Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 mei 2017
Hierbij informeer ik uw Kamer over het Wob-besluit dat betrekking heeft op de audits
van het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) en de voortgang
hiervan.
Dit besluit is genomen naar aanleiding van een verzoek d.d. 12 december 2016 tot openbaarmaking
van documenten die zien op het besluit om de audit naar de CIOT bevragingen over 2015
niet uit te voeren en informatie over de voortgang van de audit naar CIOT bevragingen
over 2016 en het verslag van deze audit.
Het CIOT beheert een geautomatiseerd informatiesysteem (CIS) voor telefoon- en internetgegevens.
Opsporingsdiensten, veiligheidsdiensten en inlichtingendiensten kunnen via dit centrale
systeem van het CIOT opvragen in onderzoek benodigde persoonsgegevens die horen bij
IP-adressen, telefoonnummers en e-mailadressen opvragen, onder de daarvoor geldende
voorwaarden. Het CIOT is onderdeel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
1. De voortgang van de audit over 2016 en het verslag van deze audit
In september 2016 heeft de Auditdienst Rijk de opdracht gekregen de volgende onderzoeken
uit te voeren:
-
1. Het Export en Load proces bij de aanbieders van telecomdiensten;
-
2. Het CIOT beheer, met name ten aanzien van de rubriceringsvereisten;
-
3. De beveiliging van de koppelvlakken tussen CIS en de afnemers;
-
4. De rechtmatigheid van de bevraging bij de afnemers FIOD, ISZW en Kmar.
De onderzoeken worden uitgevoerd in de periode december 2016 tot en met juli 2017.
Conform de afspraken in de ministerraad worden de definitieve rapporten binnen zes
weken op de departementale pagina van de website van de rijksoverheid geplaatst, tenzij
er gegronde redenen zijn dit niet te doen (zoals de veiligheid van de Staat, vertrouwelijke
bedrijfs- en fabricagegegevens, persoonsgegevens, het belang van internationale betrekkingen
en de economische en financiële belangen van de Staat).1
Daarnaast zal een verslag worden opgesteld over de uitkomsten van de audit, welke
met u zal worden gedeeld.
Aanvullend op de opdracht van de Auditdienst Rijk voert de interne auditdienst van
de Nationale Politie een interne audit uit naar de rechtmatigheid van haar bevragingen.
De interne auditdienst politie houdt daarbij dezelfde planning aan als het onderzoek
van de Auditdienst Rijk naar de rechtmatigheid van de bevraging bij de afnemers FIOD,
ISZW en KMAR.
De uitkomsten van zowel de audit uitgevoerd door de Auditdienst Rijk als de uitkomsten
van de interne audit naar de rechtmatigheid van de bevragingen bij de Nationale Politie
door de interne auditdienst van de politie zullen worden meegenomen in het bovengenoemde
verslag dat met u wordt gedeeld.
2. Besluit om de audit in 2015 niet uit te voeren
In 2015 is geen audit uitgevoerd naar het beheer van het CIOT. Tot 2016 werd de in
artikel 8, lid 2 van het besluit verstrekking gegevens telecommunicatie neergelegde
verplichting opgevat als strekkende tot het eens in de twee of drie jaar uitvoeren
van een audit. Hierop is het besluit gebaseerd om over het jaar 2015 geen audit uit
te voeren naar het beheer van CIOT.
Uit het verslag dat in 2015 met de Tweede Kamer is gedeeld (Kamerstuk 34 300 VI, nr. 6) bleek dat het CIOT aan de 160 gestelde normen voldoet. Hierin is gerapporteerd dat
op drie normen een aanbeveling is gedaan, waaraan direct opvolging is gegeven.
Op 29 september 2016 wordt in de begeleidende nota van de opdrachtbrief aan de Auditdienst
Rijk gemeld dat op grond van artikel 8 van het besluit verstrekking gegevens telecommunicatie
de Minister van Justitie jaarlijks een audit uit dient te voeren naar het functioneren
van het CIOT Informatie Systeem (CIS). Vanaf 2016 vindt de audit dan ook jaarlijks
plaats.
Graag merk ik nog op dat de Nationale Politie in 2015 een interne audit heeft uitgevoerd
van haar bevragingen van het CIOT, zoals eerder vermeld in kamerbrief van 1 juli 2015.
De uitkomsten van deze interne audit zullen tevens worden meegenomen in het eerdergenoemd
verslag over de uitkomsten van de audit 2016, zodat er een integraal beeld gegeven
kan worden.
In de bijlage treft u het betreffende Wob-besluit aan2.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
S.A. Blok