1. Inleiding
De leden van de VVD-fractie hebben van het wetsvoorstel kennisgenomen. Zij hebben nog een aantal vragen.
De leden van de fractie van de PvdA hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende initiatiefvoorstel.
Zij menen dat geen enkel kind het verdient om uitgesloten te worden op basis van de
portemonnee van de ouders. Graag maken zij van de gelegenheid gebruik de initiatiefnemers
alsmede de regering hierover enkele vragen te stellen.
2. Inbreng van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie constateren dat met dit wetsvoorstel wordt beoogd om de negatieve gevolgen
van het niet betalen van de vrijwillige ouderbijdrage voor kinderen te beperken. Het
gaat om activiteiten die geen onderdeel uitmaken van het verplichte onderwijsprogramma,
maar die wel worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag
van de school. De leden van de VVD-fractie vragen de initiatiefnemers om toe te lichten
hoe er voorkomen gaat worden dat ook ouders die wel kunnen betalen, niet gaan betalen
als gevolg van deze wet. Hoe gaat worden voorkomen dat er minder activiteiten worden
georganiseerd als gevolg van deze wet? Hoe wordt geborgd dat kinderen die extracurriculaire
activiteiten willen volgen niet de dupe worden van deze wet? De leden van de VVD-fractie
gaan ervan uit dat het wetsvoorstel niet van toepassing is op bijdragen ten aanzien
van bijvoorbeeld het tweetalig onderwijs en het technasium. Graag ontvangen zij daar
een bevestiging van.
3. Inbreng van de PvdA-fractie
Het voorliggende initiatievoorstel is bijna twee jaar geleden aanhangig gemaakt, zo
merken de leden van de PvdA-fractie op. Het Ministerie van OCW heeft met ingang van het schooljaar 2018–2019
onder meer nieuwe afspraken en gedragscodes ontwikkeld met schoolbesturen om knelpunten tegen te gaan. Ook neemt de Inspectie met ingang van 2018 de ouderbijdragen
mee bij het programmatisch handhaven. Graag ontvangen de leden van de PvdA-fractie
een appreciatie van zowel de regering als de initiatiefnemers van de effectiviteit
van deze ontwikkelingen. Wat is daarbij de invloed van deze ontwikkelingen op de noodzaak
voor het voorliggende wetsvoorstel? Welke aanvullende ruimte zien de regering en de
initiatiefnemers voor verbetering binnen de bestaande wettelijke kaders?
Graag vragen de leden van de fractie van de PvdA speciale aandacht van zowel de regering
als de initiatiefnemers voor de Schoolkostenmonitor 2018–2019. Welke lessen kunnen
er uit deze monitor getrokken worden aangaande de noodzaak voor het voorliggende wetsvoorstel?
Als gevolg van het initiatiefvoorstel mogen scholen – ook voor het extracurriculaire
deel van het onderwijsprogramma – kinderen wier ouders de bijdrage niet betaald hebben,
niet langer uitsluiten van extra activiteiten. Graag vragen de leden van de PvdA-fractie
de initiatiefnemers om te reflecteren op de gedragsprikkel die hier vanuit gaat. Daarbij
verwachten deze leden een gedragswetenschappelijke onderbouwing van het verwachte
effect op de bijdrage die ouders betalen.
In de memorie van toelichting stellen de initiatiefnemers dat dit wetsvoorstel mogelijk kan leiden tot een verandering in het aanbod van extracurriculaire
activiteiten. Zij geven tevens aan dat het aan de school of aan de docent is om een
creatieve oplossing te vinden voor het financieren van waardevolle educatieve reizen
naar bijvoorbeeld het buitenland. Kunnen de initiatiefnemers voorbeelden noemen van
zulke creatieve oplossingen? Zo ja, hoe groot achten zij de kans dat deze creatieve
oplossingen in een ruime meerderheid van de gevallen worden verwezenlijkt?
Waarom hebben de initiatiefnemers er niet voor gekozen om ouderbijdrages voor extracurriculaire
activiteiten te verbieden, zo vragen de leden van de fractie van de PvdA. Wat zijn
de voor- en nadelen van het voorliggende wetsvoorstel in relatie tot een dergelijk verbod?
De commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ziet met belangstelling uit naar
de memorie van antwoord en de reactie van de regering en ontvangt beide stukken graag
binnen vier weken na vaststelling van dit voorlopig verslag.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Bikker
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Bergman