Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-IV nr. 12

35 000 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2019

Nr. 12 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 8 oktober 2018

De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 28 september 2018 voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 5 oktober 2018 zijn ze door de Minister en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Pechtold

De griffier van de commissie, De Lange

1

Wat is er sinds het Regeerakkoord, waarin is afgesproken dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie een sterkere coördinerende rol heeft, in de praktijk veranderd?

Antwoord:

Er is vanuit de behoefte aan meer interdepartementale samenwerking een bewindspersonenoverleg Caribisch Nederland in het leven geroepen waar besloten wordt over departement overstijgende onderwerpen aangaande Caribisch Nederland. Dit overleg stelt het kabinet in staat om te spreken over de gezamenlijke uitdagingen waar het kabinet voor staat en koers te bepalen om zo het groots mogelijke effect voor de burgers van Caribisch Nederland te bewerkstelligen.

Daarnaast is een hoogambtelijk interdepartementale stuurgroep Caribisch Nederland ingericht die elke zes weken bijeenkomt en de facto als voorportaal van het bewindspersonenoverleg fungeert. Concreet heeft dit geleid tot onder andere een kabinetsreactie op het Regioplan-rapport gericht op een integrale aanpak van de armoedeproblematiek en een departement overstijgende voortgangsrapportage met betrekking tot Sint Eustatius.

Verder heb ik werkbezoeken met bewindspersonen van andere departementen aan Caribisch Nederland gebracht en staan er meer bezoeken gepland. Tijdens deze gezamenlijk werkbezoeken worden thema’s aan elkaar verbonden waardoor een integrale aanpak mogelijk is en de doelmatigheid en effectiviteit wordt vergroot. Dit is van belang gezien de verwevenheid van projecten en onderwerpen. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om een duurzame toeristenindustrie te ontwikkelen zonder over een gedegen infrastructuur te beschikken en oog te hebben voor flora en fauna.

Verder heb ik de Raad van State om voorlichting gevraagd over de bestaande vormgeving van de verhouding tussen Caribisch Nederland en de coördinerende rol van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 34 775 IV, nr. 53).

2

Wat is de aanleiding om de Raad van State voorlichting te vragen over de bestaande vormgeving van de verhouding tussen Caribisch Nederland en de coördinerende rol van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties?

Antwoord:

De aanleiding om voorlichting te vragen komt voort uit mijn ambitie om in Den Haag de coördinatie verder te versterken met als doel om de sociaal economische situatie in Caribisch Nederland te verbeteren.

Tevens is dit verzoek om voorlichting in lijn met de voornemens ten aanzien van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst», het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius, de conclusies over de coördinerende rol van BZK in de rapporten van de commissie evaluatie uitwerking van de nieuwe staatkundige structuur Caribisch Nederland, alsmede Rapport van de Commissie van Wijzen Sint Eustatius en de in november vorig jaar Kamerbreed aangenomen motie Diertens (Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 34 775 IV, nr. 19) ten aanzien van de coördinerende rol van de bewindspersoon verantwoordelijk voor Koninkrijksrelaties.

3

Kunt u de belangrijkste voorbeelden geven van departement overstijgende onderwerpen die in het bewindspersonenoverleg Caribisch Nederland worden besproken?

Antwoord:

Het bewindspersonenoverleg Caribisch Nederland is sinds mijn aantreden twee keer bijeengekomen en heeft met name in het teken gestaan van de kabinetsreactie omtrent het ijkpunt bestaanszekerheid. Er is besloten over de samenstelling van een integraal pakket maatregelen, dat zich zowel richt op inkomensondersteuning als op het reduceren van de kosten van levensonderhoud.

Daarnaast is de eerste voortgangsrapportage Sint Eustatius besproken in het bewindspersonenoverleg. De rapportage bevatte eerste resultaten en toekomstige acties op het terrein van verschillende departementen. Door dit in het bewindspersonenoverleg te bespreken is de gezamenlijke aanpak en het belang van integrale actie en samenwerking benadrukt. De rapportage is vervolgens naar de Tweede Kamer (Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 34 775 IV, nr. 41) en Eerste Kamer gestuurd.

4

Wat wordt bedoeld met «sturen op de uitvoering van maatregelen»?

Antwoord:

De versterkte coördinatie vanuit mijn Ministerie richt zich niet alleen op beleids- en besluitvorming, maar ook op de uitvoering en handhaving. Het is mijn ambitie om door middel van praktische maatregelen verschil te maken voor de mensen in Caribisch Nederland. Voor wat betreft de sturing is er onderscheid te maken tussen rijkstaken en eilandelijke taken. De uitvoering van rijkstaken ligt bij de respectievelijke onderdelen van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN). De medewerkers van RCN staan in nauw contact met de departementen in Den Haag en met de openbare lichamen, waardoor ze goed zicht hebben op het effect van maatregelen. Vanuit mijn Ministerie is er contact met deze diensten om waar mogelijk meerwaarde te creëren in de uitvoering danwel knelpunten en problemen te adresseren. De uitvoering van de eilandelijke taken is belegd bij de openbare lichamen, maar vindt in nauw contact met de departementen plaats. De openbare lichamen en het Rijk hebben bijvoorbeeld een gezamenlijke verantwoordelijkheid in het sociaal domein en hier wordt actief gezocht naar synergievoordelen.

Departementen dragen gericht bij aan het versterken van de uitvoeringskracht van de openbare lichamen door het faciliteren van trainingen, het opzetten en stimuleren van twinning met Europees Nederlandse gemeenten en het ondersteunen van de openbare lichamen met inhoudelijke kennis. Ik stuur daarnaast op het realiseren van afspraken tussen het Rijk en de openbare lichamen om in de uitvoering tot betere resultaten te komen op prioritaire thema’s.

