35 042 Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met aanscherping van de nieuwedienstenprocedure, modernisering van procedures voor de benoeming van raden van toezicht en besturen, modernisering van het bestuur en verduidelijking van de positie van de Ster, alsmede technische verbeteringen onder meer in verband met taken van het Commissariaat voor de Media

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 22 februari 2019

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I wordt na onderdeel Y een onderdeel ingevoegd, dat luidt:

Ya

Na artikel 2.169b wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:

Artikel 2.169c

1. Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december het budget vast voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de RPO.

2. Onze Minister kan aan een besluit tot het vast stellen van het budget schriftelijke voorwaarden verbinden.

3. Het budget, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking aan de RPO.

4. Onze Minister stelt het budget vast op tachtig procent van het budget van het voorgaande jaar als de RPO de begroting niet volgens de daarvoor geldende regels heeft ingediend.

5. Het budget, bedoeld in het eerste lid, besteedt het bestuur van de RPO aan de daar genoemde doelen.

B

In artikel I wordt na onderdeel Z een onderdeel ingevoegd, dat luidt:

Za

Artikel 2.175 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, die luidt:

De RPO kan gelden reserveren die bestemd zijn voor de uitvoering van haar taken en werkzaamheden.

2. In het tweede lid wordt na «regionale publieke media-instelling» ingevoegd «of de RPO».

C

In artikel I wordt na onderdeel EE een onderdeel ingevoegd, dat luidt:

EEa

In artikel 7.11, eerste lid, onderdeel a, wordt na «2.166 tot en met 2.168,» ingevoegd «2.169c, eerste tot en met vierde lid,».

D

Artikel I, onderdeel FF, onder 2, komt te luiden:

2. In het derde lid wordt na «2.151, tweede lid,» ingevoegd «2.169c, vijfde lid,» en wordt «2.170» vervangen door «2.170, eerste tot en met zesde lid, en achtste en negende lid».

Toelichting

Deze nota van wijziging bevat vier wijzigingen bij het voorstel van wet houdende wijziging van de Mediawet 2008 in verband met aanscherping van de nieuwedienstenprocedure, modernisering van procedures voor de benoeming van raden van toezicht en besturen, modernisering van het bestuur en verduidelijking van de positie van de Ster, alsmede technische verbeteringen onder meer in verband met taken van het Commissariaat voor de Media.

De wijzigingen zien op technische aanpassingen die samenhangen met de Stichting Regionale Publieke Omroep (RPO). De wijzigingen worden hieronder nader toegelicht.

Onderdeel A (bekostigingsgrondslag voor de RPO)

Dit artikel regelt de budgetvaststelling voor de RPO. Hoewel uit de artikelen 2.143, 2.146, onderdeel b, 2.169a en 2.169b van de Mediawet 2008 volgt dat de RPO aanspraak maakt op bekostiging uit de rijksmediabijdrage, voorziet de Mediawet 2008 niet in een nadere uitwerking van de wijze waarop de bekostiging van de RPO moet plaatsvinden. Met dit artikel wordt voorgesteld om deze lacune op te vullen. Voor de procedure rondom de bekostiging van de RPO is zoveel mogelijk aangesloten bij de procedure die geldt voor de bekostiging van de Stichting Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Net als bij de NPO wordt de RPO bekostigd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Minister kan aan een bekostigingsbesluit schriftelijke voorwaarden verbinden. Uiteraard kunnen aan een dergelijk besluit geen voorwaarden worden verbonden die in strijd zijn met de Mediawet 2008 of de daarop gebaseerde lagere regelgeving. Het budget wordt door tussenkomst van het Commissariaat voor de Media (Commissariaat) ter beschikking gesteld aan de RPO.

Onderdeel B (aanhouden reserves door de RPO)

Op grond van artikel 2.174, eerste lid, van de Mediawet 2008 kan de NPO gelden die bestemd zijn voor de uitvoering van haar taken en werkzaamheden reserveren. Voor de RPO ontbreekt een dergelijke mogelijkheid in de Mediawet 2008. Het is wenselijk dat ook de RPO de mogelijkheid heeft om bij financiële tegenvallers terug te kunnen vallen op haar reserves. Met de voorgestelde aanpassing wordt, overeenkomstig aan de regeling voor de NPO, ook voor de RPO de mogelijkheid gecreëerd om maximaal tien procent van haar uitgaven te kunnen reserveren voor de uitvoering van taken en werkzaamheden.

Onderdelen C en D (handhavingsbevoegdheid Commissariaat)

Deze wijzigingen hebben betrekking op de bestuursrechtelijke handhaving door het Commissariaat. Onderdeel C stelt voor om het voorgestelde artikel 2.169c, eerste tot en met vierde lid, van de Mediawet 2008 uit te zonderen in artikel 7.11, eerste lid, onderdeel a, van de Mediawet 2008. Dit betekent dat de budgetvaststelling van de RPO, net als bij de NPO, wordt uitgezonderd van bestuursrechtelijke handhaving door het Commissariaat. Het Commissariaat wordt wel belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het voorgestelde artikel 2.169c, vijfde lid, van de Mediawet 2008 (de verplichting voor het bestuur van de RPO om het budget te besteden aan de genoemde doelen).

Onderdeel D stelt voor om – ook overeenkomstig aan de wettelijke bepalingen die zien op de NPO – het voorgestelde artikel 2.169c, vijfde lid, van de Mediawet 2008 uit te zonderen in artikel 7.12, derde lid, van de Mediawet 2008. Dit heeft tot gevolg dat het Commissariaat bij overtreding van het voorgestelde artikel 2.169c, vijfde lid, van de Mediawet 2008 geen last onder dwangsom kan opleggen.

Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

Een concept van deze nota van wijziging is voorgelegd aan het Commissariaat. Het Commissariaat heeft laten weten de nota van wijziging als uitvoerbaar en handhaafbaar te beoordelen. Wel plaatste het Commissariaat een opmerking bij het voorgestelde 2.169c, tweede lid, van de Mediawet 2008. Deze opmerking vormde aanleiding om de toelichting op dit punt te verduidelijken.

Financiële gevolgen

Deze nota van wijziging heeft geen gevolgen voor de Rijksbegroting.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Naar boven