Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-XIV nr. 63

35 000 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2019

Nr. 63 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 november 2018

De droogte van deze zomer heeft ons allemaal geraakt en is nog niet voorbij. In mijn brieven aan uw Kamer van 7 augustus (Kamerstuk 34 775 XIII, nr. 150) en van 23 augustus (Kamerstuk 34 775 XIII, nr. 151) heb ik u geïnformeerd welke maatregelen ik heb genomen, om de boeren en tuinders te ondersteunen om hun bedrijf op een goede wijze door deze periode van droogte te loodsen. In deze brief informeer ik u over de stand van zaken en ga ik in op het vervolg. Rijkswaterstaat heeft de organisatie die conform het Landelijk draaiboek waterverdeling en droogte was opgezet op 28 september afgeschaald van niveau 2 (feitelijk watertekort) naar niveau 1 (dreigend watertekort). Voor de scheepvaart is de situatie in verband met de lage waterstand nog steeds uitzonderlijk.

Uitzonderingsbepalingen vergroeningseisen Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Zoals gemeld in mijn brief van 23 augustus jl. (Kamerstuk 34 775 XIII, nr. 151) heb ik, vooruitlopend op besluitvorming in Brussel over uitzonderingsbepalingen, landbouwers die door de droogte niet aan de voor inkomenssteun vereiste vergroening kunnen voldoen, gewezen op de mogelijkheid beroep te doen op overmacht. Inmiddels heeft de Europese Commissie 18 september jl. de uitzonderingsbepalingen op de vergroeningseisen gepubliceerd. Dit besluit geeft een aantal lidstaten, waaronder Nederland, de ruimte om landbouwers vrij te stellen van de mengselplicht bij het inzaaien van grassen en andere kruidachtige voedergewassen als vanggewassen. Tevens voorziet het besluit in de mogelijkheid om wintergewassen die bestemd zijn voor veevoeder, aan te merken als vanggewas. Ik heb besloten genoemde uitzonderingsmogelijkheden in heel Nederland open te stellen, omdat heel Nederland hinder heeft ondervonden van de aanhoudende droogte. Verder mogen lidstaten een kortere minimale teeltperiode voor vanggewassen hanteren dan de voorgeschreven 8 weken op voorwaarde dat er een opvolgend wintergewas wordt ingezaaid. Ik heb besloten deze minimale teeltperiode op 6 weken te stellen. Landbouwers die in juli/augustus problemen ondervonden met het inzaaien van vanggewassen en deze later alsnog hebben ingezaaid, heb ik zo in de gelegenheid gesteld de wintergewassen toch tijdig (voor medio oktober) in te kunnen zaaien. Om gebruik te maken van de genoemde vrijstellingen dient de landbouwer hiervan zo spoedig mogelijk melding te maken bij RVO.nl. Boeren kunnen zich nog tot 1 december 2018 hiervoor melden. Landbouwers die, ondanks de toepassing van de uitzonderingsbepalingen, door de aanhoudende droogte niet kunnen voldoen aan de vergroeningsregels kunnen een gemotiveerd beroep blijven doen op overmacht op grond van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 640/2014.

Update Quick scan mogelijke inkomenseffecten 2018

Ik heb u eerder geïnformeerd over de quick scan naar de mogelijke inkomenseffecten in land- en tuinbouw in 2018. Wageningen Economic Research (WEcR) die de quick scan uitvoerde, benadrukte dat daarin ruwe voorlopige inschattingen konden worden gepresenteerd. WEcR heeft een update gemaakt van deze quick scan, waarover ik u hierbij informeer (zie bijlage)1. In december, bij gelegenheid van de jaarlijkse inkomensramingen, zal WEcR de laatste inzichten m.b.t. de gevolgen van de droogte presenteren. Hiermee geef ik invulling aan het verzoek van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om uw Kamer nader te informeren over de termijn waarop het bredere onderzoek naar de inkomenseffecten voor de landbouw als gevolg van de droogte gereed is.

