Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834960-IX nr. 2

34 960 IX Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2018 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2018 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB);

  • 2. de begrotingsstaat inzake de Nationale Schuld (IXA).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

B. BEGROTINGSTOELICHTING

De departementale begroting

1. Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de begroting 2018 van het Ministerie van Financiën en begrotingsstaat van Nationale Schuld.

In hoofdstuk 2 zijn de overzichten opgenomen met de belangrijkste mutaties (mutaties groter of gelijk aan € 10 mln.). In paragraaf 2.1 voor artikel 1 t/m 10 van IXB en in paragraaf 2.2 voor artikel 11 en 12 van IXA.

Hoofdstuk 3 bevat per beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt een toelichting op de cijfers uit de kolom «mutaties 1e suppletoire begroting» gegeven. Hierbij worden per artikel de mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht. Hierdoor kan de som van de toegelichte mutaties afwijken van de totale mutatie op het artikel. De toelichting op de mutatie van de belastingontvangsten is in de Voorjaarsnota opgenomen.

Tabel 1: Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting)

in € miljoen

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

Beleidsmatige mutaties zijn het gevolg van nieuw beleid. Technische mutaties zijn het gevolg van bestaand beleid (bijvoorbeeld overboekingen en ramingbijstellingen).

2. Belangrijkste mutaties van de begrotingsstaten IXB en IXA

De belangrijkste mutaties (uitgaven en ontvangsten groter of gelijk aan € 10 mln.) worden in onderstaande tabellen weergegeven en daarna toegelicht. De uitgebreide toelichting is, zoals boven opgemerkt, opgenomen in hoofdstuk 3.

2.1 Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties IXB

In onderstaande tabel worden de belangrijkste uitgavenmutaties weergegeven.

Tabel 2: Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2018 (Eerste suppletoire begroting) (x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2018

Stand oorspronkelijke vastgestelde begroting 2018

 

7.117.510

     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   

1) Eigen personeel Belastingdienst

1

106.102

2) Inhuur externen Belastingdienst

1

65.472

3) Multiraterale ontwikkelingsbanken en fondsen

4

– 59.219

4) Programma onvoorzien

10

– 51.978

5) Apparaat onvoorzien

10

– 45.169

6) Loonbijstelling Nominaal en Onvoorzien

10

36.532

7) Overige materiële uitgaven Belastingdienst

1

– 28.133

8) ICT materiële uitgaven Belastingdienst

1

22.174

9) Prijsbijstelling Nominaal en Onvoorzien

10

14.721

Overige uitgaven (saldo)

– 11.030

     

Stand 1e suppletoire begroting 2018

 

7.166.982

Toelichting

  • 1. Er zijn middelen beschikbaar gesteld voor het CAO akkoord 2017, Brexit en voor de versterking van het grenstoezicht op Sint Maarten. Daarnaast zijn er middelen overgeheveld van de Aanvullende Post en artikel 10 naar artikel 1 voor Switch en voor de Investeringsagenda.

  • 2. Er zijn middelen overgeheveld van de Aanvullende Post ten behoeve van de inhuur van externen voor de uitvoering van de Investeringsagenda.

  • 3. Voor de International Development Association (IDA) van de Wereldbank is eind 2016 besloten de bijdragen voor IDA18 in 9 jaar te betalen in plaats van in 6 jaar. Daarnaast hebben de aandeelhouders van de Wereldbank 2018 politieke steun uitgesproken voor de kapitaalverhoging voor de Wereldbankonderdelen International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) en International Financial Corporation (IFC), om zo de financiële capaciteit van de Wereldbankgroep te vergroten.

  • 4. Er zijn middelen van artikel 10 naar artikel 1 overgemaakt ter financiering van Switch. Daarnaast is er vanuit de Aanvullende Post budget overgeheveld naar artikel 10 voor de uitvoeringskosten van fiscale maatregelen. Tot slot vindt er een kasschuif plaats.

  • 5. Financiën draagt bij aan de Rijksbrede problematiek. Daarnaast vindt er een kasschuif plaats en is de Eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting.

  • 6. Het kabinet heeft in 2017 compenserende loonruimte beschikbaar gesteld vanwege het CAO akkoord 2017. Deze middelen stonden op artikel 10 en worden uitgedeeld aan de Belastingdienst (artikel 1) en het kerndepartement (artikel 8). Daarnaast is de loonbijstelling voor 2018 toegevoegd.

  • 7. Voor Brexit worden middelen toegevoegd aan de begroting van de Belastingdienst (Douane). Daarnaast vindt er een kasschuif plaats.

  • 8. Er zijn middelen overgeheveld van de Aanvullende Post ten behoeve van de uitvoering van de Investeringsagenda.

  • 9. De prijsbijstelling voor 2018 is toegevoegd.

In onderstaande tabel worden de belangrijkste ontvangstenmutaties weergegeven.

Tabel 3: Overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2018 (Eerste suppletoire begroting) (x € 1.000)
 

Artikelnummer

Ontvangsten 2018

Stand oorspronkelijke vastgestelde begroting 2018

 

144.081.447

     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   

1) Belastingontvangsten

1

2.132.183

2) Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

3

513.000

3) Winstafdracht DNB

3

109.000

Overige ontvangsten (saldo)

658

     

Stand 1e suppletoire begroting 2018

 

146.836.288

Toelichting

  • 1. In de Voorjaarsnota 2018 worden de mutaties van de belastingontvangsten toegelicht.

  • 2. Vanwege goede winstcijfers van BNG, Holland Casino, Gasunie, ABN Amro en de Volksbank valt de dividendraming hoger uit dan eerder verwacht.

  • 3. De winstafdrachtraming wordt naar boven bijgesteld vanwege het feit dat de inkomsten op de bij DNB (De Nederlandsche Bank) aangehouden deposito’s van centrale banken van buiten het Eurosysteem stijgen.

2.2 Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties IXA

In onderstaande tabel worden de belangrijkste uitgavenmutaties weergegeven.

Tabel 4: Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2018 (Eerste suppletoire begroting) (x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2018

Stand oorspronkelijke vastgestelde begroting 2018

 

48.177.587

     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   

1) Aflossingen vaste schuld

11

– 1.381.000

2) Rentelasten vaste schuld

11

– 152.000

Overige uitgaven (saldo)

– 

– 2.884

     

Stand 1e suppletoire begroting 2018

 

46.641.703

Toelichting

  • 1. De aflossingen op de vaste schuld worden bepaald door de uitgifte van leningen in het verleden en zijn afhankelijk van de looptijd van de diverse uitgiftes. De afname van de aflossingen vaste schuld is het gevolg van vervroegde aflossingen van schuld met een aflosdatum in 2018 die eind 2017 hebben plaatsgevonden.

