Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734626 nr. 4

34 626 Wijziging van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer, de Wet rechtspositie Mi-nisters en Staatssecretarissen en de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman alsmede tot wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdra-gers in verband met enkele rechtspositionele aanpassingen van meer technische aard

Nr. 4 VERSLAG

Vastgesteld 19 januari 2017

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen tijdig en genoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorliggend wetsvoorstel. Omdat daarin vooral voorstellen worden gedaan die van technische aard zijn, hebben deze leden slechts enkele vragen.

Deze leden lezen dat in artikel 10a van de Wet schadeloosstelling leden van de Tweede Kamer een grondslag wordt gecreëerd voor de terbeschikking-stelling van ict-middelen aan Kamerleden plus abonnementen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het ambt. In hoeverre ontbreekt die grondslag nu? En betekent de nieuw voorgestelde grondslag dat er sprake is of kan zijn van een verruiming van ter beschikking gesteld ict-voorzieningen of abonnementen? Is het enkel aan de griffier om te beoordelen of de ter beschikking gestelde zaken noodzakelijk zijn? En wat is de rol van de belastinginspecteur bij de beoordeling van deze noodzakelijkheid?

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van het wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet schadeloosstelling. Zij hebben hierover nog enkele vragen.

Zij lezen dat het doorgeven van nevenfuncties van Kamerleden vereenvou-digd wordt en dit nu nog slechts na afloop van het kalenderjaar moet. Begrijpen deze leden het goed dat dit alleen geldt voor het doorgeven van de neveninkomsten aan de belastingdienst en dat dit dus geen betrekking heeft op de Kamerregisters voor nevenfuncties?

Daarnaast vragen de aan het woord zijnde leden zich af waarom de regering niet gekozen heeft voor een verlaging van de schadeloosstelling voor Kamer-leden nu de regering toch heeft besloten deze wet te herzien.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige voorstel tot wijziging van de Wet schadeloosstelling.

Het wetsvoorstel betreft onder meer voorzieningen voor politieke ambtsdra-gers met een structurele functionele beperking. Hoe verhoudt het voor-liggende wetsvoorstel zich tot het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, zo vragen de leden van de CDA-fractie. Waarom zijn deze voorstellen niet al opgenomen in het wetsvoorstel Uitvoe-ring van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (TK 33 990)?

De voorzitter van de commissie, Pia Dijkstra

Adjunct-griffier van de commissie, Hendrickx