34 650 Voorstel van wet van de leden Bergkamp, Van den Hul en Özütok tot wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling ter nadere invulling van het verbod om ongeoorloofd onderscheid te maken op grond van geslacht (Wet verduidelijking rechtspositie transgender personen en intersekse personen)

J BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Den Haag, 16 september 2020

De commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft kennisgenomen van uw brief van 3 juli 2020 waarin u de Kamer nader informeert over uw plan van aanpak om – waar mogelijk – onnodige sekseregistratie te beperken.1 Met de toezending van deze brief is naar het oordeel van de commissie aan toezegging T02700 aan de Kamer voldaan.2 Voor de leden van de SGP-fractie is de brief aanleiding om nog enkele vragen te stellen.

Uit de brief blijkt dat de Minister voornemens is om te zorgen dat op de identiteitskaart het geslacht niet meer zal worden vermeld. Realiseert de Minister zich dat juist de geslachtsregistratie op de identiteitskaart voor veel mensen, en heel vaak kwetsbare mensen, relevant is? Bovendien zullen heel veel burgers dit om uiteenlopende redenen juist wel vermeld willen zien. Wil de Minister zorgdragen dat op de identiteitskaarten de geslachtsregistratie uitgangspunt blijft? En dat gekozen kan worden voor een – (streepje) voor hen die om welke reden dan ook hun geslacht niet via de ID-kaart kenbaar wensen te maken?

Voor wat betreft het paspoort zorgt de EU-verordening 2252/2004 voor verplichte vermelding van het geslacht. Waarom wil de Minister onderscheid maken tussen paspoort en identiteitskaart. De laatste is immers vooral een veelal goedkopere vorm van het officiële document, vergelijkbaar met het paspoort. Wat is het nut van onderscheid tussen paspoort en identiteitskaart? Is dat een gerechtvaardigd onderscheid?

Inmiddels is een wijziging op een paspoort blijkbaar mogelijk, maar werkt dat niet door in de geboorteakte. De geboorteakte is immers leidend voor de registratie in BRP en op het paspoort en de identiteitskaart. Is de Minister het met de leden van de fractie van de SGP eens dat dit volkomen logisch is en dat de consequenties daarvan richtinggevend moeten zijn?

De commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

De voorzitter van de commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.H. Bikker


X Noot
1

Kamerstukken I 2019/20, 34 650, I.

X Noot
2

Gedaan op 5 maart 2019: «De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Lintmeijer (GroenLinks) en Meijer (SP), toe aan de verantwoordelijke bewindslieden het verzoek over te brengen om de Eerste Kamer op de hoogte te houden van de ontwikkelingen rondom het tegengaan van onnodige geslachtsregistratie.»

Naar boven