  • 2. De raming van de rentelasten vaste schuld wijzigt met name als gevolg van de gerealiseerde rentes op nieuw uitgegeven schuld en de bijgestelde financieringsbehoefte.

In onderstaande tabel worden de belangrijkste ontvangstenmutaties weergegeven.

Tabel 5: Overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2018 (Eerste suppletoire begroting) (x € 1.000)
 

Artikelnummer

Ontvangsten 2018

Stand oorspronkelijke vastgestelde begroting 2018

 

49.843.731

     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   

1) Uitgifte vaste schuld

11

– 10.551.000

2) Mutatie vlottende schuld

11

7.952.000

3) Sociale fondsen

12

– 1.041.059

4) Voortijdige beëindiging derivaten

11

480.000

5) Ontvangsten aflossingen

12

212.439

6) Rentebaten derivaten lang

11

– 109.000

7) Rentebaten vlottende schuld

11

104.000

8) Rentebaten

12

– 58.316

Overige ontvangsten (saldo)

0

     

Stand 1e suppletoire begroting 2018

 

46.832.795

Toelichting

  • 1. De raming voor de uitgifte van vaste schuld wijzigt als gevolg van het verwerken van het financieringsplan voor 2018 dat in december 2017 is gepubliceerd (– € 9,9 mld.) en als gevolg van de vervroegde aflossingen van schuld (– € 0,7 mld.).

  • 2. De mutatie vlottende schuld wijzigt met name als gevolg van het verwerken van het financieringsplan voor 2018 waar een verschuiving heeft plaatsgevonden van lange naar korte financiering. Daarnaast is de mutatie vlottende schuld gewijzigd als gevolg van vervroegde aflossingen en wijziging van de financieringsbehoefte in 2018.

  • 3. De inleg op de rekeningen courant van de sociale fondsen is gewijzigd als gevolg van mutaties in de premieontvangsten en de premiegefinancierde uitgaven. Het tekort bij de sociale fondsen zal naar verwachting nog steeds afnemen, maar met – € 1,0 mld. minder dan eerder geraamd.

  • 4. Het voortijdig beëindigen van rentederivaten leidt tot eenmalige ontvangsten. Het betreft de contant gemaakte waarde van de rentebaten die anders in de komende jaren zouden zijn ontvangen. Deze rentebaten zijn nu in één keer binnengekomen.

  • 5. Op basis van de actuele realisaties wordt verwacht dat de aflossingen op leningen, die door de Agentschappen en RWT’s zijn afgesloten, hoger zullen uitkomen dan eerder geraamd.

  • 6. De verwachte rentebaten op de langlopende renteswaps zijn afgenomen als gevolg van het voortijdig beëindigen van deze derivaten.

  • 7. De verwachte rentebaten op vlottende schuld zijn toegenomen als gevolg van het gewijzigde rentepercentage voor kortlopende schuld. Omdat de rente op kortlopende schud negatief is, en het verwachte rentepercentage verder negatief is geworden, leidt dit tot meer rentebaten op de vlottende schuld.

  • 8. De raming voor rentebaten kasbeheer is aangepast als gevolg van een wijziging van de rentepercentages van het CPB en vanwege wijzigingen in de aangehouden middelen.

3. Uitgebreide toelichting op mutaties met een tabel per begrotingsartikel

3.1 De beleidsartikelen (Ministerie van Financiën)

Dit hoofdstuk bevat de uitgebreide toelichting met een tabel «budgettaire gevolgen van beleid» per begrotingsartikel van begroting IX. Bij deze tabellen wordt een toelichting op de «mutaties 1e suppletoire begroting» gegeven. Hierbij worden tenminste de mutaties op instrumentniveau groter of gelijk aan eerder genoemde staffel toegelicht (tabel 1).

De mutaties kunnen zowel beleidsmatig als technisch (bijvoorbeeld overboekingen en ramingbijstellingen) van aard zijn. De toelichting op de mutatie van de belastingontvangsten is in de Voorjaarsnota opgenomen.

Artikel 1 Belastingen

Tabel 6: Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 1 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting

(1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

(2)

Vastgestelde begroting t

(3)=(1+2)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(4)

Stand 1ste suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Mutaties

2019

Mutaties

2020

Mutaties

2021

Mutaties

2022

Verplichtingen

2.872.375

0

2.872.375

160.786

3.033.161

169.414

118.683

108.506

108.018

                   

Uitgaven (1) + (2)

2.886.061

0

2.886.061

160.786

3.046.847

143.928

101.997

91.370

90.627

                   

(1) Programma-uitgaven

151.824

0

151.824

0

151.824

10.755

10.755

0

0

Waarvan juridisch verplicht

100%

 

100%

 

100%

       
                   

Rente

89.990

0

89.990

0

89.990

0

0

0

0

– Belasting- en invorderingsrente

89.990

0

89.990

0

89.990

0

0

0

0

                   

Bekostiging

5.955

0

5.955

0

5.955

0

0

0

0

– Proceskosten

4.161

0

4.161

0

4.161

0

0

0

0

– Overige programma-uitgaven

1.794

0

1.794

0

1.794

0

0

0

0

                   

Bijdrage agentschappen

55.879

0

55.879

0

55.879

10.755

10.755

0

0

– Waarvan: programmakosten

55.879

0

55.879

0

55.879

10.755

10.755

0

0

                   

(2) Apparaatsuitgaven

2.734.237

0

2.734.237

160.786

2.895.023

133.173

91.242

91.370

90.627

                   

Personele uitgaven

2.084.550

0

2.084.550

171.574

2.256.124

132.894

91.242

91.370

90.627

– Waarvan: Eigen personeel

1.959.221

0

1.959.221

106.102

2.065.323

129.411

89.474

90.974

90.231

– Waarvan: Inhuur externen

125.329

0

125.329

65.472

190.801

3.483

1.768

396

396

                   

Materiële uitgaven

649.687

0

649.687

– 10.788

638.899

279

0

0

0

– Waarvan: ICT

223.527

0

223.527

22.174

245.701

0

0

0

0

– Waarvan: Bijdrage SSO's

130.943

0

130.943

– 4.829

126.114

0

0

0

0

– Waarvan: Overige

295.217

0

295.217

– 28.133

267.084

279

0

0

0

                   

Ontvangsten (3) + (4)

