34 813 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet bekostiging financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en de Wet handhaving consumentenbescherming ter implementatie van richtlijn nr. 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PbEU 2015, L 337) (Implementatiewet herziene richtlijn betaaldiensten)

Nr. 26 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Ontvangen ter Griffie op 17 september 2018.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 15 oktober 2018.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 16 oktober 2018.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 september 2018

Conform het amendement van het lid Alkaya (SP)1 op het wetsvoorstel implementatiewet herziene richtlijn betaaldiensten2 bied ik u hierbij het ontwerp Implementatiebesluit herziene richtlijn betaaldiensten aan3.

Dit ontwerpbesluit dient ter implementatie van de PSD2-richtlijn4. In het besluit worden onder meer de vergunningseisen voor betaalinstellingen verzwaard en aanvullende eisen gesteld aan de interne bedrijfsvoering van betaaldienstverleners. De aanvullende eisen aan de interne bedrijfsvoering zijn vooral extra beveiligingsmaatregelen om de betaaldienstgebruiker te beschermen tegen fraude en illegaal gebruik van gevoelige betaalgegevens. Zo is als extra eis opgenomen dat een betaaldienstverlener «expliciete toestemming» nodig heeft van de rekeninghouder voor de toegang tot persoonsgegevens. Een andere bescherming is de invoering van authenticatieprocedures, waaronder sterke cliëntauthenticatie, voor transacties die een hoog risico op fraude met zich mee brengen (zoals betalingen via internet).

Het streven is om het besluit tegelijk met het wetsvoorstel eind 2018 in werking te laten treden.

Tijdens de voorhangperiode is uw Kamer in de gelegenheid om zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens worden vastgesteld. De voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit geschiedt niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Kamerstuk 34 813, nr. 9.

X Noot
2

Dit wetsvoorstel is op 11 september 2018 (Handelingen II 2017/18, nr. 107, Stemmingen) aangenomen door uw Kamer (Kamerstuk 34 813).

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
4

richtlijn nr. 2015/2366 van het Europees parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betaaldiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG.

Naar boven