34 972 Algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (Wet digitale overheid)

35 868 Wijziging van het voorstel van wet houdende algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (Wet digitale overheid)

AH1 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 september 2026

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken2 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over enkele toezeggingen en de evaluatie van de Wet digitale overheid (Wdo). Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • • De uitgaande brief van 23 juni 2026.

  • • De antwoordbrief van 17 augustus 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit

Den Haag, 23 juni 2026

De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 24 april 2026 die u samen met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft gestuurd inzake enkele toezeggingen en de evaluatie van de Wet digitale overheid (Wdo).3 Naar aanleiding van deze brief hebben de leden van de fractie PVV nog enkele vragen en opmerkingen.

In de Evaluatie Wet digitale overheid lezen de leden van de PVV-fractie over de stelseltoegang dat deze nog steeds in ontwikkeling is.4 Dat is geen nieuws, omdat dit stelsel al sinds 2014 in ontwikkelfase verkeerd. Maar met de ontwikkelingen die op dit moment gaande zijn, zoals de beoogde verkopen van belangrijke partners in de keten aan buitenlandse partijen (de verkoop van Solvinity aan Kyndryl werd onlangs wél nog tegengehouden), lijkt het er toch op dat de ontwikkelfase nog even zal aanhouden.5

De leden van de PVV-fractie vernemen derhalve gaarne of u inzichtelijk heeft hoeveel vertraging dit oplevert. Ook ontvangen deze leden graag een overzicht van de totaal gemaakte kosten die gemaakt zijn voor de ontwikkeling van dit stelsel. Verder zien deze leden graag een prognose van de nog te verwachten kosten met een tijdspad voor oplevering van dit stelsel.

De kwestie Solvinity heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat keihard beleid nodig is zodat IT-diensten, die de (toegang tot) publieke dienstverlening raken, nooit in buitenlandse handen (welke dan ook) terecht komen. Deelt u de constatering van deze leden? Zo nee, waarom niet?

Paragraaf 4.8 van de evaluatie luidt als volgt:

«4.8 Naleving

Van de inzet van de bevoegdheden tot het uitoefenen van toezicht op de eerste fase van de Wdo is op basis van de interviews en deskresearch niet gebleken. Dit brengt volgens de geïnterviewden het risico met zich mee dat organisaties zich niet gehouden voelen om aan de wettelijke verplichting te voldoen. Meerdere geïnterviewden zien toezicht en handhaving als cruciaal voor welslagen van de (eerste fase van de) Wdo. Alleen verplichtingen opnemen is onvoldoende. Een van de geïnterviewden stelt het treffend: «Bij het ontbreken van toezicht oogt de wet dwingend, maar voelt de praktijk vrijblijvend».

Ten aanzien van het functioneren van de Wdo wordt geconstateerd dat in de praktijk in beperkte mate uitvoering wordt gegeven aan de Wdo.6 Kunt u dit aan deze leden bevestigen en hierop reflecteren?

Wat niet concreet onderzocht lijkt te zijn, is de vraag of alle dienstverleners die onder deze wet vallen (de Wdo geldt voor overheden en organisaties die een publieke dienst leveren) hebben voldaan aan de verplichtingen die de Wdo stelt, zoals het vaststellen van de betrouwbaarheidsniveaus en de kanaalaanwijziging. Met name ten aanzien van de private dienstverleners, zoals onderwijs- en zorgorganisaties, is de vraag of zij voldoen aan de wet. Deelt u de constatering van deze leden en kunt u hierop een reflectie geven?

