34 615 Initiatiefnota van het lid Van Toorenburg: «Laat slachtoffers van internetoplichting niet in de kou staan»

Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juni 2018

Tijdens het notaoverleg over de initiatiefnota van het lid Van Toorenburg op 29 mei 2017 (Kamerstuk 34 615, nr. 10) zijn meerdere moties ingediend. Bij brief van 18 december 2017 (Kamerstuk 34 615, nr. 11) heb ik uw Kamer bericht over de uitkomsten van de uitvoering van de moties Van Dam (CDA) inzake de civiele taak van het Landelijk Meldpunt Internetoplichting (LMIO) van de politie en de derdenrekening. Tijdens het algemeen overleg criminaliteitsbestrijding1. waar deze brief besproken is, heb ik de toezegging gedaan om een voortgangsbrief te sturen inzake de aanpak van internetoplichting. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand.

Omschrijving internetoplichting

Internetoplichting is een breed begrip en kan diverse vormen van fraude omvatten die via het internet worden gepleegd. In deze brief wordt bij internetoplichting gedoeld op online handelsfraude: aan- en verkoopfraude via bijvoorbeeld online-handelsplaatsen of valse webwinkels. Deze vorm van fraude is strafbaar op grond van artikel 326 Wetboek van Strafrecht. De strafbaarstelling van online handelsfraude voor partijen die er een gewoonte van maken om goederen of diensten online te verkopen, maar niet leveren ligt momenteel voor behandeling in de Eerste Kamer. De strafbare feiten moeten onderscheiden worden van het niet leveren van goederen of diensten, waarbij in beginsel sprake is van een civielrechtelijke wanprestatie en (dus) geen strafrechtelijke oplichting.

Huidig beeld rond online handelsfraude

Het handelsverkeer in Nederland voltrekt zich sinds enige jaren in toenemende mate via de digitale weg. Zoals ik met uw Kamer een aantal malen heb besproken hebben ook fraudeurs hun werkterrein verlegd naar deze digitale wereld.

Het beleid van het kabinet is er ook bij deze vorm van fraude op gericht om burgers en bedrijven alerter en weerbaarder te maken en barrières op te werpen, die het de fraudeur zo moeilijk mogelijk maken. Daarbij werk ik intensief samen met betrokken private partijen.

Het aantal aangiftes van online aan- en verkoopfraude bij het LMIO is relatief beperkt, afgezet tegen het volume aan handelstransacties online. Cijfers van bijvoorbeeld Thuiswinkel.org laten zien dat in 2017 in totaal 201,7 miljoen aankopen zijn gedaan in Nederland2. Het LMIO publiceert jaarlijks haar cijfers. In 2017 zijn 38.343 aangiftes van internetoplichting bij het LMIO binnengekomen, een daling van 8.000 aangiftes ten opzichte van het jaar daarvoor. Voor kleine bedragen wordt vaak geen aangifte gedaan.

Het lijkt er op dat het beleid gericht op preventie van onlinehandelsfraude door het alerter maken van burgers en bedrijven en het opwerpen van barrières zijn vruchten afwerpt. Betrokken private bedrijven geven hierbij aan hun verantwoordelijkheid te hebben genomen door het fraudeurs op online handelssites zo moeilijk mogelijk te maken.

Ten eerste wil ik in dit kader wijzen op de mogelijkheid tot betaling door middel van derdenrekeningen, die handelssites hebben geïntroduceerd. Zoals eerder aangegeven in mijn brief van 18 december 2017 (Kamerstuk 34 615, nr. 11) kan de consument met behulp van deze initiatieven invulling geven aan zijn of haar verantwoordelijkheid om zo veilig mogelijk te handelen op internet.