136.740.112

2.992.703

139.732.815

2.132.183

141.864.998

0

0

0

0

                   

(3) Programma-ontvangsten

136.719.802

2.992.703

139.712.505

2.132.183

141.844.688

0

0

0

0

– Waarvan: Belastingontvangsten

135.917.249

2.992.703

138.909.952

2.132.183

141.042.135

0

0

0

0

                   

Rente

399.400

0

399.400

0

399.400

0

0

0

0

– Belasting- en invorderingsrente

399.400

0

399.400

0

399.400

0

0

0

0

                   

Boetes en schikkingen

205.877

0

205.877

0

205.877

0

0

0

0

– Ontvangsten boetes en schikkingen

205.877

0

205.877

0

205.877

0

0

0

0

                   

Bekostiging

197.276

0

197.276

0

197.276

0

0

0

0

– Kosten vervolging

197.276

0

197.276

0

197.276

0

0

0

0

                   

(4) Apparaatsontvangsten

20.310

0

20.310

0

20.310

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven (+ € 160,8 mln.)

Apparaatuitgaven

Personele uitgaven: eigen personeel (+ € 106,1 mln.)

De vijf voornaamste oorzaken van deze mutatie zijn:

  • 1. Er zijn voor Switch, Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)-heffingen en premies middelen overgeheveld van artikel 10 (Nominaal en Onvoorzien) naar artikel 1 (+ € 59,3 mln.).

  • 2. Het kabinet heeft in 2017 compenserende loonruimte beschikbaar gesteld vanwege het CAO- akkoord 2017 (+ € 19,3 mln.). Deze middelen zijn van artikel 10 overgeheveld naar artikel 1.

  • 3. Voor de Brexit worden middelen toegevoegd aan de begroting van de Belastingdienst (met name Douane processen) (+ € 6,5 mln.). Hierbij is rekening gehouden met het scenario dat er per 29 maart 2019 geen deal is ten aanzien van de Brexit en dus ook geen transitieperiode van 2 jaar. Wanneer blijkt dat zich een ander scenario voordoet, wordt er voor 2019 en verder een nieuwe raming opgesteld.

  • 4. Er zijn middelen vanuit de Aanvullende Post vrijgemaakt om projecten uit de Investeringsagenda (IA) te starten. Dit is verder toegelicht in de bijlage bij Kamerbrief «Beheerst vernieuwen»1. Ook zijn er middelen overgeheveld voor lopende projecten uit de Investeringsagenda en bedrijfskritische werving voor de Belastingdienst (+ € 19,2 mln.).

  • 5. Tot slot ontvangt de Belastingdienst middelen vanuit de Aanvullende Post voor de bijdrage van Douane Nederland aan de versterking van het grenstoezicht op Sint Maarten (+ € 0,7 mln.). Deze regeling is in het kader van de wederopbouw van Sint Maarten, tussen de regeringen van beide landen in december 2017 overeengekomen2. De bijstand van Douane Nederland voor de verbetering van het grenstoezicht op goederen wordt fasegewijs ingezet en gericht op in ieder geval de taakvelden drugs- en wapencontroles aan de grenzen en bestrijding van illegale geldstromen. De bijdrage van Douane Nederland zal bestaan uit a) het leveren van technische bijstanders, b) het ondersteunen en adviseren bij aanschaf en gebruik van controlemiddelen, c) het geven van opleidingen en trainingen en het adviseren en ondersteunen bij voorgenomen trainingen van Douane Sint Maarten. Deze activiteiten worden voor een periode van twee jaar uitgevoerd.

Personele uitgaven: inhuur externen (+ € 65,5 mln.)

Er zijn middelen overgeheveld van de Aanvullende Post om projecten uit de Investeringsagenda (IA) te dekken. Zoals is toegelicht in de bijlage bij Kamerbrief «Beheerst vernieuwen»3.

Materiële uitgaven: ICT (+ € 22,2 mln.)

Er zijn middelen uit de Aanvullende Post vrijgemaakt om projecten uit de IA te kunnen starten, zoals is toegelicht in de bijlage bij Kamerbrief «Beheerst vernieuwen»4 (+ € 38,4 mln.). Daarnaast heeft er een kasschuif plaatsgevonden (– € 16,2 mln.). Zie hiervoor de toelichting bij de kasschuif bij overige materiële uitgaven.

Materiële uitgaven: overige (– € 28,1 mln.)

De twee voornaamste oorzaken van deze mutatie zijn:

  • 1. Voor de Brexit worden middelen toegevoegd aan de begroting van de Belastingdienst (met name Douane processen) (+ € 12,9 mln.). Hierbij is rekening gehouden met het scenario dat er per 29 maart 2019 geen deal is ten aanzien van de Brexit en dus ook geen transitieperiode van 2 jaar. Wanneer blijkt dat zich een ander scenario voordoet, wordt er voor 2019 en verder een nieuwe raming opgesteld.

  • 2. Om te zorgen dat het beschikbare budget past bij het verloop van de uitgaven wordt er budget doorgeschoven van 2018 naar 2019 (– € 40,8 mln.).

Ontvangsten (+ € 2,1 mld.)

Belastingontvangsten (+ € 2,1 mld.)

In de Voorjaarsnota 2018 worden de mutaties van de belastingontvangsten toegelicht. De aansluiting met de bedragen in de begrotingstoelichting (artikel 1 Belastingen, tabel budgettaire gevolgen van beleid) ziet er als volgt uit:

Tabel 7: Belastingontvangsten
 

Vastgestelde begroting 2018

(1)

Mutatie 1e suppletoire begroting

(2)

Stand 1e suppletoire begroting 2018

(3) = (1+2)

Totaal belastingontvangsten

172.432.000

2.795.724

175.227.724

– /- Afdracht Gemeentefonds

28.282.670

587.666

28.870.336

– /- Afdracht Provinciefonds

2.187.740

72.715

2.260.455

– /- Afdracht BTW-Compensatiefonds

3.010.252

3.160

3.013.412

– /- Afdracht BES-fonds

41.386

0

41.386

Belastingontvangsten IX

138.909.952

2.132.183

141.042.135

Artikel 2 Financiële markten

Tabel 8: Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 2 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting

(1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

(2)

Vastgestelde begroting t

(3)=(1+2)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(4)

Stand 1ste suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Mutaties

2019

Mutaties

2020

Mutaties

2021

Mutaties

2022

Verplichtingen

28.769

0

28.769

– 71.827

– 43.058

– 397

– 1.738

– 1.738

– 1.738

waarvan garantieverplichtingen

                 

