Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834918 nr. 5

34 918 Wijziging van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met het verstrekken van gegevens over personen met diplomatieke immuniteit die verkeersovertredingen hebben begaan

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 22 mei 2018

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.

Inhoudsopgave

blz.

     

1.

Inleiding

1

2.

Uitspraak gerechtshof 26 september 2014 en Verdrag van Wenen

3

3.

Systeem van notificatiebrieven

5

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de wijziging van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met het verstrekken van gegevens over personen met diplomatieke immuniteit die verkeersovertredingen hebben begaan (hierna: het wetsvoorstel). Zij hebben hier lang om gevraagd en zijn blij dat het voorstel eindelijk naar de Kamer is gestuurd. Het ongestraft overtreden van verkeersregels door diplomaten is veel mensen een doorn in het oog. Daarom is het goed dat dit wetsvoorstel er komt. Wel hebben voornoemde leden nog enkele vragen.

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben hierbij nog enkele vragen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van onderhavig wetsvoorstel. Hoewel zij veel waarde hechten aan de functie die de diplomatieke immuniteit vervult in internationaal verband en de bescherming die het onze eigen mensen in het buitenland biedt, achten zij het van belang dat iedereen in Nederland zich aan de wet houdt.

Wat in het wegverkeer geldt, geldt evenzeer in de internationale diplomatie: gedrag je als een heer – dan wel een dame – in het verkeer. Vanuit dat perspectief is het gepast dat een ieder die zich op de weg of in de publieke ruimte gedraagt op een wijze die strijdig is met de wet, daarop aangesproken wordt. Ook zij die (terecht) beschikken over diplomatieke onschendbaarheid. Nu blijkt dat het opleggen van boetes niet is toegestaan, is het sturen van een notificatiebrief een werkbaar alternatief.

Deze leden spreken de hoop uit dat de regering zich onverminderd zal uitspreken tegen het overtreden van de Nederlandse wet, ook door personen met diplomatieke immuniteit. Zeker als er sprake is van een zekere mate van recidive – door individuele personen dan wel door een bepaalde vertegenwoordiging – zouden voornoemde leden graag de bevestiging van de regering krijgen dat naast deze mogelijkheid van (individuele) notificatie ook in meer algemene zin het gesprek wordt gevoerd met de betreffende vertegenwoordiging. De aan het woord zijnde leden hebben nog enkele vragen over het wetsvoorstel.

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben eerder aangegeven van mening te zijn dat het nodig is maatregelen te treffen tegen schendingen van de Nederlandse wet door geprivilegieerden, die in overeenstemming zijn met het Verdrag van Wenen (Kamerstuk 34 300 V, nr. 46). Deze leden zijn verheugd te vernemen dat de regering met dit wetsvoorstel gehoor heeft gegeven aan hun aanmoediging. Graag willen zij de regering dienaangaande nog een enkele vraag stellen.

De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van onderhavig wetsvoorstel, maar hebben nog wel een aantal vragen, opmerkingen en ideeën teneinde diplomaten niet zomaar weg te laten komen met een verkeersovertreding.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggend wetsvoorstel. Ook zij zijn van mening dat het onwenselijk is dat als personen met diplomatieke immuniteit verkeersovertredingen begaan, daarop niet zouden kunnen worden aangesproken. Dat de regering middels dit wetsvoorstel probeert, nu administratieve of strafrechtelijke sancties niet mogelijk blijken te zijn, diplomaten op een andere manier op door hen begane verkeersovertredingen aan te spreken, vinden de aan het woord zijnde leden terecht.

Echter vragen zij of het sturen van een notificatie aan de desbetreffende diplomaat of zijn organisatie in plaats van een bekeuring, wel het gewenste effect zal sorteren. Waaruit leidt de regering af dat iemand die een verkeersovertreding begaat en de desbetreffende boete niet wil betalen, zijn gedrag voortaan zal gaan aanpassen naar aanleiding van enkel een notificatie? Waarom zullen dergelijke diplomaten zich voortaan wel aan de Nederlandse wet- en regelgeving zullen gaan houden? Waar zit concreet de prikkel in om zich aan de verkeersregels te gaan houden? Deelt u de mening dat een moreel appel weinig effect zal sorteren als het gericht wordt tot een diplomaat die er vanuit gaat dat hij vanwege zijn immuniteit toch straffeloos blijft en daardoor verkeersregels aan de laars lapt? Zo ja, wat zegt dat over de kracht van de notificatie? Zo nee, waarom deelt de regering die mening niet?