De leden van de PVV-fractie zijn tevens benieuwd naar de stand van zaken betreffende de aansluiting van de Bevoegdheidsverklaringsdienst (BVD) op DigiD. De urgentie hiervan werd, met de met algemene stemmen aangenomen motie van het toenmalig PVV Tweede Kamerlid Valize, door de gehele Kamer onderstreept.7 Het betreft een cruciaal onderdeel in het mogelijk maken dat vertegenwoordigers langs digitale weg, zaken doen voor een andere persoon die dit zelf niet kan of mag. Op pagina zes van de evaluatie lezen deze leden immers: «Ook blijkt dat de voorzieningen voor ouderlijk gezag en bewindvoering, die onder de reikwijdte van artikel 5 zijn mogelijk gemaakt, zich nog in een pilotfase bevinden en dat het benodigde betrouwbaarheidsniveau met DigiD Machtigen (nog) niet kan worden verkregen.» Deze leden ontvangen graag uw onderbouwing waarom de gestelde deadline wederom niet behaald wordt.

De fractieleden van de PVV lezen tevens dat de functionaliteit voor burgers om te komen tot betrouwbaarheidsniveau «hoog» ontoereikend is en dat deze functionaliteit slechts in geringe mate wordt gebruikt. Deze leden lezen: «Om op DigiD hoog over te kunnen gaan is er een speciale chip, een «applet», nodig op onder meer het rijbewijs. De RDW draagt daar in opdracht van de Minister zorg voor.»8 Deze leden willen graag van u vernemen waarom gekozen is voor het rijbewijs voor de toepassing van deze applet en welke andere middelen worden geschaard onder «onder meer».

Gezien het feit dat digitale soevereiniteit het hoofdmotto is op de portefeuille van digitale zaken voor deze regering en iedere staat buiten de EU als potentieel risicovol wordt bestempeld, verkrijgen de leden van de PVV-fractie gaarne van u een uitgebreide toelichting waarom u een land als de Verenigde Staten van Amerika als risicovolle statelijk actor beschouwd? Waarom wordt daarnaast een land als Frankrijk, dat zich bij de Nederlandse aanbesteding van de nieuwe onderzeeboten schuldig maakte aan lastercampagnes tegen niet-Franse partijen, dat niet-Franse partijen hackte (spionage) en alle dubieuze praktijken uit het boekje erbij haalde om de opdracht binnen te slepen, als «betrouwbaar» bestempeld?9

Tot slot willen de leden van de PVV-fractie graag van u de garantie dat gebruik van een Europese wallet nooit verplicht wordt en burgers ook volledig zonder wallet kunnen blijven communiceren met de overheid.

Kunt u garanderen dat er nooit een verplicht digitaal paspoort komt dat gebruikt moet worden voor diensten en dat er dus te allen tijde een normale wijze van inloggen mogelijk blijft (hetzij DigiD, hetzij een andere methode)?

De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT EN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 augustus 2026

Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen met kenmerk 181548 die aan mij zijn gesteld door de leden van de fractie van de PVV van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Eerste Kamer naar aanleiding van de brief enkele toezeggingen en de evaluatie van de Wet digitale overheid (Wdo) (Kamerstukken I 2025/26, 34 972/35 868, AG).

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W.J.M. Aerdts

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg

181548

De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van 24 april 2026 die door mij samen met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is toegestuurd inzake enkele toezeggingen en de evaluatie van de Wet digitale overheid (Wdo). Naar aanleiding van deze brief hebben de leden van de fractie PVV nog enkele vragen en opmerkingen.

In de Evaluatie Wet digitale overheid lezen de leden van de PVV-fractie over de stelseltoegang dat deze nog steeds in ontwikkeling is. Zij hebben een aantal vragen over de voortgang van Stelsel Toegang dat, zo geven de leden aan, sinds 2014 in ontwikkeling is. Zij vragen om inzichtelijk te maken of de ontwikkelfase van het Stelsel vertraging oploopt door recente ontwikkelingen zoals de verkoop van Solvinity aan Kyndryl. Ook vragen zij om een overzicht van de totaal gemaakte kosten die gemaakt zijn voor de ontwikkeling van dit stelsel. Verder zien deze leden graag een prognose van de nog te verwachten kosten met een tijdspad voor oplevering van dit stelsel.