– Garantie BES

0

0

0

– 65.000

– 65.000

0

0

0

0

                   

Uitgaven

28.769

0

28.769

– 6.827

21.942

– 397

– 1.738

– 1.738

– 1.738

Waarvan juridisch verplicht

75,5%

 

75,5%

 

89,1%

       
                   

Subsidies

436

0

436

0

436

0

0

0

0

– Vakbekwaamheid

436

0

436

0

436

0

0

0

0

                   

Bekostiging

13.037

0

13.037

– 1.618

11.419

– 2.238

– 2.238

– 2.238

– 2.238

– Rechtspraak Financiële Markten

1.259

0

1.259

0

1.259

0

0

0

0

– Muntcirculatie

11.263

0

11.263

– 1.763

9.500

– 2.263

– 2.263

– 2.263

– 2.263

– Afname munten in circulatie

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Toezicht en handhaving MIF

120

0

120

130

250

0

0

0

0

– PSD II

195

0

195

0

195

0

0

0

0

– Overig

200

0

200

15

215

25

25

25

25

                   

Garanties

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

– Dotatie begrotingsreserve DGS BES

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

                   

Opdrachten

4.202

0

4.202

1.341

5.543

1.341

0

0

0

– Wijzer in geldzaken

272

0

272

1.641

1.913

1.341

0

0

0

– Vakbekwaamheid

3.930

0

3.930

– 300

3.630

0

0

0

0

– Overig

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                   

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

9.694

0

9.694

– 6.550

3.144

500

500

500

500

– Bijdrage AFM BES-toezicht

405

0

405

0

405

0

0

0

0

– Bijdrage BES-toezicht en FEC

2.289

0

2.289

450

2.739

500

500

500

500

– Overig

7.000

0

7.000

– 7.000

0

0

0

0

0

                   

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

400

0

400

0

400

0

0

0

0

– Caribean Financial Action Taskforce

20

0

20

0

20

0

0

0

0

– IASB

380

0

380

0

380

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

13.021

0

13.021

– 984

12.037

– 2.584

– 2.584

– 2.584

– 2.584

                   

Bekostiging

5.184

0

5.184

– 2.584

2.600

– 2.584

– 2.584

– 2.584

– 2.584

– Ontvangsten muntwezen

5.184

0

5.184

– 2.584

2.600

– 2.584

– 2.584

– 2.584

– 2.584

– Toename munten in circulatie

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                   

Overig

7.837

0

7.837

1.600

9.437

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen (– € 71,8 mln.)

Garantie BES (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) (– € 65,0 mln.)

De garantie depositogarantiestelsel (DGS) BES vloeit voort uit het DGS dat per 4 oktober 2017 voor Caribisch Nederland is ingevoerd. De Nederlandse Bank (DNB) schatte aanvankelijk in dat een dekkingsplafond van € 135,0 mln. nodig was. Naar huidige schatting is er een dekkingsplafond nodig van € 70,0 mln. De garantie wordt daarom met € 65,0 mln. naar beneden bijgesteld.

Uitgaven (– € 6,8 mln.)

Muntcirculatie (– € 1,8 mln.)

Inzicht in het ramingsmodel laat zien dat er meerjarig minder budget nodig is.

Wijzer in geldzaken (+ € 1,6 mln.)

Het platform Wijzer in Geldzaken wordt gezamelijk met partners uit de financiele sector bekostigd. Er zijn afspraken gemaakt over hun bijdrage.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s (– € 7,0 mln.).

Dit betreft de bijdrage van het Ministerie van Financiën aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor bouw en vulling van het «ultimate beneficial owner» (UBO-register). Het UBO-register moet helpen voorkomen dat het financiële stelsel wordt gebruikt voor het witwassen van geld of voor terrorismefinanciering.

Ontvangsten (– € 1,0 mln.)

Ontvangsten muntwezen (– € 2,6 mln.)

De ontvangsten zijn gebaseerd op de meest recente prognose voor het aantal munten dat in 2018 voor verzamelaars zal worden geslagen. Die prognose heeft geleid tot de voorgestelde neerwaartse aanpassing van de ontvangsten muntwezen.

Overig (+ € 1,6 mln.).

In 2018 ontvangt het Ministerie van Financiën een bedrag van € 1,6 mln. aan boeteontvangsten over 2017 van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Dit is een vast onderdeel van ontvangsten «Overig». Als de AFM meer dan € 2,5 mln. aan boetes over een kalenderjaar ontvangt, dan moet zij alles daarboven aan het Ministerie van Financiën afdragen. Deze post varieert daarom ieder jaar.

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Tabel 9: Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 3 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting

(1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

(2)

Vastgestelde begroting t

(3)=(1+2)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(4)

Stand 1ste suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Mutaties

2019

Mutaties

2020

Mutaties

2021

Mutaties

2022

Verplichtingen

18.588

0

18.588

– 5.730.282

– 5.711.694

– 3.082

– 3.582

– 3.582

– 3.582

Waarvan garantieverplichtingen

                 

– Garantie DNB

0

0

0

– 5.700.000

– 5.700.000

0

0

0

0

– Garanties en vrijwaringen staatsdeelnemingen

0

0

0

– 30.000

– 30.000

0

0

0

0

                   

Uitgaven

366.932

0

366.932

– 282

366.650

– 3.082

– 3.582

– 3.582

– 3.582

Waarvan juridisch verplicht

99,5%

 

99,5%

 

99,5%

       
                   

Vermogensverschaffing

350.000

0

350.000

0

350.000

0

0

0

0

– Kapitaalinjectie TenneT

350.000

0

350.000

0

350.000

0

0

0

0

– Conversie schuld KNM

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                   

Vermogensonttrekking

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Afdrachten Staatsloterij

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                   

Bijdrage aan RWT

7.500

0

7.500

– 2.500

5.000

– 2.500

– 2.500

– 2.500

– 2.500

– NLFI

7.500

0

7.500

– 2.500

5.000

– 2.500

– 2.500

– 2.500

– 2.500

                   

Garanties

4.900

0

4.900

– 50

4.850

– 50

– 50

– 50

– 50

– Regeling BF

100

0

100

– 50

50

– 50

– 50

– 50

– 50

– Dotatie begrotingsreserve TenneT

4.800

0

4.800

0

4.800

0

0

0

0

                   

Opdrachten

4.532

0

4.532

2.268

6.800

– 532

– 1.032

– 1.032

– 1.032

– Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

4.532

0

4.532

2.268

6.800

– 532

– 1.032

– 1.032

– 1.032

                   

