Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935058 nr. 27

35 058 Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet op het financieel toezicht en de Wet giraal effectenverkeer ter uitvoering van Richtlijn 2017/828/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft (PbEU 2017, L 132)

Nr. 27 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID SNELLER C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 20

Ontvangen 1 april 2019

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel D, wordt in artikel 135a na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2a. Indien de vennootschap krachtens wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft ingesteld, wordt het voorstel tot vaststelling van het bezoldigingsbeleid als bedoeld in lid 2 niet als onderwerp vermeld bij de oproeping, bedoeld in artikel 114 lid 1, dan nadat de ondernemingsraad in de gelegenheid is gesteld hierover advies uit te brengen aan het orgaan belast met het doen van een voorstel. Het advies van de ondernemingsraad wordt gelijktijdig met het voorstel tot vaststelling van het bezoldigingdbeleid aan de algemene vergadering aangeboden. Indien het advies niet of niet geheel is gevolgd door het orgaan belast met het doen van een voorstel, wordt tevens een schriftelijke onderbouwing voor het afwijken van het advies aangeboden aan de algemene vergadering. De voorzitter van de ondernemingsraad of een door hem aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het advies van de ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Artikel 135 lid 2 is niet van toepassing. Artikel 135 lid 3 is van overeenkomstige toepassing.

Toelichting

Bij de grootste Nederlandse beursgenoteerde bedrijven verdient een CEO binnen 3,1 werkdagen net zoveel als een gemiddelde medewerker. De afgelopen jaren zijn de verschillen in beloningsontwikkeling tussen bestuurders van grote ondernemingen en hun medewerkers groter geworden. Deze onevenredig ervaren stijgingen van de beloningen van bestuurders hebben verscheidene malen tot maatschappelijke en politieke onvrede geleid. Onevenredige beloningsverschillen kunnen de arbeidsverhoudingen schaden. Het gesprek tussen OR en bestuurder/werkgever kan bijdragen aan het voorkomen hiervan.

Op dit moment is een jaarlijks gesprek tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de OR over de ontwikkeling van de beloningsverhoudingen verplicht, inclusief die van het bestuur. De uiteindelijke besluitvorming blijft voorbehouden aan de eigenaren/aandeelhouders van de onderneming. Dit amendement zorgt ervoor dat de OR adviesrecht krijgt over het voorstel van het bezoldigingsbeleid dat ten minste iedere vier jaar door de algemene vergadering wordt vastgesteld.

Sneller Bruins Van Weyenberg