Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2019-202035063 nr. D

35 063 Voorstel van wet van de leden Kwint en Westerveld tot wijziging van diverse onderwijswetten teneinde te verbieden dat leerlingen van ouders die geen vrijwillige geldelijke bijdrage hebben voldaan worden buitengesloten van activiteiten

D BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juni 2020

Op 17 februari 2020 hebben de leden van de fractie van de PvdA vragen aan de regering gesteld over het voorstel van wet van de leden Kwint en Westerveld tot wijziging van diverse onderwijswetten teneinde te verbieden dat leerlingen van ouders die geen vrijwillige geldelijke bijdrage hebben voldaan, worden buitengesloten van activiteiten. Hieronder treft u de beantwoording aan.

Het Ministerie van OCW heeft met ingang van het schooljaar 2018–2019 onder meer nieuwe afspraken en gedragscodes ontwikkeld met schoolbesturen om knelpunten tegen te gaan. Ook neemt de inspectie met ingang van 2018 de ouderbijdragen mee bij het programmatisch handhaven. Graag ontvangen de leden van de PvdA-fractie een appreciatie van de regering van de effectiviteit van deze ontwikkelingen. Wat is daarbij de invloed van deze ontwikkelingen op de noodzaak voor het voorliggende wetsvoorstel?

De codes voor goed bestuur van de PO-Raad en de VO-raad moeten ertoe bijdragen dat het bevoegd gezag, conform de wettelijke verplichting, duidelijk naar ouders communiceren over de expliciet vrijwillige aard van de vrijwillige ouderbijdrage en dat het niet betalen van de vrijwillige ouderbijdrage geen reden mag zijn voor uitsluiting van activiteiten die onder verantwoordelijkheid van de school worden georganiseerd. De VO-raad maakt daarbij twee uitzonderingen: ten aanzien van extra onderwijsprogramma’s en ten aanzien van laptops en tablets.

De Inspectie van het Onderwijs gaat bij haar onderzoeken na hoe het bevoegd gezag communiceert over de ouderbijdrage, onder andere in de schoolgids en op de website. Krijgt de inspectie signalen over het niet juist omgaan met de vrijwilligheid van de ouderbijdrage, dan spreekt zij het betreffende bevoegd gezag daarop aan en geeft zij zo nodig een herstelopdracht.

Uit de Staat van het Onderwijs 2019 blijkt dat inspecteurs in het voortgezet onderwijs regelmatig zien dat het bevoegd gezag aan ouders (onvrijwillig) kosten in rekening brengen voor laptops of tablets. In de Staat van het Onderwijs 2020 refereert de Onderwijsinspectie voor de vrijwillige ouderbijdrage naar de trends uit de Schoolkostenmonitor 2018/2019.

Ik heb geen cijfers tot mijn beschikking om te oordelen in hoeverre de codes van goed bestuur die eind 2018 door de sectorraden zijn opgesteld en het optreden van de inspectie sinds 2018 hebben geleid tot verandering van het beeld uit de laatste Schoolkostenmonitor dat er scholen zijn die leerlingen uitsluiten van activiteiten, excursies of reizen. Het is daarmee niet mogelijk om een feitelijke uitspraak te doen over de effectiviteit van deze ontwikkelingen.

Wel ontvang ik positieve signalen vanuit de PO-Raad en de VO-raad. Volgens de PO-Raad en de VO-raad bieden deze codes voor goed bestuur een deugdelijke basis voor het bevoegd gezag om hiernaar te handelen. Zo zijn de ervaringen van de PO-Raad met de richtlijn positief. In 2019 kreeg de PO-raad via Ouders & Onderwijs zo’n tien meldingen van gevallen waarin de richtlijn niet werd nageleefd. De PO-Raad heeft telkens het betreffende bevoegde gezag hierop aangesproken. In alle gevallen heeft het bevoegd gezag hierop maatregelen getroffen. De discussie over de vrijwillige ouderbijdrage heeft daarnaast geleid tot andere veranderingen. Zo heeft het bevoegd gezag van een school ervoor gekozen de vrijwillige ouderbijdrage helemaal af te schaffen.

De richtlijnen van de PO-Raad en de VO-raad zijn in lijn met het streven om het karakter van de ouderbijdrage écht vrijwillig te laten zijn en het bieden van een kosteloos alternatief te beperken. Maar op grond van deze richtlijnen kan niet gehandhaafd worden door de inspectie. Wanneer de wet op dit punt is aangescherpt, kan de inspectie hier wel op toezien. Daarbij vervalt dan ook de huidige uitzondering die de VO-raad in de code van goed bestuur maakt ten aanzien van profielscholen.

Welke aanvullende ruimte ziet de regering voor verbetering binnen de bestaande wettelijke kaders?

De verbetering binnen de bestaande wettelijke kaders is gevonden in de codes voor goed bestuur die zijn opgesteld door de PO-Raad en de VO-raad. In samenspraak met de sector zijn in deze codes afspraken gemaakt over de vrijwillige ouderbijdrage. Daarnaast kijkt de inspectie naar de naleving van de huidige wettelijke bepalingen omtrent de vrijwillige ouderbijdrage, dat sinds 2018 dus ook wordt meegenomen in het programmatisch handhaven. Of daadwerkelijk sprake is van een verbetering binnen de bestaande wettelijke kaders is, zoals ik hierboven schreef, momenteel nog niet met een feitelijke uitspraak te onderbouwen.

Welke lessen kunnen er uit de Schoolkostenmonitor 2018/2019 getrokken worden aangaande de noodzaak voor het voorliggende wetsvoorstel?

Helaas geeft de Schoolkostenmonitor 2018/2019 het beeld dat er scholen zijn die leerlingen uitsluiten van activiteiten, excursies of reizen. In het primair onderwijs geeft 12 procent van de ouders aan dat leerlingen op hun school worden uitgesloten van activiteiten, omdat de vrijwillige ouderbijdrage niet wordt betaald. In het voortgezet ouderwijs gaan gemiddeld 7 procent van de leerlingen op hun school niet mee op excursies of reizen vanwege de kosten hiervan. Ook blijkt uit de Schoolkostenmonitor 2018/2019 dat een meerderheid van de ouders van leerlingen in het funderend onderwijs de vrijwillige ouderbijdrage niet als vrijwillig ervaart.

Het past niet bij onze samenleving dat leerlingen niet mogen meedoen met de rest van de groep omdat hun ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betalen. Het mag ook niet zo zijn dat ouders zich verplicht voelen om de vrijwillige ouderbijdrage te betalen. Leerlingen moeten altijd mee kunnen doen met de activiteiten en programma’s die een school aanbiedt.

Met het initiatiefwetsvoorstel van de leden Kwint en Westerveld wordt het wettelijke kader aangescherpt. Het wordt scholen verboden om leerlingen van ouders die geen vrijwillige geldelijke bijdrage hebben voldaan, buiten te sluiten van activiteiten. Het bieden van een kosteloos alternatief, wat binnen het huidig wettelijk kader nog wel mogelijk is, is dan niet meer aan de orde. Het aanscherpen van de wet biedt de inspectie aangrijpingspunten om te handhaven wanneer blijkt dat de school wel een kosteloos alternatief aanbiedt.

Het initiatiefwetsvoorstel is in lijn met mijn wens om een einde te maken aan het uitsluiten van leerlingen, wanneer hun ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet (kunnen of willen) betalen. Het is van belang dat elke jongere de opleiding kan volgen die bij hem of haar past. Het moet ertoe bijdragen dat tweedeling in de klas en uitsluiting van kinderen, op grond van ouderbijdragen, afneemt.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob