Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het nader voorlopig verslag van de vaste
commissie voor economische zaken en klimaat/landbouw, natuur en voedselkwaliteit,
naar aanleiding van mijn memorie van antwoord van 7 oktober 2019 inzake het wetsvoorstel
tot wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij in verband met het toevoegen van
de bevoegdheid tot het opleggen van bestuursrechtelijke herstelsancties ter handhaving
van die wet (hierna: het wetsvoorstel).1
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD
Voor de leden van de fractie van de VVD staat niet zozeer verfijning van het handhavingsinstrumentarium
centraal, als wel een zorgvuldige begeleiding van het beëindigen van de bedrijfsvoering.
Daarom is vooral met bijzondere belangstelling gekeken naar de passages over het flankerend
beleid in de beantwoording. Het spreekt deze leden aan dat de subsidieregeling voor
sloop en ombouw wordt verruimd. Vooruitlopend op de voorhang van dat besluit vernemen
zij naar aanleiding van het gevoerde overleg graag hoe de bestuurlijke vertegenwoordigers
van de pelsdiersector en van de gemeente Gemert-Bakel tegen die verruiming aankijken.
Is aan hun wensen voldaan? Daarnaast willen de leden van de VVD-fractie graag weten
hoe die vertegenwoordigers in dat overleg hebben geoordeeld over de voorliggende wet.
Heeft de sector behoefte aan aanvullend handhavingsinstrumentarium? Deelt men de analyse
van de regering dat er proportioneel gehandhaafd moet kunnen worden?
In mijn overleg met de sector en de verantwoordelijk wethouder van de gemeente Gemert-Bakel
heb ik aangegeven te streven naar een zo volledig mogelijke besteding van het totale
bedrag van € 36 miljoen dat voor het flankerend beleid beschikbaar is. De belangrijkste
voorgenomen wijzigingen van de subsidieregeling zijn de verhoging van het subsidiepercentage
bij sloop van 50% naar 100%, het aanmerken van meer soorten kosten als subsidiabel
en een verhoging van het maximumsubsidiebedrag per plaats. Over de hoofdlijnen van
de voorgenomen wijzigingen heeft overleg met de pelsdiersector plaatsgevonden en deze
heeft hierop positief gereageerd.
Tijdens dit overleg is onder andere gesproken over de situatie in de pelsdierhouderij,
de subsidieregeling, het te subsidiëren sociaaleconomisch plan, en de pensioenvoorziening,
maar niet over dit wetsvoorstel. De pelsdiersector is van mening dat er proportioneel
gehandhaafd moet kunnen worden. Tot nu toe zijn zowel aantal als omvang van de geconstateerde
overtredingen gering geweest. Er hebben zich geen situaties van disproportioneel optreden
via het strafrecht voorgedaan. In gevallen waarin strafrechtelijke handhaving disproportioneel
zou (kunnen) uitpakken, kan met de introductie van de bevoegdheid om bestuursrechtelijke
herstelsancties op te kunnen leggen toch effectief én proportioneel gehandhaafd worden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de SP en de PvdA, waarbij de
fracties van GroenLinks en OSF zich hebben aangesloten
De leden van de fracties van de SP en de PvdA delen het uitgangspunt van de regering
dat de inzet van instrumenten van handhaving proportioneel dient te zijn. Tevens zijn
deze leden van mening dat het strafrecht het ultimum remedium dient te zijn en dat
handhaving primair gericht dient te zijn op het herstel van situaties en tegengaan
van het handelen in strijd met wet en regels. De leden van de fracties van de SP en
de PvdA zijn van mening dat toezichthouders en bevoegde gezagen die toezien op de
naleving van wetten en regels dienen te beschikken over een adequaat instrumentarium.
Deze leden steunen dan ook het voorstel om dit instrumentarium ter handhaving van
de Wet verbod pelsdierhouderij te versterken teneinde dit effectief, flexibel en proportioneel
te kunnen inzetten. De leden van de fracties van de SP en PvdA vragen u om de toezegging
dat, indien de toezichthouder beschikt over het bestuurlijke herstelinstrumentarium,
dit ook door de toezichthouder ten volle en naar eigen inzicht kan worden ingezet.
Deelt de regering de mening van deze leden dat het toezicht onafhankelijk en met een
eigen verantwoordelijkheid moet plaatsvinden?
De NVWA is toezichthouder van de Wet verbod pelsdierhouderij. De NVWA beslist in concrete
gevallen over inzet van het bestuursrechtelijke herstelinstrumentarium. Uiteraard
geldt dat de NVWA onder mij als Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
ressorteert en daarmee onder mijn ministeriële verantwoordelijkheid. De huidige positionering
en organisatie van de NVWA binnen het ministerie zijn in overeenstemming met de Aanwijzingen
inzake de rijksinspecties van de Minister-President en zorgen ervoor dat de NVWA in
voldoende mate onafhankelijk en naar eigen inzicht gebruik kan maken van de beschikbare
bevoegdheden.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.J. Schouten