Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-201935026 nr. E

35 026 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2019)

35 028 Wijziging van enige wetten in verband met enkele maatregelen voor het bedrijfsleven (Wet bedrijfsleven 2019)

35 031 Wijziging van de Wet op de kansspelbelasting voor landgebonden weddenschappen op de sport (Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen)

E1 VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIEN2

Vastgesteld 6 december 2018

De memorie van antwoord geeft de commissie aanleiding tot het maken van de volgende nadere opmerkingen en het stellen van de volgende nadere vragen.

1. Inleiding

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de antwoorden van de regering. De antwoorden geven hen aanleiding tot het stellen van enkele nadere vragen. De leden van de VVD-fractie sluiten zich aan bij deze nadere vragen van de leden van de CDA-fractie. De leden van de fractie van de ChristenUnie sluiten zich aan bij de vragen van de leden van de CDA-fractie met betrekking tot het Belastingplan 2019 (35.026).

De leden van de SP-fractie constateren naar aanleiding van de memorie van antwoord dat de regering een aantal van hun vragen niet heeft kunnen beantwoorden, omdat zij daarvoor de gegevens niet beschikbaar had of deze gegevens niet kon laten maken. Op enkele punten hebben deze leden daarover nadere vragen.

De leden van de fractie van de SGP hebben met belangstelling kennisgenomen van de memorie van antwoord bij het pakket Belastingplan 2019. Deze leden hebben naar aanleiding hiervan nog een enkele vraag die zij graag aan de regering voorleggen.

De leden van de fractie van 50PLUS hebben kennisgenomen van het pakket Belastingplan 2019 en de aan de Eerste Kamer aangeboden memorie van antwoord. Zij maken van de gelegenheid gebruik hierover enkele vragen aan de regering te stellen.

2. Belastingplan 2019

2.1 Inkomensbeleid

Op de vraag van de leden van de SP-fractie naar de verwachte koopkrachtontwikkeling naar inkomensgroep voor 2021, of om een vergelijking te maken voor de periode 2018–2020, antwoordt de regering dat dit momenteel helaas niet mogelijk is, omdat het CPB geen nieuwe raming heeft gemaakt voor de koopkrachtinput voor de jaren na 2019 en de regering in de tussentijd wel nieuwe maatregelen heeft genomen tijdens de augustusbesluitvorming. Deze leden vragen of de regering deze raming alsnog kan laten maken en de resultaten daarvan zo spoedig mogelijk aan de Kamer kan mededelen.

Voorts lezen de leden van de SP-fractie in de memorie van antwoord dat de regering geen antwoord kan geven op hun vraag wat van de verhoging van het verlaagde btw-tarief van 6% naar 9% het effect is op de koopkracht van de verschillende inkomensgroepen. De hiervoor door de regering genoemde reden is dat in de koopkrachtramingen van het CPB deze tariefsverhoging meeloopt via het algehele inflatiecijfer en het veronderstelde effect daarom voor alle inkomensgroepen hetzelfde is. Wil de regering alsnog laten uitrekenen wat het verwachte koopkrachteffect voor de verschillende inkomensgroepen is en de uitkomsten van dit onderzoek zo spoedig mogelijk aan de Kamer zenden?

De leden van de fractie van de SGP lezen in de memorie van antwoord dat de regering niet kan voorzien in tabellen waarin wordt ingegaan op de marginale druk voor een tweeverdienershuishouden, met een gezamenlijke verdiencapaciteit, waarvan de meestverdienende partner twee derde verdient en de minstverdienende partner een derde. In het antwoord wordt gesteld dat belastingheffing in Nederland plaatsvindt op basis van het individuele inkomen en dat de marginale druk ook wordt uitgedrukt op basis van het individuele inkomen en niet op basis van het huishoudinkomen. Om die reden zou het volgens de regering niet mogelijk zijn om dit gedeelte van de vraag van de leden van de fractie van de SGP te beantwoorden.

Deze leden constateren echter dat het CPB blijkbaar wel kan ingaan op de marginale druk voor zowel een- als tweeverdieners, zoals blijkt uit het CPB-rapport Eenverdieners onder druk.3 Daarnaast wijzen deze leden erop dat er elementen zijn in het belasting- en toeslagenstelsel die gebaseerd zijn op het huishoudinkomen en daarmee van invloed zijn op de marginale druk (kindgebonden budget, huurtoeslag, zorgtoeslag). Het is voor de aan het woord zijnde leden dan ook moeilijk te begrijpen waarom het niet mogelijk zou zijn om inzichtelijk te maken hoe het netto-inkomen zich ontwikkelt, door tweeverdieners samen op te nemen in de verzochte tabel, in de gevraagde verhouding. Deze leden vragen aan de regering alsnog een poging te doen om deze tabellen aan te leveren. Als voorbeeld noemen zij hierbij: 6.000 – 12.000, 7.000 – 14.000, ..., 10.000 – 20.000, 11.000 – 22.000, ...etc. En zou daarbij onderscheid gemaakt kunnen worden naar marginale druk voor de minstverdienende en meestverdienende partner?

De leden van de 50PLUS-fractie constateren dat AOW'ers door de veranderingen in het belastingstelsel in 2019 netto minder vakantiegeld zullen ontvangen dan in 2017. Hoeveel euro ontvangt een alleenstaande AOW-gerechtigde en AOW-gerechtigde met een partner, al dan niet AOW-gerechtigd, in 2019 minder dan in 2017?

Deze leden lezen in de memorie van antwoord, zoals op 30 november 2018 aan de Eerste Kamer aangeboden, dat alle maatregelen uit het Belastingplan 2019 die effect hebben op het koopkrachtbeleid voor 2019 ingaan per 1 januari 2019. Zij vragen met hoeveel euro de AOW per 1 januari 2019 netto omhoog zal gaan voor een alleenstaande AOW-gerechtigde en een AOW-gerechtigde met een partner, die al dan niet AOW-gerechtigd is?

Om misverstanden bij de plenaire behandeling van het wetsvoorstel te voorkomen vragen de leden van de 50PLUS-fractie of het juist is dat er vanaf 1 januari 2019 gerekend wordt met een gemiddelde prijsstijging voor gezinnen van € 300 per jaar, dus € 25 per maand. Of is dit slechts de btw-verhoging van 6 naar 9%? Indien dit niet correct is vragen deze leden met welk bedrag dan wel wordt gerekend.

Voorts vragen deze leden wat de gemiddelde bedragen zijn waarmee rekening is gehouden als lastenverzwaring per maand wat betreft zorgpremie, huren, energie en eventueel verminderde hypotheekaftrek. En daar waar de regering geen exacte gemiddelden kan geven; wat is dan de aanname bij de vaststelling van de koopkrachtverbetering?

2.2 Correctie box 2-tarief

De leden van de CDA-fractie hebben begrip voor het feit dat, zoals de regering schrijft in de memorie van antwoord, «het compartimenteren van winstreserves (...) zeer complex [is] in de uitvoering» en dat het bovendien «meer toezichtcapaciteit [vergt]», nog afgezien van de budgettaire dekking. Zou de regering willen toezeggen dat zij dit in een aparte communicatie nog eens goed aan de directeuren-grootaandeelhouders (dga'ers) zal uitleggen? De leden van de VVD-fractie en de leden van de ChristenUnie-fractie sluiten zich aan bij deze vraag.

De leden van de CDA-fractie begrijpen het antwoord van de regering inzake artikel 20 lid 6 van de Successiewet 1956 (SW 1956), dat «aan forfaits (...) enige ruwheid inherent [is]». Desalniettemin komt het niet zo vaak voor dat het tarief in box 2 wijzigt, zo stellen de aan het woord zijnde leden. Zij brengen in herinnering dat het tarief in het verleden 20% was en dit op 1 januari 2001 werd verhoogd naar 25%. In die zin zou volgens deze leden het aanpassen van het tarief naar 26,9% op 1 januari 2021 voor de hand liggen, veronderstellende dat dit tarief voor langere tijd zal gelden. Zou de regering dat alsnog willen toezeggen, zo vragen de leden van de CDA-factie, mede namens de leden van de VVD-fractie en de leden van de ChristenUnie-fractie.

2.3 Toepassing heffingskortingen in de inkomstenbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de toezegging om in het eerste kwartaal 2019 een beleidsbesluit te publiceren inzake de toepassing van het Spaanse voetbalmakelaarsarrest.4 Gezien de lange onzekerheid in deze kwestie ligt het volgens deze leden en de leden van de VVD-fractie en de ChristenUnie-fractie, voor de hand dat er terugwerkende kracht wordt verleend aan deze toepassing. Deze leden vragen of de regering kan toezeggen dat de terugwerkende kracht wordt verleend en zo ja, tot welk moment: het wijzen van het arrest door het Hof van Justitie in Luxemburg of door de Hoge Raad5?

2.4 Verhogen verlaagde btw-tarief

De leden van de CDA-fractie hebben met instemming het antwoord van de regering gelezen inzake het monitoren van de grenseffecten voor wat betreft de verhoging van het verlaagde btw-tarief van 6% naar 9%. Kan de regering toezeggen dat zij in dezen in het bijzonder met de gedeputeerde staten van de betrokken grensprovincies overleg zal voeren, indien die daar behoefte aan hebben? De leden van de fracties van VVD en ChristenUnie sluiten zich bij deze vraag aan.