5

Hoe wordt voorkomen dat de versterkte coördinatie door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het eigenaarschap van andere departementen doet vervagen?

Antwoord:

Elke bewindspersoon heeft zijn eigen ministeriële verantwoordelijkheid en is primair verantwoordelijk voor de voortgang en de samenwerking met de eilandbesturen op zijn of haar terrein. In het rapport van de commissie evaluatie staatkundige structuur Caribisch Nederland blijkt dat er behoefte is aan een sterkere coördinerende rol voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het Regeerakkoord heeft hier gehoor aan gegeven. Coördinatie is echter een middel om te komen tot kwaliteit en effect en geen doel op zich. Ik zet dan ook in op een praktische invulling van mijn coördinerende taak. Het handelen vanuit de eigen ministeriële verantwoordelijkheid wordt zoveel als mogelijk samengebracht en aan elkaar verbonden waarbij rekening wordt gehouden met de beperkte uitvoeringskracht op de eilanden. Op deze manier wordt gezamenlijk gewerkt aan het verbeteren van algehele situatie voor de burgers in Caribisch Nederland. Daarnaast heb ik de Raad van State voorlichting gevraagd over de mogelijke inrichting van de coördinerende rol – niet alleen op het gebied van besluitvorming en de samenwerking, maar ook op institutioneel vlak (Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 34 775 IV, nr. 53).

6

Welke stappen zijn reeds gezet als het gaat om de versterkte coördinerende rol van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het integraal werken vanuit de departementen?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 1.

7

Hoe verloopt de wederopbouw op de bovenwinden? Hoeveel mensen hebben na de orkaan weer een dak boven hun hoofd en hoeveel nog niet?

Antwoord:

Voor de wederopbouw van Sint Maarten heeft het kabinet € 550 mln. gereserveerd. Vanwege de ervaring van de Wereldbank met grootschalige wederopbouwprojecten en duurzame sociaaleconomische opgaven in door rampen getroffen landen, ook waar het «small island states» betreft, heeft Nederland – in goed overleg met Sint Maarten – besloten de Wereldbank te vragen Sint Maarten te ondersteunen. Daartoe is in april 2018 bij de Wereldbank een Trustfonds opgericht, waarin in tranches maximaal € 470 mln. wordt gestort.

Na de ondertekening van de overeenkomst met de Wereldbank, is eind april 2018 de eerste tranche van € 112 mln. in het Trustfonds gestort. Van dit bedrag is inmiddels voor $ 102,7 mln. aan projecten in uitvoering. Projecten die zien op urgent herstel van vitale infrastructuur, herstel van huizen en gebouwen en voorbereiding van nood- en hulpdiensten op orkanen. Een ander project dat in uitvoering is, ondersteunt mensen die werkzaam waren en zijn in de toerismesector met trainingen en een daaraan gerelateerde financiële vergoeding. Ook wordt het ziekenhuis van Sint Maarten hersteld, uitgebreid en bestendig gemaakt tegen orkanen van de zwaarste categorie.

Andere projecten zijn in voorbereiding. Denk daarbij aan onder meer het herstel van de luchthaven en de aanpak van de afvalproblematiek, zowel voor de korte als de langere termijn. De besteding van de Nederlandse bijdrage loopt zoals gepland. Vooruitlopend op de inzet van de Wereldbank heeft Nederland in de zogenaamde early recovery fase diverse projecten gefinancierd, waarmee eerste noden gelenigd konden worden. Hiermee was € 7 mln. gemoeid. Dit is in diverse brieven aan uw Kamer uiteengezet en in debatten toegelicht.

De overheid van Sint Maarten heeft onvoldoende betrouwbare data beschikbaar om te kunnen vaststellen hoeveel mensen nog geen dak boven hun hoofd hebben.

Met het door Nederland beschikbaar gestelde wederopbouwgeld worden ook 565 huizen hersteld. Hiervan wordt de reparatie van 215 huizen betaald uit de directe steun (early recovery), waarvan er op dit moment 122 gereed zijn. Het herstel van 350 andere huizen wordt gefinancierd uit het Trustfund bij de Wereldbank. Aanvullend op de 565 huizen zal de voorraad beschadigde sociale woningen (408) van de Sint Maarten Housing Development Foundation met financiering uit het Trustfund worden gerepareerd.

Voor de wederopbouw van Saba en Sint Eustatius is € 67 mln. beschikbaar gesteld. Dit is opgebouwd uit vier onderdelen waar verschillende departementen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur & Waterstaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) verantwoording voor dragen. Na goedkeuring van de bestedingsplannen door de Minister van Financiën zijn de middelen overgemaakt naar de departementale begrotingen. Indien de eilanden zelf de schade herstellen, worden de middelen overgemaakt via een bijzondere uitkering zoals bijvoorbeeld voor het herstel van de beschadigde huizen. Het herstel van de beschadigde huizen op Saba is in de afrondende fase. Alle huizen en andere gebouwen die behoorlijk beschadigd waren door de orkanen zijn onder handen genomen. Dit waren in eerste instantie 10 huizen waarvan het dak is afgewaaid maar de lijst is gegroeid tot rond de 50 huizen en gebouwen met forse orkaanschade. Op Sint Eustatius zijn inmiddels al 109 huizen hersteld. Momenteel wordt gewerkt aan het herstel van nog eens 29 huizen (dit gaat om huizen met marginale beschadigingen). Dit zal eind 2018 zijn afgerond. Daarnaast is er een start gemaakt met een aantal grote infrastructurele projecten, hiervoor verwijs ik u graag naar de antwoorden op vraag 12 en 23.

8

Hoe functioneert de Integriteitskamer op Sint Maarten? Met welke zaken houdt zij zich nu bezig?

