Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201934861 nr. 13

34 861 Regels ter implementatie van richtlijn (EU) 2016/681 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit (PbEU 2016, L 119) (Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven)

Nr. 13 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 1 februari 2019

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De definitie van «persoonsgegevens» komt te luiden:

persoonsgegevens: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel b, van de Wet politiegegevens;

2. De definitie van «vlucht binnen de Europese Unie» komt te luiden:

vlucht binnen de Europese Unie: een vlucht door een luchtvaartmaatschappij die vanuit een andere lidstaat, zonder tussenlandingen op het grondgebied van een derde land, volgens plan zal aankomen op het grondgebied van Nederland, of die zal vertrekken vanaf het grondgebied van Nederland en, zonder tussenlandingen op het grondgebied van een derde land, volgens plan zal aankomen op het grondgebied van een of meer andere lidstaten;

3. In de definitie van «vlucht naar of vanuit derde landen» wordt «waar onder» vervangen door «waaronder».

B

In artikel 3 wordt «vluchten naar en vanuit derde landen» vervangen door «vluchten naar of vanuit derde landen».

C

Het opschrift van paragraaf 6 komt te luiden:

§ 6. Uitwisseling van passagiersgegevens met andere lidstaten en doorgifte aan Europol en derde landen

D

In paragraaf 6 wordt vóór artikel 10 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 9a

De Passagiersinformatie-eenheid verstrekt de door de Passagiersinformatie-eenheden van de andere lidstaten ontvangen passagiersgegevens of het verwerkingsresultaat van die gegevens voor nader onderzoek aan de bevoegde instanties. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.

E

In artikel 10, eerste lid, wordt de zinsnede «de Passagiersinformatie-eenheid geeft ingeval een persoon is aangemerkt op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, alle passagiersgegevens of het verwerkingsresultaat van die gegevens door» vervangen door «de Passagiersinformatie-eenheid verstrekt ingeval een persoon is aangemerkt op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, alle passagiersgegevens of het verwerkingsresultaat van die gegevens».

F

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel d, wordt «artikel 17, derde, vijfde en zesde lid, van de Wet politiegegevens» vervangen door «artikel 17a, eerste tot en met zevende lid, van de Wet politiegegevens».

2. De aanhef van het tweede lid komt als volgt te luiden:

De Passagiersinformatie-eenheid kan passagiersgegevens die zijn verkregen van een andere lidstaat, zonder voorafgaande toestemming van die lidstaat alleen doorgeven aan de bevoegde autoriteit van een derde land, waar nodig in afwijking van het eerste lid, indien:

3. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «toestemming» vervangen door «toestemming van de lidstaat waarvan de gegevens zijn verkregen».

G

In artikel 14, eerste lid, vervalt de zinsnede «bij de beoordeling van een passagier als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a,».

H

In artikel 17 wordt de zinsnede «de artikelen 1, 4, 6, 7, 25 tot en met 31, alsmede 32, eerste lid, onderdeel g, en derde en vierde lid, 33 en 35, eerste tot en met derde lid, van de Wet politiegegevens» vervangen door «de artikelen 1, 4 tot en met 4c, 6, 6a, 6c, 7, 17, 24a tot en met 31c, 33 tot en met 33b en 35 tot en met 35c van de Wet politiegegevens».

I

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt onder vernummering van het derde, vierde en vijfde lid tot het tweede, derde en vierde lid.

2. In het derde lid (nieuw) wordt «de taken, bedoeld in het eerste en derde lid,» vervangen door «de taken, bedoeld in het eerste en tweede lid,».

3. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

Artikel 36 van de Wet politiegegevens is van overeenkomstige toepassing.

J

Artikel 21 vervalt.

K

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid vervalt «schriftelijk»

2. In de aanhef van het tweede lid vervalt «schriftelijke».

L

In artikel 23, eerste lid, wordt «die gegevens» vervangen door «die gegevens, met uitzondering van de verstrekking, bedoeld in artikel 17 van de Wet politiegegevens, indien dit zich niet verdraagt met het belang van de veiligheid van de staat».

M

In paragraaf 9 wordt in artikel 24, eerste lid, de zinsnede «een het bepaalde» vervangen door «het bepaalde» en wordt na «artikel 4, eerste tot en met vierde lid» een komma geplaatst.

N

In paragraaf 10 wordt artikel 24 vernummerd tot artikel 25.

Toelichting

De tweede nota van wijziging ziet hoofdzakelijk op de aanpassing van het wetsvoorstel op de wijzigingen in de Wet politiegegevens (Wpg) ter implementatie van de richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging.1 In de memorie van toelichting bij het onderhavige wetsvoorstel is vermeld dat de wijzigingen in de Wpg zullen doorwerken in dit wetsvoorstel.2

Voor het overige bevat de nota van wijziging wijzigingen van wetstechnische aard, die de inhoud van het wetsvoorstel onveranderd laten. De wijzingen worden als volgt toegelicht.