Het Stelsel Toegang geeft invulling aan het wettelijk kader zoals dat geldt onder de Wet digitale overheid (Wdo). Voor zover nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld ten aanzien van autonomie en soevereiniteit) daar aanleiding toe geven zal daarmee rekening worden gehouden bij de doorontwikkeling van het Stelsel. Het Stelsel Toegang is geen statisch eindproduct maar kent een dynamische doorontwikkeling. Ten opzichte van de huidige ontwikkelagenda zie ik daarom geen vertraging ontstaan voor het Stelsel als rechtstreeks gevolg van mogelijke verkopen van ketenpartners aan buitenlandse partijen.

Het Stelsel Toegang is in de basis begin volgend jaar technisch beschikbaar en zal vervolgens modulair in fases worden doorontwikkeld. Functionaliteiten die volgend jaar beschikbaar komen in het Stelsel hebben betrekking op wettelijk vertegenwoordigen en de open toelating voor de erkenning van private inlogmiddelen voor publieke dienstverlening. Publieke dienstverleners kunnen volgend jaar starten met het aansluiten op het Stelsel. Voorbereidingen daarvoor zijn al begonnen.

De realisatie van het huidige Stelsel Toegang is gestart na de vaststelling van de Wdo medio 2023. In totaal is daarvoor sindsdien € 37,6 miljoen beschikbaar gesteld; realisatiecijfers eind 2025. (Zie voor nadere toelichting het Rijks ICT-Dashboard). De prognose voor 2026 bedraagt circa € 11 miljoen en de prognose voor 2027 is € 7 miljoen. Daarmee is het Stelsel Toegang in de basis gereed.

Ook vragen de leden van de PVV fractie of naar aanleiding van de kwestie Solvinity beleid nodig is zodat IT-diensten, die de (toegang tot) publieke dienstverlening raken, nooit in buitenlandse handen (welke dan ook) terechtkomen.

Zoals aangegeven in de «Visie digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid»10 staan het verminderen van ongewenste strategische afhankelijkheden, het vergroten van technologische zelfredzaamheid en het stimuleren van samenwerking binnen Europa centraal in de manier waarop de Nederlandse overheid haar digitale (open strategische) autonomie en haar digitale soevereiniteit kan versterken.

Voor IT-diensten die de (toegang tot) publieke dienstverlening raken is het essentieel dat de continuïteit en veiligheid van deze diensten gewaarborgd blijft. Bestaande beleidskaders rondom digitale soevereiniteit kunnen publieke dienstverleners hierbij helpen. Zo gelden er vanaf 1 januari 2026 nieuwe beveiligingseisen voor bedrijven die overheidsopdrachten uitvoeren met risico’s voor nationale veiligheid (ABRO-eisen). Daarnaast is er een Rijksbrede IT-sourcingstrategie11 die het mogelijk maakt om binnen het Rijk risico-gebaseerd, verantwoord en uniform te besluiten over IT-inkoop en leverancierskeuze. Het herziene Rijkscloudbeleid biedt nieuwe kaders aan Rijksoverheidorganisaties voor het gebruik van (publieke) clouddiensten12.

Wat betreft het in buitenlandse handen raken van bedrijven hebben we in Nederland een stelsel van investeringstoetsing waarbij risico’s voor de nationale veiligheid en/of het publieke belang als gevolg van verwervingsactiviteiten worden beheerst. Te beheersen risico’s hierin zijn: i) het ontstaan van ongewenste strategische afhankelijkheden, ii) aantasting van de continuïteit van vitale processen, en iii) aantasting van de integriteit en exclusiviteit van informatie.

Verder wordt onderzocht of er naast de eisen die nu al onder de Wdo aan inlogmiddelen worden gesteld, aanvullende eisen nodig zijn in verband met soevereiniteit.

Ten aanzien van het functioneren van de Wdo wordt gevraagd om te reageren en te reflecteren op de constatering in de evaluatie dat, mede door het ontbreken van toezicht, in de praktijk in beperkte mate uitvoering wordt gegeven aan de Wdo. In het verlengde hiervan wordt gevraagd of alle dienstverleners, en met name de private dienstverleners als onderwijs- en zorgorganisaties, die onder de Wdo vallen hebben voldaan aan de verplichtingen die de Wdo stelt, zoals het vaststellen van de betrouwbaarheidsniveaus en de kanaalaanwijzing.

De constatering die in de evaluatie gedaan is over de beperkte mate van uitvoering van de Wdo is breder dan het toezichtsvraagstuk. Deels heeft het feit dat er nog geen uitvoering is gegeven aan de Wdo ermee te maken dat het Stelsel Toegang nog niet gerealiseerd is, de daarmee gepaard gaande open toelating van inlogmiddelen nog niet is gestart en de hiervoor geldende acceptatieplicht (en het toezicht hierop) nog niet aan de orde is.

Voor wat betreft het classificeren van betrouwbaarheidsniveaus en het gebruik van publieke middelen in het publieke domein geldt dat deze verplichtingen nu al gelden. De verantwoordelijkheid om hier uitvoering aan te geven ligt primair bij de dienstverleners. Voor wat betreft het classificeren van betrouwbaarheidsniveaus geldt dat ik op het moment dat zij een verzoek indienen om aan te sluiten op het Stelsel Toegang zal controleren of de classificatie heeft plaatsgevonden.

Naar aanleiding van de constatering in de evaluatie dat de voorzieningen voor ouderlijk gezag en bewindvoering, die onder de reikwijdte van artikel 5 zijn mogelijk gemaakt, zich nog in een pilotfase bevinden en dat het benodigde betrouwbaarheidsniveau met DigiD Machtigen (nog) niet kan worden verkregen, vragen de leden van de PVV-fractie een onderbouwing waarom de gestelde deadline wederom niet behaald wordt.

Na de afronding van de Evaluatie van de Wdo is het parlement geïnformeerd door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de tijdlijn van digitaal wettelijk vertegenwoordigen. Dit naar aanleiding van een toezegging aan het lid Ceder (ChristenUnie). Ten opzichte van deze tijdlijn is nog geen vertraging ontstaan. Ik verwijs kortheidshalve naar deze brief (TK 2025–2026, 26 643/29 362, nr. 1497).

Voor de machtigingsvoorziening geldt dat de registratie van een machtiging overeen moet komen met het betrouwbaarheidsniveau van de af te nemen dienst. Op dit moment is het niet mogelijk om vrijwillig te machtigen op betrouwbaarheidsniveau substantieel en hoger.

In 2025 is gestart met het vernieuwen van DigiD Machtigen. Hierbij staat centraal dat DigiD Machtigen kan fungeren als vrijwillige machtigingsvoorziening binnen het Stelsel Toegang, die voldoet aan de Wdo met de vereiste betrouwbaarheidsniveaus. Momenteel wordt onderzocht op welke wijze het juiste betrouwbaarheidsniveau kan worden gegarandeerd, zonder dat dit ten koste gaat van de gebruiksvriendelijkheid en digitale toegankelijkheid van vrijwillig machtigen. Ik streef ernaar dat begin 2027 een passende oplossing is gevonden, waarna kan worden gestart met de aanpassingen van DigiD Machtigen.

De leden vernemen graag waarom gekozen is voor het rijbewijs voor de toepassing van de applet en aan welke andere middelen wordt gedacht om de applet op te plaatsen.

De applet die geschikt is voor DigiD Hoog is beschikbaar voor rijbewijzen uitgegeven na 26 april 2018 en identiteitskaarten uitgegeven na 1 juli 2021. In 2016 is gekozen om de applet die benodigd is voor DigiD Hoog in de eerste fase op het rijbewijs en de ID-kaart te plaatsen. Met deze combinatie kan het grootste aandeel mensen dat beschikt over een Nederlands identiteitsbewijs DigiD Hoog activeren. Destijds is besloten om de eID nog niet op het paspoort te introduceren en de eID-functionaliteit op het rijbewijs en ID-kaart door te ontwikkelen voordat de keuze werd gemaakt om deze functionaliteit ook te introduceren op het paspoort. Op dit moment wordt er onderzocht welke mogelijkheden er zijn om DigiD Hoog op een andere, meer toegankelijke manier te introduceren zonder afhankelijk te zijn van de applet en te voldoen aan gestelde eIDAS-richtlijnen vanuit de Europese Unie.