Antwoord:

Zowel Sint Maarten als Nederland hebben elk een kwartiermaker benoemd. Deze zijn aangesteld om relevante voorzieningen te treffen die noodzakelijk zijn voor de feitelijke oprichting en inrichting van de Integriteitskamer. De uitvoeringsregelgeving voor de Integriteitskamer doorloopt nu het wetgevingstraject in Sint Maarten. Deze regelgeving is noodzakelijk voordat de Integriteitskamer daadwerkelijk kan gaan functioneren.

9

Zijn er cijfers te geven over de omvang van de instroom van illegalen op Sint Maarten?

Antwoord:

Rechtshandhaving is een autonome bevoegdheid van Sint Maarten. Het is mij niet bekend hoeveel illegalen zich op Sint Maarten bevinden.

10

Hoe is het gereserveerde bedrag van 550 miljoen euro voor de wederopbouw terug te zien op de begroting?

Antwoord:

Het totale bedrag van € 550 mln. werd gereserveerd op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën. Op basis van bestedingsplannen zijn en worden middelen voor de wederopbouw overgeheveld naar de begroting van Koninkrijksrelaties. Vanuit de begroting van Koninkrijksrelaties worden tranches gestort in het trustfonds bij de Wereldbank of worden directe uitgaven gedaan die terug zijn te zien op de begroting van Koninkrijksrelaties.

11

Hoe staat het met de wederopbouw van de rechtshandhavingsketen op Sint Maarten, met name de detentiesituatie en het Korps Politie Sint Maarten?

Antwoord:

Rechtshandhaving is een autonome aangelegenheid van het land Sint Maarten. Samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid lever ik sinds de orkanen Irma en Maria tijdelijk hulp en bijstand aan het politiekorps Sint Maarten en het gevangeniswezen op Sint Maarten.

Het Korps Politie Sint Maarten zet zich in voor de wederopbouw van de organisatie door het herstel van materieel en een herstart van de ontwikkeling van de organisatie. Met middelen uit het wederopbouwfonds heeft het Korps Politie Sint Maarten nieuw materieel aangeschaft (voertuigen en uitrusting) en wordt de meldkamer herbouwd en ingericht. Ook levert Nederland 34 fte personele bijstand aan het korps. Dankzij deze tijdelijke bijstand kan het korps het eigen (nieuwe) personeel opleiden en vindt kennisoverdracht plaats (twinning). Het herstel van de gebouwen van het korps verloopt via het trustfonds bij de Wereldbank, het aanbestedingstraject voor het herstel is gestart.

Sint Maarten zet stappen om het gevangeniswezen weer op te bouwen. Met Sint Maarten heb ik afspraken gemaakt die het land dient na te komen om te komen tot een voortvarende wederopbouw, in het belang van zowel de gedetineerden als het personeel. Zie ook het antwoord op vraag 14.

12

Wat is er, gezien de verantwoordelijkheden van de Ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, concreet gebeurd aan het herstel van schoolgebouwen, wegen, lucht- en zeehavens, de projecten woningbouw en het herstel van de klif Fort Oranje?

Antwoord:

De departementen hebben in de breedste zin hun verantwoordelijkheid genomen, ook daar waar het gaat om de eilandelijke taken.

Sint Eustatius

De erosieproblematiek wordt door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de regeringscommissaris integraal aangepakt. Prioriteit ligt bij de Klif aan de havenzijde en daarna volgt de luchthavenzijde en de recente erosie van de kust langs de weg aan de havenzijde. Er wordt momenteel een Masterplan waterhuishouding Oranjestad uitgevoerd om zoveel mogelijk de drainage integraal aan te pakken. In de aanleg van de wegen wordt hiermee ook rekening gehouden.

De herstelwerkzaamheden van de schoolgebouwen zijn in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) opgepakt. Op 16 november start de aanleg van 5 wegen in de wijk Cherry Tree. De rest van het wegenplan wordt eind 2018 aanbesteed. De start is begin 2019, afronding eind 2019. Op de luchthaven wordt een nieuwe toren en terminal gebouwd. Beide ontwerpen zijn nagenoeg gereed en kunnen in de markt worden gezet. Wat betreft de zeehaven is morfologisch onderzoek uitgevoerd om het havenontwerp te kunnen beoordelen naar mate van vermindering van de kusterosie. De eerste fase van het herstel van de woningen (109 huizen) is in augustus jl. afgerond. Fase 2 (29 huizen) is nu van start en wordt eind van dit jaar afgerond. Momenteel is een start gemaakt met de noodmaatregelen aan de Klif onder Fort Oranje. De aanbesteding van de stabilisatie van de Klif wordt momenteel uitgevoerd. De verwachting is dat eind van dit jaar gestart kan worden met de werkzaamheden.

Saba

Ook op Saba zijn de herstelwerkzaamheden van de scholen opgepakt door het RVB en die bevinden zich in de afrondende fase. Er worden aan de luchthaven diverse werkzaamheden uitgevoerd om te voldoen aan de minimale internationale voorschriften voor vliegveiligheid (ICAO). Momenteel wordt de start- en landingsbaan gerenoveerd. Wat betreft de zeehaven heeft Witteveen en Bos benodigd herstel onderzocht. Saba stelt samen met Rijkswaterstaat (RWS) een projectteam samen om toe te werken naar een toekomstbestendige haven. Het herstel van de beschadigde huizen op Saba is in de afrondende fase. Alle huizen en andere gebouwen die behoorlijk beschadigd waren door de orkanen zijn onder handen genomen. Dit waren in eerste instantie 10 huizen waarvan het dak is afgewaaid maar de lijst is gegroeid tot rond de 50 huizen en gebouwen met forse orkaanschade.

