Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201934996 nr. 5

34 996 Initiatiefnota van de leden Omtzigt en Bruins over het nabestaandenpensioen

Nr. 5 MOTIE VAN HET LID VAN WEYENBERG

Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 27 mei 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de huidige onduidelijkheid over wie bij een pensioenfonds kan worden aangemerkt als «partner» leidt tot schrijnende situaties waarbij een nabestaande onverwacht geen aanspraak kan maken op nabestaandenpensioen;

constaterende dat het aandeel ongehuwd samenwonende stellen de afgelopen decennia is toegenomen;

constaterende dat het aantal baanwisselingen gedurende een carrière is toegenomen en daarmee vaak het aantal pensioenfondsen waar een werknemer mee te maken heeft;

overwegende dat pensioenfondsen niet alleen verschillende definities voor «partner» hanteren maar ook verschillende eisen stellen voor het aanmelden van een partner;

verzoekt de regering, om bij de reactie op het advies van de Stichting van de Arbeid ook het partnerbegrip te betrekken en een optie voor wettelijke uniformering van het partnerbegrip uit te werken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Weyenberg