2. Uitspraak gerechtshof 26 september 2014 en Verdrag van Wenen

De leden van de PVV-fractie merken op dat eerder is aangegeven dat uit contacten met andere Europese landen is gebleken dat een aantal van deze landen te maken heeft met vergelijkbare handhavingsvraagstukken. Hoe hiermee wordt omgegaan wisselt van land tot land en is in sterke mate afhankelijk van nationale wet- en regelgeving en nationale handhavingssystematiek. Kan een volledig overzicht worden gegeven van de andere landen die ook zijn aangesloten bij het Verdrag van Wenen, die kampen met dezelfde handhavingsproblemen als Nederland en de oplossingen die deze landen voor deze zelfde problemen hebben?

De aan het woord zijnde vragen welke stappen er worden ondernomen indien een persoon die diplomatieke immuniteit geniet en een verkeersovertreding heeft begaan maar niet ingaat op de notificatiebrief. Ook vragen zij wat het beleid is ten aanzien van recidivisten die niet ingaan op de notificatiebrief. Deze leden vragen hoeveel verkeersovertredingen iemand moet begaan en hoeveel notificatiebrieven iemand moet hebben genegeerd, voordat deze persoon tot persona non grata wordt verklaard.

Zijn er diplomatieke stappen ondernomen teneinde in internationaal verband de knelpunten in het Verdrag van Wenen te wijzigen? Zo nee, waarom niet?

Waarop baseert de regering zich bij de opmerking dat het wijzigen van het Verdrag van Wenen er toe zou kunnen leiden dat andere landen elementen van het verdrag ter discussie stellen waar Nederland juist aan gehecht is? Heeft in het verleden zich een vergelijkbare situatie voorgedaan of is dit slechts een kwestie van doemdenken?

De leden van de CDA-fractie lezen dat na de uitspraak van het Gerechtshof op 26 september 2014 er is gewerkt aan het mogelijk maken van het sturen van notificatiebrieven. Kunnen de aan het woord zijnde leden concluderen dat er in de tussentijd niets is gedaan door de regering ten aanzien van overtredingen begaan door personen met diplomatieke immuniteit? Zijn er van de periode 2015–2017 cijfers bekend van de omvang van begaande overtredingen door personen of organisaties met diplomatieke immuniteit?

De leden van de D66-fractie onderschrijven het standpunt van de regering dat het onwenselijk is dat personen die verkeersovertredingen begaan daar niet op kunnen worden aangesproken. Deze leden begrijpen dat dit wetsvoorstel een maatregel voorstelt, zijnde de minst vergaande actie in overeenstemming met het Verdrag van Wenen, indien een diplomaat een verkeersovertreding begaat. Het gaat dan om een notificatiebrief waarbij naleving van de verkeersregels niet door rechtshandhaving, maar door een moreel appel wordt bevorderd. Daarin wordt de diplomaat in overtreding uitgenodigd de administratieve boete te betalen, die hem zou zijn opgelegd zonder zijn diplomatieke immuniteit. Graag vernemen de aan het woord zijnde leden op welke manier het optreden van het openbaar ministerie samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken geregeld is in de gevallen dat aan herhaaldelijk verstuurde notificatiebrieven geen gehoor zal zijn gegeven en dat in overeenstemming is met de mogelijke acties bij overtredingen door diplomaten uit het Verdrag van Wenen.

De leden van de SP-fractie willen weten in hoeverre er op dit moment een discussie gaande is over de reikwijdte van de diplomatieke immuniteit. Wat is erop tegen deze aan te passen? Het overtreden van bijvoorbeeld verkeersregels kan namelijk een zeer onveilige verkeerssituatie met zich meebrengen. De diplomatieke immuniteit strekt er in de ogen van deze leden niet toe het creëren van een gevaarlijke situatie te gedogen. Hoe gaan andere verdragsstaten hiermee om?