13

Kunt u aangeven welke zichtbare resultaten de aanpak van georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit in 2017 heeft opgeleverd?

Antwoord:

Ik noem het onderzoek Saffier dat zich gericht heeft op witwassen en corruptie. Als onderdeel hiervan werd onderzoek ingesteld naar een oud-president van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. In het onderzoek Delphi is op verzoek van Italiaanse autoriteiten in 2016 een prominent persoon in de Sint Maartense samenleving aangehouden. Het onderzoek Emerald richt zich op fraude en corruptie in de haven van Sint Maarten. Daarnaast was er vanuit het Team Bestrijding Ondermijning extra aandacht voor signalen van corruptie en fraude in de bouwsector met betrekking tot de wederopbouw van Sint Maarten na orkaan Irma.

14

In hoeverre wordt het gevangeniswezen op Sint Maarten gefinancierd vanuit het wederopbouwfonds?

Antwoord:

Vanuit het wederopbouwfonds wordt het gevangeniswezen op Sint Maarten tijdelijk ondersteund door gevangenen in Nederland en Curaçao onder te brengen, zijn gevangenisbewakers ter beschikking gesteld voor de bewaking van de gevangenis in de periode dat de orkaanschade werd hersteld, was geld voor herstel van de buitenmuur beschikbaar en zijn experts voor het helpen bij het opstellen van een plan van aanpak voor het detentiewezen ter beschikking gesteld.

15

Op welke punten was de situatie op Sint Eustatius nog ernstiger dan oorspronkelijk voorzien? Welke taken die verwaarloosd werden, worden nu wel uitgevoerd?

Antwoord:

De staat van de organisatie en administratie van het ambtelijk apparaat en het financieel beheer was ernstiger dan aanvankelijk gedacht. Begin oktober zijn er plannen van aanpak voor het financiële beheer en de ambtelijke reorganisatie ingeleverd en is er een start gemaakt met de ambtelijk vakmanschap trainingen. Ambtenaren worden getraind in het uitvoeren van hun taken conform wetgeving, beleidsregels en gedragscodes. En er wordt hard gewerkt aan een duurzame kwaliteitsverbetering van de bevolkingsadministratie.

De regeringscommissaris heeft ook grote achterstanden aangetroffen in het onderhoud aan de wegen, haven en luchthaven. Dit was erger dan aanvankelijk voorzien. Daarbij zijn de effecten van de orkanen Irma en Maria aanzienlijk geweest, waardoor de situatie nog verder is verslechterd. In de eerste vier maanden van het bestuur is daar ook nog het vraagstuk bijgekomen van de erosie die vanwege hevige regenval en golfslag veel schade heeft aangericht.

Samen met het Ministerie Infrastructuur & Waterstaat en de regeringscommissaris wordt er gewerkt aan een integrale aanpak van de erosie in combinatie met de wegen, de luchthaven, de klif en de gehele waterhuishouding rondom Fort Oranje – water dat ook ten dienst van de landbouw kan komen.

16

Is er nu een sluitende business case voor het Hospital Nobo Otrabanda (HNO) op Curaçao? Zo ja, van wanneer is de laatste versie? Zo nee, welke problemen zijn er?

Antwoord:

Het College financieel toezicht (Cft) heeft nog niet kunnen concluderen of er sprake is van een sluitende business case voor het Hospital Nobo Otrobanda (HNO), omdat er nog wordt gewacht op additionele informatie om die beoordeling te kunnen maken. Het Cft heeft de Curaçaose regering in haar brief van 25 september jongstleden verzocht de oplevering van die informatie te versnellen naar 15 oktober aanstaande, omdat deze informatie van belang is bij het bepalen van de risico’s voor de begroting van het land Curaçao.

17

Wat verklaart het grote verschil in bijdragen aan de Recherchecapaciteit tussen 2017 en 2018, namelijk respectievelijk 14.355.000 euro en 36.791.000 euro?

Antwoord:

Het verschil wordt verklaard doordat een aantal facturen niet tot betaling zijn gekomen in 2017, maar in 2018. Verder heeft het Team Bestrijding Ondermijning in de initiële projectperiode (2016–2017) van 24 maanden minder besteed.

18

Waarom lopen de verplichtingen ten aanzien van het versterken van de rechtstaat structureel terug sinds 2017?

Antwoord:

De verplichtingen op Hoofdstuk IV ten aanzien van het versterken van de rechtsstaat lopen terug door het feit dat in het regeerakkoord is bepaald dat met ingang van 1 januari 2018 het budget voor de Kustwacht structureel uit de begroting van Koninkrijksrelaties is komen te vervallen en is overgedragen aan de begroting van het Ministerie van Defensie op artikel 2.

19

Hoeveel mensen telt het Team Bestrijding Ondermijning?

Antwoord:

De bestrijding van ondermijning krijgt vorm door extra inzet van het Recherche Samenwerkingsteam (RST), het Openbaar Ministerie (OM) en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Dit komt neer op gemiddeld 55 fte, afhankelijk van in- en uitstroom.

20

Heeft het door Nederland beschikbaar gestelde personeel van de Koninklijke Marechaussee zicht op het aantal Venezolanen dat naar de eilanden komt vanwege de situatie in Venezuela? Zo ja, hoeveel Venezolanen hebben zij geregistreerd?

Antwoord:

Het personeel dat vanuit de flexibel inzetbare pool van de Koninklijke Marechaussee (KMar) in de Landen wordt ingezet, ondersteunt de lokale diensten bij de uitvoering van het grenstoezicht. De registratie van inkomend- en uitgaand personenverkeer wordt op Aruba, Curaçao en Sint Maarten echter onder eigen verantwoordelijkheid uitgevoerd door de lokale autoriteiten.

21

Kunt u schetsen wat er gebeurt aan bestrijding van ondermijning op de eilanden?

