegde nota van wijziging inzake het wetsvoorstel Wijziging van de Wet windenergie op zee (ondersteunen opgave windenergie op zee).

De oorspronkelijke planning van deze nota van wijziging, zoals aangegeven in mijn kamerbrief van 26 mei jl. (Kamerstuk 33 561, nr. 51), was dat deze in de zomer aan uw Kamer zou worden gestuurd. Het uitwerken en afstemmen van de nota van wijziging bleek deze zomer, mede vanwege de coronacrisis, langer te duren dan gedacht. Dit betrof met name een aantal uitzoekpunten met betrekking tot de samenhang tussen het verlengen van de vergunningstermijn van windparken en de levensduur van het Net op Zee. Op deze samenhang zal ik ook ingaan in de toelichting op de nota van wijziging.

In mijn brief van 14 september jl. (Kamerstuk 35 092, nr. 9) heb ik aangegeven dat ik verwacht de nota van wijziging in oktober naar uw Kamer te sturen. Ik ben voornemens dit nog voor het herfstreces te doen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

Naar boven