In verband met het vraagstuk omtrent digitale soevereiniteit vragen de leden van de PVV-fractie, waarom een land als de Verenigde Staten als risicovolle statelijk actor wordt beschouwd en Frankrijk, dat zich volgens de leden bij de Nederlandse aanbesteding van de nieuwe onderzeeboten schuldig maakte aan lastercampagnes tegen niet-Franse partijen, dat niet-Franse partijen hackte (spionage) en alle dubieuze praktijken uit het boekje erbij haalde om de opdracht binnen te slepen, als «betrouwbaar» wordt bestempeld.

Het kabinet voert voor digitale soevereiniteit een landenneutraal en risicogebaseerd beleid, zoals ook het bredere economische veiligheidsbeleid. Zoals aangegeven in de brief «Voortgang kabinetsaanpak economische veiligheid»13 is het Nederlandse economische veiligheidsbeleid landenneutraal, conform internationale principes, rechtsbeginselen en verplichtingen zoals het non-discriminatiebeginsel. Ook bij aanbestedingen wordt binnen de geldende wettelijke kaders beoordeeld op onderliggende risico’s, op basis van eerdergenoemde landenneutrale en risicogebaseerde benadering.

Tot slot willen de leden van de PVV-fractie graag de garantie dat gebruik van een Europese wallet (als digitaal paspoort) nooit verplicht wordt en burgers ook zonder wallet kunnen blijven communiceren met de overheid.

Het gebruik van Europese Digitale Identiteitswallets (EDI-wallets) is vrijwillig, zoals uit de Europese eIDAS-verordening volgt. De toegang tot publieke diensten mag niet op enige wijze beperkt of belemmerd worden voor natuurlijke personen die geen EDI-wallet willen of kunnen gebruiken.

Publieke organisaties die een EDI-wallet accepteren, dienen altijd een alternatief aan te bieden voor personen die geen gebruik willen maken van een EDI-wallet. Daarnaast schrijft de verordening voor dat bestaande elektronische identificatie- en authenticatiemiddelen naast de EDI-wallet kunnen blijven bestaan. Het gebruik van andere inlogmiddelen zoals DigiD, blijft daarmee mogelijk. Burgers die geen EDI-wallet willen of kunnen gebruiken, zullen dus met de overheid kunnen blijven communiceren, en behouden toegang tot overheidsdiensten. Een EDI-wallet is dan ook geen verplicht digitaal paspoort en kan op grond van de huidige Europese regelgeving niet verplicht worden gesteld voor burgers.


X Noot
1

De letters AH hebben alleen betrekking op 34 972.

X Noot
2

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 34 972/35 868, AG.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 34 972/35 868, AG, Bijlage 2 Evaluatie van de Wet digitale overheid, pagina 29.

X Noot
5

«Dutch block US takeover of Solvinity as against public interest», Reuters.com, 26 mei 2026.

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/26, 34 972/35 868, AG, Bijlage 2 Evaluatie van de Wet digitale overheid, pagina 34

X Noot
7

Kamerstukken II 2024/25, 26 643, nummer 1387.

X Noot
8

Kamerstukken I 2025/26, 34 972/35 868, AG, Bijlage 2 Evaluatie van de Wet digitale overheid, pagina 22.

X Noot
9

«Gevecht in troebel water», De Groene.nl, 16 oktober 2019; «Franse spionage en druk van Britse geheime dienst: zo werd miljardenslag om onze onderzeeërs beslist», De Telegraaf.nl, 12 maart 2024; «Fransen gaan toekomstige Orkaklasse onderzeeboten bouwen», Marineschepen.nl, 15 maart 2024.

X Noot
11

Rijksbrede Strategie IT-sourcing Strategie (Oktober 2025) | Digitale Overheid

Naar boven