Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834775 nr. 86

34 775 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën

Nr. 86 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 augustus 2018

Hierbij bied ik u de rijksbrede »Handreiking ambtelijke bijstand bij initiatiefwetgeving» aan1. Deze handreiking is door een interdepartementale werkgroep opgesteld om tot een meer uniforme werkwijze te komen bij het verlenen van ambtelijke bijstand bij het opstellen en de Kamerbehandeling van een initiatiefwetsvoorstel. Dit geeft invulling aan de taak van een bewindspersoon om zoveel mogelijk bijstand te verlenen bij het formuleren van een initiatiefvoorstel en om bij te dragen aan een goed wetgevingsproduct.2 Het kabinet beoogt daarmee bij te dragen aan wetgeving van hoge kwaliteit, ook wanneer het initiatief tot het voorstel niet door de regering zelf is genomen.

De handreiking is gericht tot de ambtenaar die bijstand verleent aan een lid van de Tweede Kamer. Deze behandelend ambtenaar heeft primair tot taak het Kamerlid te ondersteunen in dit traject. Deze taak valt te onderscheiden van de gebruikelijke rol die een ministerie heeft tegenover Kamerleden om desgevraagd informatie te geven over bijvoorbeeld de kwantitatieve effecten of te verwachten kosten van bepaalde voorgestelde maatregelen. De handreiking beschrijft de stappen die genomen moeten worden vanaf voorbereiding tot inwerkingtreding van een initiatiefvoorstel en is om die reden ook lezenswaardig voor een Kamerlid dat voornemens is een initiatiefvoorstel op te stellen.

Een bijzonder punt van aandacht bij initiatiefwetgeving is de wijze waarop budgettaire dekking gevonden wordt voor een voorstel binnen de begroting. Zoals de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij brief van 6 februari 2017 aan de Voorzitter van de Eerste Kamer heeft aangegeven, geldt voor initiatiefvoorstellen niet de formele procedure waarin de financiële consequenties van een wetsvoorstel reeds vroegtijdig worden meegenomen in de besluitvorming over de begroting.3 Daardoor kan een situatie ontstaan waarin, na aanneming van een initiatiefvoorstel met wezenlijk financiële gevolgen voor het Rijk, nog niet is voorzien in budgettaire dekking van dat voorstel. Een integrale afweging van de gevolgen van het betreffende initiatiefvoorstel met inbegrip van de financiële consequenties is daardoor lastig te maken.

Het kabinet heeft zich daarom voorgenomen in drie fases van het traject nadrukkelijker aandacht aan dit vraagstuk te geven:

  • 1. Voorbereidende fase: Gedurende de fase van het opstellen van een initiatiefvoorstel zal de eerstverantwoordelijke bewindspersoon desgevraagd of op eigen initiatief de initiatiefnemer informeren over de vraag of voorzien is in budgettaire dekking daarvan, en zo niet, op welke wijze daarin voorzien kan worden. Het gaat om dekking van zowel de structurele uitgaven die het voorstel met zich meebrengt, als eventuele incidentele uitgaven van maatregelen die nodig zijn ter voorbereiding van de inwerkingtreding. In verband hiermee is het wenselijk dat de initiatiefnemer vroegtijdig over deze specifieke kwestie contact opneemt met de eerstverantwoordelijke bewindspersoon, zodat deze informatie desgewenst meegewogen kan worden bij de verdere ontwikkeling van het voorstel en bij de planning en fasering van de inwerkingtreding.

  • 2. Fase van advisering door het kabinet: Bij het advies dat de eerstverantwoordelijke bewindspersoon namens het kabinet over het voorstel uitspreekt bij de Kamerbehandeling zal de vraag naar de dekking nadrukkelijker een rol spelen. Indien een voorstel ingrijpende budgettaire consequenties heeft waarvoor de initiatiefnemer niet zelf een oplossing heeft gevonden, zal het advies daarover dus vaker negatief kunnen uitvallen.

    Tevens zal de eerstverantwoordelijke bewindspersoon daarbij aangeven op welke wijze deze zich voorneemt budgettaire dekking te zoeken bij aanneming van het voorstel en welke eventuele gevolgen dit heeft voor wat betreft de planning en fasering van de inwerkingtreding van het voorstel.

  • 3. Fase van bekrachtiging: Indien het voorstel is aangenomen zal de eerstverantwoordelijke bewindspersoon bij gelegenheid van de mededeling over de bekrachtiging van het voorstel4 ook aangeven op welke wijze voorzien wordt in budgettaire dekking daarvan (zulks met inachtneming van de eventuele nota’s van wijziging en amendementen) en, in voorkomend geval, tot welke budgettaire verschuivingen dit zal leiden.

Met deze werkwijze beoogt het kabinet om ook bij initiatiefwetgeving te komen tot een integrale afweging van wetsvoorstellen en de gevolgen daarvan op andere onderdelen van de rijksbegroting.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Zoals neergelegd in de aanwijzingen 7.23 en 7.24 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

X Noot
3

Kamerstuk 34 550, T.

X Noot
4

Zoals bedoeld in aanwijzing 7.26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.