Afwijkende groenten en fruit

Eind juli werd door een aantal telers de noodklok geluid. Als gevolg van de aanhoudende droogte waren bepaalde pruimen te klein en de kwaliteit van sommige snoeptomaatjes onvoldoende om te worden verkocht aan supermarkten. Deze dreigden verloren te gaan voor menselijke consumptie, en de publieke verontwaardiging hierover was groot. Dit heeft een aantal afnemers ertoe aangezet om de leveringsvoorwaarden tijdelijk aan te passen, zodat de afwijkende groenten en fruit toch hun weg konden vinden naar de consument. Ook nu nog worden in het kader van de actie #HeteZomerOogst van ZLTO, AGF-producten die als gevolg van de droogte niet aan de standaardeisen van de supermarkten konden voldoen «gered» voor menselijke consumptie.

De verspilling van kwalitatief goed voedsel is onnodig en schadelijk: het doet geen recht aan de waarde ervan en aan de mensen die het voedsel hebben geproduceerd. Daarom ben ik onder meer met supermarkten, LTO en andere stakeholders in gesprek om te bevorderen dat ook de van nature afwijkende groenten en fruit behouden blijven voor (directe) menselijke consumptie. Met de supermarkten wil ik bijvoorbeeld afspraken maken om meer ruimte te bieden aan dit soort groenten en fruit. Hiermee geef ik invulling aan de motie van het Lid Dik-Faber C.S. (Kamerstuk 31 532, nr. 203). Ik informeer u in het voorjaar van 2019 over de voortgang.

Bestaande fiscale mogelijkheden

Op basis van de huidige fiscale wetgeving zijn er diverse regelingen waar ondernemers, voor wie 2018 door de droogte een slecht jaar wordt, gebruik van kunnen maken. Bijvoorbeeld de middelingsregeling, een fiscale faciliteit waarmee het progressienadeel van sterk wisselende winsten kan worden gecompenseerd. Deze regeling maakt het mogelijk de over drie jaren geheven inkomstenbelasting in box 1, waaronder de heffing uit winst uit onderneming, te laten herrekenen op basis van het gemiddelde box 1 inkomen uit die drie jaren. Ondernemers kunnen indien ze een verlies lijden gebruik maken van fiscale verliesverrekening. Met name de achterwaartse verliesverrekening kan voor telers die dit jaar door de droogte inkomsten derven gunstig zijn. De achterwaartse verliesverrekening heeft tot gevolg dat een reeds opgelegde aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting wordt verminderd, zodat een teruggaaf wordt gegeven van de belasting die is betaald. Fiscaal is de droogte aangemerkt als een bijzondere omstandigheid. Dit heeft tot gevolg dat ondernemers een beroep kunnen doen op uitstel van betaling van belasting. Dit biedt ondernemers ruimte om de extra kosten als gevolg van een verminderde opbrengst door de droogte op te vangen.

Verbetering randvoorwaarden Brede Weersverzekering

De Brede Weersverzekering zie ik als een belangrijk risicomanagementinstrument, waarmee telers van veldgewassen de restrisico’s voor weerschade, nadat zij preventief alle reële maatregelen al hebben getroffen, zodanig kunnen afdekken dat de bedrijfscontinuïteit niet in gevaar komt.

Op 21 september heeft uw Kamer bij de algemene politieke beschouwingen (Handelingen II 2018/19, nr. items 6 en 8) de motie van de leden Van der Staaij – Van Haersma Buma aangenomen, die de regering verzoekt te bezien hoe in Nederland vrijstelling van assurantiebelasting voor de brede weersverzekering verwezenlijkt kan worden. De Staatssecretaris van Financiën heeft u op 12 november per brief geïnformeerd over de uitvoering van deze motie (Kamerstuk 35 026, nr. 30). Vrijstelling van assurantiebelasting betekent een substantiële verlaging van de totale kosten die de ondernemer moet betalen voor deze verzekering van een veldgewas.

