Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-VI nr. 112

35 000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2019

Nr. 112 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 april 2019

Tijdens het algemeen overleg over georganiseerde criminaliteit op 14 maart jl. (Kamerstuk 29 911, nr. 236) en tijdens het plenaire debat over bedreigde burgemeesters op 13 maart jl. (Handelingen II 2018/19, nr. 62, item 9) heb ik toegezegd uw Kamer voor het meireces te informeren over de uitkomst van het overleg met de Autoriteit persoonsgegevens (AP) over het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden. Over dat wetsvoorstel heeft de AP begin januari advies uitgebracht. Naar aanleiding van dat advies is het wetsvoorstel aangepast en eind februari voorgelegd aan de AP. Daarna heb ik met de AP gesproken omdat de AP nog een aantal vragen had over het aangepaste voorstel. Op 19 april heeft de AP haar aanvullende advies uitgebracht. Dat advies wordt nu verwerkt. Naar aanleiding hiervan ben ik voornemens het wetsvoorstel op diverse punten aan te passen. De beide adviezen worden openbaar gemaakt zodra het gewijzigde wetsvoorstel ook openbaar wordt, dat wil zeggen op het moment van indiening. Ik streef ernaar het voorstel, tezamen met de adviezen van de AP, snel aan de Afdeling advisering van Raad van State voor te leggen.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus