Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 september 2017
Op 15 februari 2016 (Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 1540) heb ik mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de
vragen beantwoord van de leden Schouten en Segers over de btw-plicht van gemeenten
bij ambtelijke fusies. In de antwoorden heb ik een beleidsmatige ruimere toepassing
van koepelvrijstelling aangekondigd die de btw-problematiek bij gemeentelijke samenwerking
in de vorm van een fusieorganisatie vrijwel geheel oplost. Uit een recent arrest van
het Europese Hof blijkt echter dat deze ruimere toepassing van de koepelvrijstelling
in strijd is met de Europese btw-richtlijn. Dit is voor mij – en ongetwijfeld voor
verschillende gemeenten – een grote teleurstelling. Ik zie echter geen andere mogelijkheid
dan de beleidsmatige ruimere werking van de koepelvrijstelling te beëindigen.
Historie
In de afgelopen jaren is er regelmatig aandacht geweest voor de btw-problematiek bij
gemeentelijke samenwerking. Ik verwijs daarvoor o.a. naar mijn brieven van 16 juni
2014 (Kamerstuk 33 750 VII, nr. 59) en 31 oktober 2014 (Kamerstuk 34 000 VII, nr. 10). Er heeft destijds ook intensief overleg plaatsgevonden tussen het Rijk en de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG) over verschillende aspecten van de btw in relatie
tot de samenwerking tussen gemeenten. Belangrijk onderdeel bij deze besprekingen was
het antwoord op de vraag of de koepelvrijstelling ruimer kon worden toegepast, zodat
een zelfstandig samenwerkingsorgaan geen btw hoeft te berekenen aan de aangesloten
gemeenten. Een ruimere toepassing van de koepelvrijstelling zou de btw-problematiek
bij gemeentelijke samenwerking dan vrijwel geheel oplossen. Op basis van vigerende
regelgeving en jurisprudentie werd een ruimere toepassing van de koepelvrijstelling
toen niet mogelijk geacht omdat dit in strijd zou zijn met de Europese btw-richtlijn.
In 2015 is in Europees verband, namelijk in het btw-comité, gesproken over de reikwijdte
van de koepelvrijstelling. De Europese Commissie heeft zich toen – in een openbaar
document – onverwacht en duidelijk uitgesproken voor een ruimere toepassing van de
koepelvrijstelling dan in Nederland het geval was. Deze uitlating van de Europese
Commissie was voor mij aanleiding voor een beleidswijziging met betrekking tot de
koepelvrijstelling die inhield dat de koepelvrijstelling voor de dienstverlening van
de fusieorganisatie geldt als de aangesloten gemeenten die dienst hoofdzakelijk (voor
70% of meer) gebruiken voor onbelaste overheidsactiviteiten of btw-vrijgestelde activiteiten.
Recent arrest
Op 4 mei 2017 heeft het Europese Hof uitspraak gedaan in een inbreukprocedure van
de Europese Commissie tegen Groothertogdom Luxemburg. Volgens een Luxemburgse regeling kon de koepelvrijstelling worden toegepast
als de dienst voor maximaal 30% (en bij incidentele overschrijding voor maximaal 45%) werd gebruikt voor btw-belaste handelingen. Deze Luxemburgse
regeling omtrent de koepelvrijstelling is dus (vrijwel) identiek aan de toegezegde
beleidsverruiming van de Nederlandse koepelvrijstelling. In navolging van de Advocaat-Generaal
oordeelt het Europese Hof nu dat de Europese btw-richtlijn niet toestaat dat de koepelvrijstelling
wordt toegepast als de dienst van het samenwerkingsverband door een lid van het samenwerkingsverband
ook wordt gebruikt voor zijn btw-belaste handelingen. Dit betekent dat ook de toegezegde
beleidsmatige ruimere werking van de Nederlandse koepelvrijstelling in strijd is met
de Europese btw-richtlijn en moet worden beëindigd.
In de vakliteratuur is betoogd1 dat de uitspraak van het Europese Hof wel ruimte biedt voor toepassing van de koepelvrijstelling
naar rato van het gebruik van de dienst voor btw-vrijgestelde/niet-ondernemershandelingen
c.q. btw-belaste activiteiten. De dienst van het samenwerkingsverband zou dan gesplitst
moeten worden in een btw-vrijgesteld deel en een btw-belast deel. Die lezing wordt
naar mijn mening niet gedragen door de overwegingen van het Europese Hof en deel ik
dus niet. Dit betekent dat de koepelvrijstelling niet toegepast kan worden als het
deelnemende lid de (niet-splitsbare) dienst van het samenwerkingsverband ook gebruikt
voor zijn btw-belaste activiteiten.
Beëindigen verruimde toepassing koepelvrijstelling
Zoals hiervoor toegelicht is er geen andere mogelijkheid dan de verruimde toepassing van de koepelvrijstelling te beëindigen, omdat een dergelijke toepassing in strijd is met de Europese btw-richtlijn. De verruimde toepassing
van de koepelvrijstelling wordt door de Belastingdienst in de praktijk – op basis
van mijn brief van 15 februari 2016 – al toegestaan voor belastingtijdvakken vanaf
1 januari 2016. Om betrokken partijen de gelegenheid te geven hun administratie en
contracten aan te passen, zal ik een overgangsregeling hanteren en de mogelijkheid
om de koepelvrijstelling verruimd toe te passen beëindigen per 1 januari 2018. Ik
zal dit ook communiceren richting VNG en bedrijfsleven.
De Staatssecretaris van Financiën,
E.D. Wiebes