Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834813 nr. 15

34 813 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet bekostiging financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en de Wet handhaving consumentenbescherming ter implementatie van richtlijn nr. 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PbEU 2015, L 337) (Implementatiewet herziene richtlijn betaaldiensten)

Nr. 15 AMENDEMENT VAN HET LID ALKAYA

Ontvangen 23 augustus 2018

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel R, wordt aan het zevende lid een volzin toegevoegd, luidende: Daarbij wordt in elk geval geregeld dat de betaaldienstgebruiker op elk moment de toestemming voor toegang tot zijn persoonsgegevens kan intrekken en dat de betaaldienstverlener andere betaaldienstverleners waaraan persoonsgegevens van de betaaldienstgebruiker zijn verstrekt hierover informeert. De betaaldienstverlener alsmede die andere betaaldienstverleners verwijderen zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen 30 dagen nadien, alle persoonsgegevens van de betaaldienstgebruiker.

Toelichting

Dit amendement regelt dat bij de implementatie van artikel 94, tweede lid, van de herziene richtlijn betaaldiensten in het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr) in elk geval wordt geregeld dat de betaaldienstgebruiker op elk moment de toestemming voor toegang tot zijn persoonsgegevens kan intrekken en dat de betaaldienstverlener en de andere betaaldienstverleners waaraan persoonsgegevens van de betaaldienstgebruiker zijn verstrekt, gehouden zijn binnen 30 dagen na de intrekking van de toestemming alle persoonsgegevens van de betaaldienstgebruiker te verwijderen.

Een ieder die toestemming heeft verleend aan een betaaldienstverlener moet in staat gesteld worden om de toestemming tussentijds, gemakkelijk in te trekken. Aanvullend moet een intrekking van de toestemming altijd leiden tot een recht om vergeten te worden. Dit betekent in de praktijk dat als bijvoorbeeld een consument de toestemming voor toegang tot diens persoonsgegevens intrekt, de betaaldienstverlener en de derde partijen aan wie de betaaldienstverlener persoonsgegevens heeft verstrekt, verplicht zijn om alle persoonsgegevens van de betaaldienstgebruiker te vernietigen.

Daarbij is het aan de betaaldienstverlener om de andere betaaldienstverleners, zoals betaalinitiatiedienstverleners en rekeninginformatiedienstverleners, te informeren over de intrekking van de toestemming en de daaraan verbonden plicht tot verwijdering van de persoonsgegevens van de betaaldienstgebruiker. Consumenten en andere betaaldienstgebruikers zijn er namelijk niet bij gediend om en toestemming in te moeten trekken en vervolgens een apart traject in te gaan om vergeten te worden door alle afzonderlijke partijen.

Alkaya