Antwoord:

In het antwoord op vraag 13 heb ik u geïnformeerd over de zichtbare resultaten van de aanpak van georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit door het Team Bestrijding Ondermijning (TBO) in 2017. De TBO onderzoeken zijn complex en omvangrijk en kennen daardoor een zeker tijdsverloop. Dit jaar is te zien dat steeds meer resultaten openbaar worden. Zo zijn na onderzoek naar misstanden in de haven van Sint Maarten 7 eenmanszaken strafrechtelijk vervolgd voor fiscale misstanden. Buiten het strafrecht om heeft het OM een civiele enquête geïnitieerd ten aanzien van de haven die in 2018 op zitting is geweest. In november dient het Hoger Beroep in de zaak tegen de oud-president van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten op zitting, deze president is inmiddels ook geschorst. Inmiddels wordt vanuit TBO structureel bijstand geleverd aan de onderzoeken van de Landsrecherche op Sint Maarten en Curaçao. In het onderzoek Cymbal/Troja naar illegale valutahandel en witwassen levert het TBO een bijdrage aan de zittingsfase.

22

Welke subsidies Caribisch Nederland stoppen vanaf 2019 (zie tabel bij punt 4.2 op pagina 23)? Waarom stoppen deze subsidies?

Antwoord:

In 2017 en 2018 zijn incidenteel subsidies verstrekt ten behoeve van nieuwbouw sociale huisvesting in Bonaire en ter bevordering van kennisuitwisseling met Caribisch Nederland (Stichting WeConnect). De subsidie aan Programma Uitzending Managers is in 2017 beëindigd. Veel van deze subsidies hebben een looptijd van een jaar. Als subsidies in 2019 worden toegekend, zullen deze in de suppletoire begrotingen 2019 inzichtelijk worden gemaakt.

23

Waarom lopen de verplichtingen ten aanzien van het bevorderen van de sociaaleconomische structuur structureel terug sinds 2017?

Antwoord:

Het uitgavenniveau in 2017 is beïnvloed door de volgende incidentele factoren. De eerste tranche van de restmiddelen van het Fondo Desaroyo Aruba is ter beschikking gesteld aan Aruba (€ 4,4 mln.). Saba en Sint Eustatius hebben in het kader van de noodhulp een bijzondere uitkering voor het herstel van de schade als gevolg van Irma gekregen (elk € 2 mln.). Verder geldt bij de bijzondere uitkering sociaaleconomische initiatieven – bestaande uit middelen van verschillende departementen – dat ook in 2018 en verder middelen ter beschikking zullen komen, maar deze mutaties worden later in de begroting verwerkt (en zijn derhalve nog niet opgenomen in deze begroting).

24

Wat verklaart de fluctuaties in de bijdragen aan medeoverheden onder beleidsartikel 4.1, specifiek het verschil in 2018 en de afwezigheid van een budget vanaf 2021?

Antwoord:

De fluctuaties onder artikelonderdeel 4.1 in de bijdrage aan medeoverheden worden veroorzaakt door de middelen die zijn vrijgevallen in de afwikkeling van het Fondo Desaroyo Aruba (FDA). Met de opheffing van FDA per september 2018 komt formeel een eind aan deze samenwerkingsrelatie tussen Aruba en Nederland. In juli 2018 zijn de Arubaanse Minister-President Wever-Croes en ik overeengekomen dat de vrijgevallen middelen in 2019 en 2020 kunnen worden ingezet voor onder andere kinderbescherming.

25

Wat verklaart het verschil in pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers onder beleidsartikel 4.1 in 2018, ten opzichte van 2017 en vanaf 2019?

Antwoord:

De hogere uitgaven in 2018 voor pensioenen en uitkeringen hangen samen met te verwachte uitgaven van € 2,1 mln. voor de afwikkeling van de boedelscheiding van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen (APNA) ten aanzien van de werklieden van de voormalige Nederlandse Antillen. Zie de mutatie bij de eerste suppletoire begroting 2018. Daarnaast is een bedrag van circa € 0,5 mln. benodigd voor het herstel van pensioenrechten van deelnemers van het voormalige APNA inzake diverse omissies die zijn geconstateerd over de pensioenopbouw voor 10 oktober 2010.

26

Welke projecten ondersteunt Nederland op Aruba, Sint Maarten en Curaçao ter bevordering van de sociale en economische ontwikkeling en de overheidsfinanciën? Wat is het resultaat van die projecten?

Antwoord:

Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn zelf volledig verantwoordelijk voor de beleidvorming- en uitvoering in de landen. Ik heb tijdens mijn meest recente bezoek aan onder meer Aruba en Curaçao aangeboden op verzoek technische assistentie te willen verlenen. Daarnaast heeft Nederland bijvoorbeeld een bijdrage geleverd aan de organisatie van de investeringsconferentie (Bon Bini for Business) in Den Haag in juni jl. om de economie van Curaçao te stimuleren. Tevens is Nederland betrokken bij het vervolg van deze conferentie, die wordt georganiseerd in het begin van 2019. Voor Aruba komt een substantieel deel van de restmiddelen Fondo Desaroyo Aruba (FDA) ten goede aan het «Integraal Sociaal Plan Aruba» en zal onder meer worden ingezet voor de versterking van kinderbescherming in Aruba. Technische assistentie voor Sint Maarten wordt verleend vanuit Wederopbouw. Voorbeelden hiervan zijn de inzet van een afvalexpert en de assistentie bij de digitalisering van het Openbaar Ministerie (OM). Tevens bestaat er bij de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint-Maarten een Kleine Projectenfonds, waar stichtingen een bescheiden bijdrage kunnen aanvragen. Het Kleine Projectenfonds is in zijn geheel gericht op de ondersteuning van het maatschappelijk middenveld.