Met de werkgroep Brede Weersverzekering verken ik daarnaast hoe de Regeling Brede Weersverzekering verder geoptimaliseerd kan worden.

Breder risicomanagement-instrumentarium verkennen

Risicomanagement is maatwerk per bedrijf. De risico’s voor en handelingsmogelijkheden van landbouwbedrijven verschillen aanzienlijk als gevolg van bijvoorbeeld de geproduceerde landbouwproducten, de omvang van het bedrijf en de leeftijd van de ondernemer. Er is behoefte om naast de Brede Weersverzekering breder te kijken naar instrumenten om risico’s te beheersen. Wat vaak wordt genoemd is de mogelijkheid om voor calamiteiten een spaarpot met liquide middelen (bij een bank) te kunnen aanleggen. Maar ik ga ook andere vormen van versterkte samenwerking binnen de sector bespreken. Een belangrijke actie voor alle partijen is de brede verspreiding van leerervaringen die zijn opgedaan op het boerenerf. Ik organiseer nog dit jaar een bijeenkomst met sectorvertegenwoordigers om terug te blikken op 2018 en mogelijke maatregelen in beeld te krijgen. De uitkomsten zal ik in de eerste helft van 2019 met uw Kamer delen.

Evaluatie en klimaatadaptatie

In de overkoepelende evaluatie onder coördinatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zal met alle betrokken partijen worden bezien welke lessen kunnen worden getrokken uit deze periode van droogte. Daarnaast wordt onder coördinatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een Beleidstafel Droogte ingesteld die de beleidsvraagstukken zal inventariseren die tijdens de periode van droogte zijn opgekomen. In het Deltaprogramma Zoetwater werken alle waterbeheerders en andere overheden samen aan de uitvoering en voorbereiding van zoetwatermaatregelen, waarbij uiteraard ook de droogte ervaringen worden meegenomen.

Voor mij is dit een moment om in deze brief, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, toekomstgericht een aantal zaken met het oog op de sectoren landbouw en natuur op een rij te zetten.

Wetenschappers geven aan dat ons klimaat verandert en dat we er in Nederland rekening mee moeten houden dat extremere weersomstandigheden vaker zullen optreden. Daar moeten we mee leren omgaan. Klimaatadaptatie is voor mij om die reden het kernbegrip in het toekomstgericht denken over hoe landbouw en natuur op de klimaatverandering moeten inspelen.

Klimaatadaptatie landbouw

De landbouw heeft te maken met teveel of juist een tekort aan (schoon) zoetwater, waardoor schade aan gewassen en oogst optreedt. Daarnaast spelen problemen als verzilting en bodemdaling. De problematiek verschilt per regio, kan zelfs lokaal verschillen, en is van invloed op de financiële weerbaarheid en het toekomstperspectief van een landbouwbedrijf. Dit stelt landbouwondernemers en de landbouw als geheel voor grote opgaven, die zij soms niet alleen kunnen oplossen. Partijen als waterschappen, verzekeraars en overheden (m.n. gemeenten en provincies) spelen hierbij een belangrijke rol, maar ook het rijk, zoals mijn departement en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W). De urgentie om gezamenlijk met alle partijen concrete stappen te zetten om de landbouw meer klimaatbestendig te maken wordt breed gedeeld. Daarbij is bijvoorbeeld bewust omgaan met zoetwater een aspect van klimaatadaptatie dat ook goed aansluit bij mijn visie Landbouw en Natuur: waardevol en verbonden.

Sinds de water- en hagelschade in 2016 is vanuit mijn departement ingezet op een groot aantal acties en maatregelen, waaronder (bestuurlijk) overleg, onderzoek, communicatie en financieel-juridisch instrumentarium. In 2017 zijn twee werkgroepen aan het werk gegaan, nl. de werkgroep Brede Weersverzekering en de werkgroep Klimaatadaptatie landbouw en heeft een eerste Nationale dialoog klimaatadaptatie landbouw plaatsgevonden.

Onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma NAS (UP NAS 2018–2019) ontwikkeld en aan uw Kamer aangeboden. De landbouwsector is hier een specifiek onderdeel van en één van de zes speerpunten in het UP NAS. De landbouw heeft als grote watergebruiker baat bij de maatregelen in de deltaprogramma’s Ruimtelijke Adaptatie, Zoetwater en het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW).

Waar het in 2017 nog ging om inventarisatie van risico’s en uitdagingen richt de aanpak zich nu nadrukkelijk op een gezamenlijk meerjarig actieprogramma klimaatadaptatie landbouw. Daarin moet in ieder geval aandacht zijn voor kernpunten als concrete, innovatieve en toepasbare oplossingsrichtingen voor het doelgericht klimaatbestendig(er) maken van de landbouw. Dit actieprogramma wordt met partijen uit het agrarisch bedrijfsleven, provincies, waterschappen en verzekeraars uitgewerkt. Onderwerpen die daar in ieder geval in terugkomen zijn: zoetwaterbeschikbaarheid, zuinig watergebruik, hittestress en het water-vasthoudend vermogen van de bodem en hoe boeren van elkaars ervaringen kunnen leren met maatregelen op het boerenerf. Dit actieprogramma is voor de zomer van 2019 gereed. Ik zal uw Kamer hierover te zijner tijd informeren.

Klimaatadaptatie natuur

Klimaatverandering veroorzaakt veranderingen in de fysieke natuur waaraan ecosystemen zich moeten aanpassen. Deze zomerperiode is gebleken dat de natuur de gevolgen van een langdurige warme en droge periode niet overal even gemakkelijk kan opvangen. Door waterbeheerders is bij de verdeling van aangevoerd water gehandeld in lijn met de verdringingsreeks. Hierbij is zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van natuurbeheerders, maar in sommige gevallen is er waarschijnlijk toch onomkeerbare schade aan de natuur ontstaan. Daarbij gaat het niet alleen om watertekorten van oppervlakte- en grondwater, maar ook om effecten van de veranderende waterkwaliteit door verzilting en verontreiniging. Pas in het voorjaar kunnen we de omvang van de blijvende schade echt vaststellen. In het kader van de ontwikkeling van het Natuur Netwerk Nederland zijn de provincies volop bezig om natuurgebieden een duurzame toekomst te geven. Daarvoor is een duurzame waterhuishouding van cruciaal belang. Ik ben verheugd dat de provincies en grote natuurbeheerders mijn aanbod om onderzoek te doen naar de identificatie van gebieden die kwetsbaar zijn voor onomkeerbare schade en naar maatregelen om dit in de toekomst te voorkomen met beide handen hebben aangepakt. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan het verduurzamen van de waterhuishouding van Nederland in het Deltaprogramma. Mijn departement neemt het initiatief om onderzoek te laten uitvoeren naar identificatie van de zogenaamde categorie 1 natuurgebieden, verduurzaming van de waterhuishouding van natuurgebieden in het kader van klimaatadaptatie en de meest effectieve aanpak daarbij, in samenwerking met de provincies, waterschappen en grote natuurbeheerorganisaties en met I&W. Een dergelijke aanpak kan ook voordelen bieden voor de aangrenzende landbouwgebieden, want het water bufferend vermogen van natuurgebieden kan immers ook door de landbouw worden benut.

Het onderwerp «droogteschade en natuur» staat ook hoog op de agenda bij de Beleidstafel droogte.

Natuur is ook één van de zes speerpunten in het Uitvoeringsprogramma van de NAS. In december 2017 heeft ook op dit onderwerp een nationale dialoog plaatsgevonden over natuur en klimaatadaptatie. Nog dit jaar wordt hier een vervolg aan gegeven dat – evenals bij de klimaatadaptatie landbouw – tot een actiegericht programma leidt. Ik informeer u hierover in het voorjaar van 2019. In de voorbereidingsgroep zitten ondermeer vertegenwoordigers van LNV en IenW, gemeenten, enkele provincies en Staatsbosbeheer.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.