34 934 Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op het financieel toezicht in verband met de implementatie van Richtlijn 2016/2341/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV’s) (PbEU 2016, L 354)

Nr. 13 AMENDEMENT VAN DE LEDEN OMTZIGT EN BRUINS

Ontvangen 26 september 2018

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel M, wordt aan het voorgestelde artikel 90a, vierde lid, onderdeel c, toegevoegd «, met inachtneming van het bepaalde in artikel 132».

II

In artikel II, onderdeel N, wordt aan het voorgestelde artikel 98a, vierde lid, onderdeel c, toegevoegd «, met inachtneming van het bepaalde in artikel 127».

Toelichting

Dit amendement regelt dat bij grensoverschrijdende waardeoverdracht voldaan moet worden aan de zekerheidsmaatstaf van 97,5%, zoals verankerd in artikel 132, tweede lid, van de Pensioenwet en artikel 127, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Bij binnenlandse waardeoverdracht zal altijd voldaan moeten worden aan deze zekerheidsmaatstaf. Het toetsen naar deze norm in alleen binnenlandse situaties werkt toezichtsarbitrage in de hand. Immers als de buitenlandse rekenrente veel hoger is dan zal de ontvangende toezichthouder vrij snel tot de conclusie komen dat het veilig is om over te dragen. Door de toetsing door de ontvangende uitvoerder te laten verrichten mede gebaseerd op de zekerheidsmaatstaf van 97,5% stijgt de kans dat de overdracht geschiedt op een solide financiële basis.

Omtzigt Bruins

Naar boven