Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 34972 nr. AG |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 34972 nr. AG |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
Met deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over een drietal toezeggingen en ontvangt uw Kamer de evaluatie van de Wet digitale overheid (Wdo). Deze brief bevat onderwerpen die vallen onder de Staatssecretaris Economische Zaken en Klimaat (EZK) – Digitale Economie en Soevereiniteit en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) – Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid. Op deze manier wordt uw commissie voor Digitalisering in één keer geïnformeerd.
De volgende drie toezeggingen worden in deze brief behandeld:
1. De Kamer is toegezegd, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), om de auditvereisten voor de aansluiting op DigiD en de resultaten van de risico-inventarisatie over het plaatsen van het BSN-nummer op de ID-kaart BES, wanneer gereed, naar de Kamer te sturen.
2. De Kamer is, in de Kamerbrief «Beantwoording vragen over de voortgang Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie en aankondiging nieuwe acties», toegezegd te worden geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek naar een meldvoorziening, onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan en kenniscentrum in het kader van de Digitaledienstenverordening (DSA).
3. De Kamer is toegezegd, naar aanleiding van een vraag van het lid Ganzevoort (GroenLinks), dat zij een afschrift krijgt van het toezichtkader betreffende private aanbieders van inlogmiddelen onder de Wet digitale overheid wanneer deze er is.
Tijdens het debat in de Eerste Kamer over de Wet invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES2 is toegezegd de auditvereisten en de risico-inventarisatie aan uw Kamer te sturen.3 Hierbij is aangegeven dat de auditvereisten gebruikt worden die nu al gelden voor een aansluiting op DigiD. Deze auditvereisten zijn dezelfde als in Europees Nederland.4 De werking van de Wet digitale overheid, waarin deze verplichting een basis krijgt, is per 11 november 2025 uitgebreid naar de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Daarmee zullen de eisen in het Europese en het Caribische deel van Nederland hetzelfde zijn. Om de openbare lichamen te ondersteunen om aan deze voorwaarden te voldoen zijn door een externe partij initiële beveiligingsbeoordelingen uitgevoerd. De organisatie-overstijgende resultaten van deze beoordelingen zijn tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van bovengenoemd wetsvoorstel aan het dossier toegevoegd.5 Via de Regeling bijzondere uitkering digitalisering BES zijn middelen beschikbaar gesteld om bevindingen te adresseren en verdere verbeteringen te realiseren.6 Met deze informatie geven we uitvoering aan de gedane toezegging.
In de Kamerbrief «Beantwoording vragen over de voortgang Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie en aankondiging nieuwe acties d.d. 20 december 2024»7 is toegezegd uw Kamer te informeren over de resultaten van het onderzoek naar een meldvoorziening, onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan en een kenniscentrum. Een geschillenbeslechtingsorgaan biedt gebruikers een aanvullende mogelijkheid om beslissingen van onlineplatforms over inhoudsmoderatie aan te vechten. Op dit moment is er geen onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan aanwezig in Nederland zoals beschreven in artikel 21 van de Digitaledienstenverordening (DSA). Wel zijn er binnen de EU vier van dit soort instanties die klachten over Nederlandstalige inhoud behandelen. Er is een scenarioanalyse gedaan om te kijken of en op welke manier een dergelijk orgaan in Nederland kan worden gevormd. Hierbij bied ik u de resultaten van de scenarioanalyse aan (zie bijlage 1), waarmee ik de gedane toezegging nakom.
Een van de belangrijkste bevindingen uit de scenarioanalyse is dat er behoefte is aan een actievere maar niet-dominante rol van de overheid. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een overheidscampagne waarbij gebruikers worden geïnformeerd over hun rechten om beslissingen van onlineplatforms aan te vechten, en worden geholpen bij het benaderen van bestaande geschillenbeslechtingsorganen binnen de EU. Daarnaast willen respondenten uit het onderzoek met name dat de overheid actiever wordt om bestaande meldvoorzieningen, waar onder andere trusted flaggers zoals Offlimits, en Meld.Online Discriminatie, zichtbaar te maken, te structureren en op elkaar af te stemmen. Hierbij kan gedacht worden aan een website met een overzicht van alle meldvoorzieningen in Nederland, waar gebruikers terechtkunnen met hulpvragen over online content. Respondenten pleiten niet voor een volledig gecentraliseerd – of door de overheid beheerd – meldsysteem. De voorkeur gaat uit naar een gematigde tot beperkte rol, gericht op verbetering van de vindbaarheid van relevante meldpunten en coördinatie om overlappen te vermijden. En dit bij voorkeur zonder verlies van thematische specialisatie of autonomie van bestaande meldvoorzieningen en geschillenbeslechtingsorganen. De scenarioanalyse maakt duidelijk dat het opzetten van een onafhankelijk geschillenbeslechtingorgaan in Nederland een strategische uitdaging vormt.