Ontvangsten

984.550

0

984.550

619.796

1.604.346

265.750

– 46.250

– 30.250

114.750

                   

Vermogensonttrekking

973.000

0

973.000

622.000

1.595.000

268.000

– 44.000

– 28.000

117.000

– Opbrengst verkoop vermogenstitels

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Dividend en afdrachten staatsdeelnemingen

967.000

0

967.000

513.000

1.480.000

107.000

– 73.000

– 28.000

– 23.000

– Afdrachten Staatsloterij

0

 

0

0

0

0

0

0

0

– Winstafdracht DNB

6.000

0

6.000

109.000

115.000

161.000

29.000

0

140.000

Waarvan SMP-Griekenland

27.000

0

27.000

27.000

54.000

0

0

0

0

Waarvan investeringsportefeuille DNB

0

0

0

51.000

51000

0

0

0

0

                   

Bijdrage aan RWT

6.750

0

6.750

– 2.250

4.500

– 2.250

– 2.250

– 2.250

– 2.250

– NLFI

6.750

0

6.750

– 2.250

4.500

– 2.250

– 2.250

– 2.250

– 2.250

                   

Garanties

4.800

0

4.800

46

4.846

0

0

0

0

– Premieontvangsten garantie TenneT

4.800

0

4.800

0

4.800

0

0

0

0

– Overig

0

0

0

46

46

0

0

0

0

                   

Opdrachten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Terug te vorderen kosten staatsdeelnemingen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen (– € 5.730,3 mln.)

Garantie De Nederlandsche Bank (DNB) (– € 5.700,0 mln.)

De in 2013 afgegeven garantie aan DNB ter waarde van € 5,7 mld. is per 1 maart 2018 afgelopen. De garantie komt daarmee te vervallen.

Garanties en vrijwaringen staatsdeelnemingen (– € 30,0 mln.)

Naar verwachting zal NS dit jaar € 30,0 mln. van de uitstaande leningen bij Eurofima aflossen. Hierdoor wordt de garantie met ditzelfde bedrag verlaagd.

Uitgaven (– € 0,3 mln.)

Bijdrage aan RWT – NLFI (– € 2,5 mln.).

De begroting voor 2018 van NL Financial Investments (NLFI) is € 2,5 mln. lager dan die van 2017. Dit komt doordat de financiële deelnemingen, waar NLFI het aandeelhouderschap van uitvoert, geleidelijk worden verkocht. Dit leidt tot een vermindering van zowel de uitgaven als ontvangsten.

Opdrachten – Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen (+ € 2,3 mln.)

Het budget voor uitvoeringskosten staatsdeelnemingen wordt naar boven bijgesteld vanwege de kosten die gemoeid zijn met de rechtszaken rondom de nationalisatie van SNS Reaal.

Ontvangsten (+ € 619,8 mln.)

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen (+ € 513,0 mln.)

Vanwege goede winstcijfers van BNG, Holland Casino, Gasunie, ABN Amro en de Volksbank valt de dividendraming hoger uit dan eerder verwacht.

Winstafdracht DNB (+ € 109,0 mln.)

De winstafdrachtraming wordt naar boven bijgesteld vanwege het feit dat de inkomsten op de bij DNB aangehouden deposito’s van centrale banken van buiten het Eurosysteem stijgen.

Bijdrage aan RWT – NLFI (– € 2,3 mln.)

Zie toelichting bij verplichtingen en uitgaven: bijdrage aan RWT – NLFI.

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Tabel 10: Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 4 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting

(1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

(2)

Vastgestelde begroting t

(3)=(1+2)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(4)

Stand 1ste suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Mutaties

2019

Mutaties

2020

Mutaties

2021

Mutaties

2022

Verplichtingen

257.820

0

257.820

– 225.115

32.705

– 38.119

– 28.349

17.519

17.994

Waarvan garantieverplichtingen:

                 

– Deelneming multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen

146.326

0

146.326

– 225.232

– 78.906

0

0

0

0

– Garantie aan DNB inzake IMF en BIS

0

0

0

– 33.617

– 33.617

0

0

0

0

– Kredieten EU-betalingsbalanssteun

0

0

0

50.000

50.000

0

0

0

0

– EFSM

0

0

0

60.000

60.000

0

0

0

0

– AIIB

0

0

0

– 12.338

– 12.338

0

0

0

0

                   

Uitgaven

419.328

0

419.328

– 63.928

355.400

– 38.119

– 28.349

17.519

17.994

Waarvan juridisch verplicht

99,6%

 

99,6%

 

99,5%

       

Bijdrage aan internationale organisatie

313.391

0

313.391

– 63.928

249.463

– 38.119

– 28.349

17.519

17.994

– Multilarerale ontwikkelingsbanken en fondsen

274.895

0

274.895

– 59.219

215.676

– 33.922

– 28.349

17.519

17.994

– AIIB

38.496

0

38.496

– 4.709

33.787

– 4.197

0

0

0

Leningen

104.260

0

104.260

0

104.260

0

0

0

0

– Teruggave winsten SMP/ANFA

104.260

0

104.260

0

104.260

0

0

0

0

Opdrachten

1.677

0

1.677

0

1.677

0

0

0

0

– Technische assistentie kiesgroeplanden

1.677

0

1.677

0

1.677

0

0

0

0

                   
                   

Ontvangsten

7.032

0

7.032

500

7.532

2.200

4.800

5.900

13.600

Deelname aan internationale organisaties

655

0

655

4.000

4.655

4.000

2.000

2.000

2.000

– Ontvangsten IFI's

655

0

655

4.000

4.655

4.000

2.000

2.000

2.000

Leningen

6.377

0

6.377

– 3.500

2.877

– 1.800

2.800

3.900

11.600

– Renteontvangsten lening Griekenland

6.377

0

6.377

– 3.500

2.877

– 1.800

2.800

3.900

11.600

                   

Toelichting

Verplichtingen (– € 225,1 mln.)

Wisselkoersbijstelling garantieverplichting DNB-IMF (– € 33,6 mln.)

Voor de uitstaande garantieverplichtingen van het International Monetary fund (IMF) vindt een wisselkoersbijstelling plaats op basis van de wisselkoersstand SDR/EUR van 1 maart 2018.

Deelneming multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen (– € 225,2 mln.)

De uitstaande garantieverplichting wordt in 2018 aangepast aan de hand van de meest recente wisselkoersramingen Centraal Economisch Plan (CEP)-raming 2018 van het Centraal Planbureau (CPB).

Kredieten EU-betalingsbalanssteun (+ € 50,0 mln.)

Naar aanleiding van een verwachte verandering in het Nederlandse aandeel EU-BNI (Bruto Nationaal Inkomen), neemt ook het Nederlandse aandeel in de bestaande garantieverplichting voor de EU-betalingsbalanssteun toe. In de Spring Forecast 2017 van de Europese Commissie bedroeg dit aandeel 4,7%. In Spring Forecast 2018 stijgt dit aandeel naar verwachting naar 4,8%.

EFSM (Europees Financieel Stabilisatiemechanisme) (+ € 60,0 mln.)

Naar aanleiding van een verwachte verandering in het Nederlandse aandeel in het EU-BNI, neemt ook het Nederlandse aandeel in de bestaande garantieverplichting voor het EFSM toe. In de Spring Forecast 2017 van de Europese Commissie bedroeg dit aandeel 4,7%. In Spring Forecast 2018 stijgt dit aandeel naar verwachting naar 4,8%.

AIIB (Asian Infrastructure Investment Bank) (– € 12,3 mln.)

De uitstaande garantieverplichting wordt in 2018 aangepast aan de hand van de meest recente CEP-wisselkoersraming van het CPB van maart 2018.

Uitgaven (– € 63,9 mln.)

Deelneming multiraterale ontwikkelingsbanken en fondsen (– € 59,2 mln.)

Voor de International Development Association (IDA) van de Wereldbank is eind 2016 besloten de bijdragen voor IDA18 in 9 jaar te betalen in plaats van in 6 jaar. Doordat de bijdrage over meer jaren wordt verspreid, vallen de betalingen per jaar lager uit dan eerder geraamd. Daarnaast hebben de aandeelhouders van de Wereldbank – waaronder Nederland – tijdens de Voorjaarsvergadering in april 2018 politieke steun uitgesproken voor de kapitaalverhoging voor de Wereldbankonderdelen International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) en International Financial Corporation (IFC), om zo de financiële capaciteit van de Wereldbankgroep te vergroten5. Officiële goedkeuring is later dit jaar voorzien via ondertekening van resoluties door de gouverneurs. Nederland zal vervolgens in 2019 naar verwachting de verplichting voor de eventuele deelname aan de kapitaalverhoging formeel aan de bank afgeven. Hiervoor wordt nu budgettaire voorziening getroffen.

AIIB (Asian Infrastructure Investment Bank) (– € 4,7 mln.)

Voor 2018 is wegens de Nederlandse deelname aan de AIIB een kapitaalstorting geraamd. Deze kapitaalstorting in 2018 is een tranche van USD 41,26 mln. Op basis van de CEP-wisselkoersraming 2018 van het CPB van maart 2018 wordt de kapitaalstorting bijgesteld.

Ontvangsten (+ € 0,5 mln.)

Ontvangsten IFI’s (Internationale Financiële Instellingen) (+ € 4,0 mln.)

Er is sprake van een bijstelling van de geraamde ontvangsten voor de deelname aan de IFI’s. Door deze bijstelling worden de geraamde ontvangsten in lijn gebracht met de gerealiseerde ontvangsten uit de afgelopen jaren. De stelposten worden daartoe voor 2018 en 2019 met € 4,0 mln. naar boven bijgesteld en vanaf 2020 met structureel € 2,0 mln. naar boven bijgesteld.

Renteontvangsten lening Griekenland (– € 3,5 mln.)

Door een lagere rente dan tijdens het opstellen van de begroting werd geraamd, zullen de ontvangsten op de bilaterale leningen aan Griekenland lager uitvallen.

Artikel 5 Exportkredietverzekering, garanties- en investeringsverzekeringen

Tabel 11: Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 5 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting

(1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

(2)

Vastgestelde begroting t

(3)=(1+2)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(4)

Stand 1ste suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Mutaties

2019

Mutaties

2020

Mutaties

2021

Mutaties

2022

Verplichtingen

10.012.742

0

10.012.742

0

10.012.742

0

0

0

0

Waarvan garantieverplichtingen:

                 

– Exportkredietverzekeringen

10.000.000

0

10.000.000

0

10.000.000

0

0

0

0

                   

Uitgaven

75.442

0

75.442

0

75.442

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

100%

 

100%

 

100%

       
                   

Garanties

62.700

0

62.700

0

62.700

0

0

0

0

– Schade-uitkering ekv

62.700

0

62.700

0

62.700

0

0

0

0

– Schade-uitkering investeringsverzekeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Dotatie begrotingsreserve ekv

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Schade-uitkering Seno-Gom

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                   

Opdrachten

12.687

0

12.687

0

12.687

0

0

0

0

– Kostenvergoeding Atradius DSB

12.687

0

12.687

0

12.687

0

0

0

0

                   

Overige

55

0

55

0

55

0

0

0

0

– Overige uitgaven

55

0

55

0

55

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

280.422

0

280.422

0

280.422

0

0

0

0

                   

Garanties

280.422

0

280.422

0

280.422

0

0

0

0

– Premies EKV

91.250

0

91.250

0

91.250

0

0

0

0

– Schaderestituties EKV

189.172

0

189.172

0

189.172

0

0

0

0

– Onttrekking begrotingsreserve Seno-Gom

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Schaderestituties Seno-Gom

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten (+ € 0,0 mln.)

Artikel 6 BTW-compensatiefonds

Tabel 12: Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 6 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting

(1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

(2)

Vastgestelde begroting t

(3)=(1+2)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(4)

Stand 1ste suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Mutaties

2019

Mutaties

2020

Mutaties

2021

Mutaties

2022

Verplichtingen

3.010.252

0

3.010.252

3.160

3.013.412

0

0

0

0

                   

Uitgaven

3.010.252

0

3.010.252

3.160

3.013.412

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

100%

 

100%

 

100%

       
                   

Bijdrage aan medeoverheden

3.010.252

0

3.010.252

3.160

3.013.412

0

0

0

0

– Waarvan bijdragen aan gemeenten en kaderwetgebieden

2.618.706

0

2.618.706

1.484

2.620.190

0

0

0

0

– Waarvan bijdragen aan provincies

391.546

0

391.546

1.676

393.222

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

3.010.252

0

3.010.252

3.160

3.013.412

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten (+ € 3,2 mln.)

