34 588 Regels met betrekking tot de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede wijziging van enkele wetten (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 20..)

Nr. 90 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES EN VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juli 2021

Op 9 juni 2021 hebben wij met de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de vaste commissie voor Defensie gesproken over tal van onderwerpen die zien op de taakuitvoering van de AIVD en de MIVD (Kamerstuk 29 924, nr. 213). Tijdens dit overleg is ook uitgebreid stilgestaan bij de voorbereiding van het wetsvoorstel tot wijziging van de huidige Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) ter opvolging van de aanbevelingen van de Evaluatiecommissie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017. In de voorliggende brief informeren wij u – vanuit de verantwoordelijkheid die wij gezamenlijk dragen voor het stelsel als geheel – over de wijze waarop wij dit traject tot wetswijziging voor ons zien.

Op dit moment wordt in interdepartementaal verband gewerkt aan een analyse van de aanbevelingen van de evaluatiecommissie. Deze analyse beschrijft het functioneren van en het evenwicht in het stelsel in brede zin, inbegrepen het toezicht, de uitvoeringsconsequenties voor de AIVD en de MIVD, de gevolgen van de recente jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens alsmede het Hof van Justitie van de Europese Unie en de inwerkingtreding van Conventie 108+.

Bij het geheel wordt ook het rapport van de Algemene Rekenkamer naar de slagkracht van beide diensten betrokken alsook de uitkomsten van de recente debatten met uw Kamer en de Eerste Kamer en de opvattingen van de CTIVD en de TIB. Het is de bedoeling om deze brede analyse in het najaar te laten neerslaan in een zogenaamde hoofdlijnennotitie, waarover wij vervolgens graag met uw Kamer nader van gedachten wisselen. De uitkomsten van dit debat betrekken wij bij het daaropvolgende wetsvoorstel tot wijziging van de Wiv 2017.

Inmiddels hebben wij – zoals toegezegd – met de voorzitters van de CTIVD en de TIB een constructief gesprek gehad. De komende tijd zal nader met hen worden verkend op welke manier hun betrokkenheid bij de totstandkoming van de hoofdlijnennotitie gestalte kan krijgen. Daarbij zal recht worden gedaan aan de onafhankelijke positie van de CTIVD en de TIB en aan de politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid van de ministers voor het stelsel.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

Naar boven