Gezien de complexiteit van en de zorgvuldigheid die bij dit vraagstuk vereist is, heeft het Ministerie van BZK sinds de oplevering van de analyse verkennende gesprekken gehouden met bestaande geschillenbeslechtingen in de EU, en maatschappelijke organisaties om de mogelijkheden rond een geschillenbeslechting in Nederland te bespreken. Het kabinet houdt bij het uitwerken van de volgende stappen rekening met de adviezen uit het onderzoek.
Uw Kamer is toegezegd, naar aanleiding van een vraag van het lid Ganzevoort (GroenLinks-PvdA), een afschrift te krijgen van het toezichtkader betreffende private aanbieders van inlogmiddelen onder de Wet digitale overheid wanneer deze er is.8 De Wdo zal onder andere de toelating en het gebruik van nieuwe en bestaande publieke en private inlogmiddelen reguleren. De Wdo wijst de Rijksinspectie voor Digitale Infrastructuur (RDI) aan als toezichthouder. Het toezichtkader van de RDI wordt ontwikkeld aan de hand van de eisen van de Wdo en het toelatingsproces voor inlogmiddelen. Dit toelatingsproces is in ontwikkeling en zal naar verwachting in juni 2027 van start kunnen gaan. Op dat moment zal ook het toezichtkader gereed zijn. Uw Kamer krijgt een afschrift zodra het toezichtkader gereed is.
Evaluatie Wet digitale overheid (Wdo)
De Wet digitale overheid (Wdo) is op 1 juli 2023 gefaseerd in werking getreden. Artikel 23 van de Wdo bepaalt dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van de Wdo een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk aan beide Kamers toestuurt. Hierbij moet in het bijzonder aandacht worden geschonken aan de getroffen maatregelen op het gebied van beveiliging, privacybescherming en de toegankelijkheid van elektronische dienstverlening.
Op grond van artikel 1 van het Besluit houdende departementale herindelingen met betrekking tot digitale zaken is de Minister van Economische Zaken en Klimaat9 belast met aangelegenheden op het terrein van digitale zaken die voorheen waren opgedragen aan de Minister van BZK. Ingevolge de portefeuilleverdeling kabinet-Jetten is Staatssecretaris Digitale economie en soevereiniteit verantwoordelijk voor de kaderstelling digitale overheid en daarmee voor de Wdo.10 De Staatssecretaris van BZK is verantwoordelijk voor de realisatie van de digitale overheid, waaronder de realisatie en het beheer van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Daarom sturen wij u gezamenlijk de evaluatie van de Wdo toe (zie bijlage 2). Deze heeft betrekking op de eerste fase die nu in werking is. De onderzoekers hebben bij deze evaluatie de volgende vraag beantwoord: in hoeverre is de Wdo doeltreffend en wat zijn de effecten van de Wdo, in het bijzonder op het gebied van privacybescherming en toegankelijkheid van elektronische dienstverlening in de praktijk?
Zodra de overige bepalingen in werking zijn getreden, zullen ook die geëvalueerd worden en zal die evaluatie aan beide Kamers toegezonden worden.
Wet digitale overheid
De Wdo is een kaderwet die waarborgen biedt aan burgers en ondernemers bij de dienstverlening van de digitale overheid. De wet regelt algemene principes, taken en verantwoordelijkheden en procedures, geen gedetailleerde regels. De wet zorgt zo voor flexibiliteit bij nieuwe ontwikkelingen. De Wdo is ook toekomstbestendig: belangrijke waarden en zekerheden voor burgers, zoals gebruikersvriendelijkheid, betrouwbaarheid, veiligheid, privacy en digitale inclusie zijn geborgd.
De Wdo vormt de eerste tranche van regelgeving ten behoeve van verdere digitalisering van de overheid en beoogt de beweging naar de inzet van veiligere inlogmiddelen overheidsbreed te bewerkstelligen. De eerste tranche van de Wdo regelt dat alleen erkende inlogmiddelen voor toegang tot publieke dienstverlening zijn toegestaan, en biedt ook handvatten waarmee publieke dienstverleners het juiste beveiligingsniveau van hun dienstverlening kunnen bepalen. Ook biedt de Wdo de Minister van EZK de bevoegdheid om standaarden te verplichten in het elektronische verkeer met de overheid en regelt de wet de verantwoordelijkheid van de Minister van BZK voor het beheer van de voorzieningen en diensten binnen de GDI.
Op dit moment wordt gewerkt aan een uitvoeringswet, inclusief aanpassing van de Wdo, waarmee de herziene eIDAS-verordening wordt geïmplementeerd. Hierdoor wordt het voor burgers mogelijk om veilig en betrouwbaar met een publieke EDI-wallet in te loggen en gegevens te delen met de overheid, maar ook met andere organisaties. Belangrijk daarbij is dat burgers daarvoor zelf kunnen kiezen, want gebruik van deze de wallet wordt vrijwillig. De beleidsvorming wordt naar verwachting dit jaar afgerond. Op basis hiervan zou eind 2026 een uitvoeringswet in consultatie gebracht kunnen worden. Verwachting is dat de uitvoeringswet – afhankelijk van de parlementaire behandeling – in 2028 in werking zou kunnen treden.
Bevindingen onderzoekers
De onderzoekers constateren dat de Wdo (als kader), voor zover in werking getreden, een toereikend instrumentarium biedt om het beoogde doel te kunnen bewerkstelligen. De Wdo heeft bijgedragen aan bewustwording rond veilig digitaal handelen en aan het bepalen van het juiste betrouwbaarheidsniveau bij digitale transacties.
De onderzoekers stellen ook vast dat de Wdo nadrukkelijk de verantwoordelijkheid van de Minister van BZK voor het beheer van GDI voorzieningen en diensten vastlegt en ruimte biedt voor de ontwikkeling van aanvullende GDI voorzieningen. Tenslotte wordt als positief punt aangemerkt dat er al enkele verplichte standaarden zijn aangewezen.
Aanvullend hierop geven de onderzoekers aan dat er in de uitvoering nog wel belangrijke stappen zijn te zetten om de doelen van de Wdo daadwerkelijk te kunnen bereiken.
Zo is de realisatie van de randvoorwaardelijke ICT-voorzieningen (Stelsel Toegang) nog niet gereed. Het effect – de toelating van betrouwbare nieuwe inlogmiddelen – blijft daardoor uit, aldus de onderzoekers. De onderzoekers stellen tevens dat aan de inrichting van het toezicht op de Wdo nog geen invulling is gegeven. Zij bevelen aan om het toezicht onder de Wdo te heroverwegen en bij een onafhankelijke toezichthouder te beleggen.
De onderzoekers wijzen ook op het ontbreken van een voorziening ten behoeve van wettelijke vertegenwoordiging en op het feit dat DigiD op het betrouwbaarheidsniveau hoog nog niet breed beschikbaar is.
De onderzoekers bevelen tot slot aan om de dialoog met het veld te intensiveren, en in te zetten op verwachtingenmanagement bij publieke dienstverleners over de effectuering van de Wdo, ook in relatie tot toekomstige ontwikkelingen op het terrein van het EDI-stelsel en de wallet.
Reactie op de bevindingen
Wij zijn blij met de constatering van de onderzoekers dat de Wdo een toereikend instrumentarium biedt om het beoogde doel te kunnen bewerkstelligen en bijdraagt aan het toekomstvast regelen van de digitale overheid en aan bewustwording rond veilig digitaal handelen en aan het bepalen van het juiste betrouwbaarheidsniveau van digitale transacties.
De bevindingen worden voor een belangrijk deel herkend en de aanbevelingen worden ter harte genomen. Daarbij is het belangrijk om aan te geven dat de onderzoekers de evaluatie niet beperkt hebben tot de artikelen die in werking zijn getreden. Zij doen ook uitspraken over artikelen die niet inwerking zijn getreden. Ook ziet een deel van de bevindingen op de realisatie van de Wdo, hetgeen ressorteert onder de Staatssecretaris van BZK.
Met de realisatie van de randvoorwaardelijke ICT-voorziening, het Stelsel Toegang, geeft de Minister van BZK uitvoering aan een stelsel waarmee (semi-)publieke dienstverleners geholpen worden om te voldoen aan de acceptatieplicht van toegelaten inlogmiddelen onder de Wdo. Het toelaten van private inlogmiddelen zal naar verwachting leiden tot meer innovatie binnen de markt van inlogmiddelen en burgers en bedrijven krijgen zelf de keuzevrijheid met welk inlogmiddel ze kunnen inloggen. Daarnaast wordt met het Stelsel Toegang uitvoering gegeven aan de politieke en maatschappelijke wens om wettelijk vertegenwoordigen mogelijk te maken, zodat burgers en bedrijven namens een ander digitaal zaken kunnen doen met de overheid11. Thans lopen de consultaties van het besluit waarin dit geregeld wordt (Verzamelbesluit digitale overheid i.v.m vertegenwoordigen). Over een verkenning naar gebruiksvriendelijke alternatieven voor DigiD Hoog is gecommuniceerd in de Verzamelbrief van 11 juli 2025.12 De acceptatieplicht voor de onder de Wdo toegelaten middelen zal naar verwachting eind 2027 in werking kunnen treden. Hiervoor is nodig dat een toelatings- en erkenningsproces is ingericht waarmee belangstellende partijen zich kunnen aanmelden.
De dialoog met het veld over de realisatie van het Stelsel Toegang is vanuit het Ministerie van BZK al geïntensiveerd. Er is een implementatieteam ingericht dat publieke dienstverleners informeert over de voortgang van de realisatie van het Stelsel Toegang en de wijze van aansluiten. Ook worden er op reguliere basis overleggen georganiseerd met publieke dienstverleners. Daarbij wordt samen met publieke dienstverleners ook uitdrukkelijk aandacht besteed aan de samenhang tussen het Stelsel Toegang en de wallet/Europese Digitale Identiteit-stelsel (EDI-stelsel).
Voor wat betreft de naleving van de overige verplichtingen onder de Wdo, zal bij het aansluiten van de publieke dienstverleners op het Stelsel Toegang worden getoetst of zij hun diensten hebben geclassificeerd. Mocht er op basis van de praktijk aanleiding toe zijn, kan het toezicht worden aangescherpt. Het toezicht op publieke dienstverleners voor wat betreft de beveiliging van de toegang tot elektronische diensten zal met een auditplicht, volgens de huidige praktijk van de ICT-beveiligingsassessments DigiD, ingericht worden. Daarnaast is, om het feitelijk gebruik te meten, onder het Stelsel Toegang een monitoringsysteem voorzien, zoals nu bijvoorbeeld ook gehanteerd wordt voor de GDI-voorzieningen. De aanbeveling om het toezicht onder de Wdo weg te halen bij verantwoordelijke Ministers en bij een onafhankelijke toezichthouder te beleggen, neem ik in overweging.
De naleving van een aantal verplichtingen, die gelden onder de Wdo, is nog niet voldoende ingeregeld. Dit geldt met name voor het toezicht op de naleving van de verplichte standaarden. De Kamer is bij brief van 16 februari 2026 geïnformeerd dat vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) wordt ingezet op een versterkte aanpak op het afspreken, invoeren en handhaven van (digitale) standaarden, inclusief ondersteuning bij het invoeren daarvan.13 Het Ministerie van BZK zet hierbij in eerste instantie in op het, via implementatieteams, helpen van overheidsorganisaties bij de implementatie van de verplichte standaarden. Eventuele handhavingsinstrumenten kunnen ingezet worden wanneer deze helpende hand niet tot het gewenste resultaat leidt.
De Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, W.J.M. Aerdts
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34972-AG.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.