Ten tweede wil ik wijzen op de mogelijkheid voor consumenten om met behulp van iDeal betalingen via geverifieerde en veilige diensten vanuit een veilige omgeving te betalen. Zo hebben consumenten bijvoorbeeld sinds vorig jaar ook binnen de Marktplaats omgeving de mogelijkheid om te kiezen voor een iDEAL-betaling, verzorgd door Online Betaalplatform (OBP). Indien de consument gebruik maakt van iDEAL is OBP wettelijk verplicht om de verkoper te controleren en te identificeren. OBP monitort het betalingsproces via iDEAL en heeft hierdoor onder andere zicht op fraudeurs aan wie meermaals via iDEAL geld betaald wordt voor één en hetzelfde product. De consument kan dus binnen de omgeving van Marktplaats kiezen voor verschillende veiligere methodes van betalen. Van private partijen die hiermee werken heb ik vernomen dat het gebruik van deze initiatieven door de consumenten toeneemt en dat daardoor de frequentie van en kans op fraudegevallen sterk afneemt.

Tweedehandsplatformen zijn verenigd in de groep Onafhankelijke Online Handelsplatformen (OOH). Binnen het OOH kunnen de tweedehandsplatformen best-practices delen en contact houden met grotere platformen, de politie en de overheid over trends en technische oplossingen om de consumenten veiliger via hun platformen te kunnen laten handelen.

Ook andere private instellingen pakken hun rol bij het voorkomen van internetoplichting. Zo heeft de Consumentenbond onlangs 850 malafide webwinkels uit de lucht laten halen. Daarnaast hebben de Nederlandse banken verschillende initiatieven genomen. Om de kans op fraude en vergissingen van klanten te verkleinen, voert een aantal Nederlandse banken een aanvullende controle bij de invoer van het IBAN (International Bank Account Number) in, de zogenoemde IBAN-Naam Check. De IBAN-Naam Check controleert of bij invoeren van een betaalopdracht de ingetoetste naam overeenkomt met de naam die hoort bij de betreffende IBAN. De betaler krijgt een melding van de bank als er iets afwijkt. Daarnaast monitoren banken middels transactiemonitoring of transacties afwijkend zijn van het «normale patroon», dat is vastgesteld door middel van algoritmes. Mocht er een afwijking worden geconstateerd dan kan de bank extra controlevragen stellen aan de betaler en hierop adequate maatregelen treffen zoals het onverwijld melden van (voorgenomen) ongebruikelijke transacties en het heroverwegen van het risicoprofiel van de zakelijke relatie.

Tijdens het algemeen overleg criminaliteitsbestrijding op 22 februari jl. (Kamerstukken 28 741 en 28 684, nr. 43) stelde uw Kamer mij de vraag of banken betalingen, die via debet rekeningen zijn uitgevoerd, in geval van oplichting kunnen terughalen. Daarbij maakte uw Kamer de vergelijking met betalingen via creditcards en het terugvragen van betalingen in geval van fraude. Ik wil benadrukken dat de vergelijking van een overboeking met een creditcard betaling niet opgaat. Zoals eerder aangegeven in antwoord op de Kamervragen van het lid Nijboer (PvdA) d.d. 7 maart 2014 (Aanhangsel Handelingen II 2013/14, nr. 1668) wordt een overboeking geïnitieerd door een consument of bedrijf, op basis van het ingevoerde rekeningnummer. Dit is een onherroepelijke betaling aan een begunstigde en dat geeft de begunstigde zekerheid. Dit terwijl een betaling met een creditcard geïnitieerd wordt vanuit de verkopende partij (winkelier/webshop). Dit biedt de koper (consument) zekerheid en daar wordt ook indirect voor betaald. Banken moeten er bij een overboeking voor zorgen dat opdrachten conform de ingevoerde gegevens verwerkt worden en rekeninghouders hebben een eigen verantwoordelijkheid bij het invullen van de correcte rekeningnummers. Het is dan ook niet wenselijk dat banken invloed kunnen uitoefenen op de verwerking van een via internetbankieren gegeven opdracht tot overboeking.

Zorg voor slachtoffers

Burgers en bedrijven hebben met de getroffen maatregelen door publieke en private partijen veel instrumenten tot hun beschikking om veilig online te handelen. Indien iemand toch slachtoffer wordt van online handelsfraude kan de politie, zoals eerder aangegeven in mijn brief van 18 december 2017 (Kamerstuk 34 615, nr. 11) de slachtoffers die daar behoefte aan hebben doorverwijzen naar Slachtofferhulp Nederland (SHN). SHN kan helpen bij een strafrechtelijke procedure. Daarnaast heeft het LMIO goed contact met Perspectief Herstelbemiddeling (PH), een zusterorganisatie van Slachtofferhulp. Het LMIO meldt daar zaken aan, waarin PH een rol kan spelen bij het tot stand brengen van contact tussen slachtoffer en de wederpartij. Op het moment dat slachtoffers emotionele schade hebben ondervonden van internetoplichting probeert PH door bemiddeling tussen de partijen deze schade te herstellen.

