Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201835034 nr. 1

35 034 Maatschappelijke diensttijd

Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 september 2018

De maatschappelijke diensttijd is erop gericht jongeren de kans te bieden bij de samenleving betrokken te zijn en hieraan een bijdrage te leveren. De vraag op welke manier we succesvol organiseren dat zij hun talenten kunnen ontdekken en ontwikkelen, is de aanleiding om proeftuinen te organiseren. Zo leren we door te doen en bieden we jongeren direct de kans om maatschappelijk impact te hebben. Vandaag is de officiële startdag van de proeftuinen. Om dit te markeren komen de organisaties achter de proeftuinen bijeen om van elkaars aanpak te leren.

Alle organisaties die een projectvoorstel hebben ingediend zijn op 27 juli 2018 geïnformeerd over hun aanvraag. De plannen zijn beoordeeld door een jongerenpanel en een onafhankelijke commissie. Er zijn 41 projectvoorstellen gehonoreerd. Tijdens het algemeen overleg Maatschappelijke Diensttijd van 14 juni 2018 (Kamerstuk 34 775 XVI, nr. 144) heb ik uw Kamer toegezegd om in september een eerste beeld van de proeftuinen met u te delen. Met deze brief geef ik invulling aan die toezegging. Conform de toezegging zal ik uw Kamer begin 2019 inhoudelijk verder informeren. Ik zal dan onder meer ingaan op de opbrengsten van de experimenten tot dan toe, op de manier waarop het bedrijfsleven wordt betrokken en op welke wijze we komen tot een inclusieve maatschappelijke diensttijd die toegankelijk is voor alle groepen jongeren.

Experimentele aanpak

Ik ontwikkel de diensttijd samen met jongeren, maatschappelijke organisaties en medeoverheden. Om in de praktijk na te gaan wat wel en niet werkt, werken we met proeftuinen. Daarvan starten de eerste 41 projecten dus vandaag. Inmiddels is ook de tweede call opengesteld, zodat er vanaf begin 2019 nog een ronde proeftuinen kan plaatsvinden. Deze call is met name gericht op sectoren en groepen jongeren die we nog onvoldoende terug zien in de eerste ronde. De tweede call biedt op verzoek van het CDA ook expliciet ruimte aan organisaties die een projectvoorstel willen indienen met een meer verplichtend karakter, gericht op (meerderjarige) jongeren zonder startkwalificatie1. Daarnaast ben ik in gesprek met gemeenten om te bezien of we het concept van de kleine, maar succesvolle Belgische Samenlevingsdienst kunnen vormgeven in een experiment op lokaal niveau. Via de Samenlevingsdienst zetten bewust divers samengestelde groepen jongeren zich sinds 2011 maatschappelijk in en ontwikkelen zij zich via een opleidingsprogramma. De Samenlevingsdienst boekt met deze aanpak goede resultaten op de uitstroom naar werk en opleiding en op sociale cohesie.

Feiten en cijfers eerste ronde proeftuinen

De voornaamste feiten en cijfers over de 41 proeftuinen die vandaag van start gaan, zijn opgenomen in bijgaande infographic2. Het gaat hierbij om een feitelijke weergave van de projectvoorstellen om een zo objectief mogelijk beeld te schetsen van de startsituatie van de proeftuinen. Elementen die aan de orde komen zijn:

  • Deelnemende jongeren (doelgroepen, aantal beoogde deelnemers, uren en duur van de inzet van jongeren)

  • Ontwerpkenmerken (wat bieden proeftuinen aan jongeren, welke mate van zelfstandigheid, invloed, diversiteit van taken en flexibiliteit hebben jongeren)

  • Organisaties (type organisaties, sectoren, (co-)financiering)

  • Regionale spreiding (waar zijn proeftuinen actief, standplaats, scope)

Tijdens de experimenten monitor ik de voortgang. De vervolgmetingen leveren informatie op die steeds gerichter inzicht moet geven in de succesfactoren van het ontwerp. Zo zijn de organisaties zelf nu bij de start verantwoordelijk voor de werving van en aanmelding door jongeren voor hun proeftuin. De successen en moeilijkheden die organisaties hierbij gaan ervaren worden in kaart gebracht. Daarnaast komen tijdens de vervolgmetingen factoren aan de orde zoals de begeleiding en motivatie van jongeren en de motivatie van en toegevoegde waarde voor de maatschappelijke organisaties. Tot slot promoot Youngworks de maatschappelijke diensttijd onder jongeren door de verhalen van deelnemers op te tekenen en te delen. Ik zal uw Kamer over de uitkomsten blijven informeren naarmate de experimenten vorderen.

Op basis van deze uitkomsten kunnen we ook het basismodel van de diensttijd zo gericht mogelijk vormgeven, zodat we het eerste ontwerp na de zomer van 2019 hebben staan. Zoals ik in mijn brief van 11 april jl. al aangaf, zal de verdere doorontwikkeling van de maatschappelijke diensttijd de nodige zorgvuldigheid vragen. Zorgvuldigheid om de aanwezige energie onder jongeren te behouden en stap voor stap te vergroten. Zorgvuldigheid zodat maatschappelijke organisaties zich voldoende kunnen toerusten om jongeren te werven en hen zo optimaal mogelijk te begeleiden. En zorgvuldigheid om met maatwerk het basismodel zo door te ontwikkelen dat de diensttijd daadwerkelijk toegankelijk is voor alle jongeren, ongeacht achtergrond of opleidingsniveau.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis


X Noot
1

In het regeerakkoord (Kamerstuk 34 700, nr. 34) is het voornemen opgenomen om de kwalificatieplicht te verlengen van 18 naar 21. Het kabinet zal hierbij tevens bezien hoe een meer verplichtende variant van de maatschappelijke diensttijd een rol kan spelen in de verlengde kwalificatieplicht.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl