34 960 XVII Wijziging van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2018 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001, elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2018 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 3

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

B) BEGROTINGSTOELICHTING

1. Voorstel van wet

Het onderhavige wetsvoorstel leidt tot een opwaartse bijstelling van de geraamde uitgaven voor 2018 op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) van EUR 323 miljoen. De ontvangsten worden met EUR 2,5 miljoen verhoogd.

In onderhavig wetsvoorstel worden de extra middelen voor ontwikkelingssamenwerking die voortvloeien uit het regeerakkoord aan de BHOS-begroting toegevoegd en kort toegelicht. De beleidsnota «Investeren in Perspectief», die de Kamer op 18 mei is toegegaan, geeft meer informatie over de beleidswijzigingen.

2. Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2018 van hoofdstuk XVII van de begroting van het Rijk.

In de toelichting worden de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking toegelicht. Ten slotte volgt per artikel de nieuwe stand en een toelichting op de opmerkelijke verschillen.

Conform de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Ook is omschreven welke ondergrens gehanteerd moet worden, waarboven een uitgavenmutatie moet worden toegelicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsmatige en technische mutaties. De wijzigingen van de verplichtingen worden alleen toegelicht wanneer ze groter zijn dan 10% ten opzichte van de vorige stand op artikelniveau.

3. Voorgenomen wijziging van de indeling van de ontwerpbegroting 2019

De indeling van de ontwerpbegroting 2019, zal op een aantal onderdelen wijzigen om de prioriteiten uit het regeerakkoord inzichtelijk te maken in de BHOS-begroting. Om de integrale migratieagenda een duidelijke plaats te geven in de BHOS-begroting wordt het subartikel 5.3 «Migratie en ontwikkeling» verplaatst naar artikel 4 «Vrede en veiligheid voor ontwikkeling». Daar blijft het een apart subartikel. Daarnaast wordt het budget voor opvang van vluchtelingen in de regio aan dit subartikel toegevoegd. Voorheen werd het budget voor opvang van vluchtelingen in de regio opgenomen als instrument onder subartikel 4.3 «Rechtsstaatontwikkeling». Met deze wijzigingen worden deze samenhangende middelen onder één begrotingsartikel gebracht.

Het Dutch Good Growth Fund wordt opgenomen onder subartikel 1.3 «versterkte private sector».

Tot slot worden bij het opstellen van de Ontwerpbegroting 2019 de omschrijvingen van de artikelen en de subartikelen in lijn gebracht met de BHOS-prioriteiten.

4. Overzicht belangrijkste mutaties 2018

Bij deze eerste suppletoire begroting stijgt een aantal budgetten als gevolg van de afspraken van het regeerakkoord. Deze zijn ook toegelicht in de de beleidsnota «Investeren in perspectief», die de Kamer op 18 mei is toegegaan. De wijzigingen die voortvloeien uit het regeerakkoord zijn:

  • Extra middelen van EUR 16 miljoen zijn toegevoegd aan subartikel 1.1 (versterkt internationaal handelssysteem) voor de bestrijding van kinderarbeid en opstellen IMVO-convenanten.

  • Binnen subartikel 1.3 voor versterking private sector en investeringsklimaat worden extra middelen toegevoegd voor de bestrijding van (jeugd)werkloosheid er (EUR 30 miljoen) en versterking van het innovatief vermogen van lokale en Nederlandse bedrijven om lokale ontwikkelingsuitdagingen aan te pakken (EUR 5 miljoen)

  • Een stijging van de inzet op het tegengaan van klimaatverandering (subartikel 2.3) door de instelling van een nationaal klimaatfonds met een jaarbudget van EUR 40 miljoen én het geleidelijk oplopen van de Nederlandse klimaatfinanciering met EUR 20 miljoen in 2019 en EUR 40 miljoen per jaar vanaf 2020.

  • Een verhoging van subartikel 3.1 voor «Vrouwenrechten en keuzevrijheid» met EUR 10 miljoen.

  • Een verhoging van subartikel 3.3 met EUR 30 miljoen voor «Onderwijs met perspectief».

  • Stijging van subartikel 4.1 Humanitaire hulp met EUR 157 miljoen voor 2018 en EUR 165 miljoen vanaf 2019.

  • Stijging voor «Opvang en bescherming van vluchtelingen in de regio» met EUR 128 miljoen per jaar.

  • Stijging van het budget voor «Migratie en ontwikkeling» EUR 25 miljoen per jaar.

Naast de wijzigingen die voortvloeien uit het regeerakkoord is ook budget toegevoegd op artikel 1.2 voor projectontwikkeling voor het internationale deel van INVEST-NL in 2018 en is het het uitgavenritme van het Dutch Good Growth Fund (DGGF) aangepast. Op subartikel 5.3 «Migratie en ontwikkeling» heeft ook een extra (naast die voortvloeiend uit het regeerakkoord) verhoging plaastgevonden van EUR 10 miljoen voor een bijdrage aan de Global Consessional Finance Facility (GCFF) van de Wereldbank, ter ondersteuning van gastlanden Libanon en Jordanie.

5. Toelichting per beleidsartikel

Beleidsartikel 1 Duurzame handel en Investeringen

Bedragen in EUR 1.000
   

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

     

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

354.944

0

354.944

96.207

451.151

56.465

55.701

55.936

53.694

 

waarvan garantieverplichtingen

70.000

 

70.000

0

70.000

       
                       

Uitgaven:

                 
                       

Programma-uitgaven totaal

508.830

0

508.830

35.071

543.901

55.192

84.182

– 3.583

99.717

   

waarvan juridisch verplicht

       

1

       
                       

1.1

Versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

19.113

0

19.113

15.660

34.773

11.440

10.684

10.684

7.734

                       
 

Opdrachten

                 
   

Beleidsondersteuning internationaal ondernemen (non-ODA)

2.185

 

2.185

0

2.185

       
                       
 

Bijdrage (inter)nationale organisaties

                 
   

Contributies internationaal ondernemen (non-ODA)

5.670

 

5.670

0

5.670

       
                       
 

Subsidies

                 
   

Beleidsondersteuning, evaluaties en onderzoek

1.500

 

1.500

2.273

3.773

2.123

1.367

1.367

1.367

   

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

9.758

 

9.758

13.387

23.145

9.317

9.317

9.317

6.367

                       

1.2

Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie en economische naamsbekendheid

84.031

0

84.031

12.984

97.015

7.525

8.515

– 250

0

                       
 

Subsidies

                 
   

Starters International Business (SIB)/ Programma Strategische Beurzen (non-ODA)

5.800

 

5.800

– 1.800

4.000

– 1.800

– 1.800

– 1.800

– 1.800

   

Partners for International Business (PIB) (non-ODA)

5.705

 

5.705

– 1.800

3.905

– 1.800

– 1.800

– 1.800

– 1.800

   

Demontratieprojecten, haalbaarheidsstudies en investeringsstudies (DHI) (non-ODA)

3.500

 

3.500

– 700

2.800

– 700

– 700

– 700

– 700

   

Dutch Trade and Investment Fund (non-ODA)

19.771

 

19.771

0

19.771

 

7.700

   
   

Versterking concurrentiepositie Nederland

9.195

 

9.195

1.100

10.295

       
   

Versterking economische functie

527

 

527

0

527

       
   

Wereldtentoonstelling Dubaï

1.000

 

1.000

– 702

298

– 475

– 485

– 250

 
   

Aanvullende opdrachten

2.400

 

2.400

0

2.400

       
   

Overig (non-ODA)

1.000

 

1.000

886

1.886

8.000

1.300

   
   

Invest NL

0

 

0

8.700

8.700

       
 

Leningen

                 
   

Overig

1.133

 

1.133

0

1.133

       
                       
 

Bijdragen aan agentschappen

                 
   

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (non-ODA)

28.600

 

28.600

7.300

35.900

4.300

4.300

4.300

4.300

   

Versterking economische functie (NBSO's via RVO) (non-ODA)

5.400

 

5.400

0

5.400

       
                       

1.3

Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden

292.186

0

292.186

47.277

339.463

23.727

24.483

24.483

24.483

                       
 

Subsidies

                 
   

Marktontwikkeling in het kader van private sector development

45.696

 

45.696

3.777

49.473

– 2.123

– 1.367

– 1.367

– 1.367

   

Wet en regelgeving

5.000

 

5.000

0

5.000

       
   

Financiele sectorontwikkeling

15.000

 

15.000

4.500

19.500

       
   

Versterking privaat ondernemerschap

53.000

 

53.000

0

53.000

       
   

Infrastructuurontwikkeling

90.050

 

90.050

2.781

92.831

– 4.150

– 4.150

– 4.150

– 4.150

   

Samenwerking bedrijfsleven en PPP's

8.500

 

8.500

0

8.500

– 3.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

   

Versterking privaat ondernemerschap (non-ODA)

1.700

 

1.700

0

1.700

       
   

Technische assistentie DGGF

7.700

 

7.700

0

7.700

– 2.000

– 2.000

– 2.000

– 2.000

                       
 

Bijdragen aan agentschappen

                 
   

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

36.000

 

36.000

0

36.000

       
                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

International Labour Organization

5.700

 

5.700

0

5.700

       
   

Partnershipprogramma ILO

5.500

 

5.500

0

5.500

       
   

Landenprogramma's ondernemingsklimaat

16.840

 

16.840

1.219

18.059

       
   

Bedrijfsmatige technische bijstand

1.500

 

1.500

0

1.500

       
   

Werkgelegenheid

0

 

0

30.000

30.000

30.000

30.000

30.000

30.000

   

Innovatie

0

 

0

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

                       

1.4

Dutch Good Growth Fund: intensivering van ontwikkelingsrelevante investeringen in en handel met ontwikkelingslanden door het Nederlandse en het lokale bedrijfsleven, met de focus op het MKB en bij uitzondering en onder condities grootbedrijf

113.500

0

113.500

– 40.850

72.650

12.500

40.500

– 38.500

67.500

 

Subsidies/Leningen/Garanties

                 
   

programma's Dutch Good Growth Fund

113.500

 

113.500

– 40.850

72.650

12.500

40.500

– 38.500

67.500

                       

Ontvangsten

4.119

0

4.119

2.500

6.619

2.500

2.500

2.500

2.500

                       

1.10

Ontvangsten duurzame handel en investeringen

3.619

 

3.619

0

3.619

0

0

0

0

                       

1.40

Ontvangsten DGGF

500

 

500

2.500

3.000

2.500

2.500

2.500

2.500

Verplichtingen

De verplichtingen van artikel 1 stijgen met EUR 96 miljoen in 2018 en in de volgende jaren met circa EUR 56 miljoen. Dit heeft verschillende oorzaken.

Het verplichtingenbudget voor de IMVO convenanten en de Responsible Business Conduct Facility wordt verhoogd met EUR 22 miljoen (subartikel 1.1). Het verplichtingenbudget voor INVEST-NL (subartikel 1.2) wordt verhoogd met EUR 8,7 miljoen in 2018. Daarnaast is het verplichtingenbudget verhoogd voor nieuwe activiteiten op het gebied van innovatie (EUR 5 miljoen per jaar), werkgelegenheid (EUR 30 miljoen per jaar) en DGGF (EUR 29,5 miljoen voor 2018 en EUR 2,5 miljoen voor latere jaren). Deze wijzigingen worden nader toegelicht bij de uitgaven.

Uitgaven

Subartikel 1.1

Het budget voor «Versterkt internationaal handelsysteem en maatschappelijk verantwoord ondernemen» stijgt meerjarig (in 2018 met EUR 15,7 miljoen en ongeveer EUR 11 miljoen in latere jaren).

De stijging wordt onder andere veroorzaakt door de verhoging van de uitgaven voor het kinderarbeidfonds. Dit betreft een incidentele verhoging van EUR 9 miljoen in 2018 als gevolg van de motie motie-Voordewind/Servaes (Kamerstuk 34506, nr. 23) en structureel EUR 5 miljoen per jaar conform het regeerakkoord. Ook zullen de IMVO convenanten structureel worden voortgezet, zoals is afgesproken in het regeerakkoord.

Subartikel 1.2

De verhoging van het budget voor «Versterkte Nederlandse handels- en investeringspositie en economische naamsbekendheid» heeft een aantal oorzaken.

Ten eerste zijn de budgetten voor het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) aangepast om deze meer in lijn te brengen met de ervaringen van de afgelopen 4 jaar en de verwachtingen voor de komende periode. De raming is daarom meerjarig aangepast.

Daarnaast is het budget voor 2018 voor projectontwikkeling van het internationale deel van Invest-NL, welke reeds bij Voorjaarsnota 2017 was afgesproken, overgeboekt van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat naar de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Verder is ook het budget voor de uitvoeringskosten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor de implementatie van de programma’s internationaal ondernemen verhoogd. Deze werden in het verleden te laag ingeschat en dat is nu gecorrigeerd. Dit is dus niet een intensivering, maar een verschuiving vanuit de instrumenten Starters International Business, Partners for International Business en Demonstratieprojecten, haalbaarheidsstudies en investeringsstudies. Ook zijn de RVO uitvoeringskosten gestegen door loon- en prijsbijstelling.

Om meer impact te realiseren en beter tegemoet te komen aan de financieringsbehoeften van Nederlandse ondernemers is het DTIF op enkele onderdelen aangepast. Het betreft relatief kleine aanpassingen die weinig tot geen verandering van het risico met zich mee brengen. Het toetsingskader is voor deze wijzigingen geactualiseerd. Het garantieplafond blijft ongewijzigd op EUR 140 miljoen.

Subartikel 1.3

Het budget voor «Versterkte private sector en verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden» wordt meerjarig verhoogd (EUR 47 miljoen in 2018 en ongeveer EUR 24 miljoen in latere jaren).

De verhoging is onder andere veroorzaakt door een tweetal beleidswijzigingen. Als gevolg van het regeerakkoord is binnen dit subartikel EUR 30 miljoen per jaar toegevoegd voor werkgelegenheid (structureel EUR 30 miljoen per jaar) ten behoeve van de bestrijding van de grondoorzaken van armoede en migratie. Een andere beleidswijziging voortvloeiend uit het regeerakkoord is de versterking van het innovatief vermogen van lokale en Nederlandse bedrijven om lokale ontwikkelingsuitdagingen aan te pakken. Hiervoor is structureel EUR 5 miljoen per jaar toegevoegd. De beleidsnota «Investeren in perspectief», die de Kamer op 18 mei is toegegaan, geeft meer informatie over de beleidswijzigingen.

Daarnaast is het budget verhoogd omdat de implementatie van een aantal Private Sector Development programma’s (zoals vermeld in tweede suppletoire begroting en decemberbrief 2017) sneller gaat dan gepland. Hierdoor zijn budgetten uit 2019 en later naar voren gehaald naar de jaren 2017 en 2018. Deze aanpassingen compenseren de doorgevoerde aanpassingen van het kasritme van het Dutch Good Growth Fund (DGGF), die hieronder bij subartikel 1.4 worden uitgelegd.

Subartikel 1.4

Het meerjarige kasritme van het Dutch Good Growth Fund (DGGF) is aangepast om de budgetten meer in lijn te brengen met de ervaringen van de afgelopen 4 jaar. Het totale budget voor het DGGF wijzigt niet. Deze aanpassingen worden gecompenseerd door budgetwijzigingen op artikel 1.3. en een bijstelling van de ontvangstenraming DGGF op artikel 1.40. Om meer impact te realiseren en beter tegemoet te komen aan de financieringsbehoeften van Nederlandse ondernemers is het DGGF op enkele onderdelen aangepast. Het betreft relatief kleine aanpassingen die weinig tot geen verandering van het risico met zich mee brengen. Het toetsingskader is voor deze wijzigingen geactualiseerd. Het garantieplafond van EUR 675 miljoen blijft ongewijzigd.

Ontvangsten

De ontvangstenraming van het DGGF is, als onderdeel van de aanpassingen als genoemd onder subartikel 1.4, bijgesteld volgens de huidige inzichten.

Beleidsartikel 2

Beleidsartikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

Bedragen in EUR 1.000
   

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

   

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

475.744

0

475.744

159.450

635.194

60.000

80.000

65.716

80.000

                       

Uitgaven:

                 
                       

Programma-uitgaven totaal

666.496

0

666.496

41.060

707.556

60.000

80.000

80.000

80.000

   

waarvan juridisch verplicht

       

93%

       
                       

2.1

Toename van voedselzekerheid

337.295

0

337.295

0

337.295

0

0

0

0

                       
 

Subsidies

                 
   

Bevorderen inclusieve en duurzame groei in de agrarische sector

57.745

 

57.745

– 1.000

56.745

       
   

Kennis en capaciteitsopbrouw ten behoeve van voedselzekerheid

53.800

 

53.800

– 1.000

52.800

       
   

Uitbannen huidige honger en voeding

22.000

 

22.000

– 1.000

21.000

       
                       
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
   

realiseren ecologische houdbare voedselsystemen

30.000

 

30.000

– 1.300

28.700

       
   

Landenprogramma's voedselzekerheid

173.750

 

173.750

4.300

178.050

       
                       
                       
                       

2.2

Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie

199.283

0

199.283

0

199.283

0

0

0

0

                       
 

Subsidies

                 
   

Integraal waterbeheer

46.535

 

46.535

– 3.641

42.894

       
   

Drinkwater en sanitatie

47.535

 

47.535

– 4.240

43.295

       
                       
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
   

Landenprogramma's integraal waterbeheer

60.988

 

60.988

3.031

64.019

       
   

Landenprogramma's drinkwater en sanitatie

44.225

 

44.225

4.850

49.075

       
                       

2.3

Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering

129.918

0

129.918

41.060

170.978

60.000

80.000

80.000

80.000

                       
 

Subsidies

                 
   

Hernieuwbare energie

34.000

 

34.000

0

34.000

       
   

Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen en klimaat algemeen

49.729

 

49.729

0

49.729

20.000

40.000

40.000

40.000

   

Nationaal Klimaatfonds

0

 

0

40.000

30.000

30.000

30.000

30.000

30.000

                       
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
   

Klimaat: algemene vrijwillige en verplichte bijdragen

14.840

 

14.840

0

14.840

       
   

GEF

20.750

 

20.750

0

20.750

       
   

UNEP

7.142

 

7.142

0

7.142

       
   

Landenprogramma's klimaatbeleid

1.300

 

1.300

1.060

2.360

       
   

Centrale klimaat programma's (non-ODA)

1.800

 

1.800

0

1.800

       
   

Contributie IZA/IZT

357

 

357

0

357

       
                       
 

Opdrachten

                 
   

Nationaal Klimaatfonds

       

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor artikel 2 neemt toe met EUR 159 miljoen voor 2018. Dit wordt veroorzaakt door de verhoging van budget voor internationale klimaatactie, die voortvloeit uit het regeerakkoord. Het betreft EUR 40 miljoen in 2018, EUR 60 miljoen in 2019 en EUR 80 miljoen per jaar vanaf 2020. De beleidsnota «Investeren in perspectief», die de Kamer op 18 mei is toegegaan, geeft meer informatie hierover.

Naast de verhoging voor klimaat met EUR 40 miljoen in 2018 zijn ook de verplichtingen voor 2018 voor subartikel 2.2 «Voedselzekerheid» verhoogd (EUR 71 miljoen) onder andere voor het aangaan van verplichtingen in Zuid Sudan, Benin, Bangladesh, Rwanda. Ook is het verplichtingenbudget voor 2018 voor subartikel 2.2. «Water» verhoogd met EUR 47 miljoen voor het aangaan van verplichtingen in de Palestijnse gebieden en Mozambique, en voor activiteiten op gebied van water van UNICEF.

Uitgaven

Subartikel 2.3

Het budget voor «Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering» wordt meerjarig verhoogd met EUR 40 miljoen in 2018, EUR 60 miljoen in 2019 en EUR 80 miljoen per jaar vanaf 2020. Zoals afgesproken in het regeerakkoord wordt binnen de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een nationaal Klimaatfonds ingesteld voor klimaatadaptatie en -mitigatie in ontwikkelingslanden. Aanvullend op het klimaatfonds zal komende jaren de klimaatfinanciering binnen de BHOS-begroting oplopen met EUR 20 miljoen in 2019 en EUR 40 miljoen per jaar vanaf 2020.

Beleidsartikel 3

Beleidsartikel 3 Sociale vooruitgang

Bedragen in EUR 1.000
   

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

   

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

424.577

0

424.577

112.050

536.627

39.500

39.500

– 69.500

52.500

                       

Uitgaven:

                 
                       

Programma-uitgaven totaal

724.927

0

724.927

61.400

786.327

39.500

39.500

37.800

37.500

   

waarvan juridisch verplicht

       

89%

       
                       

3.1

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/aids

417.784

0

417.784

26.900

444.684

10.000

10.000

10.000

10.000

                       
 

Subsidies

                 
   

Centrale programma's SRGR & HIV/aids

175.392

 

175.392

– 775

174.617

       
                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

Unicef

11.000

 

11.000

– 1.000

10.000

       
   

UNAIDS

20.000

 

20.000

0

20.000

       
   

Global Fund to Fight Aids, Malaria and Tuberculosis

52.000

 

52.000

3.300

55.300

       
   

UNFPA

60.000

 

60.000

0

60.000

       
   

WHO-PAHO

6.713

 

6.713

0

6.713

       
   

Partnershipprogramma WHO

10.216

 

10.216

0

10.216

       
   

Landenprogramma's SRGR & HIV/aids

82.463

 

82.463

15.375

97.838

       
   

Vrouwenrechten en keuzevrijheid

0

 

0

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

                       

3.2

Gelijke rechten en kansen voor vrouwen

52.539

0

52.539

0

52.539

0

0

0

0

                       
 

Subsidies

                 
   

Vrouwenrechten en gendergelijkheid

42.239

 

42.239

– 300

41.939

       
                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

UNWOMEN

6.000

 

6.000

0

6.000

       
   

Landenprogramma's gelijke rechten en kansen voor vrouwen

4.300

 

4.300

300

4.600

       
                       

3.3

Versterkt maatschappelijk middenveld

219.304

0

219.304

0

219.304

0

0

– 1.700

– 2.000

                       
 

Subsidies

                 
   

Strategische partnerschappen

217.604

 

217.604

0

217.604

       
   

Twinningsfaciliteit Suriname

1.700

 

1.700

0

1.700

   

– 1.700

– 2.000

                       

3.4

Toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek

35.300

0

35.300

34.500

69.800

29.500

29.500

29.500

29.500

                       
 

Subsidies

                 
   

Onderzoekprogramma's

3.000

 

3.000

0

3.000

       
   

Onderwijsprogramma's

     

0

         
   

Internationale hoger onderwijsprogramma's

32.300

 

32.300

7.500

39.800

2.500

2.500

2.500

2.500

                       
 

Bijdragen

                 
   

Onderwijs met perspectief

0

 

0

27.000

27.000

27.000

27.000

27.000

27.000

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor artikel 3 «Sociale vooruitgang» stijgt met EUR 112 miljoen in 2018. Het verplichtingenbudget voor Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) is verhoogd met EUR 54 miljoen voor onder andere het Global Finance Facility in Mozambique en de extra middelen voortvloeiend uit het regeerakkoord. Het verplichtingenbudget voor vrouwenrechten en gendergelijkheid is verhoogd met EUR 25 miljoen onder andere voor de Syrian Women's Advisory Board via UN Woman, gendertrainingen voor vredeshandhavers en het Dutch Gender Platform WO=MEN. Het verplichtingenbudget voor hoger- en beroepsonderwijs stijgt met EUR 35 miljoen voor de extra inzet op het gebied van onderwijs ter bestrijding van de grondoorzaken van armoede en migratie, en als basis voor perspectief voor jongeren (en met name meisjes).

Uitgaven

Subartikel 3.1:

Op basis van afspraken uit het regeerakkoord zal Nederland vanaf 2018 meerjarig EUR 10 miljoen per jaar uittrekken voor de Global Financing Facility in support of «Every Woman, Every Child» in het kader van keuzevrijheid voor een duurzame bevolkingsgroei. In combinatie met een eenjarige verhoging voor SheDecides van EUR 16,9 miljoen in 2018 leidt dit tot een verhoging van het uitgavenbudget van artikel 3.1 van EUR 26,9 miljoen in 2018 en EUR 10 miljoen per jaar vanaf 2019.

Artikel 3.2:

Geen toelichting

Subartikel 3.3

Geen toelichting

Subartikel 3.4

Het uitgavenbudget voor artikel 3.4 stijgt door de toename van het budget voor onderwijs voor de bestrijding van de grondoorzaken van armoede, migratie, terreur en klimaatveranderingen, zoals afgesproken in het regeerakkoord. Een groot deel zal worden besteed via het Global Partnership for Education (GPE). Ook zal het aantal beurzen binnen het Holland Scholarship Programma (HSP) worden verdubbeld vanwege de nieuwe focuslanden. De beleidsnota «Investeren in perspectief», die de Kamer op 18 mei is toegegaan, geeft meer informatie over deze beleidswijzigingen die voortvloeien uit het regeerakkoord.

Beleidsartikel 4

Beleidsartikel 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

Bedragen in EUR 1.000
   

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

     

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

     

Verplichtingen

425.301

190.000

615.301

180.437

795.738

303.000

303.000

303.000

303.000

                       

Uitgaven:

                 
                       

Programma-uitgaven totaal

396.979

190.000

586.979

158.000

744.979

313.000

303.000

303.000

303.000

   

waarvan juridisch verplicht

       

54%

       
                       

4.1

Humanitaire hulp

205.191

140.000

345.191

17.000

362.191

165.000

165.000

165.000

165.000

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

UNHCR

33.000

 

33.000

0

33.000

       
   

Wereldvoedselprogramma

36.000

 

36.000

– 8.000

28.000

       
   

UNRWA

13.000

 

13.000

0

13.000

       
   

Noodhulpprogramma's

122.000

140.000

262.000

22.000

284.000

162.000

162.000

162.000

162.000

   

Noodhulpprogramma's non-ODA

1.191

 

1.191

0

1.191

       
                       
 

Bijdragen

                 
   

onderwijs

0

 

0

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

                       

4.3

Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie

191.788

50.000

241.788

133.000

374.788

148.000

138.000

138.000

138.000

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

landenprogramma's legitieme en capabele overheid

1.500

 

1.500

– 1.000

500

       
   

Landenprogramma's functionerende rechtsorde

75.576

 

75.576

18.500

94.076

       
   

Landenprogramma's inclusieve en politieke processen; vredesdialoog en confilictpreventie

2.500

 

2.500

0

2.500

       
   

functionerende rechtsorde

10.000

 

10.000

40.000

50.000

10.000

10.000

10.000

10.000

   

Inclusieve politieke processen: vredesdialoog en conflictpreventie

23.862

 

23.862

2.000

25.862

       
   

Vredesdividend: werkgelegenheid en basisvoorzieningen

56.000

 

56.000

– 19.500

36.500

       
   

Legitieme en capabele overheid

22.350

 

22.350

0

22.350

       
   

Opvang in de regio

0

50.000

50.000

93.000

143.000

138.000

128.000

128.000

128.000

                       

4.4

Noodhulpfonds

0

0

0

8.000

8.000

0

0

0

0

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

Noodhulpfonds

0

 

0

8.000

8.000

       

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor 2018 voor het artikel 4 «Vrede en Veiligheid voor Ontwikkeling» neemt ten opzichte van de vastgestelde begroting toe met EUR 180,4 miljoen. Dit betreft regeerakkoord-intensiveringen, zoals voor onderwijs en humanitaire hulp op subartikel 4.1 en voor opvang voor vluchtelingen in de regio op subartikel 4.2.

Het verplichtingenbudget neemt tevens meerjarig toe. Zo zal het budget voor subartikel 4.1 vanaf 2019 meerjarig toenemen met EUR 165 miljoen vanwege intensiveringen in humanitaire hulp en onderwijs (zoals bij de uitgaven voor subartikel 4.1 is beschreven). Voor subartikel 4.3 zal het verplichtingenbudget vanaf 2019 met EUR 138 miljoen op jaarbasis toenemen.

Uitgaven

Subartikel 4.1

In totaal leiden drie mutaties in 2018 tot een per saldo toename van EUR 17 miljoen van het uitgavenbudget voor artikel 4.1. Hiervan zijn er twee meerjarig, waardoor vanaf 2019 het uitgavenbudget zal stijgen met EUR 165 miljoen.

De eerste en grootste stijging wordt veroorzaakt door de intensiveringeren in humanitaire hulp. Deze komen voort uit het regeerakkoord en leiden tot een verhoging van het uitgavenbudget van EUR 22 miljoen in 2018 en EUR 162 miljoen per jaar vanaf 2019. Dit zal gebeuren in de vorm van core bijdragen aan de professionele humanitaire organisaties van de VN, het Rode Kruis en de Dutch Relief Alliance, en door gerichte bijdragen aan specifieke langdurige crises en specifieke programma's op prioritaire thema's zoals paraatheid en innovatie. In de tweede plaats zal er vanaf 2018 structureel EUR 3 miljoen beschikbaar worden gesteld voor onderwijs van kinderen van vluchtelingen, in de vorm van een bijdrage aan het internationaal fonds Education Cannot Wait (ECW). Ten derde wordt het uitgavenbudget in 2018 met EUR 8 miljoen naar beneden bijgesteld, omdat een betaling aan de World Food Programme (WFP) al in 2017 heeft plaatsgevonden.

Subartikel 4.2

Geen toelichting

Subartikel 4.3

Het uitgavenbudget van artikel 4.3 neemt in 2018 toe met EUR 133 miljoen. Hier ligt een aantal oorzaken aan ten grondslag. De voornaamste reden is de regeerakkoordintensivering voor opvang van vluchtelingen in de regio. Dit leidt tot een verhoging van het uitgavenbudget van EUR 28 miljoen in 2018 en EUR 78 miljoen per jaar vanaf 2019. Deze intensivering betreft strategische partnerschappen zoals met UNICEF, ILO, IFC (International Finance Corporation) en IOM (International Organisation for Migration), maar ook met (lokale) not-for-profits en verlengingen/uitbreidingen van lopende programma's in de regio. In aanvulling op deze plannen zal extra worden ingezet op «Opvang in de Regio» (EUR 25 miljoen in 2018, EUR 50 miljoen vanaf 2019). Het gaat om middelen die zich speciaal zullen richten op het bevorderen van toegang tot onderwijs en het creëren van banen. Daarnaast wordt EUR 30 miljoen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) toegevoegd aan de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De raming van het budget voor «opvang van vluchtelingen in de regio» voor 2018 en 2019 wordt binnen de BHOS-begroting aangepast.

Subartikel 4.4

Enkele betalingen van het Relief Fund konden eind 2017 niet meer gedaan worden en zijn verschoven naar 2018. Verder is een geplande betaling aan WFP (zie bij 4.1) reeds in 2017 gedaan.

Beleidsartikel 5

Beleidsartikel 5 Versterkte kaders voor Ontwikkeling

Bedragen in EUR 1.000
   

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

   

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

110.950

0

110.950

41.101

152.051

108.850

25.000

25.000

117.000

                       

Uitgaven:

                 
                       

Programma-uitgaven totaal

169.071

43.896

212.967

27.712

240.679

– 143.364

– 361.184

– 450.107

– 637.470

   

waarvan juridisch verplicht

       

50%

       
                       

5.1

Versterkte multilaterale betrokkenheid

131.057

0

131.057

– 8.791

122.266

0

5.559

5.559

5.559

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

UNDP

28.000

 

28.000

0

28.000

       
   

UNICEF

18.000

 

18.000

0

18.000

       
   

UNIDO

1.950

 

1.950

0

1.950

       
   

Middelenaanvullingen multilaterale banken en fondsen

58.230

 

58.230

– 8.820

49.410

 

5.559

5.559

5.559

   

Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbanken

6.518

 

6.518

29

6.547

       
   

Speciale multilaterale activiteiten

9.359

 

9.359

0

9.359

       
   

Assistent-deskundigen programma

9.000

 

9.000

0

9.000

       
                       

5.2

Overig armoedebeleid

70.589

0

70.589

– 51.380

19.209

0

0

0

0

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

Kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling

12.882

 

12.882

1.040

13.922

       
   

Voorlichting op het terrein van ontwikkelingssamenwerking

850

 

850

37

887

       
   

Schuldverlichting

52.457

 

52.457

– 52.457

0

       
   

Unesco

4.400

 

4.400

0

4.400

       
                       

5.3

Bijdrage aan migratie en ontwikkeling

9.000

0

9.000

35.000

44.000

25.000

25.000

25.000

25.000

                       
 

Subsidies

                 
   

Migratie en ontwikkeling

9.000

 

9.000

– 2.400

6.600

3.750

3.750

3.750

3.750

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

Migratie en ontwikkeling

0

 

0

37.400

37.400

21.250

21.250

21.250

21.250

                       

5.4

Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen

– 41.575

43.896

2.321

52.883

55.204

– 168.364

– 391.743

– 480.666

– 668.029

                       
 

Ontvangsten

74.692

0

74.692

0

74.692

0

0

0

0

                       

5.20

Ontvangsten en restituties met betrekking tot leningen

43.516

 

43.516

0

43.516

       
                       

5.21

Ontvangsten OS

31.176

 

31.176

0

31.176

       
                       

5.22

Koersverschillen OS

pm

 

pm

 

pm

pm

pm

pm

pm

                       

5.23

Diverse ontvangsten non-ODA

0

 

0

0

0

       

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor artikel 5 «Versterkte kaders voor ontwikkeling» neemt toe met EUR 41,1 miljoen in 2018. Deze verhoging heeft drie componenten op zowel subartikel 5.1, 5.2 en 5.3. Het verplichtingenbudget voor subartikel 5.1 neemt met EUR 4,9 miljoen toe vanwege bijdrages aan UNIDO en andere IFI’s om het Nederlandse aandeel in IFAD11 procentueel op hetzelfde niveau te houden. Voor subartikel 5.2 neemt het verplichtingenbudget met EUR 1,2 miljoen omdat het kasbudget voor enkele kleine ODA-activiteiten wordt verhoogd. Vervolgens leiden de intensiveringen voor migratiesamenwerking en terugkeer voor migranten op subartikel 5.3 tot een verhoging van het verplichtingenbudget van EUR 35 miljoen.

Het verplichtingenbudget neemt in 2019 toe met EUR 108,9 EUR 25 miljoen in 2020 en 2021 en met EUR 117 miljoen in 2022. Een doorlopende factor is de intensivering op migratiesamenwerking en terugkeer voor migranten op subartikel 5.3. Vervolgens vindt op subartikel 5.1 en verhoging plaats van EUR 84 miljoen in 2019 vanwege het aangaan van een verplichting met de African Development Bank. Op ditzelfde subartikel is in 2022 het verplichtingenbudget verhoogd met EUR 92 miljoen voor het aangaan van verplichtingen met UNICEF en UNDP.

Uitgaven

Artikel 5.1

Het uitgavenbudget voor artikel 5.1 «Versterkte Multilaterale Betrokkenheid» wordt voor 2018 naar beneden bijgesteld met EUR 8,8 miljoen. Dit omdat een deel van de voor 2018 geplande betalingen aan multilaterale instellingen reeds in 2017 is gedaan.

Artikel 5.2

Ten opzichte van de vastgestelde begroting neemt het uitgavenbudget in 2018 af met EUR 51,4 miljoen. Dit word met name veroorzaakt doordat een deel van de voor 2018 geplande betalingen voor schuldenverlichting reeds in 2017 is gedaan.

Artikel 5.3

Het uitgavenbudget voor artikel 5.3 «Bijdrage aan migratie en ontwikkeling» neemt toe met EUR 35 miljoen. Op basis van het regeerakkoord wordt het budget meerjarig verhoogd met EUR 25 miljoen voor migratiesamenwerking en terugkeer van migranten met als doel facilitatie van veilige en legale migratie. Aanvullend wordt het budget in 2018 met EUR 10 miljoen verhoogd voor een bijdrage aan de Global Consessional Finance Facility (GCFF) van de Wereldbank ter ondersteuning van gastlanden Libanon en Jordanie.

Artikel 5.4

Om de inzichtelijkheid van de BHOS begroting verder te verbeteren is er met ingang van begrotingsjaar 2017 een nieuw artikelonderdeel gecreëerd. Zie ook de Kamerbrief 34 300 XVII, nr 62 over de inzichtelijkheid van de BHOS begroting. De ontwikkeling van het ODA-budget is gekoppeld aan de ontwikkeling van het BNI en wordt hiervoor bijgesteld. In het kader van behoedzaamheid en stabiliteit in de begroting worden groei en krimp niet direct doorvertaald in de OS-programmalijnen. Deze zogeheten BNI-ruimte kan immers weer toenemen of afnemen als in de loop van het jaar de BNI-raming wordt bijgesteld. Daarnaast kan er sprake zijn van nog te verdelen toerekeningen aan het ODA budget.

Per saldo neemt het budget van dit subartikel in 2018 toe met EUR 52,9 miljoen, in de volgende jaren is sprake van verlagingen.

De belangrijkste verhogingen van dit artikel zijn:

  • De toevoeging van de intensiveringsmiddelen uit het regeerakkoord; in totaal EUR 810 miljoen verdeeld over 2018 t/m 2021. Eerder werd met een nota van wijziging op de BHOS-begroting al EUR 190 miljoen toegevoegd aan de BHOS-begroting voor 2018.

  • Als gevolg van groei van het BNI neemt de ODA-begroting toe met EUR 20,9 miljoen in 2018, oplopend naar EUR 184 miljoen in 2021.

  • Door verlaging van de instroomraming van asielzoekers voor 2017 en 2018 nemen de kosten voor eerstejaarsopvang van asielzoekers af. Dit leidt in 2018 tot een overheveling van EUR 94,2 miljoen van de begroting van JenV naar de begroting voor BHOS.

  • De jaarlijkse budgetten voor het het DGGF worden bijgesteld om ze in lijn te brengen met de verwachte uitgaven. Hierdoor neemt het budget op artikel 5.4 toe met EUR 43,3 miljoen in 2018. De middelen worden in latere jaren weer toegevoegd aan het budget voor het DGGF; het totale budget voor het DGGF blijft daardoor gelijk (zie toelichting bij artikel 1.4).

  • Omdat bijdragen voor schuldverlichting (EUR 51,4 miljoen; artikel 5.2) en middelenaanvulling van multilaterale banken (EUR 8,8 miljoen; art 5.1) al in 2017 zijn betaald wordt dit budget toegevoegd aan dit artikel 5.4.

  • Het betalingsritme voor IDA (Wereldbank), op de begroting van Financien, is bijgesteld. Dit leidt in 2018 t/m 2020 tot overhevelingen van de begroting van Financien naar de begroting voor BHOS (EUR 59,2 miljoen in 2018 aflopend naar EUR 28,3 miljoen in 2020). Vanaf 2021 neemt de bijdrage aan IDA weer toe en worden middelen overgeheveld naar Financiën.

Het saldo van artikel 5.4 wordt onder andere verlaagd door:

  • Overhevelingen naar de beleidsartikelen van de extra middelen uit het regeerakkoord. Het betreft o.m. EUR 256,8 miljoen in 2018 (eerder werd via een nota van wijziging voor 2018 al EUR 190 miljoen toegevoegd voor noodhulp en opvang in de regio), oplopend naar EUR 511,8 miljoen in 2020 en verder. De middelen worden structureel ingezet voor de aanpak van de grondoorzaken van armoede, migratie, terreur en klimaatverandering en prioriteiten genoemd in het regeerakkoord zoals «Werkgelegenheid en onderwijs in fragiele staten», «Klimaatfinanciering», «IMVO convenanten», «het Kinderarbeidfonds» en «Holland Scholarship». Zie gedetaileerde toelichtingen bij de beleidsartikelen.

  • Het verhogen van het budget voor Opvang in de regio met EUR 40 miljoen in 2018 en EUR 10 miljoen in 2019, omdat dit budget in 2017 is verlaagd met EUR 50 miljoen. Het betreft een aanpassing van het kasritme binnen de bestaande middelen voor Opvang in de regio die oorspronkelijk beschikbaar waren voor 2016/2017.

  • Het verhogen van het budget voor het Noodhulpfonds met EUR 8 miljoen voor het betalen van eindafrekeningen voor lopende activiteiten. Het betreft een aanpassing van het kasritme binnen de bestaande middelen voor het Noodhulpfonds die oorspronkelijk beschikbaar waren voor 2014/2017.

  • Het meerjarig verhogen van de bijdrages aan het Europees Ontwikkelings fonds (EOF) met EUR 36,7 miljoen in 2018 oplopen naar EUR 46,2 miljoen in 2021.

  • Het terugbetalen van de negatieve eindejaarsmarge 2017 (EUR 15,6 miljoen in 2018) en de verhoging van de toerekening van apparaatskosten aan ODA (EUR 21,5 miljoen in 2018 en structureel EUR 9 miljoen vanaf 2019).

  • Op basis van moties en toezeggingen aan de Tweede Kamer, en voor overige (reguliere) mutaties wordt EUR EUR 48,3 miljoen overgeheveld naar de beleidsartikelen. Het betreft onder andere EUR 4,1 miljoen voor bestrijding kinderarbeid (motie Voordewind); EUR 3,5 miljoen voor het NRFP-fonds (motie Ten Broeke c.s.); EUR 16,9 miljoen voor She Decides; EUR 14,5 miljoen voor Private sector development (ORIO en DRIVE) en EUR 10 miljoen voor Migratie en ontwikkeling voor een bijdrage aan de Global Consessional Finance facility (GCFF) van de Wereldbank ter ondersteuning van gastlanden Libanon en Jordanie.

Ontvangsten

Geen toelichting

Naar boven