De aan het woord zijnde leden lezen bijvoorbeeld dat in de praktijk in verschillende EU-landen ook berichten worden gestuurd aan het hoofd van de diplomatieke missie van de overtreder of dat er lijsten worden gepubliceerd van aantallen overtredingen per diplomatieke missie. Waarom wordt hier in Nederland niet voor gekozen? Is de regering bereid deze mogelijkheden alsnog te onderzoeken? Zo nee, waarom niet?

In het verlengde daarvan zijn de leden van de SP-fractie ook benieuwd waarom ervoor wordt gekozen alleen diplomaten een notificatiebrief te sturen en niet ook de ambassade en dus de zendstaat zelf. Artikel 41 van het Verdrag van Wenen biedt immers de mogelijkheid de ambassade van de zendstaat via het diplomatieke kanaal aan te spreken op overtredingen van de lokale wet- en regelgeving. Kan de regering het antwoord toelichten? Voornoemde leden willen weten wat er gebeurt als sprake is van een recidivist. Kan een zendstaat worden verzocht een diplomaat die zich niets aantrekt van notificatiebrieven terug te trekken? Zo nee, waarom niet? Wat kan worden ondernomen tegen zendstaten waarvan de diplomaten relatief vaak overtredingen of strafbare feiten begaan? Kan de regering het antwoord toelichten?

Voorts zijn de leden van de SP-fractie benieuwd of de regering bereid is de grenzen van het Verdrag van Wenen verder op te zoeken als de notificatiebrieven ook geen of onvoldoende zoden aan de dijk zetten? Of hierover anders een discussie aan te gaan met andere verdragsstaten.

De leden van de PvdA-fractie lezen dat het Verdrag van Wenen uitzonderingen op de diplomatieke immuniteit mogelijk maakt. Welke uitzonderingen zijn mogelijk en zijn daarbij uitzonderingen die er toe kunnen bijdragen dat diplomaten een prikkel krijgen zich aan de hier geldende verkeersregels te houden? Het sturen van een notificatiebrief noemt de regering de minst vergaande optie. Ziet de regering verdergaande opties die binnen het kader van het Verdrag van Wenen of de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden mogelijk zijn? Zo ja, welke opties zijn dat?

Begrijpen deze leden het goed dat, mocht dit wetsvoorstel van kracht worden, er helemaal geen administratieve of strafrechtelijke sancties voor verkeersovertredingen aan diplomaten meer zullen worden opgelegd? Zo ja, waarom is dat? Betekent de genoemde uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden daadwerkelijk dat er niet eens een bekeuring mag worden verstuurd? Of gaat het er om dat de betaling daarvan niet afgedwongen kan worden vanwege de diplomatieke immuniteit? Wat zegt het Verdrag van Wenen inzake Consulaire Betrekkingen hierover? Zijn er op dit moment dan geen diplomaten of diplomatieke posten die als zij een bekeuring krijgen die, ondanks dat zij daar vanwege hun immuniteit niet toe verplicht zijn, toch betalen?

Hoe gaan andere landen in het kader van verkeersovertredingen om met de immuniteit van diplomaten? Zijn er landen die ondanks die immuniteit toch bekeuringen opleggen? Zijn er landen die de betaling daarvan afdwingen? Zo ja, welke landen betreft dit?

Hoe gaan Nederlandse diplomaten die in een buitenland bekeurd worden met die bekeuringen om? Voornoemde leden nemen aan dat zij die wel gewoon betalen en dat de instructies die diplomaten meekrijgen ook inhouden dat bekeuringen betaald moeten worden? Zo ja, kunt u dit bevestigen? Zo nee, waarom niet en deelt u dan de mening dat diplomaten die ons land in het buitenland vertegenwoordigen, zich aan de aldaar heersende wetten en regels dienen te houden en de gevolgen van een overtreding daarvan zullen moeten dragen?

De leden van de PvdA-fractie vragen of er meer mogelijkheden denkbaar zijn, anders dan het sturen van een notificatie, teneinde verkeersovertreders die diplomatieke immuniteit hebben aan te pakken. Mag bijvoorbeeld een auto van een foutparkerende diplomaat wel voorzien worden van een wielklem of weggesleept worden? Zo ja, gebeurt dit ook daadwerkelijk? Zo ja, zou gericht beleid voor het opleggen van wielklemmen of het wegslepen een prikkel voor diplomaten die verkeersovertredingen begaan zich voortaan wel aan de verkeersregels te gaan houden? Zo nee, waarom mag dit niet?