De leden van de fractie van 50PLUS vragen aan de regering wat de laatste stand van zaken is met betrekking tot de verhoging van de btw op denksporten? Denksportverenigingen vrezen een groot nadelig effect op hun ledenbestand vanwege noodzakelijke contributieverhogingen, zo brengen deze leden onder de aandacht. Welke maatregelen zijn er ter compensatie genomen of worden door de regering voorbereid?

3. Wet Bedrijfsleven 2019

3.1 Afschaffen specifieke renteaftrekbeperkingen in verband met invoeren

earningsstrippingmaatregel

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het antwoord van de regering op de vraag naar de ratio om een overgangsrecht in te voeren voor wat betreft houdsterverliezen van vóór 2019. In deze beantwoording gaat de regering in op de reeds «gestalde» houdsterverliezen. Kan de regering uitleggen wat zij in dit kader bedoelt met de genoemde, potentiële grondslaguitholling en aanzienlijke budgettaire derving, zo vragen de leden van de CDA-fractie, mede namens de leden van de VVD-fractie.

3.2 Beperking afschrijving gebouwen in de vennootschapsbelasting

De antwoorden van de regering op vragen van de leden van de CDA-fractie over het voorstel om de afschrijving op gebouwen in de vennootschapsbelasting te beperken, geeft deze leden aanleiding tot het stellen van de volgende nadere vragen. De leden van de CDA-fractie lezen dat deze maatregel circa € 200 miljoen zou moeten opleveren. Zij vragen, mede namens de leden van de VVD-fractie, of er een betere specificatie kan worden gegeven welke bedrijven en branches met name door deze maatregel worden getroffen en hoe de € 200 miljoen onderbouwd kan worden. Is de regering bereid om bij een hogere opbrengst de maatregel te verzachten? En wat zijn de effecten van deze maatregel voor het vestigingsklimaat?

4. Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen

Met belangstelling hebben de leden van de CDA-fractie de antwoorden gelezen. In het verlengde hiervan vragen zij wel, mede namens de leden van de VVD-fractie, wat de gevolgen zullen zijn van dit voorstel voor de Toto. Kan de regering hier nogmaals haar zienswijze op geven? Kan de regering nog eens aangeven hoe de voorziene € 3,2 miljoen bij de goede doelen zal komen, wetende dat niet alle goede doelen kwalificeren onder de categorie «sport en volksgezondheid»? 6

5. Overig

De leden van de CDA-fractie zijn nog niet helemaal gerustgesteld door het antwoord van de regering op hun vraag over de fiscale beleggingsinstellingen (fbi's) die in Nederlands vastgoed beleggen. Kan de regering precies aangeven welke situaties zij voor ogen heeft «waarbij Nederland geen (of minder) belasting kan heffen over inkomsten uit Nederlands vastgoed dan oorspronkelijk bij de invoering van het fbi-regime was voorzien»? De leden van de VVD-fractie sluiten zich aan bij deze vraag.

De leden van de commissie zien de beantwoording van voorgaande vragen met belangstelling tegemoet. Zij verzoeken de regering de nota naar aanleiding van het verslag uiterlijk vrijdag 7 december 2018 aan de Eerste Kamer toe te zenden. Onder voorbehoud van tijdige beantwoording achten zij de wetsvoorstellen gereed voor plenaire behandeling op 11 december 2018.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Knip

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Van Dooren


X Noot
1

Letter E heeft alleen betrekking op wetsvoorstel 35 026.

X Noot
2

Samenstelling:

Nagel (50PLUS), Ten Hoeve (OSF), Knip (VVD) (voorzitter), Backer (D66), Ester (CU), Postema (PvdA), Sent (PvdA), Van Strien (PVV), Kok (PVV), Bruijn (VVD), Vac. (PVV), Van Apeldoorn (SP), N.J.J. van Kesteren (CDA), Knapen (CDA), Köhler (SP), Prast (D66), Van Rij (CDA) (vicevoorzitter), Rinnooy Kan (D66), Schalk (SGP), Van de Ven (VVD), vac. (PvdA), Reuten (SP), Wever (VVD), Van Leeuwen (PvdD), Binnema (GL)

X Noot
3

Centraal Planbureau, Policy Brief 2018/03, Eenverdieners onder druk, februari 2018. Te raadplegen via de website van het CPB.

X Noot
4

HvJ EU 9 februari 2017, X, C-283/15, ECLI:EU:C:2017:102, V-N 2017/9.12.

X Noot
5

HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:848.

X Noot
6

Kamerstukken II, 2018–2019, 35 031, nr. 3, p.5.