Cijfers en trends Landelijk Meldpunt Internetoplichting (LMIO) van de politie

De politie vindt online handelsplaatsfraude een belangrijk onderwerp en heeft geïnvesteerd in de aanpak van fraude en samenwerking met private partijen.

Het gemiddelde schade bedrag in 2017 was € 197,32. In het eerste kwartaal van 2018 zijn bij het LMIO 9.447 aangiftes gedaan (waarvan er 1.307 zijn ingetrokken) met een gemiddeld schadebedrag van € 219,74. In dezelfde periode in 2017 was het aantal 10.446 aangiftes (waarvan er 1.435 zijn ingetrokken) met een gemiddeld schadebedrag van € 184,34. Ook in het eerste kwartaal 2018 zet de daling van het aantal aangiftes door.

Sinds september 2017 neemt het LMIO al bij 3 meldingen van fraude (in plaats van 5 meldingen) contact op met de banken. Daarnaast brengt het LMIO de jeugdige fraudeurs/katvangerslijst nadrukkelijker onder de aandacht bij collega’s belast met het thema jeugd. Door vroegtijdig te signaleren wat er onder de jeugdigen speelt, kan tijdig worden ingegrepen. Afgelopen jaren wordt een toename van fraude gesignaleerd met vrijgekomen Nederlandse domeinnamen die door buitenlandse partijen worden opgekocht en waaraan malafide webwinkels worden gekoppeld, die aantrekkelijke aanbiedingen doen. Later blijken dit nepproducten te zijn. Het LMIO heeft in 2017 in meer dan 400 zaken een interventie gepleegd t.a.v. voornoemde webwinkels. Dit kan zijn het blokkeren van de betalingsmogelijkheid, een Notice and Take Down (NTD) aan de host/registrar of een waarschuwing door middel van Nederlandse media.

De samenwerking tussen Markplaats, de banken, het OM en het LMIO in de afgelopen tien jaar heeft Marktplaats en andere online handelsplaatsen inzicht geboden in de werkwijzen van oplichters, waardoor innovaties ontwikkeld konden worden om oplichting tegen te gaan, zie bovenstaande voorbeelden. De samenwerking en informatie uitwisseling draagt positief bij om grip te krijgen op het fenomeen internetoplichting aan zowel de publieke als private kant.

Ontwikkelingen

In mijn brief van 18 december 2017 aan uw Kamer heb ik aangegeven dat bij de politie een kleinschalige pilot loopt met rechtsbijstandsverzekeraars. Hierbij wordt met een rechtsbijstandsverzekeraar naar aanleiding van een casus bezien of met toestemming van de slachtoffers afspraken over uitwisseling van persoonsgegevens van verdachten aan de rechtsbijstandsverzekeraar van de slachtoffers kunnen worden gemaakt. Concrete resultaten met betrekking tot vergoeding van schade zijn nog niet bereikt in deze pilot. Dit heeft te maken met het verweer van betrokkene die aangeeft zelf slachtoffer te zijn van misbruik van zijn betaalgegevens. De pilot wordt mogelijk verbreed met meer geschikte casussen en rechtsbijstandsverzekeraars. Daarnaast wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn tot samenwerking tussen de rechtsbijstandsverzekeraars onderling. Dit omdat slachtoffers van een verdachte van onlinehandelsfraude bij verschillende rechtsbijstandsverzekeraars verzekerd kunnen zijn. Over de resultaten van de pilot zal ik uw Kamer op een later tijdstip informeren.

Binnen de politie blijft een voorziening voor meldingen internetoplichting in het brede integrale kader van de aanpak van horizontale fraude en cybercrime. De politie bepaalt de vorm binnen de staande organisatie.

Ik vertrouw erop dat met bovenstaande aanpak van internetoplichting goede stappen voorwaarts zullen worden gezet.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Naar boven