Mag een diplomaat die een verkeersovertreding begaat, bijvoorbeeld een snelheidsovertreding, staande worden gehouden en gevraagd worden zich te legitimeren?

Acht de regering het behalve mogelijk, ook wenselijk, dat diplomaten die vanwege structureel roekeloos rijgedrag de verkeersveiligheid in gevaar brengen, tot persona non grata kunnen worden verklaard? Zo ja, welk beleid gaat de regering daar op ontwikkelen? Zo nee, waarom niet?

3. Systeem van notificatiebrieven

De leden van de VVD-fractie merken op dat door het wetsvoorstel de Minister van Buitenlandse Zaken straks beschikt over de gegevens van diplomaten die veel verkeersvertredingen begaan. Deze personen kunnen een notificatiebrief krijgen met de boodschap dat zij de Nederlandse wet hebben overtreden. Via dit morele appel hoopt de regering dat er minder verkeersovertredingen worden begaan. Is de regering bereid het effect van de notificatiebrief te verzwaren door hier een formeel «note verbale» van te maken? Zodat tot op het hoogste niveau de zendende staat geïnformeerd wordt over welke van zijn ambtenaren verkeersregels of parkeerheffingen in het land van accreditatie aan de laars lapt.

Voorts vragen deze leden of een en ander wel genoeg is. Wat gaat er nog meer gebeuren? Tijdens het algemene overleg diplomatieke immuniteit op 14 december 2016 hebben voornoemde leden vele suggesties gedaan. Zoals het publiceren van namen van notoire overtreders, het publiceren van een lijst met landen wiens diplomaten de meeste overtredingen begaan, het afpakken van de belastingvrije tankpas, het aanspreken van diplomaten aan de grens en het rekening houden met de overtreders bij het uitnodigingsbeleid voor diplomaten, om te beginnen bij de Nieuwjaarsreceptie van de Koning. Heeft de regering deze suggesties al opgevolgd? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? Wanneer is zij voornemens dit alsnog te doen?

De leden van de CDA-fractie lezen in de brief van 8 september 2015 over de aanpak van overtredingen bij personen met een diplomatieke immuniteit (Kamerstuk 34 000-V, nr. 81) dat het hanteren van een gemeenschappelijke standaard een probleem is bij implementatie van een systeem van notificatiebrieven. Daarom vragen deze leden of dit probleem is opgelost wanneer dit wetsvoorstel van kracht wordt. Daarbij vragen zij of de regering voldoende kan waarborgen dat de notificatiebrieven bij de juiste personen terecht komen?

In hoeverre komt er een overzicht van de verstuurde notificatiebrieven? Ziet de regering het als een mogelijkheid dat deze lijst openbaar wordt zodat men kan zien welke personen of organisaties met diplomatieke immuniteit structureel overtredingen begaan? Tijdens het algemeen overleg over diplomatieke immuniteit van 14 december 2016 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken hierover toezeggingen gedaan. De leden van de CDA-fractie vragen waarom dit niet terugkomt in het onderhavig wetsvoorstel.

Voorts hebben deze leden behoefte verhelderd te krijgen welke maatregelen wel genomen kunnen worden tegen personen of organisaties met diplomatieke immuniteit in het geval deze betrokken lijken te zijn bij een verkeersovertreding. Specifiek willen zij weten of het wegslepen van voertuigen met een diplomatiek kenteken, bijvoorbeeld vanaf een invalidenparkeerplaats dan wel van voor een uitrit, tot de mogelijkheden blijft behoren.

Met betrekking tot de notificatiebrieven vragen de leden van de PvdA-fractie of er bijgehouden gaat worden welke diplomaten of welke landen/organisaties deze brieven ontvangen? Acht de regering het mogelijk jaarlijks een overzicht te publiceren van de hoeveelheid notificatiebrieven er aan welke diplomatieke vertegenwoordigingen (organisaties en landen) zijn verstuurd? Acht u dit in het kader van «naming and shaming» ook wenselijk? Zo ja, hoe gaat de regering dit bewerkstellingen? Zo nee, waarom niet?

De voorzitter van de commissie, Van Meenen

De griffier van de commissie, Hessing-Puts