De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het jaarverslag van
17 mei 2017 inzake de overige Hoge Colleges van Staat en de Kabinetten van de Gouverneurs
2016 (Kamerstuk 34 725 IIB, nr. 1).
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft deze vragen beantwoord
bij brief van 6 juni 2017. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie, Pia Dijkstra
De adjunct-griffier van de commissie, Hendrickx
1
Hoe is de Raad van State erin geslaagd om binnen de norm te blijven (tabel 2 Doorlooptijd
in weken)?
Antwoord:
Door een snelle en efficiënte werkwijze probeert de Afdeling bestuursrechtspraak te
voorkomen dat alle betrokken partijen onnodig lang op de uitkomst van hun zaak moeten
wachten. Deze berust op een kwalitatief goed en professioneel ondersteunend apparaat
waardoor de (duurdere) staatsraden zich kunnen richten op de oplossing en beslissing
van de geschillen en de daarbij voorliggende rechtsvragen.
2
Hoe wordt het tekort op de begroting van de Nationale ombudsman in 2016 verwerkt?
Antwoord:
Het budget van de Nationale ombudsman staat op het beleidsartikel IIB. Op dit artikel
staan ook de budgetten van diverse andere Hoge Colleges van Staat (de Raad van State
en de Algemene Rekenkamer), de Kabinetten van de Gouverneur van St. Maarten, Curaçao
en Aruba en de Kanselarij der Nederlandse Orden. Als de Nationale ombudsman haar budget
in een jaar overschrijdt en binnen dit beleidsartikel op totaalniveau is geen sprake
van overschrijding van budget, dan heeft dat geen gevolgen voor het budget van de
Nationale ombudsman voor het volgende begrotingsjaar. Aangezien er op totaalniveau
geen sprake was van overschrijding van het budget, is het budget van 2017 niet verlaagd.
De overschrijding door de Nationale ombudsman over het jaar 2015 heeft wel geleid
tot een verlaging van het budget voor 2016. Mede hierdoor is het budget in 2016 weer
overschreden. Daar op totaalniveau echter geen overschrijding heeft plaatsgevonden
heeft dit geen gevolgen voor het budget van 2017 van de Nationale ombudsman.
3
Welke extra kosten zijn ten opzichte van de aanvankelijke begroting van het project
gemoeid met de realisatie van een nieuw ICT-systeem voor aanvraag en behandeling van
Koninklijke Onderscheidingen?
Antwoord:
De vertraging in de bouw van het nieuwe ICT-systeem voor de aanvraag en behandeling
van Koninklijke onderscheidingen leidt vooralsnog niet tot extra kosten. De uitgaven
voor dit systeem worden slechts over een langere (bouw)periode uitgesmeerd.
4
Waarom heeft de Minister niets over het tekortschieten van de informatiebeveiliging
van de Raad van State opgenomen? Hoeveel beveiligingsincidenten hebben zich bij de
Raad van State in 2016 voorgedaan? Zo ja, van welke aard waren deze beveiligingsincidenten?
Indien de Raad van State onder de Wet meldplicht datalekken valt, hoeveel incidenten
zijn gemeld?
Antwoord:
Er is binnen de informatiebeveiliging van de Raad van State geen tekortkoming. In
de uitzonderingsrapportage van de bedrijfsvoeringsparagraaf van de Raad van State
is het beleid ten aanzien van de informatiebeveiliging daarom niet vermeld.
Eind 2015 is het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld. Dit beleid geeft invulling
aan de eisen die gesteld zijn in de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst (BIR2012)
en in het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst 2007 (VIR2007).
In het kader van het vastgestelde beleid wordt onder meer al het uitgaand internetverkeer
gevolgd. In 2016 zijn er geen geslaagde pogingen ondernomen om de informatievoorziening
van de Raad van State in gevaar te brengen.
De Raad van State valt onder de Wet meldplicht datalekken. In 2016 zijn binnen de
Raad van State de noodzakelijke beheersmaatregelen inzake de meldplicht datalekken
geïmplementeerd. In het afgelopen jaar zijn er geen incidenten gemeld.
De Raad van State verwacht dat er eind 2017 volledig zicht is op de beveiligingsrisico’s
van zijn kritieke systemen, zodat er begin 2018 meer integraal verantwoording kan
worden afgelegd.
5
In welke mate is het wenselijk dat Hoge Colleges van Staat en zelfstandige bestuursorganen
ook onder de rapportageplicht voor grote ICT-projecten vallen?
Antwoord:
Zelfstandige bestuursorganen vallen al onder de rapportageplicht voor grote ICT-projecten.
Hun projecten zijn ook opgenomen op het Rijks ICT-dashboard.
Hoge Colleges van Staat hebben een wettelijk verankerde zelfstandige en onafhankelijke
positie en vallen niet onder deze rapportageplicht. Dat zou overigens ook niet zinvol
zijn. De Hoge Colleges hebben ook geen projecten met een ICT-component van meer dan
€ 5 miljoen.