27

Sinds wanneer wordt er geïnvesteerd in het toerusten en trainen van de ambtelijke apparaten? Waar heeft dit toe geleid? Geldt dit voor alle drie de BES-eilanden?

Antwoord:

Per openbaar lichaam wordt maatwerk geboden afhankelijk van de lokale behoefte. Zo is voor de ambtenaren van Bonaire in 2016 het Talent Ontwikkelprogramma (TOP) gestart, een trainingsprogramma voor lokale ambtenaren. Tezamen met de instroom van geremigreerde trainees (TOP Traineeship) draagt dit bij aan de versterking van het ambtelijk apparaat. Ik wil daarom ook afspraken in het bestuursakkoord met Bonaire opnemen om de continuïteit van het ambtelijke trainingsprogramma te waarborgen. Op Sint Eustatius is per augustus 2018 een meerjarig professionaliseringsprogramma voor circa 180 ambtenaren gestart om het apparaat te versterken. Er is ook capaciteit uit Europees Nederland ingezet in het kader van de wederopbouw en bijvoorbeeld om de kennis en kunde bij de dienst burgerzaken op Sint Eustatius te verbeteren. Op dat terrein, maar ook bijvoorbeeld op het terrein van arbeidsbemiddeling op Bonaire, is een twinningsrelatie met gemeente Leiden gerealiseerd. Met Saba zijn gesprekken gaande over de ontwikkeling van een opleidingsprogramma. Los daarvan heb ik in 2017 een financiële bijdrage geleverd ten behoeve van de organisatieontwikkeling van Saba waarmee een Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling wordt gerealiseerd.

28

Wat is er inmiddels versterkt aan het grenstoezicht op Sint Maarten? Is dit toezicht nu op het gewenste niveau?

Antwoord:

Het grenstoezicht is versterkt door uitvoering te geven aan het Plan van Aanpak grenstoezicht Sint Maarten dat door alle betrokken diensten is opgesteld. De uitvoering van de benoemde acties ligt op schema, afspraken worden nagekomen en de samenwerking tussen de diensten verloopt goed. Dit heeft bijgedragen aan de verbetering van het grenstoezicht ten opzichte van de situatie vóór het verlenen van bijstand door Nederland.

Op de volgende terreinen heeft versterking plaatsgevonden:

Er is een goed werkend informatie en registratiesysteem (Actpol/Border Management System) opgezet. De Koninklijke Marechaussee (KMar) medewerkers uit de flexpool zijn allen op grenstoezicht ingezet, de KMar draait mee in het managementteam van het Korps Politie Sint Maarten en heeft de bevoegdheid om in het kader van grenstoezicht in Sint Maarten op te treden. Sint Maarten heeft 15 nieuwe lokale medewerkers als grensambtenaar aangenomen. Daarnaast geeft de KMar opleidingen aan zowel bestaand als nieuw personeel en is nieuw materiaal aangeschaft voor het effectief uitvoeren en het professionaliseren van het grenstoezicht. De Nederlandse douane levert momenteel 6 fte bijstand en is actief in de haven en op de luchthaven. In dit verband is een aantal van de Nederlandse douaniers geplaatst op sleutelposities, wordt aan twinning gedaan en verzorgt de douane «training on the job» voor medewerkers. Materiaal voor effectievere en veiligere uitvoering van de douane taken is en wordt aangeschaft. Vacatures voor uitbreiding van de douane worden momenteel door Sint Maarten opengesteld. Met ondersteuning van Douane Nederland is een opleidingsplan opgesteld. Het verwervingsproces van 2 mobiele radars voor de Kustwacht ter intensivering van het grenstoezicht is gevorderd en de vlieg- en vaaruren van de Kustwacht zijn opgehoogd.

Verder is de samenwerking tussen de verschillende diensten geïntensiveerd door een regulier vierhoeksoverleg op strategisch niveau tussen douane, KMar, politiekorps Sint Maarten, en de kustwacht. Op operationeel niveau wordt er met de Franse diensten samengewerkt en zijn er goede werkafspraken gemaakt. Om het grenstoezicht op het niveau te krijgen zoals is overeengekomen in de «Onderlinge Regeling Versterking Grenstoezicht Sint Maarten» moeten alle acties omschreven in het gezamenlijk opgestelde Plan van Aanpak Versterking Grenstoezicht worden uitgevoerd.

De uitvoering van de acties in het Plan van Aanpak loopt tot en met 2020. De Voortgangscommissie (artikel 9 van de Onderlinge Regeling Versterking Grenstoezicht, Stcrt, 2017, 72542) komt binnenkort bij elkaar om de uitvoering van de afspraken te monitoren en hierover te rapporteren aan de betrokken bewindspersonen.

29

Wat zijn de voorwaarden van de Wereldbank teneinde de tranches van het trustfund vrij te geven?

Antwoord:

De stuurgroep van het trustfonds, waarin Sint Maarten, de Wereldbank en Nederland vertegenwoordigd zijn, keurt projectvoorstellen goed. In de overeenkomst met de Wereldbank heb ik onder andere laten opnemen dat projectvoorstellen in aanmerking komen voor financiering vanuit het trustfonds wanneer zij een directe relatie kennen met de schade veroorzaakt door de orkanen Irma en Maria, wanneer zij niet op een andere manier dan vanuit het trustfonds kunnen worden gefinancierd, wanneer rekening wordt gehouden met de schaal en absorptiecapaciteit van Sint Maarten en wanneer zij gericht zijn op het behalen van een duurzaam effect. Voor uitbetaling vanuit het trustfonds worden per project overeenkomsten gesloten tussen Sint Maarten en de Wereldbank, ook kunnen andere uitvoerders, zoals bijvoorbeeld internationale organisaties, in overeenstemming met Sint Maarten deze overeenkomsten direct met de Wereldbank sluiten. In deze overeenkomsten stelt de Wereldbank regels op voor onder andere de aanbestedingstrajecten en de controle op de middelen. De Wereldbank is verantwoordelijk voor de controle op projecten die worden gefinancierd via deze overeenkomsten. Indien blijkt dat niet aan vooraf gestelde voorwaarden is voldaan, kan vrijgave van middelen voor toekomstige tranches door Nederland worden opgeschort.