Onderdeel A

In de definitie van «persoonsgegevens» wordt verwezen naar de desbetreffende bepaling in de Wet politiegegevens (Wpg).

In het wetsvoorstel is het begrip «vlucht binnen de Europese Unie» gedefinieerd als een vlucht die vanuit Nederland vertrekt en aankomt in een of meer andere lidstaten, zonder tussenlandingen in een derde land. Vluchten die vanuit een andere lidstaat vertrekken en zonder tussenlandingen in een derde land aankomen in Nederland, vallen ten onrechte niet onder deze definitie. Deze omissie wordt rechtgezet met de in dit onderdeel opgenomen wijziging van de definitiebepaling.

Onderdeel C

In het opschrift van paragraaf 6 van het wetsvoorstel wordt verhelderd dat de daarin opgenomen regels zien op de uitwisseling door de Passagiersinformatie-eenheid (Pi-NL) van passagiersgegevens en verwerkingsresultaten van die gegevens met Passagiersinformatie-eenheden van andere lidstaten (PIU’s) en de doorgifte aan Europol en derde landen. Dit conform de terminologie van de artikelen 9, 10 en 11 van de PNR-richtlijn.3

Onderdeel D

In artikel 9a wordt conform artikel 9, eerste lid, tweede volzin van de PNR-richtlijn een regeling getroffen voor de ontvangst door de Pi-NL van gegevens van de Passagiersinformatie-eenheden van andere lidstaten. De Pi-NL dient de van de andere PIU’s ontvangen gegevens te verstrekken aan de bevoegde instanties zoals politie of Openbaar Ministerie. Met de verwijzing in artikel 10 naar artikel 8 van het wetsvoorstel wordt overeenkomstig de PNR-richtlijn verzekerd dat tot verstrekking aan bevoegde instanties alleen per geval kan worden besloten en in geval van geautomatiseerde verwerking van PNR-gegevens, na controle door menselijke tussenkomst.

Onderdeel E

Met dit onderdeel wordt in artikel 10, eerste lid, «doorgeeft» vervangen door «verstrekt». Daarmee wordt artikel 10, eerste lid in overeenstemming gebracht met de terminologie in de overige leden van dit artikel.

Onderdeel F

Artikel 13, eerste lid, wordt aangepast aan de wijzigingen in de Wpg. In het tweede en derde lid wordt verduidelijkt dat voor doorgifte door de Pi-NL aan derde landen van passagiersgegevens, welke van een andere lidstaat zijn verkregen, toestemming van laatstgenoemde lidstaat is vereist.

Onderdeel G

Met dit onderdeel wordt in artikel 14, eerste lid, een voorwaarde geschrapt, omdat de PNR-richtlijn deze voorwaarde niet stelt (zie artikel 9, tweede lid, van de PNR-richtlijn).

Onderdelen H, I, J, K en L

De voorgestelde wijzigingen zien hoofdzakelijk op artikel 17 van het wetsvoorstel. In dit artikel zijn conform de PNR-richtlijn de bepalingen inzake gegevensbescherming zoals opgenomen in de Wpg van overeenkomstige toepassing verklaard op de verwerking van persoonsgegevens door de Pi-NL. Deze bepalingen zien op onder meer op de rechten van betrokkenen op inzage, rectificatie en vernietiging van de gegevens, het benoemen van een functionaris voor gegevensbescherming en het toezicht door de Autoriteit Persoonsgegevens op de gegevensverwerking door de Pi-NL.

Voorts wordt artikel 17 van de Wpg van overeenkomstige toepassing verklaard op de verwerking van persoonsgegevens door de Pi-NL. Dit artikel regelt de verstrekking van gegevens aan inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Dit betekent dat de Pi-NL passagiersgegevens kan verstrekken aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten voor zover dit voortvloeit uit de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.

Voorts wordt artikel 18 in overeenstemming gebracht met artikel 36 van de Wpg dat ziet op de taken van de functionaris gegevensbescherming.4

Onderdeel N

Met de eerste nota van wijziging is in paragraaf 10 per abuis een nieuw artikel 24 ingevoegd. Hierdoor bevat het wetsvoorstel nu twee artikelen 24 (betreffende handhaving en sancties respectievelijk evaluatie). Deze omissie wordt rechtgezet door het tweede artikel 24 te vernummeren tot artikel 25 (evaluatie).

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Wijziging van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ter implementatie van Europese regelgeving over de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. Kamerstukken 34 889.

X Noot
2

Kamerstukken II 2017/18, 34 861, nr. 3, blz. 20.

X Noot
3

Richtlijn (EU) 2016/681 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit (PbEU 2016, L 119).

X Noot
4

Zie artikel 39, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017: «De diensten zijn bevoegd zich bij de uitvoering van hun taak, dan wel ter ondersteuning van een goede taakuitvoering, voor het verzamelen van gegevens te wenden tot bestuursorganen, ambtenaren en voorts een ieder die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken.»