2.3 De niet-beleidsartikelen

Artikel 8 Centraal apparaat

Tabel 13: Budgettaire gevolgen van beleid, niet-beleidsartikel 8 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting

(1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

(2)

Vastgestelde begroting t

(3)=(1+2)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(4)

Stand 1ste suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Mutaties

2019

Mutaties

2020

Mutaties

2021

Mutaties

2022

Verplichtingen

233.707

0

233.707

2.457

236.164

2.450

2.217

2.157

2.152

                   

Uitgaven

233.707

0

233.707

2.457

236.164

2.450

2.217

2.157

2.152

                   

Personeel Kerndepartement

159.158

0

159.158

1.719

160.877

1.145

1.212

1.413

1.514

– Eigen personeel

150.344

0

150.344

1.655

151.999

1.412

1.479

1.680

1.781

– Inhuur externen

8.075

0

8.075

48

8.123

0

0

0

0

– Overig personeel

739

0

739

16

755

– 267

– 267

– 267

– 267

                   

Materieel Kerndepartement

74.549

0

74.549

738

75.287

1.305

1.005

744

638

– Waarvan ICT

8.616

0

8.616

700

9.316

700

450

450

450

– Waarvan bijdrage aan SSO's

37.348

0

37.348

0

37.348

0

0

0

0

– Waarvan overig materieel

28.585

0

28.585

38

28.623

605

555

294

188

                   

Ontvangsten

53.355

0

53.355

186

53.541

186

186

186

186

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven (+ € 2,5 mln.)

Ontvangsten (+ € 0,2 mln.)

Artikel 10 Nominaal en onvoorzien

Tabel 14: Budgettaire gevolgen van beleid, niet-beleidsartikel 10 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting

(1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

(2)

Vastgestelde begroting t

(3)=(1+2)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(4)

Stand 1ste suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Mutaties

2019

Mutaties

2020

Mutaties

2021

Mutaties

2022

Verplichtingen

37.705

0

37.705

– 45.894

– 8.189

90.176

68.804

65.696

67.268

                   

Uitgaven

97.019

0

97.019

– 45.894

51.125

90.176

68.804

65.696

67.268

– Programma onvoorzien

5.257

0

5.257

– 51.978

– 46.721

38.420

30.090

30.161

30.161

– Apparaat onvoorzien

70.432

0

70.432

– 45.169

25.263

3.000

– 10.000

– 10.000

– 10.000

– Loonbijstelling

21.330

0

21.330

36.532

57.862

34.806

35.077

32.051

33.503

– Prijsbijstelling

0

0

0

14.721

14.721

13.950

13.637

13.484

13.604

                   

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven (– € 45,9 mln.)

Programma onvoorzien (– € 52,0 mln.)

De mutatie wordt hoofdzakelijk verklaard door:

  • 1. Er zijn gereserveerde middelen van artikel 10 overgemaakt aan artikel 1 Belastingen voor Switch, RVU-heffingen en premies (zie toelichting bij artikel 1 – personele uitgaven) (– € 59,3 mln.).

  • 2. Op artikel 10 wordt budget gereserveerd voor de uitvoeringskosten van fiscale maatregelen. Dit budget wordt gefinancierd uit ruimte op de Herijking Investeringsagenda (HIA)-middelen op de Aanvullende Post (AP). Cumulatief meerjarig gaat het om + € 135,0 mln. waarvan + € 15 miljoen in 2018.

  • 3. Er wordt € 10,0 mln. budget van 2018 naar 2019 geschoven. Grotendeels is dit te verklaren doordat het budget voor het opstarten van InvestNL deels nodig is in 2019.

Apparaat onvoorzien (– € 45,2 mln.)

Deze mutatie wordt hoofdzakelijk verklaard door:

  • 1. Bijdrage van – € 60,0 mln. aan de Rijksbrede problematiek onder het uitgavenplafond.

  • 2. De Eindejaarsmarge 2017 is uitgedeeld (+ € 32,8 mln.).

  • 3. Een deel van de eindejaarsmarge 2017 (– € 18,0 mln.) wordt doorgeschoven om meerjarige problematiek binnen de begroting van het Ministerie van Financiën op te kunnen lossen.

Loonbijstelling (+ € 36,5 mln.)

Deze mutatie wordt hoofdzakelijk verklaard door:

  • 1. Het kabinet heeft in 2017 compenserende loonruimte beschikbaar gesteld vanwege het CAO akkoord 2017 (– € 20,8 mln.). Deze middelen staan gereserveerd op artikel 10 en worden structureel overgeheveld naar artikel 1 – Belastingen (– € 19,3 mln.) en artikel 8 – Centraal apparaat (– € 1,5 mln.).

  • 2. De loonbijstelling tranche 2018 is toegevoegd aan de departementale begrotingen (+ € 57,4 mln.).

Prijsbijstelling (+ € 14,7 mln.)

De prijsbijstelling tranche 2018 wordt toegevoegd aan de departementale begrotingen (+ € 14,7 mln.).

2.4 De beleidsartikelen (Nationale Schuld)

Artikel 11 – Financiering Staatsschuld

Tabel 15: Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 11 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000.000)
 

Stand ontwerpbegroting

(1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

(2)

Vastgestelde begroting t

(3)=(1+2)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(4)

Stand 1ste suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Mutaties

2019

Mutaties

2020

Mutaties

2021

Mutaties

2022

Verplichtingen

46.566

79

46.645

– 1.536

45.110

– 533

– 160

– 181

– 518

Waarvan garantieverplichtingen

                 
                   

Uitgaven

46.566

79

46.645

– 1.536

45.110

– 533

– 160

– 181

– 518

Waarvan juridisch verplicht

100%

 

100%

 

100%

       
                   

Rente

6.366

79

6.445

– 152

6.293

– 122

– 159

– 181

– 517

– Rentelasten vaste schuld

6.366

79

6.445

– 152

6.293

– 122

– 144

– 235

– 690

– Rentelasten vlottende schuld

0

0

0

0

0

0

– 15

54

173

– Uitgaven voortijdige beëindiging schuld

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Rente derivaten kort

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                   

Leningen

40.181

0

40.181

– 1.381

38.800

– 411

– 1

0

– 1

– Aflossing vaste schuld

40.181

0

40.181

– 1.381

38.800

– 411

– 1

0

– 1

– Mutatie vlottende schuld

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                   

Opdrachten

19

0

19

– 3

17

0

0

0

0

– Overige kosten

19

0

19

– 3

17

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

35.569

2.753

38.322

– 2.124

36.198

– 1.354

– 278

1.393

674

                   

Rente

1.787

– 16

1.771

475

2.246

4

– 50

– 3

– 71

– Rentebaten vaste schuld

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Rentebaten vlottende schuld

253

– 16

237

104

341

117

0

0

0

– Voortijdige beëindiging schuld

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Rentebaten derivaten lang

1.534

0

1.534

– 109

1.425

– 113

– 50

– 3

– 71

– Voortijdige beëindiging derivaten

0

0

0

480

480

0

0

0

0

                   

Leningen

33.782

2.769

36.551

– 2.599

33.952

– 1.358

– 228

1.396

745

– Uitgifte vaste schuld

33.782

2.769

36.551

– 10.551

26.000

– 1.358

– 228

1.396

745

– Mutatie vlottende schuld

0

0

0

7.952

7.952

0

0

0

0

                   

Overige baten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven (– € 1,5 mld.)

Rentelasten vaste schuld (– € 152,0 mln.)

De raming van de rentelasten vaste schuld wijzigt met name als gevolg van de gerealiseerde rentes op nieuw uitgegeven schuld en de bijgestelde financieringsbehoefte.

Aflossen vaste schuld (– € 1,4 mld.)

De aflossingen op de vaste schuld worden bepaald door de uitgifte van leningen in het verleden en zijn afhankelijk van de looptijd van de diverse uitgiftes. De afname van de aflossingen vaste schuld is het gevolg van vervroegde aflossingen van schuld met een aflosdatum in 2018 die eind 2017 hebben plaatsgevonden.

Ontvangsten (– € 2,1 mld.)

Rentebaten vlottende schuld (+ € 104,0 mln.)

De verwachte rentebaten op vlottende schuld zijn toegenomen als gevolg van het gewijzigde rentepercentage voor kortlopende schuld. Omdat de rente op kortlopende schud negatief is, en het verwachte rentepercentage verder negatief is geworden, leidt dit tot meer rentebaten op de vlottende schuld.

Rentebaten derivaten lang (– € 109,0 mln.)

De verwachte rentebaten op de langlopende renteswaps zijn afgenomen als gevolg van het voortijdig beëindigen van deze derivaten.

Voortijdige beëindiging derivaten (+ € 480,0 mln.)

Het voortijdig beëindigen van rentederivaten leidt tot eenmalige ontvangsten. Het betreft de contant gemaakte waarde van de rentebaten die anders in de komende jaren zouden zijn ontvangen. Deze rentebaten zijn nu in één keer binnengekomen.

Uitgifte vaste schuld (– € 10,6 mld.)

De raming voor de uitgifte van vaste schuld wijzigt als gevolg van het verwerken van het financieringsplan voor 2018 dat in december 2017 is gepubliceerd (– € 9,9 mld.) en als gevolg van de vervroegde aflossingen van schuld (– € 0,7 mld.).

Mutatie vlottende schuld (+ € 8,0 mld.)

De mutatie vlottende schuld wijzigt met name als gevolg van het verwerken van het financieringsplan voor 2018 waar een verschuiving heeft plaatsgevonden van lange naar korte financiering. Daarnaast is de mutatie vlottende schuld gewijzigd als gevolg van vervroegde aflossingen en wijziging van de financieringsbehoefte in 2018.

Artikel 12 – Kasbeheer

Tabel 16: Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 12 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000.000)
 

Stand ontwerpbegroting

(1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

(2)

Vastgestelde begroting t

(3)=(1+2)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(4)

Stand 1ste suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Mutaties

2019

Mutaties

2020

Mutaties

2021

Mutaties

2022

Verplichtingen

1.532

0

1.532

0

1.532

– 14

– 59

394

– 1.309

                   

Uitgaven

1.532

0

1.532

0

1.532

– 14

– 59

394

– 1.309

Waarvan juridisch verplicht

100%

 

100%

 

100%

       
                   

Rente

32

0

32

0

32

– 14

– 59

– 112

– 46

– Rentelasten

32

0

32

0

32

– 14

– 59

– 112

– 46

– Uitgaven bij voortijdige beëindiging (hoofdsom)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                   

Leningen

1.500

0

1.500

0

1.500

0

0

0

0

– Verstrekte leningen

1.500

0

1.500

0

1.500

0

0

0

0

                   

Mutaties in rekening-courant en deposito's

0

0

0

0

0

0

0

506

– 1.262

– Agentschappen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– RWT’s en derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Sociale fondsen

0

0

0

0

0

0

0

506

– 1.262

– Decentrale Overheden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

10.641

881

11.522

– 887

10.635

– 1.143

71

– 57

– 63

                   

Rente

171

2

174

– 58

115

– 30

– 32

– 39

– 25

– Rentebaten

171

2

174

– 58

115

– 30

– 32

– 39

– 25

– Ontvangsten bij voortijdige beëindiging

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Leningen

1.031

0

1.031

212

1.244

– 20

– 10

– 18

– 37

– Ontvangen aflossingen

1.031

0

1.031

212

1.244

– 20

– 10

– 18

– 37

                   

Mutaties in rekening-courant en deposito's

9.438

878

10.317

– 1.041

9.276

– 1.092

113

0

0

– Agentschappen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– RWT’s en derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– Sociale fondsen

8.338

878

9.217

– 1.041

8.176

– 1.092

113

0

0

– Decentrale Overheden

1.100

0

1.100

0

1.100

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven (€ 0 mln.)

Onvangsten (– € 0,9 mld.)

Rentebaten (– € 58,3 mln.)

De raming voor rentebaten kasbeheer is aangepast als gevolg van een wijziging van de rentepercentages van het CPB waarmee de ramingen worden opgesteld en veranderingen bij de aangehouden middelen.

Ontvangsten aflossingen (+ € 212,4 mln.)

Op basis van de actuele realisaties wordt verwacht dat de aflossingen op leningen, die door de Agentschappen en RWT’s zijn afgesloten, hoger zullen uitkomen dan eerder geraamd.

Sociale fondsen (– € 1,0 mld.)

De inleg van de sociale fondsen is gewijzigd als gevolg van mutaties in de premieontvangsten en de premiegefinancierde uitgaven. Het tekort bij de sociale fondsen zal naar verwachting nog steeds afnemen, maar met – € 1,0 mld. minder dan eerder geraamd.


X Noot
1

Kamerstukken II 2017–2018, 31 066, nr. 403.

X Noot
3

Kamerstukken II 2017–2018, 31 066, nr. 403.

X Noot
4

Kamerstukken II 2017–2018, 31 066, nr. 403.

X Noot
5

Kamerbrief «Verslag Voorjaarsvergadering Wereldbankgroep 2018», 22 mei 2018