30

Wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de effecten van de bestede gelden uit het trustfund bij de Wereldbank?

Antwoord:

Met de Wereldbank heb ik afgesproken dat de stuurgroep ieder half jaar een voortgangsrapportage ontvangt over de voortgang van de wederopbouw met de middelen uit het trustfonds. Op basis van deze rapportgages zal ik uw Kamer informeren. De eerste rapportage wordt eind dit jaar verwacht.

31

Wat is de status van de gelden in het trustfund, gaat het om een gift of gaat het om een lening?

Antwoord:

De middelen die in het trustfonds worden gestort zijn een gift.

32

Zijn er bestedingsplannen voor het wederopbouwgeld overgelegd die zijn afgekeurd door het Ministerie van Financiën? Om welke redenen? Hoeveel geld voor wederopbouw is daardoor nog niet gebruikt?

Antwoord:

Nee, er zijn geen bestedingsplannen voor het wederopbouwgeld overlegd die zijn afgekeurd door het Ministerie van Financiën. De € 112 mln. voor de eerste tranche voor het trustfonds bij de Wereldbank is op basis van een bestedingsplan overgeheveld naar de begroting van Koninkrijksrelaties. Daarna is dit bedrag in zijn geheel in het trustfonds gestort. De stuurgroep van het trustfonds keurt vervolgens projectvoorstellen goed die worden gefinancierd met middelen uit de tranches. De € 44 mln. voor de zogeheten «directe steun» die niet via het trustfonds wordt besteed, is via een bestedingsplan overgeheveld van de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën naar de begroting van Koninkrijksrelaties. Voor een volgende tranche aan het trustfonds, wordt een begrotingswijziging aan uw Kamer voorgelegd.

33

Heeft het BES-fonds een adequate omvang gezien de slechte sociale en economische situatie op de eilanden?

Antwoord:

De bekostiging van eilandelijke taken vindt niet alleen plaats via het BES-fonds, maar ook door middel van eigen inkomsten (eilandelijke belastingen), doeluitkeringen en rechtstreekse investeringen van het Rijk. Dit kabinet heeft extra middelen ter beschikking gesteld voor eilandelijke taken, zoals € 5 mln. structureel voor exploitatie, beheer en onderhoud van infrastructuur in Caribisch Nederland. Ook heeft het kabinet een regio envelop voor Caribisch Nederland van € 30 mln. beschikbaar gesteld met als doel het sociaaleconomisch perspectief in Caribisch Nederland te verbeteren en heeft het kabinet € 67 mln. ter beschikking gesteld aan Sint Eustatius en Saba voor de wederopbouw. Tevens hebben Saba en Sint Eustatius in het kader van de noodhulp een bijzondere uitkering voor het herstel van de schade als gevolg van Irma en Maria (elk € 2 mln.) ontvangen.

34

Hoe verhoudt de autonomie van de openbare lichamen, die zelf mogen bepalen welke taken en activiteiten zij bekostigen uit de algemene middelen van de vrije uitkering, zich tot de bevoegdheid van het College financieel toezicht en het feit dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de begroting moet goedkeuren? Hoe vaak is het voorgekomen dat een begroting is afgekeurd?

Antwoord:

De bevoegdheden van het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Cft-BES) en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zijn vastgelegd in de Wet financiën Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES). De FinBES bevat normen zoals een begrotingsevenwicht en stelt kaders voor de administratieve inrichting van de begroting. Daarbinnen staat het openbaar lichaam vrij om te bepalen waaraan de middelen worden besteed. De goedkeuring van de Minister van BZK aan de begroting kan slechts worden onthouden als er sprake is van strijd met het recht of met het financieel belang van het openbaar lichaam. Dit heeft alleen eenmaal plaatsgevonden in 2016. Toen heeft de toenmalige Minister van BZK zijn goedkeuring onthouden aan de begroting 2017 van Sint Eustatius.

35

Hoe verklaart u de discrepantie tussen de realisatie voor «bijdragen aan medeoverheden» onder IV Koninkrijksrelaties in 2017 en de begroting vanaf 2019?

Antwoord:

Op artikelonderdeel 4.2 worden de structurele uitgaven begroot voor pensioenen en uitkeringen van politieke ambtsdragers, en de bijzondere uitkering sociaaleconomische initiatieven. De overige uitgaven op dit artikelonderdeel worden begroot op het instrument opdrachten.

De relatief hoge realisatie van de uitgaven voor «bijdragen aan medeoverheden « in 2017 is het gevolg geweest van het feit dat in de suppletoire begroting budgetten zijn overgeheveld vanuit andere departementen voor de bijzondere uitkering sociaaleconomische initiatieven, en van het verstrekken van de bijzondere uitkeringen aan Saba en Sint Eustatius voor herstel van de schade na Irma. Voorbeelden van sociaaleconomische initiatieven zijn onder andere het project versterking kinderopvang en verlenging integrale wijkaanpak.

36

Hoe verklaart u de afnemende trend van de bijdragen aan het onderwijs op de BES-eilanden?

Antwoord:

De vraag ziet toe op de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Van een dalende trend in de onderwijsbijdrage aan CN is geen sprake. Wel is sprake van enkele incidentele extra uitgaven in 2017 en 2018 bovenop de structurele stabiele budgetten, waardoor bij jaren waar alleen het structurele budget voor onderwijs begroot is, het bedrag lager is. Deze incidentele uitgaven betreffen de extra stortingen in het pensioenfonds CN, waarover uw Kamer eerder is geïnformeerd.

37

Waarom is de begroting voor duurzaamheid op de BES-eilanden vanaf 2018 vastgesteld op nul?

Antwoord:

De vraag ziet toe op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) (H. XII IenW, artikel 21 Duurzaamheid). De begroting voor duurzaamheid loopt door na 2017 en is niet vastgesteld op nul; De begroting is ongewijzigd en loopt door tot 2023. Vanaf 2018 lopen de uitgaven via het instrument subsidie in plaats van via opdrachtverlening. Dit is ook zo opgenomen in de begroting van IenW.

38

Kunt u aangeven waarom de realisatie in 2017 voor de bijdrage aan Investeringsfondsen 390.000 euro was en deze in de begroting 2018 en de daaropvolgende jaren substantieel hoger is?

Antwoord:

De vraag ziet toe op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Het verschil tussen 2017 met de jaren erna vloeit voort uit het Regeerakkoord, waarin is afgesproken dat structureel € 5 mln. beschikbaar wordt gesteld voor exploitatie, beheer en onderhoud van infrastructuur voor CN. Hiernaast staan er incidentele bedragen voor de wegen van Sint Eustatius en Bonaire op het Infrafonds voor de jaren 2018, 2019 en 2020.

39

Kunt u aangeven waarom bijdragen voor natuur en biodiversiteit vanaf 2020 teruglopen naar nul euro?

Antwoord:

Deze bijdragen zijn gebaseerd op de Regeling bijdrage uitvoering natuur en staan op de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) (H. XIV LNV, artikel 12 Natuur en Biodiversiteit). De regeling gold aanvankelijk voor de jaren 2013 tot 2017, maar is eenmalig verlengd en loopt door tot 2020. Vanaf dat moment heeft het Ministerie van LNV geen bijdragen geraamd voor natuur en biodiversiteit.

40

Kunt u aangeven waarom apparaatsuitgaven voor personeel en materieel in de zorg teruglopen?

Antwoord:

De vraag heeft betrekking op de apparaatsuitgaven (artikel 10, hoofdstuk XV, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VWS) van de twee uitvoeringsorganisaties van het Ministerie van VWS op Caribisch Nederland, te weten Zorgverzekeringskantoor BES (ZVK) en Jeugdzorg- en Gezinsvoogdij Caribisch Nederland (JGCN). De zorguitgaven in Caribisch Nederland vallen onder een ander artikel, namelijk artikel 4 Zorgbreed beleid. De begroting op Zorgbreed Beleid laat in 2019 een stijging zien ten opzichte van 2018 ($ 124,1 mln. in 2019, $ 118,7 mln. in 2018). De lagere begroting voor apparaatsuitgaven bij ZVK en JGCN komt onder andere door verwachte lagere ICT uitgaven vanwege eerder gedane investeringen.

41

Kunt u een overzicht geven, zoals op pagina 62 weergeven, van de belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland sinds 10 oktober 2010? Dit mag in totaalbedragen, zoals de 140.6 miljoen euro in 2019.

Antwoord:

In bijgaande tabel treft u aan de opbrengst van belastingen en premies Caribisch Nederland vanaf 2011 in miljoenen euro’s:

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

84,6

90,4

100,5

106,5

128,4

145,1

153,4

157,1

Het bedrag in 2018 is het begrote bedrag (bron: Rijksbegroting 2018). De sterke oploop vanaf 2015 heeft voor een belangrijk deel te maken met de stijgende dollarkoers t.o.v. de Euro.

42

Kunt u, in relatie tot de brief van onder andere de Kamer van Koophandel aan het Openbaar Lichaam Bonaire van 28 juli 2017 over de gebrekkige inning van belastingen, aangeven hoeveel de belastinginkomsten potentieel kunnen toenemen als bijvoorbeeld de verhuurautobelasting en logeerbelasting beter zouden worden geïnd?

Antwoord:

De achterblijvende belastinginning van met name lokale heffingen op Bonaire is mij bekend. Ik ben voornemens een bestuursakkoord met Bonaire te sluiten. Daarin maken wij afspraken wat de komende jaren de inzet van Bonaire is en wat daar tegenover staat vanuit het Rijk. Het vergroten van de eigen inkomsten van Bonaire maakt onderdeel uit van de besprekingen met Bonaire over het bestuursakkoord.

Over gegevens hoeveel de belastinginkomsten potentieel kunnen toenemen bij betere inning, beschik ik niet.

43

Waarom zijn er geen gegevens beschikbaar voor de opbrengsten lokale heffingen Sint Eustatius voor de jaren 2015, 2016, 2017 en 2018?

Antwoord:

Er zijn wel gegevens beschikbaar voor de jaren 2015 en 2016, deze betreffen alleen het totaalbedrag van de lokale heffingen. Sint Eustatius leverde voor deze jaren geen uitsplitsing. Het totaalbedrag van de lokale heffingen bedroeg in 2.015 USD 300.000 en in 2.016 USD 307.000. Voor de jaren 2017 en 2018 is wel een uitsplitsing beschikbaar en opgenomen in de begroting.

44

Kunt u aangeven waarom de opbrengsten lokale heffingen Saba sinds 2014 structureel afnemen?

Antwoord:

Abusievelijk zijn bij bouwleges (2014 en 2015) en vervoer studenten (2014) de verkeerde bedragen ingevuld. Na correctie blijkt dat er geen sprake is van een structurele afname. Onderstaand zijn de juiste gegevens opgenomen.